Zoekresultaten 11371-11380 van de 48274 resultaten

  • ECLI:NL:TACAKN:2022:13 Accountantskamer Zwolle 21/1734 Wtra AK

    Frauderende accountant. Gegronde klacht, doorhaling voor de duur van acht jaar. Uitspraak uitvoerbaar bij voorraad.Een accountant die in het kader van een overeenkomst van opdracht bevoegdheden had om betalingen voor een onderneming te verrichten, maakt meermaals, met gebruikmaking van valse facturen, geld van die onderneming over naar zijn eigen bankrekening. Door zijn handelwijze heeft de accountant gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van integriteit en heeft hij het vertrouwen in het accountantsberoep op ernstige wijze geschaad.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:37 Raad van Discipline Amsterdam 21-874/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij is gedeeltelijk gegrond. Verweerster heeft zich in strijd met gedragsregel 21 lid 3 zonder toestemming van de wederpartij tot de rechter gewend nadat uitspraak was bepaald. Omdat verweerster haar e-mailbericht heeft ingetrokken, klagers geen procedureel nadeel hebben ondervonden van verweersters handelen en verweerster inzag dat zij haar e-mailbericht niet in deze vorm had moeten verzenden aan de kantonrechter heeft de raad aanleiding gezien om te volstaan met een gegrondverklaring van dit klachtonderdeel en geen maatregel aan verweerster op te leggen. Voor wat betreft de overige klachtonderdelen heeft verweerster bij de behartiging van de belangen van haar cliënt, de belangen van klagers niet onnodig geschaad of anderszins tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:39 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-1006/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat over financiën kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3047

    Klacht IGJ tegen verpleegkundige. De verpleegkundige gaat mee als vrijwilliger bij een vakantie-organisatie voor ouderen met en zonder zorgvraag. Een deelnemer, verder te noemen A., gaat eerst mee als mantelzorger voor zijn dementerende echtgenote. Na het overlijden van zijn echtgenote gaat A. nogmaals mee op een reis, waarbij beklaagde ook vrijwilliger is. Na de reizen ontstaat een in intensiteit snel groeiende vriendschap tussen A. en de verpleegkundige. Er is na verloop van tijd sprake van substantiële financiële donaties aan de verpleegkundige. De IGJ meent dat de verpleegkundige tekort geschoten in de zorg jegens A.. Er was sprake van een zorgrelatie die zij als verpleegkundige had met de echtgenote van A.. Tevens was zij gebonden om zo nodig ook zorg te verlenen aan A., die op dat moment ook klachten had. Desondanks is beklaagde zonder een afkoelingsperiode in acht te nemen een vriendschappelijke band met A. aangegaan. Zij heeft een volmacht geaccepteerd om zijn financiële en medische belangen te behartigen, ze heeft de voorziening in zijn nalatenschap geaccepteerd en andere geschenken en aankopen van hem aangenomen. Zij heeft ten opzichte van A. verschillende rollen (zorgprofessional, vriendin/’adoptiedochter’, gevolmachtigde, executeur testamentair, erfgenaam, ontvanger van geschenken, lening en geld) aangenomen die niet verenigbaar zijn met haar verantwoordelijkheid als zorgprofessional. De IGJ stelt dat de verpleegkundige aldus in strijd heeft gehandeld met hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt door niet te handelen conform haar professionele verantwoordelijkheid. Het tuchtcollege overweegt onder meer dat vast staat dat de verpleegkundige geen zorg heeft verleend aan A.. A. heeft zelf gedurende beide reizen geen zorg afgenomen. Ook is niet gebleken dat A. met de reis is meegegaan met het oogmerk om zelf desnoods zorg te kunnen afnemen. De financiële gunsten die A. haar gaf vonden plaats vanaf ongeveer een half jaar na het overlijden van de echtgenote van A. Een notaris heeft vastgesteld dat A. destijds wilsbekwaam was en dat er geen sprake was van ongepaste invloeden van de verpleegkundige. Het college is van oordeel dat het verband met beklaagdes beroep als verpleegkundige in deze specifieke context onvoldoende overtuigend is komen vast te staan om beklaagde daarvan een tuchtrechtelijk verwijt te maken. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:36 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-727/AL/MN

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:44 Raad van Discipline Amsterdam 21-828/A/A

    Raadsbeslissing. Klachten over eigen advocaat. Klachten deels gegrond. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door niet bij aanvaarding van de opdracht en aanvang van de werkzaamheden met klager sub 2 te bespreken dat deze in aanmerking zou komen voor gefinancierde rechtsbijstand, noch zich ervan te vergewissen wat de motieven van klager sub 2 waren om af te zien van gefinancierde rechtsbijstand. Maatregel; waarschuwing aan verweerder opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:38 Raad van Discipline Amsterdam 21-563/A/A 21-988/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht over de eigen advocaat en diens kantoor. Klacht over het kantoor van verweerder is niet-ontvankelijk. Het tuchtrecht voor advocaten ziet namelijk op klachten over het handelen van een individuele advocaat. Van de uitzondering hierop is geen sprake. De klacht over verweerder is gedeeltelijk gegrond. Verweerder heeft niet voldaan aan de eisen van professionaliteit en zorg die van hem als advocaat verwacht mogen worden. Verweerder heeft gedurende zijn vakantieperiode zijn praktijk niet laten waarnemen en ook na terugkeer van zijn vakantie zich onvoldoende ingespannen om de arresten waar klagers op wachtten zo spoedig mogelijk aan klagers toe te zenden. Maatregel van waarschuwing opgelegd en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:33 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-839/DH/RO

    Verweerder heeft klager en zijn cliënten op een zitting overvallen door onaangekondigd en onverwacht een geluidsfragment af te spelen. Verweerder heeft vervolgens verzuimd om het geluidsfragment onverwijld en onvoorwaardelijk aan klager te verstrekken. Dit alles is onbetamelijk en raakt aan de kernwaarde integriteit. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2022:45 Raad van Discipline Amsterdam 21-657/A/A

    Raadsbeslissing. Verzet is gedeeltelijk gegrond en klacht is in zoverre ook gegrond. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder heeft zich bedreigend uitgelaten jegens klager en diens advocaat. Maatregel van berisping opgelegd en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TNORARL:2021:71 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/382616 KL RK 21-7 C/05/382617 KL RK 21-8

    Klaagster heeft de feiten en omstandigheden die de (kandidaat-)notaris in dit verband aandraagt niet betwist en (h)erkent deze deels ook. Klaagster echter stelt zich op het standpunt dat bedoelde feiten en omstandigheden anders geïnterpreteerd dienen te worden omdat zij gezien moeten worden als een verschijningsvorm of gevolg van de persoonlijkheidsstoornis van moeder.Echter naar het oordeel van de kamer geen grond voor een tuchtrechtelijk verwijt (kandidaat-)notaris voor passeren testament ed.De (kandidaat-)notaris heeft moeder vele malen bezocht, telkens dezelfde ordelijke toestand aangetroffen en telkens dezelfde consistente, beredeneerde wensen voor wat betreft het testament van moeder vernomen. Niet is gesteld of gebleken dat de door klaagster aangevoerde feiten en omstandigheden voor de notaris redelijkerwijze kenbaar waren en als zij al kenbaar waren, of dat voor de (kandidaat-)notaris een reden had moeten zijn af te zien van het passeren van het testament.