Zoekresultaten 11041-11050 van de 48269 resultaten
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3290
- Datum publicatie: 12-05-2022
- Datum uitspraak: 10-05-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:42
Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts verstandelijk gehandicapten. De zoon van klager woont in een zorginstelling voor gehandicaptenzorg. Hij is in kamerquarantaine geplaatst omdat hij in contact is geweest met een begeleider die besmet was met Covid-19. Volgens klager is beklaagde (onterecht) selectief geweest door hem als enige bewoner van de zorginstelling in quarantaine te plaatsen. Onweersproken is aangevoerd dat alleen de zoon van klager in contact is geweest met de besmette begeleider. Op grond van het protocol van de zorginstelling hoefde alleen de zoon van klager in quarantaine. Geen reden aangedragen waarom de andere bewoners in quarantaine hadden gemoeten. Beklaagde stond open voor maatwerk en was bereid om mee te denken om schade te voorkomen of te beperken. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:46 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3154
- Datum publicatie: 12-05-2022
- Datum uitspraak: 09-05-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:46
Klaagster, vertegenwoordigd door haar dochter, heeft een klacht ingediend tegen drie klinisch geriaters en twee arts assistenten. Beklaagde is een van de betreffende arts assistenten. Klaagster is eerder gediagnosticeerd met dementie en heeft maag-/darmklachten. Met deze klachten is zij, na meerdere onderzoeken, opgenomen ter observatie. Beklaagde is als een van de dienstdoende arts assistenten bij deze opname betrokken geweest. Klaagster verwijt haar onder meer een onjuiste weergave van de heteroanamnese en de klachten en het vervolgens uitzetten van een onjuist onderzoekstraject. Daarbij zou zij klaagster en haar dochter niet serieus hebben genomen. Ook maakt klaagster beklaagde verwijten over de diagnose, de behandeling, de conclusies uit het verrichte onderzoek en de bejegening van klaagster en haar dochter. Klaagster ging ervan uit dat de focus bij de opname zou liggen op haar maag-/darmklachten, maar in plaats daarvan werd de nadruk gelegd op het vergeten te eten en haar dementie.Het college acht de klacht in al zijn onderdelen kennelijk ongegrond. Het college ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de naar aanleiding van het opnamegesprek weergegeven heteroanamnese en klachten. Uitgaande van een juist weergegeven heteroanamnese en juist weergegeven klachten, heeft het college geen reden om het uitgezette onderzoekstraject onjuist te achten.Wat betreft de diagnose volgt het college beklaagde erin dat het vergeten te eten een verschijnsel is dat past bij dementie en dat dat in dit geval een reële mogelijkheid was. Beklaagde heeft dan ook op basis hiervan beleid kunnen uitzetten. Een en ander is telkens met klaagster afgesproken en zij heeft hiermee ingestemd. Ook ten aanzien van het uitgevoerde onderzoek (MMSE screening) en de daaruit getrokken conclusies heeft beklaagde niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.Van onheuse bejegening van de dochter van klaagster is geen sprake. Ook is niet gebleken dat beklaagde klaagster als wilsonbekwaam heeft behandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A32021/3384
- Datum publicatie: 12-05-2022
- Datum uitspraak: 10-05-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:43
Ongegronde klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. De echtgenoot van klaagster (hierna: de patiënt) woonde in het verpleeghuis waar beklaagde werkzaam was als specialist ouderengeneeskunde. De patiënt is na een besmetting met Covid-19 overleden. Onheuse bejegening van klaagster en haar zonen kan niet worden vastgesteld. Volgens het college is er geen sprake van het negatief neerzetten van klaagster en haar zonen in het medisch dossier. Geen aanleiding om te oordelen dat beklaagde tekort is geschoten in zijn informatie over de behandelopties en het te voeren beleid. Het valt beklaagde niet te verwijten dat klaagster en haar zonen geen afscheid hebben kunnen nemen. Geen aanknopingspunten om te oordelen dat de zorg voor de patiënt ontoereikend of onzorgvuldig is geweest. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:47 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3152
- Datum publicatie: 12-05-2022
- Datum uitspraak: 09-05-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:47
Klaagster, vertegenwoordigd door haar dochter, heeft een klacht ingediend tegen drie klinisch geriaters en twee arts assistenten. Beklaagde is een van de betreffende geriaters. Klaagster is eerder gediagnosticeerd met dementie en heeft maag-/darmklachten. Met deze klachten is zij, na meerdere onderzoeken, opgenomen geweest ter observatie. Beklaagde is in haar rol van supervisor van de dienstdoende arts assistenten bij deze opname betrokken geweest. Klaagster verwijt haar onder meer een onjuiste weergave van de heteroanamnese en de klachten en het vervolgens uitzetten van een onjuist onderzoekstraject. Daarbij zou zij klaagster en haar dochter niet serieus hebben genomen. Ook maakt klaagster beklaagde verwijten over de diagnose, de behandeling en de conclusies uit het verrichte onderzoek. Klaagster ging ervan uit dat de focus bij de opname zou liggen op haar maag-/darmklachten, maar in plaats daarvan werd de nadruk gelegd op het vergeten te eten en haar dementie.Het college acht de klacht in al zijn onderdelen kennelijk ongegrond. Het college ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de naar aanleiding van het opnamegesprek weergegeven heteroanamnese en klachten. Daarbij acht het college van belang dat een anamnese geen woordelijk gespreksverslag is, maar een weergave (en daarmee interpretatie) van de arts van wat er verteld is. Uitgaande van een juist weergegeven heteroanamnese en juist weergegeven klachten, heeft het college geen reden om het uitgezette onderzoekstraject onjuist te achten.Wat betreft de diagnose volgt het college beklaagde erin dat het vergeten te eten een verschijnsel is dat past bij dementie en dat dat in dit geval een reële mogelijkheid was. Beklaagde heeft dan ook op basis hiervan beleid kunnen uitzetten dan wel als supervisor kunnen accorderen. Een en ander is telkens met klaagster afgesproken en zij heeft hiermee ingestemd.Ook ten aanzien van het uitgevoerde onderzoek (MMSE screening)en de daaruit getrokken conclusies heeft beklaagde niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3467
- Datum publicatie: 12-05-2022
- Datum uitspraak: 10-05-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:44
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. De echtgenoot van klaagster (hierna: de patiënt) woonde in het verpleeghuis waar beklaagde werkzaam was als verpleegkundige. De patiënt is na een besmetting met Covid-19 overleden. Onheuse bejegening van klaagster en haar zonen en verstrekken van onjuiste informatie kan niet worden vastgesteld. Volgens het college is er geen sprake van het negatief neerzetten van klaagster en haar zonen in het medisch dossier. Het is niet aan beklaagde om te beoordelen of een patiënt terminaal is. Het kan hem dan ook niet verweten worden dat hij klaagster en haar zonen niet heeft geïnformeerd hierover. Het college heeft geen aanknopingspunten om te oordelen dat de zorg voor de patiënt ontoereikend of onzorgvuldig is geweest. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3153
- Datum publicatie: 12-05-2022
- Datum uitspraak: 09-05-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:48
Klaagster, vertegenwoordigd door haar dochter, heeft een klacht ingediend tegen drie klinisch geriaters en twee arts assistenten. Beklaagde is een van de betreffende arts assistenten. Klaagster is eerder gediagnosticeerd met dementie en heeft maag-/darmklachten. Met deze klachten is zij, na meerdere onderzoeken, opgenomen geweest ter observatie. Beklaagde is als een van de dienstdoende arts assistenten bij de opname betrokken geweest. Klaagster verwijt hem onder meer een onjuiste weergave van de heteroanamnese en de klachten en het vervolgens uitzetten van een onjuist onderzoekstraject. Daarbij zou hij klaagster en haar dochter niet serieus hebben genomen. Ook maakt klaagster beklaagde verwijten over de diagnose, de behandeling, de conclusies uit het verrichte onderzoek en de bejegening van klaagster en haar dochter. Klaagster ging ervan uit dat de focus bij de opname zou liggen op haar maag-/darmklachten, maar in plaats daarvan werd de nadruk gelegd op het vergeten te eten en haar dementie.Het college acht de klacht in al zijn onderdelen kennelijk ongegrond. Van de contacten die beklaagde tijdens de visites met klaagster heeft gehad, ziet het college geen aanleiding voor het oordeel dat de door beklaagde genoteerde anamnese en klachten verkeerd in het dossier zijn genoteerd. Ook ziet het college geen aanleiding om de door beklaagde genoteerde aantekeningen van de bezoeken en het beleid onjuist te achten, dan wel te oordelen dat beklaagde klaagster (en haar dochter) niet serieus zou hebben genomen.Wat betreft de diagnose volgt het college beklaagde erin dat het vergeten te eten een verschijnsel is dat past bij dementie en dat dat in dit geval een reële mogelijkheid was. Beklaagde heeft dan ook op basis hiervan beleid kunnen uitzetten. Een en ander is telkens met klaagster afgesproken en zij heeft hiermee ingestemd. Ook ten aanzien van het uitgevoerde onderzoek (MMSE screening) en de daaruit getrokken conclusies heeft beklaagde niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld.Van onheuse bejegening van de dochter van klaagster is geen sprake. Ook is niet gebleken dat beklaagde klaagster als wilsonbekwaam heeft behandeld.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3151
- Datum publicatie: 12-05-2022
- Datum uitspraak: 09-05-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:49
Klaagster, vertegenwoordigd door haar dochter, heeft een klacht ingediend tegen drie klinisch geriaters en twee arts assistenten. Beklaagde is een van de betreffende geriaters. Klaagster is eerder gediagnosticeerd met dementie en is vanwege maag-/darmklachten meerdere malen bij beklaagde op consult geweest en door beklaagde onderzocht. Onder meer heeft beklaagde de PPI’s van klaagster aangepast en heeft zij een gastroscopie laten verrichten, waarbij maagzweren zijn aangetroffen. Nadat klaagster hiervoor was behandeld met medicijnen waren de maagzweren bij een gastroscopie ter controle niet meer te zien. Vanwege terugkerende buikpijnklachten is klaagster vervolgens, na verwijzing van beklaagde, opgenomen ter observatie.Klaagster verwijt beklaagde onder meer dat zij haar niet met voorrang heeft verwezen naar een MDL-arts en dat zij (te) laat een gastroscopie heeft aangevraagd. Ook maakt klaagster beklaagde meerdere verwijten omtrent het gebruik van de PPI’s. Zo meent klaagster dat er een reboundeffect is opgetreden doordat beklaagde het gebruik van de PPI’s ineens, zonder afbouwschema, heeft gestopt. Dit heeft volgens klaagster geleid tot haar maag-/darmklachten.Het college acht de klacht in al zijn onderdelen kennelijk ongegrond. Uit het dossier leidt het college af dat beklaagde bij uitstek heeft gekeken naar de maag-/darmklachten van klaagster. Het college acht het zorgvuldig dat beklaagde, nadat de maagzweren verdwenen waren, ook breder heeft gekeken naar een mogelijke oorzaak van de buikpijnklachten.Wat betreft het gebruik, staken en vervangen van de PPI’s blijkt uit het dossier dat dit telkens in overleg met en met goedkeuring van klaagster heeft plaatsgevonden. Mogelijke bijwerkingen heeft beklaagde nagevraagd bij de farmacotherapeut. Naar het oordeel van het college heeft beklaagde voldoende onderbouwd dat het reboundeffect in het geval van klaagster niet is opgetreden.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:40 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3309
- Datum publicatie: 12-05-2022
- Datum uitspraak: 10-05-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:40
Gedeeltelijk gegronde klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Klaagster, moeder van een zoon met een zware handicap na een plotselinge hartstilstand, klaagt over de zorg en behandeling over haar zoon en de communicatie met de ouders. De specialist ouderengeneeskunde heeft onvoldoende laten blijken dat zij contact heeft gehad met externe specialisten over behandelopties voor de zoon van klaagster. Zij had op dit punt meer door moeten pakken, haar stappen duidelijker moeten communiceren richting de ouders en meer de regie moeten nemen. Het kan niet worden vastgesteld dat het handelen onder de maat was. Het college heeft oog voor de ingewikkelde positie van beklaagde als enige specialist ouderengeneeskunde in de instelling, maar gelet op de vertrouwensbreuk had zij toch meer initiatief moeten nemen tot een oplossing. De klacht over het medicatiebeleid slaagt niet. Klachten deels gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3150
- Datum publicatie: 12-05-2022
- Datum uitspraak: 09-05-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:50
Klacht tegen drie klinisch geriaters en twee arts assistenten. Beklaagde is een van de betreffende geriaters. Klaagster is eerder gediagnosticeerd met dementie en is vanwege maag-/darmklachten, na meerdere onderzoeken, opgenomen ter observatie. Beklaagde was in haar rol van supervisor van de dienstdoende arts assistenten bij deze opname betrokken. Klaagster, vertegenwoordigd door haar dochter, verwijt beklaagde dat zij een foute diagnose heeft gesteld, een onjuiste behandeling heeft uitgezet en opgelegd, onjuist onderzoek heeft uitgevoerd en foutieve conclusies heeft getrokken. Ook verwijt zij beklaagde dat zij de dochter van klaagster onheus heeft bejegend en klaagster als wilsonbekwaam heeft behandeld. Klaagster ging ervan uit dat de focus bij de opname zou liggen op haar maag-/darmklachten, maar in plaats daarvan werd de nadruk gelegd op het vergeten te eten en haar dementie.Het college acht de klacht in al zijn onderdelen kennelijk ongegrond. Het college volgt beklaagde erin dat het vergeten te eten een verschijnsel is dat past bij dementie en dat dat in dit geval een reële mogelijkheid was. Beklaagde heeft dan ook op basis hiervan beleid kunnen uitzetten dan wel als supervisor kunnen accorderen. Een en ander is telkens met klaagster afgesproken en zij heeft hiermee ingestemd. Beklaagde heeft op basis van de observaties tijdens de opname kunnen concluderen dat klaagster baat had bij maaltijdtoezicht. Van onheuse bejegening van de dochter van klaagster is geen sprake. Ook is niet gebleken dat beklaagde klaagster als wilsonbekwaam heeft behandeld.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2022:70 Raad van Discipline 's-Gravenhage 22-203/DH/RO
- Datum publicatie: 11-05-2022
- Datum uitspraak: 11-05-2022
- ECLI:NL:TADRSGR:2022:70
Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1104
- Pagina: 1105
- Pagina: 1106
- ...
- Pagina: 4827
- Volgende pagina zoekresultaten