Zoekresultaten 11381-11390 van de 48274 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:39 Raad van Discipline Amsterdam 21-993/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Verweerster heeft de grenzen van de haar toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij overschreden door in het verweerschrift stellingen op te nemen en die te onderbouwen met stukken die uit mediation afkomstig zijn. De maatregel van waarschuwing is passend. De raad neemt in aanmerking de afwezigheid van een tuchtrechtelijk verleden van verweerster, het feit dat verweerster het onjuiste van haar standpunt heeft ingezien en verontschuldigen aan klager heeft aangeboden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:34 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-604/DH/RO

    Verweerster heeft, toen met klagers debat ontstond over de betaling van facturen, bij klagers aangedrongen op het overeenkomen van borgstellingen. Dit is ongeoorloofd en de raad rekent het verweerster aan dat zij de op dit punt geldende regels niet kende. Het verwijt raakt aan de kernwaarde (financiële) integriteit. Verweerster heeft verder nagelaten om de opdracht van klagers schriftelijk vast te leggen. In het bijzonder was daardoor onduidelijk wie precies de opdrachtgevers waren. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:46 Raad van Discipline Amsterdam 21-772/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in de onderliggende civiele procedure stukken over te leggen die volgens klager afkomstig zijn uit zijn privé administratie. Ook al zou op de wijze van verkrijging van een bewijsstuk het een en ander zijn aan te merken dan betekent dat nog niet dat een advocaat tuchtrechtelijk verwijtbaar handelt door dit stuk in een civiele procedure over te leggen. Het is aan de civiele rechter voorbehouden om, indien de wederpartij tegen overlegging van een bewijsstuk bezwaar maakt, te oordelen over de toelaatbaarheid daarvan, waarbij hij rekening zal houden met alle relevante omstandigheden van het geval, zoals de ernst van de door de wijze van verkrijging gemaakte inbreuk op de rechten van de partij die zich tegen de overlegging verzet en het gewicht van het belang dat de andere partij, gelet op de inhoud van het stuk, heeft bij die overlegging. Een advocaat die een hem door zijn cliënt ter beschikking gesteld bewijsstuk in het geding brengt, zal dan ook, behoudens bijzondere omstandigheden, in het algemeen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. In het onderhavige geval was geen sprake van dergelijke bijzondere omstandigheden. Verweerster heeft de stukken van haar cliënte ontvangen en het was ook niet zonder meer kenbaar dat het hier ging om stukken uit klagers privé administratie. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:72 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/385511 KL RK 21-47

    De notaris heeft de afwikkeling van de nalatenschap van erflaatster teveel op zijn beloop gelaten en onvoldoende regie genomen. De omstandigheid dat er naast de notaris een tweede executeur was in de persoon van de broer van klaagster had voor de notaris geen reden mogen zijn om zich zo afwachtend op te stellen. Van de notaris had hierin een actievere rol mogen worden verwacht.Dit geldt te meer nu er in deze nalatenschap een onterving aan de orde was, hetgeen de afwikkeling per definitie compliceert. De notaris heeft daar onvoldoende rekening mee gehouden, niet adequaat en voortvarend gecommuniceerd en haar professionele executeursrol in deze zaak niet naar behoren ingevuld. De door de notaris gestelde zakelijke en privé-omstandigheden zijn weliswaar begrijpelijk maar vormen hiervoor geen rechtvaardiging. Het had op de weg van de notaris gelegen de door haar gestelde belemmerende omstandigheden zelf op te vangen en/of daarvoor een voorziening te treffen. De klacht wordt daarom op dit punt gegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:35 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-084/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een zakelijk geschil kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:352 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-303/AL/MN

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat kennelijk ongegrond. Klager heeft onvoldoende onderbouwd dat verweerder hem onjuist heeft geadviseerd. Dat verweerder niet professioneel en/of onverantwoord heeft gehandeld, heeft klager eveneens onvoldoende onderbouwd. Dat sprake is van excessief declareren, heeft klager eveneens ook onvoldoende onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:32 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-515/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat via FNV. Kwaliteit dienstverlening. Verweerster heeft haar werkzaamheden voor klager onvoldoende zorgvuldig beëindigd. Na beëindiging van haar werkzaamheden, is het dossier via haar leidinggevende ter beoordeling terechtgekomen bij een letselschadebehandelaar, volgens verweerster een jurist maar geen advocaat. Het dossier is volledig uit de handen en het zicht van verweerster geraakt, althans zij heeft daar geen enkele bemoeienis meer mee gehad. Hier wringt de verantwoordelijkheid van verweerster als advocaat met de manier waarop de organisatie van FNV is ingericht. Vanwege haar zorgplicht als advocaat had het op de weg van verweerster gelegen om klager op de gang van zaken binnen FNV te wijzen en om de opties voor de verdere behandeling van zijn dossier na haar onttrekking uit te leggen. Door dit na te laten, heeft verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Verweerster heeft immers ook als advocaat in dienst van FNV een eigen verantwoordelijkheid en zorgplicht ten opzichte van haar cliënten, waarbij zij zich niet kan verschuilen achter het systeem van FNV. Klacht deels ongegrond, deels gegrond. Waarschuwing. Hoewel deze maatregel alleen verweerster treft, mag indirect FNV zich deze maatregel ook aantrekken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:40 Raad van Discipline Amsterdam 21-958/A/A

    Raadsbeslissing. Ongegronde klacht over advocaat wederpartij.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:47 Raad van Discipline Amsterdam 21-1040/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht heeft betrekking op de kwaliteit van dienstverlening door de eigen advocaat in de periode tussen 2004 en 2018. De klachtonderdelen die betrekking hebben op gedragingen die vallen in de periode buiten de driejaarstermijn van artikel 46g lid 1 onder a Advocatenwet, zijn niet-ontvankelijk wegens het tijdsverloop. Klagers stelling dat hij tot het moment dat hij zijn gemachtigde om advies had gevraagd niet bekend was met de gedragsregels waaraan een advocaat zich behoort te houden, kan niet gelden als een bijzondere omstandigheid als bedoeld in artikel 46 lid 2 Advocatenwet op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht. Voor zover klager verweerder verwijt dat hij weigert hem het volledige procesdossier te verstrekken, acht de raad dit klachtonderdeel ongegrond. Verweerder heeft aangegeven het volledige dossier op een USB-stick te hebben gezet en aan klager te hebben verstrekt. Klager heeft onvoldoende concreet gemaakt welke stukken en correspondentie hij dan nog specifiek wenste te ontvangen. Voor zover klager bedoelt dat onderdeel van het procesdossier ook betreffen de stukken van de procedures die zijn gevoerd in 2001 en 2007 is de raad van oordeel dat de bewaarplicht voor deze stukken ruimschoots is verstreken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:36 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-054/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij in een huurzaak kennelijk ongegrond.