ECLI:NL:TNORARL:2015:12 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden AL/2014/98

ECLI: ECLI:NL:TNORARL:2015:12
Datum uitspraak: 13-04-2015
Datum publicatie: 24-06-2015
Zaaknummer(s): AL/2014/98
Onderwerp:
  • Personen- en Familierecht
  • Personen- en Familierecht
Beslissingen: Klacht gegrond met waarschuwing
Inhoudsindicatie:   Klager verwijt de notaris onzorgvuldig en overhaast te hebben gehandeld bij de intrekking van de volmacht (die zijn zuster hem bij notariële akte had gegeven), alsmede bij het opstellen van een levenstestament ten behoeve van zijn zuster en het indienen van een verzoek onderbewindstelling. Kamer is van oordeel dat klager met name vanwege de aard van zijn relatie ten opzichte van zijn zuster een afgeleid, maar daarom niet minder redelijk belang heeft bij het indienen van deze klacht. Klager beoogt op te komen voor de belangen van zijn zuster. Door het optreden van de notaris is klager rechtstreeks in dit belang getroffen c.q. betrokken. Klager kan daarom, ook al heeft hij in deze zaken zelf geen opdracht aan de notaris gegeven en/of rechtstreeks contact met haar gehad, in zijn klacht ontvangen worden. Uitgangspunt voor de inhoudelijke beoordeling is dat de notaris zo nodig met behulp van het zogenaamde stappenplan dient te beoordelen of degene die een rechtshandeling wil verrichten - in deze zaak de zuster van klager -  in staat is zijn/haar wil te bepalen. Slechts wanneer aanleiding tot twijfel bestaat, moet de wilsbekwaamheid door de notaris uitgebreider onderzocht worden. De kamer is van oordeel dat de ter zitting door de notaris toegelichte handelwijze onzorgvuldig en inconsistent is geweest en onder meer de toetsing aan het stappenplan niet kan doorstaan. Gegrond verklaring klacht en oplegging waarschuwing.

KAMER VOOR HET NOTARIAAT IN HET RESSORT

ARNHEM-LEEUWARDEN                              

Kenmerk: AL/2014/98

Beslissing van de kamer voor het notariaat op de klacht van

[A],

wonende te [xxx]

gemachtigde: mr. J.G.M. Roijers,

advocaat te Rotterdam,

tegen

[B],

notaris te [xxx].

Partijen worden hierna verder aangeduid als klager en de notaris.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de brief van klaagster met bijlagen van 4 juli 2014 ingekomen bij de kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem - Leeuwarden (verder: de kamer) op

17 juli 2014;

- de e-mail van de notaris van 6 augustus 2014;

- de brief namens klager met bijlagen van 18 september 2014;

- de e-mail van de notaris van maandag 13 oktober 2014.

1.2 De klacht is ter zitting van 4 februari 2015 behandeld. Klager en de notaris zijn in persoon verschenen. Klager heeft zich doen bijstaan door zijn gemachtigde.

Klager heeft pleitaantekeningen overgelegd. Deze zijn aan de notaris ter beschikking gesteld en aan het dossier toegevoegd.

2. De feiten

2.1 Bij notariële akte van 20 september 2013 - gepasseerd door [C], ambtgenoot van de notaris waartegen deze klacht zich richt - is door de zuster van klager [D] een algehele volmacht verleend aan klager.

2.2 Klager heeft in overleg met zijn zuster tot het opstellen van de onder 2.1 bedoelde volmacht besloten omdat zijn zuster vanwege haar geestelijke en lichamelijke gesteldheid haar eigen belangen niet meer volledig zelfstandig kon behartigen.

2.3  Klager heeft een verzoek tot onder curatele stelling van zijn zuster bij de rechtbank Midden-Nederland ingediend, dat op 28 november 2013 ter griffie ontvangen is.

2.4 Bij e-mailbericht van 4 december 2013 heeft de notaris aan klager bericht dat zijn zuster de volmacht van 20 september 2013 introk.

2.5 Op 13 december 2013 heeft de notaris voor de zuster van klager een levenstestament gepasseerd. Daarnaast hebben de notaris en een vriendin van de zuster verzoeken tot onderbewindstelling van het vermogen van de zuster van klaagster en tot instelling van een mentorschap ingediend.

2.6 De rechtbank Midden Nederland heeft deze verzoeken doorgeleid naar het arrondissementsparket Midden-Nederland. De officier van Justitie heeft op 16 december 2013 de rechtbank verzocht de goederen van klagers zuster onder bewind te stellen alsmede een mentor te benoemen.

2.7 Na indiening van de hiervoor bedoelde verzoeken is klagers zuster door tussenkomst van de notaris door een VIA-arts onderzocht.

2.8 Beide verzoeken zijn behandeld op de zitting van de rechtbank Midden-Nederland van 20 januari 2014. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, waarin aangegeven is dat de behandelend rechter verklaard heeft klager tot bewindvoerder te gaan benoemen. Na de zitting heeft de notaris de rechtbank benaderd. Bij beschikking van 31 januari 2014 is klagers zuster onder curatele gesteld waarbij [D] (een professionele bewindvoerder/curator) tot curator benoemd is.

3 De standpunten

3.1 De klacht betreft de werkzaamheden die de notaris eind 2013/ begin 2014 heeft verricht.

Klager voert aan dat de notaris heeft gehandeld in strijd met haar wettelijke verplichtingen en  onzorgvuldig is geweest bij de behartiging van de belangen van zijn zuster en derhalve niet gehandeld heeft overeenkomstig hetgeen een behoorlijk notaris betaamt.

3.2. Gelet op het (aanvullend) klaagschrift en de daarop ter zitting door (de gemachtigde van) klager gegeven toelichting zijn de verschillende klachtonderdelen, met instemming van laatstgenoemden, ter zitting vastgesteld als volgt.

Klachtonderdeel a)

Klager verwijt de notaris onzorgvuldig en overhaast te hebben gehandeld bij de intrekking van de volmacht, die zijn zuster bij notariële akte van 20 september 2013 aan hem had gegeven.

Tevens heeft de notaris te snel en zonder voldoende onderzoek het levenstestament opgesteld en een verzoek tot onderbewindstelling ingediend. De verzoeken tot onder bewindstelling en tot het instellen van een mentorschap waren voorts onnodig, gezien het reeds door klager ingediende verzoek tot onder curatele stelling, waarvan de notaris door informatie van klager op de hoogte was.

Klachtonderdeel b)

Klager klaagt voorts dat de notaris zijn zuster voor het verrichten van haar werkzaamheden, met name het indienen van het verzoek tot onderbewindstelling/mentorschap, een rekening heeft gestuurd.

Klachtonderdeel c)

Verder geeft  klager aan dat de notaris zich onheus over hem heeft uitgelaten, dit zowel jegens hem als tegenover derden (de bank, de rechtbank).

Klachtonderdeel d)

Tenslotte verwijt  klager de notaris, dat zij bij de behandeling op 20 januari 2014 bij de rechtbank Midden-Nederland aanwezig was en dat zij bij herhaling de rechtbank buiten hem om heeft benaderd en zich aldus gedragen heeft in strijd met een goede procesorde.

3.3 De notaris heeft de klacht van klager betwist. De notaris stelt zich daarbij in de eerste plaats op het standpunt dat klager niet kan worden aangemerkt als belanghebbende als bedoeld in artikel 99 lid 1 van de Wet op het Notarisambt (Wna) en daarom niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn klacht. Voor het overige heeft de notaris betoogd dat de klacht ongegrond moet worden verklaard.

3.4 De overige door klager en door de notaris ter onderbouwing van hun standpunt gestelde feiten en omstandigheden komen hierna aan de orde, voor zover deze voor de beoordeling van deze klacht van belang zijn.

4. De beoordeling

4.1 Ingevolge artikel 93 lid 1Wna zijn notarissen, toegevoegd notarissen en kandidaat-notarissen aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die zij als notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris behoren te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve zij optreden en ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris, toegevoegd notaris of kandidaat-notaris niet betaamt.

4.2 Als meest verstrekkende verweer heeft de notaris aangevoerd dat klager in zijn klacht niet kan worden ontvangen, omdat hij daarbij geen belang heeft. De kamer volgt de notaris niet in dit verweer en overweegt daarbij als volgt.

Artikel 99 lid 1 Wna bepaalt dat klachten tegen notarissen kunnen worden ingediend door een ieder met enig redelijk belang. In de Memorie van Toelichting op artikel 99 lid 1 Wna is bepaald dat het belanghebbende-begrip in deze bepaling ruim moet worden uitgelegd en niet is beperkt tot de cliënt van de notaris. Tevens wordt in bedoelde toelichting overwogen dat een rechtstreeks belang geen vereiste is; ook een indirect of afgeleid belang van klager kan grond zijn voor ontvankelijkheid.

In het licht van deze toelichting is de kamer van oordeel dat klager met name vanwege de aard van zijn relatie ten opzichte van zijn zuster een afgeleid, maar daarom niet minder  redelijk belang heeft bij het indienen van deze klacht. Klager beoogt op te komen voor de belangen van zijn zuster. Door het optreden van de notaris is klager rechtstreeks in dit belang getroffen c.q. betrokken. Klager kan daarom, ook al heeft hij in deze zaken zelf geen opdracht aan de notaris gegeven en/of rechtstreeks contact met haar gehad, in alle onderdelen van zijn klacht ontvangen worden.

4.3 Klachtonderdeel a)

Klager verwijt de notaris onzorgvuldig te hebben gehandeld bij het intrekken van de volmacht, het opstellen van het levenstestament en de indiening van een verzoek tot onderbewindstelling. Klager heeft in dit verband aangevoerd dat zijn zuster niet in staat was haar wil te bepalen hetgeen in contacten duidelijk kenbaar was/werd.

4.3.1 De kamer overweegt dat indien een notaris in de uitoefening van zijn ambt geconfronteerd wordt met de vraag of degene die een rechtshandeling - zoals in dit geval het intrekken van een volmacht en het maken van een levenstestament - wil verrichten voldoende in staat is zijn toestemming tot de rechtshandeling te bepalen (wilsbekwaam is), door de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) ter invulling van de hiervoor onder 4.1 bedoelde norm een leidraad

- het Stappenplan -  is opgesteld. Dit Stappenplan geeft enerzijds criteria (indicatoren) ter bepaling van wils(on)bekwaamheid en is anderzijds een handleiding voor een te volgen handelwijze in geval de notaris twijfelt aan de wilsbekwaamheid van degene die een testament wil passeren.

Bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid is het uitgangspunt dat het aan de notaris is om te beoordelen of degene die een rechtshandeling wil verrichten - in deze zaak de zuster van klager -  in staat is zijn/haar wil te bepalen. Slechts wanneer aanleiding tot twijfel bestaat, moet de wilsbekwaamheid door de notaris uitgebreider onderzocht worden.

De notaris dient bij de beoordeling van de vraag of reden voor twijfel aan de wilsbekwaamheid bestaat, zorgvuldig te werk te gaan. Wanneer één of meerdere (in het Stappenplan aangegeven) indicatoren reden voor twijfel geven, dienen de in het Stappenplan aangegeven verdere stappen te worden gevolgd.

4.3.2 De notaris heeft aangevoerd dat zij geen aanleiding heeft gehad te twijfelen aan de wilsbekwaamheid van de zuster van klager. Zij heeft aangevoerd dat zij vier maal met de zuster van klager heeft gesproken voordat zij het testament passeerde en het verzoekschrift indiende.

In het eerste gesprek heeft de notaris de zuster van klager geadviseerd zich met haar verzoek om intrekking van de volmacht te wenden tot notaris De Boer, die de volmacht verleden had. In het tweede gesprek met de zuster van klager werd duidelijk dat notaris De Boer niet bereid was tot intrekking van de volmacht over te gaan. Daarna hebben de andere gesprekken plaatsgevonden.

Deze gesprekken vonden steeds plaats op het kantoor van de notaris. De zuster van klager werd gebracht door vriendinnen en/of een mantelzorger, maar deze begeleiders waren niet (telkens) bij het volledige gesprek aanwezig.

Het is de notaris bij gelegenheid van haar gesprekken met de zuster van klager opgevallen dat zij helder en consistent was in de beschrijving van haar financiële positie. De zuster van klager wist ook duidelijk te vertellen dat het een tijdje eerder niet goed met haar ging en dat zij in die tijd verward was geweest, dit ook door een bepaald medicijngebruik. De zuster van klager gaf aan dat het inmiddels beter met haar ging. Zij vertelde dat zij zeker wilde stellen dat ze, met behulp van haar vriendinnen en mantelzorgers zoveel mogelijk zelfstandig wilde blijven. Deze laatsten zouden beter voor haar zorgen dan de thuiszorg. Betreffende haar broer (klager) verklaarde de zuster dat zij niet tegen haar broer “op kon” ; om deze reden wilde zij dat een onafhankelijk bewindvoerder zou worden benoemd.

Met het oog op de indiening van het verzoek onderbewindstelling heeft de notaris een zogenaamde VIA-arts, lid van de Vereniging Indicerende en Adviserende artsen ingeschakeld.

Voor het raadplegen en/of informeren van andere betrokkenen, zoals notaris De Boer of klager zelf, heeft de notaris, die aangeeft te zijn opgetreden als partijnotaris, geen aanleiding gezien.

4.3.3 De kamer is van oordeel dat de aldus ter zitting door de notaris toegelichte handelwijze onzorgvuldig en inconsistent is geweest en de toetsing aan de hierboven beschreven uitgangspunten niet kan doorstaan.

De kamer acht onzorgvuldig dat de notaris alvorens over te gaan tot het indienen van het verzoekschrift, het intrekken van de aan klager verleende volmacht en het passeren van het levenstestament geen informatie heeft ingewonnen bij derden die anders dan als vriendin/mantelzorger bij klaagsters zuster betrokken waren. De kamer acht met name verwijtbaar dat de notaris het feit dat notaris de Boer niet tot intrekking van de volmacht wilde overgaan zonder meer heeft aangenomen en heeft nagelaten haar ambtgenoot naar de beweegredenen van die weigering te vragen. Eveneens acht de kamer de houding van de notaris jegens klagers broer (het meest nabije in leven zijnde familie lid van klagers zuster) onzorgvuldig. Het had op haar weg gelegen om minstens enige aandacht aan diens zienswijze te schenken.

Het bevreemdt de kamer voorts dat de notaris het verzoek tot onder bewindstelling indiende, terwijl zij wist dat reeds het verzoek tot onder curatele stelling aanhangig was. Nog meer bevreemding wekt dat de notaris het verzoek indiende namens zich zelf en namens een vriendin van klagers zuster, terwijl de notaris alleen al uit hoofde van haar functie had moeten weten dat zij noch de vriendin bevoegd waren het verzoek in te dienen.

Inconsistent acht de kamer dat de notaris enerzijds stelt dat klagers zuster wilsbekwaam was, terwijl zij anderzijds een verzoek tot onderbewindstelling indient waarin zij stelt dat ’’betrokkene (toevoeging: klagers zuster) als gevolg van haar geestelijke en lichamelijke toestand tijdelijk niet is staat is of wordt bemoeilijkt haar belangen van niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen’’.

Voorts acht de kamer het door de notaris aangevoerde oogmerk voor indiening van het verzoek tot onderbewindstelling - het ondermijnen van het door klager ingediende curatele verzoek - ongepast en gezien het eerder ingediende curatele verzoek onnodig.

De kamer is van oordeel dat de handelwijze van de notaris een zorgvuldig handelend notaris niet betaamt.

Gezien deze feiten en omstandigheden wordt de klacht op dit onderdeel (a) gegrond verklaard.

4.4 Klachtonderdeel b)

Het verwijt dat de notaris voor haar werkzaamheden – met name het indienen van een verzoek tot onderbewindstelling - een rekening aan klagers zuster heeft gestuurd, acht de kamer eveneens gegrond. Bij de behandeling van het verzoek heeft de notaris niet althans onvoldoende kunnen aangeven in wiens opdracht zij gehandeld heeft. Daarbij komt dat het door de notaris ingediende verzoek zoals hiervoor al overwogen onbevoegd werd ingediend en gezien het eerder ingediende curatele verzoek overbodig was.

Dit klacht onderdeel acht de kamer gegrond.

4.5 Klachtonderdeel c)

Voor zover klager klaagt dat de notaris onheuse uitlatingen over hem heeft gedaan, overweegt de kamer als volgt.

Klager heeft in dit verband gewezen op hetgeen door de notaris is gezegd naar aanleiding van het feit dat klager zijn zuster vanwege haar onbereikbaarheid gedurende vijf achtereenvolgende dagen, als vermist bij de politie had opgegeven. De notaris zou deze handelwijze van klager “ronduit absurd”  hebben genoemd.

Klager verwijst in dit verband naar zijn mail aan de notaris van 6 december 2013, waarin hij deze kwalificatie bevestigt. Klager noemt bij de onderbouwing van deze klacht voorts de uitlatingen van de notaris bij gelegenheid van de mondelinge behandeling van het verzoek onder curatele-/bewindstelling door de rechtbank en uitlatingen van de notaris in het contact met de bank van zijn zuster.

Hoewel het naar het oordeel van de kamer begrijpelijk is dat klager de kwalificaties en mededelingen van de notaris als kwetsend heeft ervaren, acht de kamer de uitlatingen en de mededelingen gezien ook de context waarbinnen deze gedaan zijn, niet zodanig ernstig dat de kamer deze als klachtwaardig aanmerkt. De kamer merkt hierbij op dat de bewoordingen die de notaris in het contact met de bank gebruikte, neutraal zijn geweest. De klacht wordt daarom op dit onderdeel (c) ongegrond geoordeeld.

4.6 Klachtonderdeel d)

Klager verwijt de notaris dat zij bij de behandeling van het verzoek onderbewindstelling aanwezig was en bij herhaling de rechtbank buiten hem om heeft benaderd.

De notaris heeft onweersproken gesteld dat zij voor de behandeling van het verzoek tot onderbewindstelling door de rechtbank is opgeroepen. Klager kan de notaris niet verwijten dat zij aan de oproep van de rechtbank gevolg gegeven heeft.

Hetzelfde geldt ten aanzien van het - niet betwiste - feit dat de notaris de rechtbank een aantal malen buiten klager om heeft benaderd. De notaris heeft gemeend de rechtbank zowel voor als na de behandeling van het verzoek in het belang van klagers zuster te moeten inlichten op de wijze zoals zij gedaan heeft. Het was wellevend geweest indien de notaris klager over haar contacten met de rechtbank had ingelicht, doch een verplichting daartoe rustte (anders dan voor een advocaat) niet op de notaris.

Dit klachtonderdeel acht de kamer dan ook ongegrond.

4.7 Tegen de achtergrond van het voorgaande acht de kamer terzake van de gegrondverklaring van de klachtonderdelen a) en b) de oplegging van de maatregel van waarschuwing passend en geboden. Bij het opleggen van deze maatregel heeft de kamer in haar oordeel betrokken dat het handelen van de notaris tot gevolg gehad heeft dat elk contact tussen klager en zijn zuster verbroken is, hetgeen klager - zoals de kamer bij de behandeling van het verzoek heeft waargenomen - emotioneel sterk heeft aangegrepen en aangrijpt. Weliswaar was dit gevolg voor de notaris niet voorzienbaar en behoefde de notaris het belang van klagers broer niet te behartigen, maar het neemt niet weg dat bij een meer prudent handelen van de notaris deze emotionele schade vermeden had kunnen worden.

5. De beslissing

De kamer voor het notariaat in het ressort Arnhem-Leeuwarden:

- verklaart de klacht op de onderdelen a) en b) gegrond en legt terzake de maatregel    van waarschuwing op;

- verklaart de klacht op de onderdelen c) en d) ongegrond.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.L.J.C. van Emden-Geenen, voorzitter en

mrs. L.A. van Son, E.J.M. Kerpen, W.J. Hordijk en H. Quispel, in

tegenwoordigheid van mr. M.J. Derksen, secretaris, uitgesproken in het openbaar op

13 april 2015.

De secretaris,                                                                                 De voorzitter,

Tegen deze beslissing van de kamer voor het notariaat kunnen partijen binnen dertig dagen na de datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam. Postadres, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.