Zoekresultaten 1711-1720 van de 3040 resultaten

  • ECLI:NL:TNORAMS:2015:19 Kamer voor het notariaat Amsterdam 579886/NT 15-3 Th

    Klaagster heeft de notaris verzocht het depotbedrag conform deze bepaling geheel aan haar uit te keren (zie hiervoor onder 2.h), kennelijk nadat was gebleken dat zij met de verkoper geen overeenstemming heeft kunnen bereiken over een andere afwikkeling van het depot. Alleen al hierom stond het de notaris niet vrij om het depot op andere wijze uit te keren zonder daartoe strekkende eensluidende opdracht van verkoper en koper. Nu hij dit toch heeft gedaan heeft hij zijn zorgplicht jegens partijen bij de depotovereenkomst geschonden. De notaris heeft ter zitting betoogd dat hem een zekere beoordelingsvrijheid toekwam ten aanzien van de uitleg van de bepalingen van de depotovereenkomst. Dit betoog mist feitelijke grondslag. In de depotovereenkomst is immers niet bepaald dat partijen de notaris belasten met het oordeel of het depot op grond van redelijkheid niet (geheel) aan koper moet worden uitgekeerd als overigens aan de voorwaarden voor uitkering aan koper is voldaan. De klacht zal daarom gegrond worden verklaard.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2015:17 Kamer voor het notariaat Den Haag 14-48

    Klaagster verwijt de notaris dat hij onzorgvuldig en partijdig heeft gehandeld bij de afwikkeling van de nalatenschap van moeder.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2015:20 Kamer voor het notariaat Amsterdam 578658/NT 14-78 SP

    De kamer komt gelet op het voorgaande tot het oordeel dat de handelwijze van de notaris niet onzorgvuldig is. De notariële akte van 28 december 2011 levert immers dwingend bewijs op van de waarheid van hetgeen erin is vermeld, te weten dat klaagster tijdig van de conceptakte in kennis is gesteld, dat de notaris de akte aan klaagster heeft voorgelezen en de inhoud en strekking op de dag van passeren met partijen heeft besproken. Nu niet is gebleken van feiten en omstandigheden op grond waaruit valt af te leiden dat de in de akte opgenomen tekst van de door partijen afgelegde verklaringen niet strookt met de werkelijke bedoeling van partijen, dient de kamer van de inhoud van de akte uit te gaan. De vraag of klaagster al dan niet op 17 juli 2011 met de belastingadviseur de conceptakte heeft besproken is in dit verband niet relevant. Zoals uit de akte blijkt heeft klaagster in elk geval tegenover de notaris bevestigd dat zij tijdig tevoren van de inhoud van de akte kennis had genomen. Als verder al zou kunnen worden aangenomen dat klaagster onder invloed was van een geestelijke stoornis of dwaling ten tijde van de ondertekening van de akte op 28 december 2011, geldt dat niet is gebleken dat dit kenbaar was voor de notaris.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2015:18 Kamer voor het notariaat Den Haag 14-62

    Toen de notaris in 2006 onder andere de samenlevingsovereenkomst opstelde en passeerde, behartigde de notaris de belangen van zowel klager als de vrouw. Klager verwijt de notaris dat hij door bewindvoerder te worden in 2012 partij-notaris is geworden. De notaris heeft klager onder druk gezet. De notaris communiceert niet met klager over de te verdelen schulden tussen partijen.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2015:19 Kamer voor het notariaat Den Haag 14-63

    Klaagster verwijt de notaris dat hij de stookkosten niet in rekening heeft gebracht bij de koper en die stookkosten derhalve niet aan haar uitkeert. De notaris heeft dit bewust verzwegen tijdens de veiling.

  • ECLI:NL:TNORARL:2015:14 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2014/73-74

    Wilsbekwaamheid. Ten tijde van de opstelling van het testament in deze zaak gold het Stappenplan 2006. Anders dan het inmiddels in werking getreden Stappenplan 2012 kende het Stappenplan 2006 (hierna het “Stappenplan”) nog niet de mogelijkheid om een zogenaamde VIA-arts (arts lid van de Vereniging Indicerende en Adviserende artsen) in te schakelen. De feiten en omstandigheden van het geval tezamen en in onderlinge samenhang rechtvaardigen de conclusie dat de (kandidaat-) notaris met inachtneming van het Stappenplan, en daarmee op juiste wijze, heeft getoetst of erflater op adequate wijze zijn wil kon bepalen en de strekking van de voorgenomen akte kon begrijpen. Niet is komen vast te staan dat de notaris in deze zaak onvoldoende zorgvuldig te werk is gegaan. Uit de door klagers overgelegde rapportage, die dateert van na de ondertekening van het testament, kan weliswaar worden afgeleid dat erflater slechte momenten had, maar daaruit kan niet worden afgeleid dat hij op het moment dat het testament is doorgesproken en gepasseerd werd niet in staat was om zijn wil te bepalen. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2015:12 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2014/98

    Klager verwijt de notaris onzorgvuldig en overhaast te hebben gehandeld bij de intrekking van de volmacht (die zijn zuster hem bij notariële akte had gegeven), alsmede bij het opstellen van een levenstestament ten behoeve van zijn zuster en het indienen van een verzoek onderbewindstelling. Kamer is van oordeel dat klager met name vanwege de aard van zijn relatie ten opzichte van zijn zuster een afgeleid, maar daarom niet minder redelijk belang heeft bij het indienen van deze klacht. Klager beoogt op te komen voor de belangen van zijn zuster. Door het optreden van de notaris is klager rechtstreeks in dit belang getroffen c.q. betrokken. Klager kan daarom, ook al heeft hij in deze zaken zelf geen opdracht aan de notaris gegeven en/of rechtstreeks contact met haar gehad, in zijn klacht ontvangen worden. Uitgangspunt voor de inhoudelijke beoordeling is dat de notaris zo nodig met behulp van het zogenaamde stappenplan dient te beoordelen of degene die een rechtshandeling wil verrichten - in deze zaak de zuster van klager - in staat is zijn/haar wil te bepalen. Slechts wanneer aanleiding tot twijfel bestaat, moet de wilsbekwaamheid door de notaris uitgebreider onderzocht worden. De kamer is van oordeel dat de ter zitting door de notaris toegelichte handelwijze onzorgvuldig en inconsistent is geweest en onder meer de toetsing aan het stappenplan niet kan doorstaan. Gegrond verklaring klacht en oplegging waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORARL:2015:11 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2013/126

    De notaris heeft bij het opstellen van volledig nieuwe testamenten bijzonder onzorgvuldig en eigenzinnig en onnodig gehandeld. Ter zake van de schenkingsakten heeft de notaris niet aannemelijk gemaakt dat hij heeft gewezen op het mogelijk beperkte effect. De notaris gaf, tegen flinke vergoeding, onnodige toelichtingen die van geen enkel nut waren.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2015:14 Kamer voor het notariaat Den Haag 14-77

    Klager verwijt de notaris het volgende. Bij het opstellen van de akte houdende huwelijkse voorwaarden waren er twee zaken van belang voor klager. Ten eerste moest het vermogen van partijen gescheiden blijven en ten tweede diende er bij einde huwelijk geen partneralimentatie verschuldigd te zijn (nihilbeding). Achteraf blijkt het nihilbeding dat klager en de vrouw overeengekomen waren in de akte houdende huwelijkse voorwaarden nietig te zijn, wegens strijd met de wet. Hierdoor zou klager wel partneralimentatie verschuldigd zijn bij beëindiging van het huwelijk. De notaris had partijen moeten adviseren een samenlevingsovereenkomst te sluiten. De notaris heeft klager bij zijn keuze tussen trouwen of samenwonen op het verkeerde been gezet. Klager is zelf niet bekend met wetgeving en is om die reden naar de notaris (die deskundig is op dat gebied) gegaan voor advies. Indien klager en de vrouw besluiten uit elkaar te gaan dan zit klager in een zeer lastige situatie.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2015:15 Kamer voor het notariaat Den Haag 15-01

    Klaagster verwijt de notaris dat hij zonder medeweten van de erfgenamen de niet verdeelde roerende zaken heeft laten afvoeren. Na het overlijden van erflaatster heeft klaagster aan de notaris gevraagd wat er met de roerende zaken zou gebeuren die niet bij testament of codicil waren beschreven. De notaris heeft daarop geantwoord dat die goederen verdeeld zouden worden tussen beide erfgenamen. Wanneer beide erfgenamen dezelfde goederen wilden hebben, zou er worden geloot. Deze verdeling/loting heeft echter nooit plaatsgevonden. Verder acht klaagster het vreemd dat er maar € 18,- contant geld in de woning aanwezig was. Dit was niet erflaatsters gewoonte.