Zoekresultaten 11541-11550 van de 48269 resultaten
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:23 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-857/AL/NN/D
- Datum publicatie: 07-03-2022
- Datum uitspraak: 07-03-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:23
Dekenbezwaar. Verweerder heeft met zijn optreden als advocaat namens een stichting bij een voorlichtingsbijeenkomst van de GGD op een ROC en diezelfde dag ook bij een prikbuslocatie van de GGD niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt in de zin van artikel 46 Advocatenwet, doordat hij de in artikel 10a Advocatenwet genoemde kernwaarden onafhankelijkheid en integriteit heeft geschonden en tevens in strijd met gedragsregel 2 heeft gehandeld. Met zijn optreden op de hiervoor genoemde locaties heeft verweerder naar het oordeel van de raad onvoldoende de vereiste onafhankelijkheid tegenover zijn cliënte bewaard en heeft hij daarbij onvoldoende professionele distantie betracht. Weliswaar dient een advocaat de partijdige belangen van zijn cliënt voorop te stellen, maar verweerder heeft door zich volledig te scharen achter de denkbeelden van zijn cliënte en die ook op voornoemde locaties uit de dragen zoals door hem gedaan, zijn professionele rol als onafhankelijk advocaat uit het oog verloren. Daarmee heeft hij het vertrouwen in de advocatuur en in zijn eigen beroepsuitoefening geschaad bij de betreffende medewerkers maar ook bij anderen doordat dit breed is uitgemeten in de pers en op social media. Verweerder had daarnaast ook moeten beseffen dat zijn handelen als ernstig bedreigend en intimiderend door de betreffende GGD-medewerkers kon worden ervaren. Ook daarmee heeft verweerder naar het oordeel van de raad de grenzen van het betamelijke ruim overschreden. Juist in een tijdsgewricht van ernstige polarisatie rondom de coronamaatregelen had van verweerder extra zorgvuldigheid in zijn optreden mogen worden verwacht. Verweerder is daarin op ernstige wijze tekortgeschoten en heeft zijn eigen beroepsgroep daardoor in een zeer negatief daglicht geplaatst. Omdat verweerder ter zitting inzicht heeft getoond voor de toekomst door de opdracht aan de stichting terug te geven, volstaat de raad met de oplegging van een maatregel van een voorwaardelijke schorsing in de praktijkuitoefening voor de duur van vier weken met een proeftijd van 2 jaar.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:27 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-932/DH/DH
- Datum publicatie: 07-03-2022
- Datum uitspraak: 07-03-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:27
Klacht in alle onderdelen ongegrond. Verweerster heeft niet onzorgvuldig of onbetamelijk gehandeld door de minderjarige (13 jaar) zonder toestemming van klagers te woord te staan. Verweerster viel aan te merken als een derde die rechtshulp kon bieden.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:36 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-121/DB/OB
- Datum publicatie: 07-03-2022
- Datum uitspraak: 04-03-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:36
Advocaat van de wederpartij. Dat de door de advocaat namens haar cliënten naar voren gebrachte stellingen klager c.s. niet welgevallig waren betekent niet dat die advocaat opzettelijk feiten naar voren heeft gebracht waarvan zij wist of behoorde te weten dat deze onjuist waren noch dat zij heeft gelogen.Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:38 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.066
- Datum publicatie: 07-03-2022
- Datum uitspraak: 02-03-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:38
Klacht tegen een tandarts. Klager verzocht de tandarts verbeteringen aan zijn gebit aan te brengen. De tandarts heeft vervolgens zes implantaten ingebracht. Daarna ontstonden pijnklachten en vonden herstelbehandelingen plaats. Verschillende implantaten gingen verloren en bij klager ontstond sinusitis. Klager heeft de tandarts in 2017 aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden schade. In de jaren daarna heeft over de aansprakelijkheid verdere correspondentie plaatsgevonden. Klager verwijt de tandarts dat de bij klager uitgevoerde behandeling niet viel onder de dekking van de beroepsaansprakelijkheidsverzekering van de tandarts en dat de tandarts onvoldoende heeft gedaan om verval van de dekking door de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar te voorkomen. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager tegen deze beslissing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:39 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1037
- Datum publicatie: 07-03-2022
- Datum uitspraak: 02-03-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:39
Klacht tegen een tandarts (destijds met specialisme kaakchirurgie). Klaagster is een zorgverzekeraar. De klacht gaat over onjuist declareren.Klaagster verwijt de tandarts dat hij haar bewust en stelselmatig op diverse wijzen heeft opgelicht door declaraties bij haar in te dienen voor zorg die in werkelijkheid niet of niet als zodanig is geleverd door de tandarts, bijvoorbeeld door in een aanzienlijke hoeveelheid gevallen een zwaardere verrichting te declareren dan de werkelijk uitgevoerde verrichting (zogenaamde “upcoding”), en dat de tandarts niet meewerkt aan een fraudeonderzoek door klaagster, wat in strijd is met het belang van een goede uitoefening van de individuele gezondheidszorg. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht gegrond, beveelt doorhaling van de inschrijving van de tandarts in het BIG-register, en schorst die inschrijving bij wijze van voorlopige voorziening. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de tandarts tegen deze beslissing, handhaaft de maatregel van doorhaling van de inschrijving van de tandarts in het BIG-register en ontzegt de tandarts, als hij op het moment van onherroepelijk worden van deze beslissing niet in het BIG-register is ingeschreven, het recht om opnieuw in het BIG-register ingeschreven te worden en bepaalt dat deze ontzegging onmiddellijk van kracht wordt.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:25 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-890/DH/DH/TUL
- Datum publicatie: 07-03-2022
- Datum uitspraak: 07-03-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:25
Ambtshalve tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke schorsing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2022:40 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1038
- Datum publicatie: 07-03-2022
- Datum uitspraak: 02-03-2022
- ECLI:NL:TGZCTG:2022:40
Klacht tegen een tandarts. Klaagster is een zorgverzekeraar en verwijt de tandarts dat hij haar bewust en stelselmatig op diverse wijzen heeft opgelicht door declaraties bij haar in te dienen voor zorg die in werkelijkheid niet of niet als zodanig is geleverd door beklaagde. Zo heeft de tandarts in een aanzienlijke hoeveelheid gevallen een zwaardere verrichting gedeclareerd dan de verrichting die daadwerkelijk is uitgevoerd. Er is sprake van “upcoding”. Een ander voorbeeld is het (laten) declareren van niet-verzekerde zorg als verzekerde zorg. Klaagster licht toe dat in haar onderzoek een modus operandi naar voren komt waaruit volgt dat de tandarts zorg heeft gedeclareerd die in werkelijkheid niet of niet als zodanig is geleverd. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht gegrond, beveelt doorhaling van de inschrijving van de tandarts in het BIG-register, en schorst die inschrijving bij wijze van voorlopige voorziening. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de tandarts tegen deze beslissing, handhaaft de maatregel van doorhaling van de inschrijving van de tandarts in het BIG-register en ontzegt de tandarts, als hij op het moment van onherroepelijk worden van deze beslissing niet in het BIG-register is ingeschreven, het recht om opnieuw in het BIG-register ingeschreven te worden en bepaalt dat deze ontzegging onmiddellijk van kracht wordt.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:34 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-068/DB/W
- Datum publicatie: 04-03-2022
- Datum uitspraak: 04-02-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:34
Wrakingsgronden zijn uitsluitend gebaseerd op de beleving door een aanname van verzoeker. De ten grondslag gelegde feiten leveren geen aanwijzing op voor het oordeel dat de gemaakte tuchtrechters vooringenomen zijn jegens verzoeker. Misbruik .wrakingsverzoek afgewezen
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:35 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-116/DB/W
- Datum publicatie: 04-03-2022
- Datum uitspraak: 28-02-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:35
Verzoek tot wraking is niet gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan verzoeker bekend zijn geworden. Verzoek tot wraking niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3188
- Datum publicatie: 04-03-2022
- Datum uitspraak: 22-02-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:19
Klacht tegen specialist ouderengeneeskunde. De inmiddels overleden echtgenote van klager (patiënte) leed aan Alzheimer en werd verpleegd in een verpleeghuis, alwaar verweerder werkzaam was. Patiënte ontwikkelde een decubituswond. Klager verwijt verweerder met name een verkeerde diagnose en een verkeerde behandeling van de decubituswond. Voorts verwijt klager verweerder onder meer nog dat verpleegkundigen zijn ingeschakeld die onvoldoende ervaring hadden, dat hij de wondverpleegkundige heeft weggestuurd en dat hij ervoor heeft gezorgd dat patiënte werd verbannen uit de huiskamer. Verweerder heeft verweer gevoerd. De klacht is op een openbare zitting behandeld.Het college heeft het klachtonderdeel 1 in zoverre gegrond verklaard, dat verweerder onvoldoende regie heeft gevoerd, en mede daardoor de behandeling van de wond in een bepaalde periode niet adequaat is geweest. Er was geen behandelplan opgesteld en er werden geen gesprekken gevoerd met klager. Verweerder heeft daarvoor zijn excuses aangeboden. Het college heeft klachtonderdeel 1 deels gegrond verklaard en aan verweerder de maatregel van waarschuwing opgelegd. De klacht is voor het overige afgewezen.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1154
- Pagina: 1155
- Pagina: 1156
- ...
- Pagina: 4827
- Volgende pagina zoekresultaten