Zoekresultaten 11671-11680 van de 48210 resultaten

  • ECLI:NL:TGZREIN:2022:7 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven E2021/3436

    Arts wordt onder meer verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan ongewenst grensoverschrijdend gedrag en misleiding en dat hij onvoldoende informatie heeft gegeven, onvoldoende onderzoek heeft verricht en een onvoldoende anamnese heeft afgenomen. Het geven van een kus is een handeling die in een zorgverlener-patiëntrelatie als grensoverschrijdend moet worden gekwalificeerd. De arts heeft ten onrechte de indruk gewekt (plastisch) chirurg te zijn door deze woorden op zijn website respectievelijk in het toestemmingsformulier te gebruiken en op het internet te verwijzen naar zijn opleiding tot plastisch chirurg zonder te vermelden dat zijn registratie was verlopen. Van de arts mag worden verwacht dat hij de gegeven informatie en zijn bevindingen en overwegingen noteert. Uit het dossier blijkt niet van voldoende informatieverstrekking, van een voldoende anamnese en van lichamelijk onderzoek voorafgaand aan de ingrepen. Klacht deels gegrond. Berisping. Publicatie.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2021:29 Kamer voor het notariaat Den Haag 21-31

    Bij de uittredingsakte van 1985 is het voorkeursrecht op de woning ten behoeve van klager tot stand gekomen. Ten gevolge van een evident onjuiste lezing en interpretatie van de leveringsakte is de notaris bij het passeren van de akte van levering op 23 augustus 2018 ten onrechte voorbij gegaan aan het voorkeursrecht van klager. De notaris kon en moest bij de levering bekend zijn met het voorkeursrecht van klager. De notaris diende dan ook zijn dienst te weigeren. Door het negeren van het voorkeursrecht is het ouderlijk huis niet binnen de familie gebleven, hetgeen de uitdrukkelijke bedoeling was van vader.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:27 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.221

    C2020.221Klacht tegen oogarts. Klaagster is sinds 1987 bekend met glaucoom aan beide ogen. Sindsdien heeft zij oogdruppels en komt zij om de drie tot zes maanden op de polikliniek voor controle. Klaagster is verschillende keren bij de oogarts voor controle geweest. Bij klaagster is onder meer een staaroperatie en een oogdrukverlagende operatie uitgevoerd. Klaagster verwijt de oogarts dat hij 1. ondanks de klachten van klaagster twee maanden heeft gewacht met het inplannen van een controleafspraak en heeft geweigerd Diamox voor te schrijven, waardoor bij klaagster een te hoge oogdruk is ontstaan en zij zakken onder haar ogen heeft gekregen, 2. zich onbeschoft jegens klaagster heeft gedragen, 3. klaagster informatie heeft onthouden over spoedeisende hulp en 4. de letselschade die is ontstaan niet aan klaagster vergoedt.Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2021:23 Kamer voor het notariaat Den Haag 21-09

    De vraag of de notaris naast zijn werkzaamheden als vereffenaar ook een honorarium mocht rekenen vormt de primaire oorzaak van het langlopende geschil.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2021:30 Kamer voor het notariaat Den Haag 21-15

    Klager verwijt de notaris dat hij als notaris en als partner van de zuster haar heeft geadviseerd en er op heeft aangedrongen om met hem samen te spannen en een al gesloten deal achteraf ter discussie te stellen, het erfrechtelijk uit te leggen in plaats van vennootschappelijk, hiervoor op onheuse wijze extra bewijslast te verzamelen en als gevolg hiervan een aandeel van 50% bij klager te vorderen, terwijl de notaris niet bij de destijds gemaakte afspraken aanwezig was geweest. De notaris heeft met kwade opzet gehandeld en handelde uit eigenbelang. De notaris was meer betrokken dan alleen als privéadviseur van de zuster. Hij heeft zich actief bemoeid met het geschil tussen klager en de zuster. De notaris was op de hoogte van de vaststellingsovereenkomst en de onterving en heeft toch op eigen initiatief een erfrechtelijke kwestie ervan gemaakt.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:28 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021/1149

    C2021/1149Klacht tegen psychiater. Klaagster is in 2015 met een voorlopige machtiging opgenomen in een psychiatrische instelling. De is indertijd bij de behandeling van het verzoek door de rechtbank gehoord. Klaagster heeft haar medisch dossier (of in ieder geval het deel dat betrekking heeft op het handelen van de psychiater) laten vernietigen. Klaagster verwijt de psychiater dat zij tegen haar wil is opgenomen en dat zij onnodig medicatie heeft gekregen. De psychiater heeft geen concrete herinnering meer aan de behandeling van klaagster.Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard, omdat de grondslag voor de klacht niet is komen vast te staan en het medisch dossier ontbreekt. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3077

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klager heeft last van ernstige artrose en komt in het kader van een second opinion bij verweerder. Verweerder heeft een omgekeerde schouderprothese geplaatst. Na de operatie is een infectie ontstaan. Klager verwijt verweerder dat hij 1) bij de operatie niet voldoende voorzorgs- en hygiënemaatregelen heeft genomen, 2) onvoldoende rekening heeft gehouden met de kwetsbare situatie van klager, 3) na ontslag uit het ziekenhuis geen instructies heeft gegeven aan het revalidatiecentrum en 4) de infectie van klager niet tijdig heeft onderkend. Verweerder heeft verweer gevoerd.Naar het oordeel van het college heeft verweerder adequate maatregelen genomen om een infectie te voorkomen en te behandelen en daarbij ook rekening heeft gehouden met de situatie van klager. De klacht wordt in alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3157

    Klager is onder behandeling geweest bij verweerder (destijds deels AIOS MDL) en is ontevreden over deze behandeling. Klager verwijt verweerder meer specifiek dat hij klager (en zijn huisarts) de ernst van de aandoening had moeten meedelen en klager had moeten wijzen op het alternatief van biologicals. Verweerder heeft erkend dat hij per abuis de huisarts van klager niet heeft geïnformeerd. Verweerder heeft naar eigen zeggen zijn werkwijze zodanig aangepast dat een bericht aan de huisarts niet meer vergeten kan worden. Verweerder heeft voor het overige gemotiveerd verweer gevoerd.Het college heeft geoordeeld dat het niet informeren van de huisarts slordig is geweest, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Het college ziet voorts geen zaken waarin verweerder anders had moeten handelen. Het beloop van de ziekte van klager is naar het oordeel van het college niet negatief beïnvloed door de keuzes in de behandeling die verweerder - aanvankelijk nog mede in overleg met zijn supervisor - heeft gemaakt. Het college heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:15 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-944/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht van de failliet tegen de curator grotendeels niet-ontvankelijk wegens verstrijken klachttermijn en overigens kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2021:22 Kamer voor het notariaat Den Haag 21-16 en 21-17

    Klager stelt dat voornoemde bepaling in strijd is met artikel 20a van de Wet op het notarisambt (Wna), voorheen artikel 21 lid 2 Wna. De bepaling is geen laatste wilsuiting van erflater, maar een subjectieve verklaring van erflater. Een notaris mag in een testament geen bepaling opnemen met gemakkelijk aantoonbare feitelijke onjuistheden en dat alleen maar met het oogmerk om één van de legitimarissen te schaden ten gunste van de twee andere legitimarissen.