Zoekresultaten 10821-10830 van de 48216 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:98 Hof van Discipline 's Gravenhage 210290

    Klacht over eigen advocaat over kwaliteit van de dienstverlening, onder meer ter zake van de communicatie, afspraken over de kosten voor de rechtsbijstand en het verstrekken van stukken. Het hof bekrachtigt het oordeel van de raad dat de verwijten van klager onvoldoende concreet gemotiveerd zijn. Voor zover de raad een klachtonderdeel gegrond had verklaard omdat uit het dossier onvoldoende was gebleken dat verweerder klager voldoende had geïnformeerd over de consequenties van het vonnis en de mogelijkheden van beroep, heeft het hof dit klachtonderdeel alsnog ongegrond verklaard. Verweerder heeft bij het hof stukken ter onderbouwing van zijn standpunt overgelegd, Beroep slaagt in zoverre. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:102 Hof van Discipline 's Gravenhage 210331

    Wrakingsverzoek is wegens misbruik van recht buiten behandeling gelaten. De onderhavige wraking, die niet anders uitgelegd kan worden dan als middel om alsnog uitstel van de zitting te verkrijgen, past in het patroon en eerdere wrakingen zijn door het hof reeds gekwalificeerd als misbruik van het middel van wraking, met de overweging dat een volgend verzoek van dezelfde strekking niet in behandeling wordt genomen. Ontvankelijkheid klagers: Het hof is van oordeel dat het indienen van een tuchtklacht bij de deken niet valt onder een vermogensrechtelijke handeling. Voor zover is bedoeld dat voor het doorzenden van de klacht naar de tuchtrechter de toestemming van de bewindvoerder is vereist wegens het voldoen van het griffierecht, geldt dat de bewindvoerder (impliciet) toestemming heeft verleend door voldoening van het griffierecht. De beslissing van de raad, waarin de klacht gegrond is verklaard, wordt bekrachtigd. Het hof kan zich vinden in de door de raad opgelegde maatregel en daaraan ten grondslag gelegde motivering. Door de handelwijze van verweerder heeft het vertrouwen in de advocatuur een ernstige deuk opgelopen. Aan verweerder wordt de maatregel van schorsing voor de duur van 52 weken opgelegd, waarvan 26 weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3391

    Klacht tegen huisarts, inhoudende dat hij onzorgvuldig en niet volgens protocol heeft gehandeld. Ook heeft beklaagde, terwijl hij bekend was met het feit dat patiënte eerder nierbekkenontsteking heeft gehad, opnieuw onzorgvuldig gehandeld en klagers niet serieus genomen. Daarnaast zou beklaagde klagers geen excuses hebben aangeboden of contact met hen heeft willen opnemen. Het college is van oordeel dat beklaagde niet heeft gehandeld conform de richtlijn “NHG-standaard Kinderen met koorts”. De dossiervoering van beklaagde voldoet ook niet aan de daaraan te stellen eisen. Beklaagde zou bij koorts zonder focus direct hebben kunnen verwijzen, maar in elk geval afspraken over een herbeoordeling na twee dagen hebben moeten maken. Dat heeft hij nagelaten. Met betrekking tot klachtonderdeel twee overweegt het college dat gelet op de voorgeschiedenis van patiënte, waarvan beklaagde op de hoogte was, en de aanwijzing van de behandelend kinderuroloog, zou beklaagde hebben kunnen besluiten direct te verwijzen, of duidelijke afspraken over het vervolg van het (urine)onderzoek en de verdere behandeling hebben moeten maken. Het eerste heeft hij niet overwogen, het tweede heeft hij nagelaten. Dit handelen was onzorgvuldig en is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Beklaagde heeft geen stappen ondernomen om alsnog in contact te komen met klagers. Ook in dit geval neemt beklaagde geen verantwoordelijkheid en verwijst hij naar een fout van zijn assistente. Dit gebrek aan reflectie rekent het college hem aan. Het college acht de klacht geheel gegrond en legt de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:99 Hof van Discipline 's Gravenhage 210299

    De beslissing van de raad, waarin de klacht van klager in aller onderdelen ongegrond is verklaard, wordt bekrachtigd. Het hof oordeelt dat verweerster afdoende heeft toegelicht dat het redelijk is dat zij processtukken over het huurrechtgeschil in het kader van de erfrechtprocedure heeft moeten bestuderen. Ook ten aanzien van de andere klachtonderdelen sluit het hof zich aan bij het oordeel van de raad. Het is het hof niet gebleken dat voor de onderhavige kwestie specialistische kennis vereist was.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:103 Hof van Discipline 's Gravenhage 210360

    Het beroep van klager richt zich op de door de raad ongegrond verklaarde klachtonderdelen b), c) en d) en de hoogte van de opgelegde maatregel. Het hof ziet op basis van het onderzoek in hoger beroep geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de raad. Klager verwijt verweerder bij klachtonderdeel c) dat verweerder niet wist dat Wob-verzoeken bij de bestuursrechter moesten worden ingediend. Verweerder heeft op de zitting bij het hof toegelicht hoe de Wob-kwestie bij de civiele rechter terecht is gekomen. Klager heeft deze gang van zaken niet (gemotiveerd) weersproken. Dat verweerder heeft nagelaten om een schriftelijke bevestiging hiervan te sturen is in de omstandigheden van het onderhavige geval en gelet op hetgeen over en weer is gesteld, evenwel niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, temeer daar klager niets meer te verliezen had door het indienen van die nevenvordering. De slotsom is dat het beroep van klager niet slaagt, hij niet ontvankelijk is zijn beroep tegen de hoogte van de maatregel en dat de beslissing van de raad zal worden bekrachtigd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3045 en Z2021/3504

    Klacht tegen GZ-psycholoog. Klager verblijft in een tbs-kliniek. Beklaagde is in de hoedanigheid van behandelcoördinator bij de behandeling van klager betrokken. Klager verwijt hem het stellen van een onjuiste diagnose en het geven van onjuist advies omtrent zijn overplaatsing naar een andere afdeling. Ook klaagt klager erover dat hij de documenten betreffende zijn behandeling niet heeft ontvangen, terwijl hij daar meerdere keren om heeft gevraagd, en dat beklaagde zijn cultuur en persoonlijkheid heeft beledigd.Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:104 Hof van Discipline 's Gravenhage 210363

    Schending kernwaarde onafhankelijkheid. Gebleken is, dat verweerder te weinig onafhankelijk was van zijn cliënte om haar op objectieve wijze bij te staan. Het gebrek aan onafhankelijkheid van verweerder komt tot uitdrukking in de wijze waarop hij zijn zorgen over de gang van zaken in de VVE naar voren bracht en waarbij hij bestuurders en andere leden van de VVE en een deskundige beschuldigde van ernstige (strafbare) feiten. Als gevolg van de vermenging van rollen was voor klagers op enig moment niet meer duidelijk met wie zij te maken hadden: de buurman, de echtgenoot van hun medelid van de VvE of haar advocaat. Verweerder werkte dat in de hand, door klagers of anderen op willekeurige momenten te confronteren met zijn beschuldigingen. Doordat zijn hoedanigheid van advocaat steeds door zijn hoedanigheid van de medebewoner heen schemerde, ook wanneer hij wellicht beoogde als privépersoon op te treden, kunnen zijn uitlatingen steeds met zijn beroepsuitoefening in verband en daarmee onder het bereik van het tuchtrecht kan worden gebracht. Er is geen sprake van een schending van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM. Opgelegde maatregel: schorsing van 8 weken.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3653

    Kennelijke ongegronde klacht tegen een gz-psycholoog. De gz-psycholoog heeft een Pro Justitia rapportage opgesteld over klager. Zij heeft dit onderzoek voortijdig afgebroken, omdat zij zich niet langer in staat achtte om haar werkzaamheden goed uit te voeren vanwege de door haar als dwingend ervaren verzoeken van klager. Klager is van mening dat de gz-psycholoog onjuist heeft gehandeld omdat zij, kort gezegd, niet de juiste informatie bij het rapport heeft betrokken, geweigerd heeft haar werkzaamheden uit te voeren, niet deskundig is en klager onheus heeft bejegend. Het college vindt de keuze van de gz-psycholoog om het onderzoek te beëindigen - gelet op de inhoud en toon van de e-mails van klager- verdedigbaar. Overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:67 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3500

    Klacht tegen psychiater. Klager verblijft in een tbs-kliniek. Beklaagde is directeur van deze kliniek. Klager verwijt beklaagde dat er geen zorg voor hem is en dat hij zich niet gerespecteerd voelt. Volgens klager is hij weggestuurd bij de medische dienst en was er geen vervoer geregeld toen hij vanwege lichamelijke klachten naar het ziekenhuis moest. Ook is klager door werknemers van de kliniek geweigerd te skypen met zijn familie. Daarnaast is klager een keer in zijn kamer opgesloten. Klager acht beklaagde als directeur eindverantwoordelijk voor alles wat er in de kliniek gebeurt.Vaststaat dat er geen behandelrelatie heeft bestaan tussen beklaagde in zijn hoedanigheid van psychiater en klager en dat beklaagde ook anderszins geen zorg heeft verleend aan klager. Dat betekent dat beklaagde alleen aan het tuchtrecht is onderworpen voor zover sprake is van enig ander handelen of nalaten in strijd met hetgeen een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt (de tweede tuchtnorm). De klacht van klager gaat niet over het handelen van beklaagde, maar over het handelen of nalaten van anderen die werkzaam zij binnen de kliniek. Dit is iets waarvoor beklaagde niet zonder meer tuchtrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden, omdat het tuchtrecht in beginsel aangrijpt bij het individuele handelen van de zorgverlener. Feiten en omstandigheden die erop zouden wijzen dat beklaagde desalniettemin tuchtrechtelijk verantwoordelijk gehouden kan worden voor handelen ten opzichte van klager, zijn het college niet gebleken.Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:82 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-1001/DB/LI

    Klacht tegen eigen advocaat. Klager verwijt verweerder dat hij de zaak heeft teruggeven. Uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting is besproken blijkt dat klager en verweerder van mening verschilden over hoe de zaak van klager moest worden aangepakt. In die omstandigheden staat het een advocaat vrij zich terug te trekken. Klacht ongegrond.