Zoekresultaten 10971-10980 van de 48269 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:79 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-002/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft de grenzen van de hem toekomende vrijheid als advocaat van de wederpartij niet overschreden. Drie klachtonderdelen zijn kennelijk ongegrond, een klachtonderdeel deels niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk niet-ontvankelijk en een klachtonderdeel kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:102 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1080

    Klacht tegen uroloog. Klager is door de huisarts naar het ziekenhuis verwezen voor een nadere analyse in verband met infertiliteit en klachten die mogelijk passen bij testosteron insufficiëntie. Klager was ontevreden over zijn consult bij de beklaagde uroloog. De behandeling is vervolgens overgenomen door een collega-uroloog. Klager klaagt over de bejegening van de uroloog. Volgens klager heeft de uroloog zijn hulpvraag niet gehoord en tijdens het consult insinuerende opmerkingen heeft gemaakt. Ook heeft de uroloog, toen zij hoorde dat haar collega aan klager een verkeerd medicijn had voorgeschreven, tijdens het telefoongesprek daarover een luchtige houding aangenomen. Zij is vergeten om lichamelijk onderzoek te verrichten en is de toezegging dat klager telefonisch een herhaalrecept kon krijgen niet nagekomen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Klager is in beroep gegaan van drie klachtonderdelen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:133 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2020.068

    Klacht tegen neuroloog. De neuroloog heeft in 2016 heeft bij klaagster de diagnose MS gesteld. Klaagster verwijt de neuroloog in de kern onder meer dat hij niet al in 2010, maar pas in 2016 de diagnose MS heeft gesteld en dat hij ten onrechte de behandelrelatie heeft beëindigd, onder de onjuiste overweging dat klaagster niet behandelbaar was. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart het klachtonderdeel betreffende het beëindigen van de behandelrelatie gegrond en legt een waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de neuroloog ook op het punt van de monitoring van klaagster vanaf 2010 in de zorg voor klaagster is tekortgeschoten en acht het beroep van klaagster in zoverre gegrond. Dit college ziet hierin echter geen aanleiding om aan de neuroloog een zwaardere maatregel op te leggen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:103 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1028

    Klacht van tandarts tegen collega-tandarts. De beklaagde tandarts heeft tegenover een patiënt (onjuiste) uitlatingen gedaan over een door klaagster tijdens de spoeddienst bij die patiënt uitgevoerde behandeling. Klaagster heeft daarover een klacht ingediend bij het KNMT die gegrond is verklaard. Klaagster heeft de tandarts gevraagd de uitlatingen richting patiënt te corrigeren, maar de tandarts weigert dit. Klaagster heeft er als tandarts belang bij dat de onterechte beschuldigingen worden hersteld en dat het vertrouwen wordt hersteld (klachtonderdeel 1). De onjuiste mededeling van de tandarts aan de patiënt impliceert volgens klaagster bovendien dat de tandarts in een vergelijkbare situatie niet de juiste zorg zou verlenen. Daarmee rijst de vraag of de tandarts voldoende kennis heeft van het beoefenen van mondzorg (klachtonderdeel 2)Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klachtonderdeel 1 kennelijk ongegrond en verklaart klaagster niet-ontvankelijk in klachtonderdeel 2. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:104 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1034

    Klacht van tandarts tegen collega-tandarts. Klager verwijt de tandarts dat hij:1. een patiënt opzettelijk in de waan heeft gebracht of gelaten dat de mondhygiënist van klager een verkeerde diagnose had gesteld en verzuimd heeft een status te maken;2. daarmee bedrog heeft gepleegd door deze patiënt een valse verklaring te laten opstellen;3. deze verklaring in tuchtrechtelijke procedures tegen klager heeft ingebracht en daarmee voordeel geniet uit oneerlijke mededingen;4. geen berouw of zelfinzicht heeft getoond;5. een gewoonte maakt van het misleiden van patiënten voor parodontologie.Het Regionaal Tuchtcollege verklaart klager niet-ontvankelijk in de klachtonderdelen 1, 4 en 5 en verklaart klachtonderdelen 2 en 3 kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:105 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1136

    Klacht tegen tandarts. Klaagster verwijt de tandarts dat hij:1. onvoldoende actief is geweest ten aanzien van de monitoring van cariës waardoor bestaande cariës te laat of onvoldoende behandeld zijn;2. een vulling heeft gemaakt in element 17 die niet voldoet aan hetgeen van een redelijk handelend tandarts mag worden verwacht, de vulling staat over en sluit niet aan;3. de DPSI-scores nooit in het dossier heeft genoteerd;4. onvoldoende diagnostiek heeft uitgevoerd door voorafgaand aan de uitgevoerde endodontische behandelingen – op één uitzondering na - geen röntgenfoto’s te maken en hiermee niet heeft gehandeld conform de professionele standaard;5. geen foto’s heeft gemaakt in het kader van de diagnosestelling waardoor er bij klaagster geen sprake kon zijn van informed consent.Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard, voor zover de klacht betrekking heeft op handelingen die hebben plaatsgevonden meer dan tien jaar voor de datum van de indiening van de klacht, en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2022:19 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2021/48 en 49

    De klachten gaan over verschillende notariële werkzaamheden die de oud-notaris en de notaris voor (de familie van) klaagster hebben verricht. Gelet op het klaagschrift, de overgelegde stukken en het feit dat de oud-notaris is gedefungeerd heeft de kamer begrepen dat de klachtonderdelen 1 tot en met 4 tegen de oud-notaris zijn gericht en dat de klachtonderdelen 5 tot en met 11 tegen de notaris zijn gericht. Uit het klaagschrift volgt dat klachtonderdeel 12 tegen beide notarissen is gericht. De kamer is van oordeel dat een aantal klachtonderdelen te laat is ingediend en daarom niet-ontvankelijk is. De overige klachtonderdelen zijn ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:106 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1141

    Klacht tegen tandarts. Klager verwijt de tandarts dat hij hem heeft bedrogen bij:1. de facturering. Volgens klager mocht de tandarts geen gebitsreiniging in rekening brengen, omdat die niet is uitgevoerd;2. de offerte. Volgens klager heeft de tandarts geen duidelijkheid gegeven over de kosten, zijn er ongevraagde behandelingen opgenomen in de offerte en stonden er behandelingen in de offerte die reeds waren uitgevoerd;3. de procedure bij de kantonrechter, omdat de tandarts daar valse verklaringen heeft afgelegd.Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht kennelijk ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:107 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1174

    Klacht tegen orthodontist. De orthodontist heeft de zoon van klager twee keer voor een consult gezien. Bij dat laatste consult is een melkkies getrokken en is een voorlopige kostenbegroting meegegeven. Klager heeft de orthodontist per mail laten weten dat hij geen toestemming heeft gegeven voor een medische behandeling en dat hij in contact wil komen met de orthodontist. Na vergeefs contact met de praktijkmanager heeft de orthodontist een mail gestuurd waarin hij klager onder meer aanraadt een andere orthodontist te zoeken en dat hij de zoon van klager niet zal behandelen. Klager verwijt de orthodontist dat hij de behandelovereenkomst niet op deze manier had mogen beëindigen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond, legt aan de orthodontist de maatregel van waarschuwing op en verklaart de klacht voor het overige gegrond. De orthodontist heeft beroep ingesteld van het gegrond verklaarde klachtonderdeel. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het beroep gegrond, omdat er in dit specifieke geval sprake was van een beëindiging van de behandelovereenkomst met wederzijds goedvinden. Dit betekent dat de waarschuwing komt te vervallen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2022:101 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2021.1079

    Klacht tegen uroloog. Klager is door de huisarts naar het ziekenhuis verwezen voor een nadere analyse in verband met infertiliteit en mogelijke testosteron insufficiëntie.Klager was ontevreden over zijn consult bij een collega-uroloog. De beklaagde uroloog heeft de behandeling van klager overgenomen. Klager verwijt de uroloog dat hij een verkeerd medicijn heeft voorgeschreven, dat hij klager niet serieus heeft genomen in zijn zorgen over de mogelijke consequenties van inname van het verkeerde medicijn en toen er een afspraak was ingepland de verkeerde uroloog en dat de uroloog de toezegging dat klager telefonisch een herhaalrecept kon krijgen, niet is nagekomen.Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht dat er een verkeerd medicijn is voorgeschreven gegrond verklaard en de uroloog daarvoor een waarschuwing opgelegd en heeft de klacht verder afgewezen. Klager is in beroep gekomen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.