ECLI:NL:TNORDHA:2015:15 Kamer voor het notariaat Den Haag 15-01
| ECLI: | ECLI:NL:TNORDHA:2015:15 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 13-05-2015 |
| Datum publicatie: | 12-06-2015 |
| Zaaknummer(s): | 15-01 |
| Onderwerp: | Personen- en Familierecht |
| Beslissingen: | |
| Inhoudsindicatie: | Klaagster verwijt de notaris dat hij zonder medeweten van de erfgenamen de niet verdeelde roerende zaken heeft laten afvoeren. Na het overlijden van erflaatster heeft klaagster aan de notaris gevraagd wat er met de roerende zaken zou gebeuren die niet bij testament of codicil waren beschreven. De notaris heeft daarop geantwoord dat die goederen verdeeld zouden worden tussen beide erfgenamen. Wanneer beide erfgenamen dezelfde goederen wilden hebben, zou er worden geloot. Deze verdeling/loting heeft echter nooit plaatsgevonden. Verder acht klaagster het vreemd dat er maar € 18,- contant geld in de woning aanwezig was. Dit was niet erflaatsters gewoonte. |
Kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag
Beslissing d.d. 13 mei 2015 inzake de klacht onder nummer 15-01 van:
[klaagster],
hierna ook te noemen: klaagster,
tegen
[notaris] ,
notaris te [vestigingsplaats],
hierna ook te noemen: de notaris.
De procedure
De Kamer heeft kennisgenomen van:
· de klacht, met bijlagen, ingekomen op 7 januari 2015,
· het antwoord van de notaris, met bijlagen,
· brief van klaagster van 23 april 2015, ingekomen op 28 april 2015.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 april 2015. Daarbij waren aanwezig klaagster en haar echtgenoot en de notaris bijgestaan door zijn advocaat mr. G. van Atten. Van het verhandelde is procesverbaal opgemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de notaris een schikkingsvoorstel gedaan om € 250-, over te maken aan de kerk. De Kamer heeft vervolgens klaagster een termijn van een week gegeven om zich over dit voorstel te beraden. Bij brief van 23 april 2015 heeft klaagster de Kamer bericht dat zij niet op het schikkingsvoorstel ingaat en dat zij haar klacht wil handhaven.
De feiten
Op 21 juni 2014 is mevrouw [A] (hierna te noemen: erflaatster) overleden. Erflaatster laat twee dochters achter, te weten klaagster en mevrouw [B] (hierna: B). Klaagster heeft een dochter (hierna: C) en mevrouw [B] heeft eveneens een dochter (hierna: D). Erflaatster heeft een testament gemaakt dat door de notaris is gepasseerd. In dit testament zijn klaagster en mevrouw [B] benoemd tot haar enig erfgenamen en is de notaris benoemd tot executeur. [D] en [C] zijn benoemd tot legatarissen. Klaagster en mevrouw [C] hebben ruim tien jaar geleden het onderlinge contact verbroken.
Op 27 juni 2014 is de notaris benaderd door klaagster. Er is toen gesproken over het testament alsmede over het aan het testament gehechte codicil. De notaris heeft de sleutels van de woning van erflaatster overhandigd gekregen. Vervolgens is de notaris naar de woning van erflaatster gegaan en heeft deze verzegeld. In de woning werden alle sieraden, minus één ring zoals vermeld op het codicil, aangetroffen.
De notaris heeft tijdens een afspraak met klaagster aan haar de roerende zaken gegeven die haar toekwamen krachtens het codicil. Een aantal roerende zaken is later door een verhuisbedrijf bij klaagster thuis afgegeven.
Op 25 juli 2014 zijn de overige roerende zaken van erflaatster verdeeld tijdens een bijeenkomst met alle rechthebbenden in de woning van erflaatster. Klaagster was hier niet bij aanwezig, want zij had haar goederen al ontvangen. De erfgenamen en legatarissen hebben de roerende zaken ontvangen waar zij conform het testament/codicil recht op hadden. Klaagster en de overige erfgenamen/legatarissen hebben voor de ontvangst van de goederen getekend. De resterende inboedel is getaxeerd door de heer [Z] (hierna: Z) waarvan op 15 juli 2014 een taxatierapport is opgemaakt. De woning is door [Z] ontruimd; een aantal roerende zaken is verkocht, de rest afgevoerd.
De klacht en het verweer van de notaris
Klaagster verwijt de notaris dat hij zonder medeweten van de erfgenamen de niet verdeelde roerende zaken heeft laten afvoeren. Na het overlijden van erflaatster heeft klaagster aan de notaris gevraagd wat er met de roerende zaken zou gebeuren die niet bij testament of codicil waren beschreven. De notaris heeft daarop geantwoord dat die goederen verdeeld zouden worden tussen beide erfgenamen. Wanneer beide erfgenamen dezelfde goederen wilden hebben, zou er worden geloot. Deze verdeling/loting heeft echter nooit plaatsgevonden. Klaagster wil weten waar de inhoud van de zilverkast, het verzilverde toiletstel, de toilettafel en het vloerkleed van de huiskamer zijn gebleven. De kleding van erflaatster had klaagster aan de kerk beloofd. Ook de kleding is inmiddels verdwenen. Klaagster heeft netjes gewacht op verdeling/verloting. De goederen hebben een grote emotionele waarde voor klaagster.
Verder acht klaagster het vreemd dat er maar € 18,- contant geld in de woning aanwezig was. Dit was niet erflaatsters gewoonte. Mevrouw [B] had twee dagen na het overlijden van erflaatster nog toegang tot de woning. Daarna is de woning op verzoek van klaagster door de notaris(executeur) verzegeld.
De notaris heeft het volgende aangevoerd. Als klaagster inderdaad ervan uitging dat er nog roerende zaken verdeeld zouden worden, dan begrijpt de notaris dat het teleurstellend is dat deze goederen er niet meer zijn. De notaris betreurt dat de situatie niet meer kan worden teruggedraaid.
De (huur)woning van erflaatster diende op korte termijn (15 augustus 2014) te worden opgeleverd. Geen van de erfgenamen of andere familieleden gaf aan de woning te willen leeghalen. Omdat geen van de erfgenamen de woning wilde leeghalen heeft de notaris [Z] ingeschakeld. [Z] is onder meer een (erkend) taxateur van roerende zaken te [plaatsnaam]. Hij doet al jaren de taxaties van roerende zaken in het kader van de afwikkeling van nalatenschappen voor het notariskantoor. Daarnaast ontruimt [Z] woningen. [Z] heeft goede contacten met veilinghuizen en verhuisbedrijven. De notaris heeft in een document aan alle partijen gecommuniceerd over de werkzaamheden van [Z] die plaats zouden vinden. Aan klaagster is dit document overhandigd. Zij heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt. Daarna is [Z] begonnen met zijn werkzaamheden. Vervolgens is de notaris met vakantie gegaan.
Na de verdeling op 25 juli 2014 heeft geen van de erfgenamen aangegeven nog interesse te hebben in de overige roerende zaken. Ook tijdens gesprekken met klaagster over het leeghalen van de woning van erflaatster, heeft klaagster nimmer aangegeven nog goederen te wensen. De goederen die niet verdeeld zijn, zijn deels naar de vuilstort en deels naar de kringloopwinkel gebracht en vier roerende zaken (van enige waarde) zijn geveild.
Na de vakantie van de notaris heeft hij bij [Z] geïnformeerd wat de gang van zaken was bij de verdeling van de goederen. [Z] heeft hem toen verteld dat tijdens de verdeling ruzie is ontstaan tussen klaagster en haar zuster, dat de zaak toen zo is geëscaleerd, dat er geen verdeling heeft plaatsgevonden en dat klaagster toen is vertrokken. Omdat [Z] niets meer van klaagster hoorde, is hij er volgens de notaris vanuit gegaan dat er ontruimd kon worden. Er is ruis geweest in de verwachtingen over en weer.
De beoordeling van de klacht
Ter beoordeling van de Kamer staat of de notaris heeft gehandeld in strijd met de tuchtnorm als geformuleerd in artikel 93 Wna. Een notaris is aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van handelen of nalaten in strijd met hetzij enige bij of krachtens deze wet gegeven bepaling, hetzij met de zorg die hij als notaris behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, alsmede ter zake van handelen of nalaten dat een behoorlijk notaris niet betaamt.
Voor zover de klacht ziet op de verdeling overweegt de Kamer als volgt. Kennelijk is er sprake geweest van een misverstand. De notaris is met vakantie gegaan in de veronderstelling dat [Z] met de erfgenamen zou bespreken welke goederen zij wensten. [Z] ging er echter van uit dat de erfgenamen zelf zouden aangegeven of zij nog iets wilden. Toen klaagster af ging wachten en niet bij [Z] aangaf welke goederen zij wilde, ging [Z] er blijkbaar van uit dat klaagster niets wenste. Hij is daarna overgegaan tot het afvoeren van de roerende niet-verdeelde zaken naar de vuilstort en kringloopwinkels.
Uit dit alles blijkt naar het oordeel van de Kamer dat de notaris te weinig de regie heeft gevoerd. Hij is op vakantie gegaan, zonder zich ervan te vergewissen of zijn eerdere mededeling dat de erfgenamen mochten kiezen welke nog niet verdeelde roerende zaken zij wensten en indien klaagster en haar zuster eenzelfde goed wilden hebben er geloot zou worden, was uitgevoerd of door [Z] zou worden nagekomen. De Kamer is van oordeel dat de notaris als executeur beter had moeten communiceren met de erfgenamen dat zij zelf (aan [Z]) moesten aangeven of zij nog goederen wilden hebben. Ook had de notaris beter moeten communiceren met [Z], dat [Z] de erfgenamen moest vragen of zij nog goederen wensten te hebben.
Een en ander leidt echter niet tot een gegrondheid van de klacht, nu de Kamer dit handelen niet voldoende tuchtrechtelijk laakbaar handelen acht. Dit klachtonderdeel is ongegrond.
Voor wat betreft het aanwezig zijn van contant geld in de woning van erflaatster overweegt de Kamer als volgt. Klaagster heeft gesteld dat het niet de gewoonte was van erflaatster om zo weinig contant geld in huis te hebben, maar zij onderbouwt deze stelling niet. Dit klachtonderdeel is derhalve ongegrond.
De beslissing
De Kamer voornoemd:
verklaart de klacht op beide onderdelen ongegrond.
Deze beslissing is gegeven door mrs. M.G.L. den Os-Brand, voorzitter, R.R. Roukema, R.J. Groenhof, J.P. van Loon en J. Smal en in tegenwoordigheid van de secretaris, mr. F.S. Pietersma-Smit, in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2015.
Kopie van deze beslissing wordt bij aangetekende brief aan partijen gezonden. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Amsterdam, postbus 1312, 1000 BH Amsterdam, binnen dertig dagen na de dagtekening van genoemde brief.