Zoekresultaten 11691-11700 van de 48210 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:327 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-884/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart de klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:25 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1124

    C2021/1124 Klacht tegen een apotheker. Klager is tandarts en heeft de apotheek, waarvan de beklaagde apotheker de beherend apotheker is, eind 2020 per e-mail een recept voor antibiotica toegezonden, op eigen naam uitgeschreven. Toen klager de antibiotica wilde ophalen, heeft de apotheker klager meegedeeld dat zij de antibiotica niet kon verstrekken wegens dubbelmedicatie. Tussen klager en de apotheker is daarop een onaangename discussie ontstaan. Klager verwijt de apotheker dat zij zonder gegronde reden aflevering van een antibioticum heeft geweigerd, en dat zij klager onheus en onprofessioneel heeft bejegend. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht kennelijk ongegrond. Klager is het daar niet mee eens en gaat in beroep. Het Centraal Tuchtcollege houdt het er voor dat klager de medicatie had uitgeschreven ten behoeve van eigen patiënten, verwerpt het beroep van klager en gelast de publicatie.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:3 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-973/AL/NN

    Raadsbeslissing. Klacht over handelen verweerder als advocaat van de wederpartij en over privégedragingen van verweerder. De raad kan op grond van de dossierstukken en de ter zitting afgelegde verklaringen niet vaststellen dat het handelen van verweerder bij de onderhandelingen met klaagster de grenzen van het tuchtrechtelijk ontoelaatbare heeft overschreden. Verder is de raad van oordeel dat het handelen van verweerder in het licht van zijn beroepsuitoefening als advocaat niet absoluut ongeoorloofd is en het vertrouwen in de advocatuur niet ondermijnt. Klacht in beide onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:30 Hof van Discipline 's Gravenhage 210294

    Artikel 13 beklag. Het hof stelt voorop dat klager geen belang meer heeft bij zijn beklag nu de termijn om hoger beroep in te stellen tegen het vonnis van de rechtbank inmiddels is verstreken en niet gebleken is dat op tijd beroep is ingesteld. Ook heeft klager geen argumenten aangedragen (wat wel op zijn weg had gelegen) dat een overschrijding van de beroepstermijn verschoonbaar is en hem dus niet toe te rekenen valt. Reeds daarom is het beklag van klager ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:24 Hof van Discipline 's Gravenhage 210030

    Klacht over verweerster grotendeels niet-ontvankelijk, omdat verweerster op het moment dat de handelwijze waarover klager klaagt nog niet als advocaat was beëdigd en de norm van artikel 46 Advocatenwet niet op verweerster van toepassing was. Voor zover de klacht het handelen van verweerster na haar beëdiging als advocaat betreft, is de klacht ongegrond vanwege een gebrek aan feitelijke onderbouwing. In hoger beroep is met goedvinden van partijen een aanvullend verwijt behandeld, dat door het hof niet-ontvankelijk is verklaard voor zover dit ziet op de periode voor de beëdiging en voor het overige ongegrond is verklaard. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:4 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-975/AL/MN

    Ontvankelijkheid verzet. Klacht te laat ingediend. Klager heeft geen reden voor deze termijnoverschrijding aangevoerd. De termijnoverschrijding is dan ook niet toelaatbaar (verschoonbaar). Klager is niet-ontvankelijk in zijn verzet.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:31 Hof van Discipline 's Gravenhage 210315

    Artikel 13 beklag. Naar het oordeel van het hof heeft de deken terecht het aanwijzingsverzoek van klager geweigerd. In het beklag heeft klager geen toereikende gronden aangevoerd die aanknopingspunten zouden kunnen bieden dat de procedure enige kans van slagen zal hebben, wat wel op zijn weg had gelegen. Het hof betrekt daarbij dat klager ook een klacht over de betreffende advocaat heeft ingediend, die wordt onderzocht door de deken. Het verzoek tot aanwijzing van een advocaat is voorbarig omdat de klacht nog in onderzoek is en dus allerminst vaststaat dat de betreffende advocaat zich jegens klager zodanig onbetamelijk heeft gedragen dat hierop met enig succes een civielrechtelijke vordering kan worden gebaseerd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:25 Hof van Discipline 's Gravenhage 210201D

    Dekenbezwaar. Het hof is het eens met de overwegingen van de Raad van Discipline en neemt deze over. Het hof acht het opleggen van de maatregel van schrapping van het tableau gepast en geboden nu het vertrouwen in deze advocaat onherstelbaar is beschadigd. De vele tuchtrechtelijke veroordelingen van recente datum zijn van zodanige ernst en omvang, dat ter bescherming van potentiële cliënten voorkomen moet worden dat verweerster, zolang het risico op herhaling van het geschetste problematisch handelen aanwezig is, in de advocatuur kan terugkeren.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:5 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-020/AL/NN

    Klager klaagt over de dienstverlening aan hem door verweerder en zijn kantoorgenote. Hij verwijt verweerder onder meer niet voortvarend te zijn opgetreden. Een zaak van klager heeft verweerder op 19 juli 2017 in behandeling genomen. Op 11 juli 2018 heeft verweerder klager in deze zaak schriftelijk geadviseerd. In een andere zaak, die verweerder eveneens op 19 juli 2017 voor klager in behandeling heeft genomen, is pas eind 2019 een procedure aangespannen. De raad is van oordeel dat in de twee genoemde zaken door verweerder niet voldoende voortvarend is opgetreden. Het tijdsverloop tussen het in behandeling nemen van deze zaken en het moment dat er daadwerkelijk iets in deze zaken is gebeurd, is veel te lang. De overige, vele klachten van klager zijn naar het oordeel van de raad ongegrond zoals bijvoorbeeld het verwijt dat verweerder wellicht ten onrechte zaken als kansloos heeft beoordeeld omdat die beoordeling in beginsel tot de vrijheid van de advocaat behoort. Als hij van oordeel is dat een zaak te weinig kans van slagen heeft, dient hij een dergelijke zaak niet aan te nemen. De klacht dat verweerder de brief die door zijn kantoor in de interne klachtenprocedure is opgesteld, niet aan klager heeft verzonden, is niet onderbouwd en daarom ongegrond. Dit geldt ook voor het verwijt dat verweerder niet aan klager wenst mee te delen of hij diens aansprakelijkstelling heeft doorgezonden aan zijn verzekeraar. Het staat verweerder vrij om met klagers aansprakelijkheidsstelling te doen wat hij wil. De raad legt de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:32 Hof van Discipline 's Gravenhage 210324

    Artikel 13 beklag. Uit de stukken blijkt dat klager al een advocaat heeft gevonden voor de door hem gewenste procedure, maar dat die advocaat een advies heeft uitgebracht waar klager het niet mee eens is. Klager heeft geen danwel onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld waaruit blijkt dat de advocaat in redelijkheid niet tot zijn juridisch advies over de door klager gewenste procedure heeft kunnen komen. Het hof merkt daarbij op dat voor de vraag of zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 13 Advocatenwet niet beslissend is of de rechtzoekende een advocaat kan vinden die bereid is te doen wat de rechtzoekende van zijn advocaat verlangt. De deken heeft het verzoek tot aanwijzing van een advocaat dan ook op goede gronden afgewezen.