ECLI:NL:TNORDHA:2015:18 Kamer voor het notariaat Den Haag 14-62
| ECLI: | ECLI:NL:TNORDHA:2015:18 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 17-06-2015 |
| Datum publicatie: | 06-07-2015 |
| Zaaknummer(s): | 14-62 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | Klacht gegrond met waarschuwing |
| Inhoudsindicatie: | Toen de notaris in 2006 onder andere de samenlevingsovereenkomst opstelde en passeerde, behartigde de notaris de belangen van zowel klager als de vrouw. Klager verwijt de notaris dat hij door bewindvoerder te worden in 2012 partij-notaris is geworden. De notaris heeft klager onder druk gezet. De notaris communiceert niet met klager over de te verdelen schulden tussen partijen. |
Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag
Beslissing d.d. 17 juni 2015 inzake de klacht onder nummer 14-62 van:
[klager],
hierna ook te noemen: klager,
tegen
[notaris],
notaris te [vestigingsplaats],
hierna ook te noemen: de notaris.
De procedure
De Kamer heeft kennisgenomen van:
· de klacht, ingekomen per e-mail bij zowel de Kamer als bij het bestuur van de rechtbank op 17 september 2014,
· aanvulling klacht, met bijlagen, ingekomen op 6 november 2014,
· het antwoord van de notaris,
· de repliek,
· de dupliek.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 mei 2015. Daarbij waren aanwezig klager, zijn vriendin en de notaris en een kantoorgenoot. Van het verhandelde is procesverbaal opgemaakt.
De feiten
In mei 2006 heeft de notaris een akte van levering gepasseerd, waarbij klager en mevrouw [A] (hierna te noemen: de vrouw), een woning aan de [adres en woonplaats] in eigendom hebben verkregen. Aansluitend heeft de notaris een hypotheekakte gepasseerd. Ook heeft de notaris een samenlevingsovereenkomst en testamenten gepasseerd voor partijen.
In maart 2012 is de samenleving tussen klager en de vrouw beëindigd.
Bij beschikking van 30 mei 2012 van de kantonrechter te Leiden is bewind ingesteld over alle goederen van de vrouw en is [naam Stichting] benoemd tot bewindvoerder. De notaris is enig bestuurder van die Stichting.
Zowel klager als de vrouw zitten momenteel in de wettelijke schuldsanering.
De klacht en het verweer van de notaris
Toen de notaris in 2006 onder andere de samenlevingsovereenkomst opstelde en passeerde, behartigde de notaris de belangen van zowel klager als de vrouw. Klager verwijt de notaris dat hij door bewindvoerder te worden in 2012 partij-notaris is geworden. Als bewindvoerder heeft de notaris alleen de belangen behartigd van de vrouw. Aangezien de notaris eerst notaris was voor beide partijen, dient hij neutraal te blijven.
De notaris heeft klager benadeeld door klager verplicht de woning te laten verkopen met een forse restschuld (ongeveer € 90.000,-). De notaris heeft klager onder druk gezet. Door toedoen van de notaris is klager financieel in de problemen gekomen. Vanaf oktober 2013 tot en met augustus 2014 is de notaris als bewindvoerder de betalingsverplichtingen jegens klager niet nagekomen (€ 680,- per maand). De notaris probeert klager op te laten draaien voor de schulden en kosten bij [C] (hypotheek) en de [D]. De notaris communiceert niet met klager over de te verdelen schulden tussen partijen.
De notaris heeft het volgende aangevoerd. De klacht gaat over hem als bewindvoerder en niet over zijn functioneren als notaris. De vrouw heeft de notaris benaderd, omdat zij aanzienlijke schulden had en geen uitweg meer zag. In overleg met de notaris is besloten om een verzoek te doen bij de kantonrechter tot onderbewindstelling. Schuldsanering was de enige mogelijkheid om uit de schulden te komen. Om voor schuldsanering in aanmerking te komen moest de woning van klager en de vrouw verkocht worden, aangezien een eigen woning het traject van schuldsanering in de weg staat. Omdat uitsluitend schuldsanering de oplossing zou zijn voor de schulden, maakte het voor klager en de vrouw niet uit hoeveel woningschuld zij uiteindelijk zouden hebben. Het traject dat voor schuldsanering moet worden doorlopen, is namelijk niet anders bij een lagere schuld. Bij klager is door de notaris erop aangedrongen om spoedig tot verkoop over te gaan. Klager heeft dat echter niet gedaan. Omdat de vrouw vervolgens de hypothecaire verplichtingen niet meer kon dragen is besloten om niet langer bij te dragen aan de renteverplichting van de woning. Uit gesprekken met de vrouw heeft de notaris begrepen dat schuldsanering ook voor klager de enige uitweg zou zijn. Namelijk de restschuld zou ongeveer € 100.000,- bedragen en klager en de vrouw zijn ieder hoofdelijk aansprakelijk voor de hypotheekschuld. Zodra de vrouw de schuldsanering in zou gaan, zou de bank het gehele bedrag op klager gaan verhalen. De enige manier voor klager om daar onderuit te komen is door de wettelijke schuldsanering in te gaan.
Beoordeling ontvankelijkheid
De notaris heeft aangevoerd dat de klacht ziet op het handelen als bewindvoerder en niet op het handelen als notaris. De Kamer stelt voorop dat een notaris tuchtrechtelijk aansprakelijk kan zijn voor het handelen in een andere hoedanigheid dan notaris dat voldoende verband houdt met zijn hoedanigheid van notaris in relatie tot het daarbij passende gedragsniveau zonder dat het handelen op zichzelf een notaris vereist. Vaststaat dat de notaris in onderhavige kwestie alleen heeft gehandeld in de hoedanigheid van bewindvoerder. De Kamer is van oordeel dat gedragingen van een bewindvoerder voldoende verband houden met het daarbij passende gedragsniveau van notaris, zodat de notaris zich hiervoor tuchtrechtelijk moet verantwoorden. Klager is daarmee ontvankelijk in zijn klacht.
De beoordeling van de klacht
Ter beoordeling van de Kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 van de Wet op het notarisambt (Wna). Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.
De Kamer vat de klachten van klager als volgt samen. Ten eerste had de notaris als belangenbehartiger van beide partijen het bewindvoerderschap voor de vrouw niet op zich mogen nemen zonder klager daar vooraf in te kennen. Ten tweede heeft de notaris druk uitgeoefend op klager door hem te dwingen de woning te verkopen en door te stoppen met het doen van rentebetalingen.
Voor wat betreft het eerste klachtonderdeel overweegt de Kamer als volgt. Vast is komen te staan dat de notaris in 2006 optrad als (onpartijdig) notaris voor zowel klager als de vrouw. Vervolgens heeft de notaris in 2012 de benoeming tot bewindvoerder aanvaard, zonder klager daarover te informeren en zonder hem daarvoor toestemming te vragen. De Kamer is van oordeel dat de notaris zonder gemelde informering en die toestemming de taak als bewindvoerder niet had mogen aanvaarden, ook al zit er zes jaar tussen genoemde jaren. Een dergelijk nalaten acht de Kamer laakbaar. Dit klachtonderdeel is gegrond.
Voor wat betreft het tweede klachtonderdeel overweegt de Kamer als volgt. De notaris heeft oneigenlijke druk uitgeoefend op klager door hem de woning te laten verkopen en de hypothecaire verplichtingen van de vrouw aan klager stop te zetten. Hiermee heeft de notaris het risico genomen van financiële benadeling aan de zijde van klager. De notaris had andere wegen kunnen bewandelen om zijn doel te bereiken. De notaris had bijvoorbeeld bij de rechter verdeling van de gemeenschap kunnen vorderen met een machtiging tot verkoop. Dit klachtonderdeel is gegrond.
Maatregel
De Kamer is van oordeel dat zij het handelen van de notaris in beide klachtonderdelen dermate tuchtrechtelijk laakbaar vindt, dat zij het opleggen van de maatregel van waarschuwing passend en geboden acht.
De beslissing
De Kamer voornoemd:
verklaart de klacht op beide onderdelen gegrond;
legt de notaris de maatregel van waarschuwing op;
bepaalt dat de opgelegde maatregel, nadat tegen onderhavige beslissing geen rechtsmiddel meer openstaat, ten uitvoer zal worden gelegd op een nader te bepalen vergadering van de Kamer, waartoe de notaris per aangetekende brief zal worden opgeroepen door de secretaris.
Deze beslissing is gegeven door mrs. R.J. Paris, voorzitter, O. van der Burg, F. Hoppel, H.M. Kolster en R.B. van der Horst en in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2015.
Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief.