Zoekresultaten 10981-10990 van de 48269 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:100 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1115

    Klacht tegen kinderarts. Klaagster is met haar zoontje van destijds bijna zes maanden oud, op 17 mei 2017 verschenen op de SEH van het ziekenhuis waar de kinderarts werkt, wegens koorts, benauwdheid en slapheid. Nadat haar zoontje is onderzocht, zijn ze met medicatie naar huis gegaan. De volgende dag meldde klaagster zich opnieuw op de SEH en sindsdien is de kinderarts aangemerkt als de hoofdbehandelaar van haar zoontje. Na een tijdelijke overplaatsing naar een ander ziekenhuis, is het zoontje van klaagster in de periode daarop meerdere malen door verschillende zorgverleners in het ziekenhuis, waaronder de kinderarts, gecontroleerd. Uiteindelijk is een lijnsepsis met een trombus aan de katheterpunt gediagnosticeerd. Klagers verwijten de kinderarts: a) dat hij op 17 mei 2017 geen laboratoriumonderzoek heeft laten uitvoeren en die dag geen antibiotica heeft voorgeschreven, b) dat hij op 22 augustus 2017 geen bloedkweek heeft afgenomen of ander onderzoek heeft gedaan naar een eventuele lijninfectie, waardoor de lijninfectie later is ontdekt dan nodig was, en c) dat hij geen deugdelijk dossier heeft bijgehouden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klagers in klachtonderdeel a niet-ontvankelijk verklaard, klachtonderdeel b gegrond verklaard en de kinderarts ter zake daarvan de maatregel van een waarschuwing opgelegd, en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. De kinderarts heeft beroep ingesteld tegen deze beslissing omdat hij zich niet kan vinden in de gegrondverklaring van klachtonderdeel b en de opgelegde maatregel. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de kinderarts geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Het beroep van de kinderarts slaagt. Klachtonderdeel b wordt alsnog ongegrond verklaard en de opgelegde maatregel komt te vervallen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:78 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 21-846/AL/GLD

    Voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij. Verweerster mocht de gewraakte standpunten innemen in het processtuk en daarbij afgaan op de van haar cliënte verkregen informatie. Dat sprake was van apert onjuiste en tegenstrijdige informatie is niet gebleken. Het stond verweerster vrij om een kort geding tegen klaagster aan te spannen. Deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam D2021/3022

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een orthopedisch chirurg. De orthopedisch chirurg heeft een deskundigenonderzoek uitgevoerd en rapport naar aanleiding van een verkeersongeval van de zoon van klager. Het is niet gebleken dat dit onderzoek niet onafhankelijk, ondeskundig of incompleet is uitgevoerd. Een nieuwe MRI-scan maken was niet nodig of zinvol. De conclusie van het onderzoek worden gedragen door de bevindingen in het rapport. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:98 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.052

    Klacht tegen verzekeringsarts. Tussen klager en de verzekeringsmaatschappij loopt een letselschadeprocedure over een aan klager uit te keren schadevergoeding na een auto-ongeluk waar klager als slachtoffer bij betrokken was. Drie specialisten hebben deskundigenrapportages uitgebracht die niet eenduidig zijn over de beperkingen van klager. Klager en de verzekeraar zijn overeengekomen dat de verzekeringsarts op basis van die deskundigenrapportages zal rapporteren over de omvang van de beperkingen die klager bij het ongeval heeft opgelopen. Volgens klager voldoet het deskundigenrapport van de verzekeringsarts niet aan de tuchtrechtelijke normen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGDKG:2022:106 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/709981 / DW RK 21/518 MdV/WdJ

    Beslissing op verzet. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door het leggen van bankbeslag. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:73 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3404

    Klacht tegen een neuroloog. Klaagster verwijt de neuroloog ten eerste dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan en ten tweede dat hij haar klachten onvoldoende serieus heeft genomen, waardoor hij niet tot de juiste diagnose van een spinale durale arterioveneuze fistel (SDAVF) is gekomen. Wat betreft het eerste klachtonderdeel overweegt het college als volgt. De neuroloog heeft naar het oordeel van het college te lang vastgehouden aan zijn vermoeden dat mogelijk sprake was van parkinsonisme en heeft onvoldoende nader onderzoek gedaan naar de oorzaken van het toenemend vallen van klaagster. Het college acht het eerste klachtonderdeel gegrond. Het tweede klachtonderdeel is ongegrond. Ook al beoordeelt het college het onderzoek als onvoldoende en heeft de neuroloog de ernst van de klachten van klaagster ten onrechte niet goed ingeschat, dan betekent dat nog niet dat hij haar klachten niet serieus heeft genomen. Het college legt aan de neuroloog de maatregel van waarschuwing op en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:99 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1022

    Klacht van de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) tegen een fysiotherapeut. IGJ verwijt de fysiotherapeut onder meer dat hij tijdens de behandelrelatie niet de professionele distantie heeft gehouden tot patiënte en ernstig seksueel grensoverschrijdend heeft gehandeld jegens patiënte. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht gegrond en legt op de maatregel van doorhaling van de inschrijving in het BIG-register. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de fysiotherapeut tegen deze beslissing. Dit betekent dat de fysiotherapeut zijn werk in die hoedanigheid niet meer mag uitoefenen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2022:107 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/709531 / DW RK 21/502 MdV/WdJ

    Beslissing op verzet. Omdat de gerechtsdeurwaarder enkel een zogenaamde losse opdracht had om een dagvaarding te betekenen, was de gerechtsdeurwaarder slechts gehouden de wettelijke formaliteiten te controleren. De gerechtsdeurwaarder was niet op de hoogte, en hoefde ook niet op de hoogte te zijn, van een eventuele betwisting van de vordering. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2022:108 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/702225 DW RK 21/206 MdV/WdJ

    De gerechtsdeurwaarders hebben in dit geval niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld door klagers aan te schrijven op het adres van hun onderneming. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:94 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.063

    Klacht van een zorgverzekeraar tegen een psychiater. De psychiater werkte ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen als zelfstandig werkend psychiater en deels in loondienst en had in 2013 een zorgovereenkomst met klager gesloten. De klacht houdt in dat psychiater in 2013 opzettelijk onjuiste declaraties heeft ingediend voor specialistische geestelijke gezondheidszorg, terwijl die zorg in werkelijkheid niet (volledig) aan de verzekerden van klager is geleverd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard en aan de psychiater de maatregel van doorhaling in het BIG-register opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege komt, ook na overlegging van alle patiëntendossiers, tot hetzelfde oordeel als het Regionaal Tuchtcollege. Het Centraal Tuchtcollege handhaaft de maatregel van doorhaling en ontzegt de psychiater, als hij op het moment van onherroepelijk worden van deze beslissing niet in het BIG-register is ingeschreven, het recht om opnieuw in het BIG-register ingeschreven te worden.