Zoekresultaten 10011-10020 van de 48312 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4139

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts. Klager heeft onvoldoende duidelijk gemaakt wat hij de arts precies verwijt. Voor zover de klacht betrekking heeft op het delen van (vertrouwelijke en onjuiste) informatie over klager door verweerder – waaronder het BSN-nummer van klager – en op de weigering om klager te keuren,heeft klager in het klaagschrift niet omschreven hoe en wanneer de arts dit zou hebben gedaan. Bovendien heeft de arts dit gemotiveerd weersproken. Klager heeft deze klachten daarna niet nader onderbouwd. Hij heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid van een mondeling vooronderzoek om zijn klacht en standpunt nog verder toe te lichten of bewijsstukken in te dienen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:147 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-418/DB/LI

    Klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit van de dienstverlening in echtscheidingszaak. Gelet op de zorgplicht rustte op verweerster de verplichting om een partneralimentatieberekening te maken. Dat een van de partijen aangeeft afstand te willen doen van het recht op alimentatie maakt dit niet anders. Immers, partijen kunnen enkel een goed geïnformeerde keuze maken indien zij op de hoogte zijn van de omvang van hun wederzijdse (alimentatie)rechten en -plichten. De klacht is in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/4205

    Klacht tegen een bedrijfsarts niet-ontvankelijk vanwege het ne bis in idem-beginsel. De klacht omvat gedeeltelijk klachtonderdelen waarover in eerdere procedures al onherroepelijk is beslist. Dat klager een nieuw element aan zijn klachten toevoegt, is onvoldoende om aan te nemen dat het om nieuwe klachten gaat. Bij afweging van de belangen van klager en de bedrijfsarts komt het college tot de slotsom dat het belang van klager inmiddels niet meer opweegt tegen het belang van de bedrijfsarts om te worden beschermd tegen het steeds opnieuw indienen van klachten tegen haar over hetzelfde feitencomplex. De belangen van de bedrijfsarts worden inmiddels, door de herhaalde indiening van klachten door klager, onevenredig geschaad. Door deze klacht toch in te dienen maakt klager misbruik van recht. Klacht niet-ontvankelijk verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:148 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-147/DB/OB

    Verzet. De voorzitter heeft de toetsingsnorm ten aanzien van de verjaring op de juiste wijze toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2021/3722

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. De verzekeringsarts was de supervisor van een arts in opleiding tot verzekeringsarts. Klaagster is ontevreden over de werkwijze en het rapport van de arts in opleiding. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat hij als supervisor de rapportage van de arts in opleiding heeft goedgekeurd terwijl deze arts onzorgvuldig had gehandeld. Het college is van oordeel dat verweerder zijn taak als verzekeringsarts en supervisor naar behoren heeft vervuld en dat het begrijpelijk is dat de verzekeringsarts met het rapport heeft ingestemd en dit heeft gecontrasigneerd. Verder voldoet de rapportage van de arts, en daarmee ook het handelen van de verzekeringsarts, aan de criteria die daarvoor gelden. Het rapport is voldoende duidelijk en vermeldt de informatie waarvan de arts gebruik heeft gemaakt. De conclusie van de arts in opleiding is inzichtelijk en zowel de arts in opleiding als de verzekeringsarts zijn binnen de grenzen van hun deskundigheid gebleven. Het college kan, gelet op alle genoemde criteria, geen fouten vaststellen die een tuchtrechtelijk verwijt aan het adres van de verzekeringsarts rechtvaardigen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2022:149 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 21-933/DB/OB

    Verzet. Geen sprake van onnodig grievende uitlatingen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2022:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2022/3842

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een arts in opleiding tot verzekeringsarts. Klaagster is ontevreden over de werkwijze en het rapport van de arts. Klaagster verwijt de arts onder andere dat zij zonder klaagster zelf gesproken, gezien of onderzocht te hebben, een oordeel geveld heeft over de psyche, het gedrag en de gezondheid van klaagster. Het college is van oordeel dat de arts heeft gehandeld volgens de norm. Verder voldoet de rapportage van de arts aan de criteria die daarvoor gelden. Het rapport is voldoende duidelijk en vermeldt de informatie waarvan de arts gebruik heeft gemaakt. De conclusie van de arts is inzichtelijk en zij is binnen de grenzen van haar deskundigheid gebleven. Het college kan gelet op alle criteria geen fouten vaststellen die een (tuchtrechtelijk) verwijt opleveren.

  • ECLI:NL:TADRARL:2022:242 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-592/AL/OV

    Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2022:56 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven H2022/3809

    Klacht tegen arts, die als opvolgend (bedrijfs-)arts bij de verzuimbegeleiding van klaagster betrokken was, grotendeels gegrond. De arts heeft een met klaagster opgestelde probleemanalyse een week later na een contact met de werkgever zonder nader overleg met klaagster gewijzigd. Door de wijziging verviel het aan de werkgever gegeven advies, dat herstel van klaagster zou kunnen bespoedigen. Na een gesprek met klaagster op 14 juli 2021 heeft de arts op 22 juli 2021 (te laat) gerapporteerd. De inhoud van het rapport strookt niet met de inhoud van het consult. De arts is zijn herhaalde toezegging om de rapportage aan te passen niet nagekomen. Het college stelt vast dat de arts daarmee tweemaal onjuist heeft gehandeld. Dit rekent het college de arts zwaar aan. In de ogen van het college lijkt de arts zich niet bewust te zijn van de ernst van de situatie. Bij de beoordeling welke maatregel aan de arts moet worden opgelegd, heeft het college meegewogen dat onduidelijkheid bestond en ook na de zitting nog bestaat, over de hoedanigheid waarin de arts is opgetreden. De arts heeft zijn inschrijving in het BIG-register als bedrijfsarts na 31 december 2020 niet verlengd. Hij heeft zijn rapportages ondertekend met “AIOS bedrijfsgeneeskunde” zonder dat een supervisor heeft medeondertekend. Ter zitting heeft hij ook niet voldoende helderheid kunnen scheppen over het al dan niet aanwezig zijn van een supervisor of praktijkbegeleider. Daarom kan niet worden volstaan met een berisping, maar wordt een voorwaardelijke schorsing van drie maanden met een bijzondere voorwaarde opgelegd.

  • ECLI:NL:TGDKG:2022:151 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/712444 / DW RK 22/14 MK/WdJ

    Beslissing op verzet. Klaagster stelt dat er geen rechtsgeldige veilingaktes zijn en de ontruiming onrechtmatig was. Klaagster stelt verder dat de gerechtsdeurwaarder onrechtmatig opslagkosten in eigen zak heeft gestoken. De kamer is het met de beslissing van de voorzitter eens en verklaart het verzet ongegrond.