Zoekresultaten 10811-10820 van de 48210 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:97 Hof van Discipline 's Gravenhage 210289

    Klacht over eigen advocaat ongegrond. Dat verweerder geen werkzaamheden zou hebben verricht en dat derhalve ten onrechte zes uren bij de raad van rechtsbijstand zou hebben gedeclareerd is niet gebleken. Hof bekrachtigt oordeel raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:101 Hof van Discipline 's Gravenhage 210330

    Wrakingsverzoek is wegens misbruik van recht buiten behandeling gelaten. De onderhavige wraking, die niet anders uitgelegd kan worden dan als middel om alsnog uitstel van de zitting te verkrijgen, past in het patroon en eerdere wrakingen zijn door het hof reeds gekwalificeerd als misbruik van het middel van wraking, met de overweging dat een volgend verzoek van dezelfde strekking niet in behandeling wordt genomen. De beslissing van de raad, waarin klachtonderdelen a) t/m f) gegrond en klachtonderdeel g) niet-ontvankelijk zijn verklaard, wordt bekrachtigd door het hof. In hoger beroep heeft verweerder aanvullende stukken ingediend, maar daaruit blijkt niet dat verweerder de opdracht schriftelijk heeft bevestigd en dat klager afstand zou hebben gedaan van gefinancierde rechtsbijstand. Verder is niet gebleken dat verweerder klager heeft geïnformeerd over zijn schorsing als advocaat-stagiaire en dat hij klager heeft doorverwezen naar een andere advocaat. Het hof is met de raad dan ook van oordeel dat verweerder de belangen van klager in ernstige mate heeft veronachtzaamd en tekort is geschoten is zijn informatie- en zorgplicht jegens klager. Het hof kan zich vinden in de door de raad opgelegde maatregel en daaraan ten grondslag gelegde motivering. Aan verweerder wordt de maatregel van schorsing voor de duur van 52 weken opgelegd, waarvan 26 weken voorwaardelijk, en een voorwaardelijke geldboete van € 630,-.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3577

    Klacht over een onder supervisie van een bedrijfsarts werkende arts die via een videoverbinding een spreekuurcontact had om te beoordelen of er bij klaagster sprake was van ziekte en of zij in staat was een gesprek met haar werkgever aan te gaan.Kennelijk ongegrond. De door klaagster en beklaagde gestelde feiten ten aanzien van het spreekuurcontact verschillen. Daardoor kan het college niet vaststellen hoe het spreekuurcontact is verlopen. In ieder geval is op geen enkele wijze gebleken dat beklaagde zijn conclusie over de gezondheid van klaagster heeft gebaseerd op haar huidskleur.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3057

    Ongegronde klacht tegen huisarts. Beklaagde heeft naar aanleiding van een melding van de politie een notitie gemaakt in het medisch dossier. Het college is van oordeel dat de notitie slechts een weergave betreft van hetgeen door de politie aan beklaagde kenbaar is gemaakt en dat dergelijke informatie als subjectieve informatie opgenomen mag worden in het medisch dossier. Beklaagde is niet verplicht een melding van de notitie te maken aan klager. Ten aanzien van het tweede klachtonderdeel heeft beklaagde geen betrokkenheid gehad bij de noodopname van de echtgenote van klager, aldus het college. Met betrekking tot klachtonderdelen drie en vier oordeelt het college dat de echtgenote van klager reeds afdoende zorg had ontvangen op de huisartsenpost en volgt niet uit het medisch dossier dat beklaagde klager niet naar een nieuwe huisarts heeft laten gaan. Het medisch dossier geeft blijkt van het feit dat beklaagde zich heeft ingespannen een nieuwe huisarts voor klager te vinden. De klacht is in zijn geheel kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:98 Hof van Discipline 's Gravenhage 210290

    Klacht over eigen advocaat over kwaliteit van de dienstverlening, onder meer ter zake van de communicatie, afspraken over de kosten voor de rechtsbijstand en het verstrekken van stukken. Het hof bekrachtigt het oordeel van de raad dat de verwijten van klager onvoldoende concreet gemotiveerd zijn. Voor zover de raad een klachtonderdeel gegrond had verklaard omdat uit het dossier onvoldoende was gebleken dat verweerder klager voldoende had geïnformeerd over de consequenties van het vonnis en de mogelijkheden van beroep, heeft het hof dit klachtonderdeel alsnog ongegrond verklaard. Verweerder heeft bij het hof stukken ter onderbouwing van zijn standpunt overgelegd, Beroep slaagt in zoverre. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:102 Hof van Discipline 's Gravenhage 210331

    Wrakingsverzoek is wegens misbruik van recht buiten behandeling gelaten. De onderhavige wraking, die niet anders uitgelegd kan worden dan als middel om alsnog uitstel van de zitting te verkrijgen, past in het patroon en eerdere wrakingen zijn door het hof reeds gekwalificeerd als misbruik van het middel van wraking, met de overweging dat een volgend verzoek van dezelfde strekking niet in behandeling wordt genomen. Ontvankelijkheid klagers: Het hof is van oordeel dat het indienen van een tuchtklacht bij de deken niet valt onder een vermogensrechtelijke handeling. Voor zover is bedoeld dat voor het doorzenden van de klacht naar de tuchtrechter de toestemming van de bewindvoerder is vereist wegens het voldoen van het griffierecht, geldt dat de bewindvoerder (impliciet) toestemming heeft verleend door voldoening van het griffierecht. De beslissing van de raad, waarin de klacht gegrond is verklaard, wordt bekrachtigd. Het hof kan zich vinden in de door de raad opgelegde maatregel en daaraan ten grondslag gelegde motivering. Door de handelwijze van verweerder heeft het vertrouwen in de advocatuur een ernstige deuk opgelopen. Aan verweerder wordt de maatregel van schorsing voor de duur van 52 weken opgelegd, waarvan 26 weken voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3391

    Klacht tegen huisarts, inhoudende dat hij onzorgvuldig en niet volgens protocol heeft gehandeld. Ook heeft beklaagde, terwijl hij bekend was met het feit dat patiënte eerder nierbekkenontsteking heeft gehad, opnieuw onzorgvuldig gehandeld en klagers niet serieus genomen. Daarnaast zou beklaagde klagers geen excuses hebben aangeboden of contact met hen heeft willen opnemen. Het college is van oordeel dat beklaagde niet heeft gehandeld conform de richtlijn “NHG-standaard Kinderen met koorts”. De dossiervoering van beklaagde voldoet ook niet aan de daaraan te stellen eisen. Beklaagde zou bij koorts zonder focus direct hebben kunnen verwijzen, maar in elk geval afspraken over een herbeoordeling na twee dagen hebben moeten maken. Dat heeft hij nagelaten. Met betrekking tot klachtonderdeel twee overweegt het college dat gelet op de voorgeschiedenis van patiënte, waarvan beklaagde op de hoogte was, en de aanwijzing van de behandelend kinderuroloog, zou beklaagde hebben kunnen besluiten direct te verwijzen, of duidelijke afspraken over het vervolg van het (urine)onderzoek en de verdere behandeling hebben moeten maken. Het eerste heeft hij niet overwogen, het tweede heeft hij nagelaten. Dit handelen was onzorgvuldig en is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Beklaagde heeft geen stappen ondernomen om alsnog in contact te komen met klagers. Ook in dit geval neemt beklaagde geen verantwoordelijkheid en verwijst hij naar een fout van zijn assistente. Dit gebrek aan reflectie rekent het college hem aan. Het college acht de klacht geheel gegrond en legt de maatregel van berisping op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:99 Hof van Discipline 's Gravenhage 210299

    De beslissing van de raad, waarin de klacht van klager in aller onderdelen ongegrond is verklaard, wordt bekrachtigd. Het hof oordeelt dat verweerster afdoende heeft toegelicht dat het redelijk is dat zij processtukken over het huurrechtgeschil in het kader van de erfrechtprocedure heeft moeten bestuderen. Ook ten aanzien van de andere klachtonderdelen sluit het hof zich aan bij het oordeel van de raad. Het is het hof niet gebleken dat voor de onderhavige kwestie specialistische kennis vereist was.

  • ECLI:NL:TAHVD:2022:103 Hof van Discipline 's Gravenhage 210360

    Het beroep van klager richt zich op de door de raad ongegrond verklaarde klachtonderdelen b), c) en d) en de hoogte van de opgelegde maatregel. Het hof ziet op basis van het onderzoek in hoger beroep geen aanleiding om tot een andere beoordeling van de klacht te komen dan die van de raad. Klager verwijt verweerder bij klachtonderdeel c) dat verweerder niet wist dat Wob-verzoeken bij de bestuursrechter moesten worden ingediend. Verweerder heeft op de zitting bij het hof toegelicht hoe de Wob-kwestie bij de civiele rechter terecht is gekomen. Klager heeft deze gang van zaken niet (gemotiveerd) weersproken. Dat verweerder heeft nagelaten om een schriftelijke bevestiging hiervan te sturen is in de omstandigheden van het onderhavige geval en gelet op hetgeen over en weer is gesteld, evenwel niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, temeer daar klager niets meer te verliezen had door het indienen van die nevenvordering. De slotsom is dat het beroep van klager niet slaagt, hij niet ontvankelijk is zijn beroep tegen de hoogte van de maatregel en dat de beslissing van de raad zal worden bekrachtigd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2022:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3045 en Z2021/3504

    Klacht tegen GZ-psycholoog. Klager verblijft in een tbs-kliniek. Beklaagde is in de hoedanigheid van behandelcoördinator bij de behandeling van klager betrokken. Klager verwijt hem het stellen van een onjuiste diagnose en het geven van onjuist advies omtrent zijn overplaatsing naar een andere afdeling. Ook klaagt klager erover dat hij de documenten betreffende zijn behandeling niet heeft ontvangen, terwijl hij daar meerdere keren om heeft gevraagd, en dat beklaagde zijn cultuur en persoonlijkheid heeft beledigd.Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.