Zoekresultaten 10451-10460 van de 48210 resultaten
-
ECLI:NL:TSCTS:2022:7 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2022-02 (2021.V5-Stavfjord
- Datum publicatie: 20-07-2022
- Datum uitspraak: 20-07-2022
- ECLI:NL:TSCTS:2022:7
Op 16 mei 2021 om 04.34 BT heeft het noordgaande motorschip Stavfjord nabij Skagen een aanvaring gehad met het Deense vissersschip Buster. Daarbij liep de Stavfjord een paar krassen op aan stuurboordzijde van de romp. De Deense Buster is onder begeleiding naar een scheepswerf gevaren; dit schip had een lekkage aan de boeg. De Stavfjord ging op de rede van Skagen ten anker in afwachting van een onderzoek door de Deense autoriteiten. In de avond van 16 mei 2021 mocht de Stavfjord weer verder varen.
-
ECLI:NL:TSCTS:2022:6 Tuchtcollege voor de Scheepvaart Amsterdam 2022-01 (2021.K1-Hegemann II)
- Datum publicatie: 20-07-2022
- Datum uitspraak: 20-07-2022
- ECLI:NL:TSCTS:2022:6
De klacht is ingediend naar aanleiding van het volgende ongeval op de Nederlandse sleephopperzuiger Hegemann II, deel uitmakend van de vloot van Hegemann GmbH - Dredging (hierna: het schip). Op 7 juli 2019 ’s ochtends vroeg is klager, die als matroos op het schip werkte, liggend onderaan, althans in de buurt van, de trap van de pompkamer van het schip aangetroffen. Hij was naar de pompkamer gegaan om daar de motoren op te starten. Klager bleek nog wel aanspreekbaar. Hij had geen uitwendig letsel, wel hoofd-/nek-/rugpijn. Hij is overeind geholpen en naar zijn hut begeleid, waar hij in zijn kooi is gaan liggen. Om ca. 10.00/10.30 uur die ochtend is het schip aangemeerd in de haven van Stepnica, Polen. Vandaar is hij met een ambulance naar een ziekenhuis gebracht. Alvorens in Stepnica werd aangemeerd heeft het schip nog enkele korte baggerreizen gemaakt. De bemanning van het schip bestond in totaal uit vier personen. Betrokkene was kapitein op het schip.
-
ECLI:NL:TDIVBC:2022:6 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 2022-05
- Datum publicatie: 19-07-2022
- Datum uitspraak: 15-07-2022
- ECLI:NL:TDIVBC:2022:6
Naar het oordeel van het Veterinair Beroepscollege heeft het Veterinair Tuchtcollege terecht geoordeeld dat de dierenarts, door de doorgegroeide stifttand van het konijn te knippen in plaats van met een boortje af te slijpen, niet veterinair verwijtbaar onzorgvuldig heeft gehandeld. Het Veterinair Tuchtcollege heeft verder terecht geoordeeld dat geen aanleiding bestaat om in twijfel te trekken dat de dierenarts, zoals zij heeft gesteld, tijdens consult routinematig de oren van het konijn heeft geïnspecteerd. Het Veterinair Beroepscollege volgt appellante evenmin in haar betoog dat de verlamming het gevolg is van de behandelingen door de dierenarts op 1 en 12 oktober 2020. Het beroep dient te worden verworpen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3834
- Datum publicatie: 19-07-2022
- Datum uitspraak: 19-07-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:105
Kennelijk ongegronde klacht tegen een internist. Klagers zijn de nabestaanden van hun (schoon)moeder (patiënte) die enkele dagen na een niertransplantatie is overleden. De door klagers aangedragen te hoge kaliumwaarde komt niet vast te staan en wijst op een vergissing. Het college komt verder tot de conclusie dat de internist na constatering van een ontbrekende labuitslag meteen nieuw onderzoek heeft ingezet. Na ontvangst van de labuitslag was sprake van een normale kaliumwaarde en hoefde van de internist geen verdere handelingen meer te worden verwacht. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:106 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3833
- Datum publicatie: 19-07-2022
- Datum uitspraak: 19-07-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:106
Deels gegronde klacht tegen een internist. Klagers zijn de nabestaanden van hun (schoon)moeder (patiënte), die enkele dagen na een niertransplantatie is overleden. Het college acht de keuze van de internist om bij een verhoogde kaliumwaarde niet meteen te behandelen verdedigbaar, gelet op de risicoafweging die de internist heeft gemaakt. Het valt de internist wel te verwijten dat hij daarna de te hoge uitslag van de kaliumwaarde niet heeft gezien. Het college heeft geen bedenkingen bij het beleid ten aanzien van trombose/acute tubululs necrose. Het college is verder van oordeel dat uit het dossier niet blijkt dat de conditie van patiënte zo zorgwekkend was dat de internist rekening had moeten houden met de mogelijkheid van overlijden van patiënte op korte termijn en dat hij dit met klagers had moeten bespreken. Klacht deels gegrond, waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2022:107 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3864
- Datum publicatie: 19-07-2022
- Datum uitspraak: 19-07-2022
- ECLI:NL:TGZRAMS:2022:107
Ongegronde klacht tegen een mdl-arts. Klaagster verwijt de mdl-arts dat hij de gastroscopie zonder roesje, tegen haar wil en ruw heeft uitgevoerd. De lezingen over wat er precies is gebeurd lopen uiteen. Het college acht het aannemelijk dat de mdl-arts klaagster een roesje (midazolam en fentanyl) heeft gegeven. Ter zitting heeft verweerder uitgelegd dat het soms kan gebeuren dat een patiënt een andere beleving van de werkelijkheid heeft als onbedoeld gevolg van de toegediende medicatie (midazolam) en dat kan de verklaring zijn voor de nare beleving van klaagster van het onderzoek. Het college kan bevestigen dat als bijwerkingen van midazolam – naast andere bijwerkingen – abnormale dromen, hallucinaties en wanen kunnen optreden, vooral bij kinderen en ouderen (zie Farmacotherapeutisch Kompas). Mede gelet op de verklaringen van de beide verpleegkundigen die bij de gastroscopie aanwezig waren, vindt het college het aannemelijk dat deze bijwerkingen zich ook bij klaagster hebben voorgedaan. Geen aanwijzingen voor ruw handelen. Klacht ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:134 Raad van Discipline Amsterdam 22-450/A/A
- Datum publicatie: 18-07-2022
- Datum uitspraak: 11-07-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:134
Voorzittersbeslissing. Klacht over de eigen advocaat deels kennelijk niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een eigen belang en deels kennelijk ongegrond. Klager heeft niet onderbouwd dat verweerder fouten heeft gemaakt bij de behandeling van klagers zaak, niet voortvarend heeft gehandeld, dat klager verweerder steeds om informatie heeft moeten vragen en meerdere keren heeft moeten wijzen op het feit dat hij verzuimde om klager stukken toe te sturen
-
ECLI:NL:TADRARL:2022:141 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-255/AL/GLD
- Datum publicatie: 18-07-2022
- Datum uitspraak: 13-06-2022
- ECLI:NL:TADRARL:2022:141
Voorzittersbeslissing. Verweerder heeft genoegzaam toegelicht waarom tussen de afgifte van de toevoeging en de betekening van de dagvaarding namens klager enkele maanden heeft gezeten. Een advocaat mag wachten op betaling van de eigen bijdrage. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2022:135 Raad van Discipline Amsterdam 21-830/A/A 21-831/A/A
- Datum publicatie: 18-07-2022
- Datum uitspraak: 11-07-2022
- ECLI:NL:TADRAMS:2022:135
Deels gegronde klacht en gegrond dekenbezwaar. Het valt verweerder tuchtrechtelijk te verwijten dat hij klaagster rauwelijks heeft gedagvaard, de terechte vragen van klaagster over de facturen niet heeft beantwoord en een factuur die gericht had moeten zijn aan klaagster aan de heer De B heeft gericht. Met dit laatste heeft verweerder de kernwaarde integriteit geschonden. Berisping en kostenveroordeling.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2022:100 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2021/3677
- Datum publicatie: 18-07-2022
- Datum uitspraak: 15-07-2022
- ECLI:NL:TGZRZWO:2022:100
Klager is de vader van de, ten tijde van de indiening van de klacht, 17-jarige zoon. Klager heeft aangegeven dat de zoon niet op de hoogte was van de inhoud van de klacht, dat hij de inhoud van de klacht niet heeft gelezen en erg beïnvloedbaar is. Eveneens is de zoon niet ter zitting verschenen. Uit artikel 7:447 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek vloeit voort dat de minderjarige patiënt die de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, zelf bevoegd is een klacht in te dienen. Hiermee is de bevoegdheid van de wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige om als zodanig te klagen, vervallen. Nu eveneens niet is gebleken dat klager als gemachtigde van de zoon is opgetreden, omdat de zoon niet op de hoogte was van de inhoud van de klacht en het college bovendien niet is gebleken dat de zoon zelf klachten had over het optreden van beklaagde kan klager niet als rechtstreeks belanghebbende, noch als gemachtigde van de zoon worden beschouwd. Op grond hiervan verklaart het college klager niet-ontvankelijk.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1045
- Pagina: 1046
- Pagina: 1047
- ...
- Pagina: 4821
- Volgende pagina zoekresultaten