Zoekresultaten 11681-11690 van de 48210 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:6 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-021/AL/NN 21-022/AL/NN

    Het betreft een verzetzaak. Naar het oordeel van de raad slaagt het verzet tegen het oordeel van de voorzitter over een tweetal onderdelen van de klacht van klaagster. De voorzitter heeft die onderdelen van klaagsters klacht niet-ontvankelijk verklaard wegens het overschrijden van de driejaarstermijn van artikel 46g lid 1 Advocatenwet. Het gaat in die klachtonderdelen om handelingen van verweerders in juli 2017 en mei 2018. Klaagster heeft haar klachten op 18 juni 2020 ingediend, derhalve binnen de driejaarstermijn van artikel 46g lid 1 Advocatenwet. Daarom is klaagsters verzet gegrond en dienen die onderdelen van de klacht alsnog beoordeeld te worden.Klaagster klaagt over verweerders in hun hoedanigheid van curatoren in het faillissement van de B.V. waarvan klaagster bestuurder was. Getoetst wordt of verweerders zich bij de vervulling van hun functie zodanig gedragen hebben dat daardoor het vertrouwen in de advocatuur wordt geschaad. Voor het handelen van een advocaat als curator brengt deze maatstaf mee dat niet snel van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen sprake zal zijn. Verweerders hebben als curatoren van de B.V. het persoonlijk faillissement van klaagster aangevraagd. Klaagster verwijt hen daarvoor naar een steunvordering te hebben gezocht. Dat levert echter geen tuchtrechtelijk verwijt op. Dat is een gebruikelijke praktijk. Als klaagster van mening was dat de steunvordering niet deugde dan had zij dat bij de procedure tot het aanvragen van haar faillissement moeten aantonen. Voor de tuchtrechter is hiervoor geen taak weggelegd. Ook is niet gebleken dat verweerders een vals opgemaakte steunvordering hebben gebruikt. Dit onderdeel van de klacht is daarom ongegrond. Klaagster verwijt verweerders voorts gehandeld hebben in strijd met een getroffen schikking die de executie van de woning van klaagster betrof. Zij heeft dit niet onderbouwd zodat ook dit onderdeel van de klacht ongegrond is beoordeeld.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:33 Hof van Discipline 's Gravenhage 210377

    Artikel 13 beklag. Vaststaat dat de deken al eerder in deze kwestie een advocaat heeft aangewezen. Die advocaat is op basis van het dossier van klager tot het advies gekomen dat de door klager gewilde procedure geen kans van slagen had. Het feit dat de door de deken aangewezen advocaat niet bereid is de zaak van klager in behandeling te nemen, betekent niet dat klager recht heeft op de aanwijzing van een andere advocaat. De deken heeft het tweede verzoek tot aanwijzing van een advocaat op goede gronden afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:27 Hof van Discipline 's Gravenhage 210233

    Ne bis in idem. Uit de door de raad vastgestelde feiten blijkt dat een deel van de in de klachtomschrijving verweten gedragingen (klachtonderdelen c, b deels, g, h, i, j, k en l) in essentie dezelfde zijn als de gedragingen waarover klager al eerder heeft geklaagd en waarop in een andere klachtprocedure onherroepelijk is beslist. Het hof zal zich daar niet nog een keer over buigen. Deze klachtonderdelen worden niet-ontvankelijk verklaard. De verwijten van klager bij de klachtonderdelen d, e en f lijken vooral voort te komen uit zijn principiële bezwaren tegen het systeem van de rechtsbijstandsverzekering. Deze bezwaren lenen zich echter niet voor een beoordeling in deze zaak. Ook deze klachtonderdelen worden niet-ontvankelijk verklaard. De overige klachtonderdelen worden ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:7 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-023/AL/NN 21-024/AL/NN

    Verzetbeslissing. De raad ziet alleen ten aanzien van klachtonderdeel i) reden om naar aanleiding van de verzetgronden aan de juistheid van de voorzittersbeslissing te twijfelen. De voorzitter heeft klachtonderdeel i) ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Verzet gedeeltelijk gegrond. Klachtonderdeel i) is vanwege een gebrek aan feitelijke onderbouwing ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:28 Hof van Discipline 's Gravenhage 210263

    klacht over eigen advocaat. Een medewerker van verweerders kantoor heeft 4 euro griffierecht te weinig overgemaakt, waardoor de zaak van klager niet-ontvankelijk is verklaard. Gezien de omstandigheden van het geval is dit niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verkorte bekrachtiging oordeel raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:22 Hof van Discipline 's Gravenhage 160244H

    Herzieningsverzoek. Verzoeker stelt dat sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden die tot een ander oordeel zouden hebben geleid als die destijds bij het hof bekend waren geweest. De gestelde omstandigheden vormen echter stukken van zijn hand, waarin hij herhaaldelijk aanvoert dat de deken destijds frauduleus heeft gehandeld en sprake is van gerechtelijke dwaling. Evenals het aantreden van een nieuwe regering en nieuwe jurisprudentie van het hof vormen ook die stukken geen nieuwe feiten of omstandigheden. Verzoek niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:29 Hof van Discipline 's Gravenhage 210239

    Beoordeling van de kwaliteit van de dienstverlening in echtscheidingsprocedure. Het hof is met de raad van oordeel dat verweerder een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt over de wijze waarop verweerder klager heeft bijgestaan. Verweerder heeft de onderwerpen behoefte en draagkracht, die in het kader van de vaststelling van kinder- en partneralimentatie een rol spelen, onvoldoende van elkaar gescheiden. Door de behoefte van de kinderen op basis van door verweerder opgevoerde onjuiste uitgangspunten overeen te komen, zijn de belangen van klager geschaad. Verder had klager omvangrijke privé-schulden. Het bestaan van de schulden en de mogelijke verplichtingen die deze met zich brachten voor klager, had verweerder minst genomen in de echtscheidingsprocedure moeten melden, opdat op enige wijze met een aflossings- of reserveringsverplichting rekening zou kunnen zijn gehouden. Verweerder heeft ook op dit punt blijk gegeven onvoldoende kennis van zaken te hebben, waardoor hij de belangen van klager onvoldoende heeft behartigd. Gelet op het feit dat verweerder door zijn optreden en nalaten de twee kernwaarden deskundigheid en partijdigheid heeft geschonden, wat laakbaar is, is de maatregel van berisping op zijn plaats.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:326 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-720/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:2 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-922/AL/GLD

    De klacht betreft het moment tot waarop stukken in een kort geding konden worden ingebracht waarin een mondelinge behandeling was bepaald, partijen in de gelegenheid waren gesteld om de zaak in der minne op te lossen en was bepaald dat klager de voorzieningenrechter zou laten weten of partijen eruit waren gekomen. Gedragsregel 21 lid 3, zoals deze ten tijde van de indiening van de door verweerster aan de rechtbank toegezonden brief luidde, bepaalt dat het de advocaat niet geoorloofd is om zich zonder toestemming van de wederpartij tot de rechter te wenden nadat uitspraak is bepaald. Tekstueel heeft verweerster op zich een punt als zij stelt dat er in de gedragsregels gesproken wordt over vonnis bepalen en dat dat woord in het proces-verbaal niet voorkomt en (sterker nog) de rechter in het vonnis aangeeft dat pas na verzending van de brief in kwestie vonnis is bepaald. Verweerster kan echter niet volstaan met een dergelijke grammaticale interpretatie van de betreffende gedragsregel en het proces-verbaal. Het proces-verbaal laat zien dat het de bedoeling van de rechter was dat de behandeling zou worden gesloten en dat alleen klager nog in de gelegenheid werd gesteld om de zaak in te trekken alvorens er een vonnis kwam. Klacht gegrond. Geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:23 Hof van Discipline 's Gravenhage 210080

    Ongegronde klacht over de advocaat van de wederpartij. Geen sprake van het onjuist informeren van het hof. Evenmin gebleken dat verweerder niet doelmatig heeft geprocedeerd en de belangen van klaagster heeft veronachtzaamd. Verder geen sprake van strijd met gedragsregel 27 of het onjuist informeren van de deken. Verkorte bekrachtiging.