Zoekresultaten 11081-11090 van de 48274 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:59 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-905/DH/RO

    Raadsbeslissing. Betamelijkheidsnorm en kernwaarde integriteit. Verweerder heeft niet gehandeld zoals dat een behoorlijk advocaat betaamt door bij het aanvaarden van de incasso-opdracht onvoldoende duidelijk te maken dat bij klager ook provisie in rekening wordt gebracht als klagers vordering buiten verweerder om wordt voldaan. Verweerder heeft de in rekening te brengen provisie bij tussentijdse beëindiging van de incasso-opdracht echter ‘verstopt’ in de incasso- en algemene voorwaarden in plaats van daar vooraf transparant over te zijn en klager hierover duidelijk te informeren. Verder is de hoogte van de in rekening gebrachte provisie gelet op de werkzaamheden die daar tegenover staan excessief en is de berekende rente in klagers zaak niet redelijk. Verweerder heeft financieel niet integer gehandeld. Maatregel van voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van vier weken, met een proeftijd van twee jaar. Verkorting termijn als bedoeld in artikel 8a lid 3 Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:73 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-1032/DB/ZWB

    Klacht tegen eigen advocaat. Niet gebleken dat verweerder klaagster heeft gegarandeerd dat zeker de helft van haar vordering zou worden toegewezen, of dat verweerder over onvoldoende dossierkennis beschikte. Opmerking van verweerder dat klaagster afstand van haar pensioenrechten zou hebben gedaan, rechtgezet in de reactie op het proces-verbaal van de comparitie, dus geen nadeel voor klaagster. Dat verweerder niet op de hoogte was van het vormvereiste van artikel 7:177 lid 1 BW is ondeskundig, maar niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Niet gebleken dat de financiële administratie niet op orde was. Termijnoverschrijving in de eigen klachtenprocedure verschoonbaar. Klacht op alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:53 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-118/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat over de kwaliteit van dienstverlening kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:74 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-1003/DB/LI

    Verzetzaak. Klacht tegen advocaat wederpartij. In zijn verzetschrift herhaalt klager slechts de maatstaf die de voorzitter heeft toegepast, maar voert geen gronden aan die tot een gegrond verzet kunnen leiden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:54 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-156/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2022:17 Accountantskamer Zwolle 21/1788 Wtra AK

    Betrokkene werkte als zelfstandig ondernemer voor één opdrachtgever. Betrokkene heeft offertes uitgebracht aan (potentiële) klanten van deze opdrachtgever, zonder diens medeweten. In een enkel geval heeft betrokkene vervolgens de opdracht gekregen en uitgevoerd. De Accountantskamer is van oordeel dat betrokkene hiermee in strijd heeft gehandeld met het fundamentele beginsel van vertrouwelijkheid (artikelen 16 en 18 van de VGBA), omdat hij op basis van vertrouwelijke informatie die hij heeft verkregen vanwege zijn contractuele relatie met de opdrachtgever, voor eigen gewin, potentiële klanten heeft benaderd en offertes aan hen heeft verstuurd. Ook is naar het oordeel van de Accountantskamer sprake van schending van het fundamentele beginsel van integriteit, want betrokkene heeft jegens de opdrachtgever niet eerlijk en oprecht gehandeld (artikel 11 van de VGBA). De Accountantskamer legt aan betrokkene de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:55 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-122/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:56 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-940/DH/RO

    Belangwekkend in deze zaak is het oordeel van de raad of een klacht ontvankelijk is, indien deze voor de tweede maal wordt ingediend bij de deken. De raad stelt met verweerder vast dat klaagster over het handelen van verweerder in het kader van de klachtbehandeling tegen de mrs. S. en R. – en dus over hetzelfde feitencomplex - medio 2020 reeds een klacht heeft ingediend. Nu deze klacht destijds echter niet is doorgezonden aan de Raad van Discipline, doet de situatie van artikel 47b AW zich naar het oordeel van de raad niet voor: er is in die klachtprocedure immers geen tuchtrechtelijke eindbeslissing in de zin van die bepaling genomen. Klaagster kan derhalve in onderhavige klacht worden ontvangen. Dat betekent dat de raad toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht. Klacht tegen de deken verder ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2022:57 Raad van Discipline 's-Gravenhage 21-786/DH/RO

    Klacht tussen advocaten over overname en verrekening van een toevoeging.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:71 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-1030/DB/LI

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klaagster dient een klacht in tegen de advocaat van haar moeder. De eerste vier klachtonderdelen zien op handelen van verweerder waarover enkel zijn eigen cliënte kan klagen. Klaagster is derhalve voor wat betreft die klachtonderdelen niet ontvankelijk. De laatste twee klachtonderdelen zijn ongegrond omdat niet is komen vast te staan dat verweerder persoonlijke informatie over klaagster gebruikt zonder doel en omdat niet is komen vast te staan dat verweerder klaagster heeft gekleineerd.