Zoekresultaten 11521-11530 van de 48269 resultaten
-
ECLI:NL:TDIVTC:2022:4 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/29
- Datum publicatie: 10-03-2022
- Datum uitspraak: 27-01-2022
- ECLI:NL:TDIVTC:2022:4
Dierenarts wordt verweten dat hij met betrekking tot de hond van klaagster niet heeft vastgesteld dat er sprake was van mastitis en dat hij geen daarop gerichte behandeling heeft ingesteld. Gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TNORARL:2021:68 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/388305/KL RK 21-82
- Datum publicatie: 10-03-2022
- Datum uitspraak: 03-11-2021
- ECLI:NL:TNORARL:2021:68
Speculatieve aankoop en overdracht landbouwgrond. De vraag of de notaris de overtuiging kon hebben dat klager voldoende geïnformeerd, en in dit geval gewaarschuwd was, steeds op het moment dat de leveringsaktes werden gepasseerd, wordt hier, alle omstandigheden van het geval tegen elkaar afwegend, bevestigend beantwoord. De klacht wordt ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TDIVTC:2022:5 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2021/42
- Datum publicatie: 10-03-2022
- Datum uitspraak: 27-01-2022
- ECLI:NL:TDIVTC:2022:5
Klacht tegen twee dierenartsen, die wordt verweten onvoldoende onderzoek te hebben verricht bij een hond en ten onrechte te zijn uitgegaan van schijndracht, terwijl nadien bleek dat er sprake was van nierfalen, naast dat een van de dierenartsen voorbarig tot euthanasie zou hebben geadviseerd. Ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORARL:2022:2 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/393193/KL RK 21-133
- Datum publicatie: 10-03-2022
- Datum uitspraak: 16-02-2022
- ECLI:NL:TNORARL:2022:2
Het is in de eerste plaats aan de notaris zelf om de wilsbekwaamheid van erflater te beoordelen. De notaris heeft aan dehand van feiten en omstandigheden aannemelijk gemaakt dat zij de wilsbekwaamheid naar behoren heeft beoordeeld.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:40 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-700/DB/ZWB
- Datum publicatie: 09-03-2022
- Datum uitspraak: 07-03-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:40
Klacht tegen advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft zich rechtstreeks tot klaagster (de cliënte van klager) gewend, terwijl zij moest weten dat klager als advocaat optrad. Verweerster heeft daarnaast in de dagvaarding uitgebreid stilgestaan bij de schikkingsonderhandelingen tussen partijen, hetgeen in strijd is met gedragsregel 27. Klacht gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:41 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-555/DB/ZWB
- Datum publicatie: 09-03-2022
- Datum uitspraak: 07-03-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:41
Verzetzaak. Klager heeft in zijn verzetschrift voornamelijk zijn klacht herhaald, maar geen gronden aangevoerd die tot gegrondverklaring van het verzet kunnen leiden. Klager doet tal van ernstige beschuldigingen aan het adres van verweerder, maar deze zijn niet onderbouwd. De voorzitter heeft de klacht terecht kennelijk ongegrond verklaard. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2021:346 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-181/AL/MN/D
- Datum publicatie: 09-03-2022
- Datum uitspraak: 29-11-2021
- ECLI:NL:TADRARL:2021:346
Dekenbezwaar. De raad is van oordeel dat verweerder zijn cliënte onjuist heeft geïnformeerd dat de toevoeging van rechtswege was vervallen (onderdeel a), direct na het vonnis ten onrechte aan zijn cliënte een factuur voor zijn uren heeft gestuurd (onderdeel b), een brief van de Raad voor Rechtsbijstand van 1 oktober 2018 verkeerd heeft geïnterpreteerd door daaruit af te leiden dat de toevoeging is ingetrokken terwijl daarvoor een beschikking nodig is (onderdeel d), zich kennelijk niet bewust was van de relevantie van dit alles en ten onrechte ten laste van zijn cliënte beslag heeft gelegd (onderdeel i) en ten onrechte bij de voorzieningenrechter naar voren heeft gebracht dat de toevoeging was ingetrokken (onderdeel h). Deze bezwaaronderdelen zullen daarmee gegrond worden verklaard. Het handelen van verweerder is laakbaar en in strijd met de kernwaarde deskundigheid. In het voordeel van verweerder houdt de raad er rekening mee dat verweerder het gegrond verklaarde handelen grotendeels heeft erkend. Ook houdt de raad er rekening mee dat verweerder niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld. Gelet op de ernst van de feiten acht de raad de oplegging van een berisping in beginsel passend. Gelet echter op de beslissing van heden in de samenhangende klachtzaak tegen verweerder (met nummer 20-149/AL/MN), die grotendeels ziet op hetzelfde klachtwaardige handelen als in het onderhavige zaak en waarin verweerder een berisping opgelegd heeft gekregen, zal de raad in deze zaak geen maatregel opleggen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:37 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-669/DB/ZWB
- Datum publicatie: 09-03-2022
- Datum uitspraak: 07-03-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:37
Verzetzaak. Verweerder heeft in zijn processtukken ten onrechte geschreven dat klaagster 64 onroerende goederen in haar bezit had. De voorzitter heeft dit klachtonderdeel terecht van onvoldoende gewicht gevonden. Verzet ook voor het overige ongegrond, aangezien de passages waarover klaagster zich beklaagt onderdeel uitmaken van het processuele debat tussen partijen. Klaagster heeft zich daartegen in de procedure kunnen verweren. Geen tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2022:38 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-431/DB/OB
- Datum publicatie: 09-03-2022
- Datum uitspraak: 07-03-2022
- ECLI:NL:TADRSHE:2022:38
Verzetzaak. De gronden van verzet die door klager worden aangevoerd zijn een herhaling van zijn klacht. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:20 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3287
- Datum publicatie: 09-03-2022
- Datum uitspraak: 04-03-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:20
Klaagster heeft een klacht ingediend tegen de bedrijfsarts. Zij verwijt hem dat hij 1) heeft verzuimd te beoordelen of op de ziekmelding de Wet Verbetering Poortwachter van toepassing was, 2) zich niet heeft gehouden aan de richtlijnen (o.a. de STECR Werkwijze Arbeidsconflicten); de combinatie arbeidsconflict en arbeidsongeschikt bleek voor de bedrijfsarts niet bespreekbaar, 3) geen interesse heeft getoond in de lichamelijke en psychische klachten van klaagster, 4) niet of nauwelijks een dossier heeft opgebouwd, 5) klaagster heeft onthouden van een second opinion c.q. doorverwijzing naar een collega-bedrijfsarts en 6) klaagster naar een verkeerde klachtencommissie heeft verwezen.Het college heeft tevergeefs per (aangetekende) post op het bij het college bekende adres van de bedrijfsarts, via de e-mail en telefonisch geprobeerd om in contact te komen met de bedrijfsarts, om hem in de gelegenheid te stellen om schriftelijk op de klacht te reageren. De klacht is, door het ontbreken van een verweerschrift, niet weersproken door de bedrijfsarts. De klacht is behandeld op een openbare zitting van het college. Het college heeft geconcludeerd dat de klacht in al haar onderdelen gegrond is. De bedrijfsarts heeft zonder goede reden steeds vastgehouden aan zijn standpunten en klaagster niet van de juiste begeleiding voorzien, terwijl voor klaagster grote belangen op het spel stonden. Het college heeft de maatregel van berisping opgelegd.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1152
- Pagina: 1153
- Pagina: 1154
- ...
- Pagina: 4827
- Volgende pagina zoekresultaten