Zoekresultaten 651-660 van de 857 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2024:1 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 22-730/AL/NN

    Gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde schorsing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:247 Raad van Discipline Amsterdam 23-555/A/A

    Verzet. De raad verklaart het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:2 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-326/DH/RO

    Verzet niet-ontvankelijk. Te laat.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:1 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 22-998/DB/OB

    Verzetbeslissing. Klager heeft verzet ingesteld tegen een beslissing van de raad. In de onderwerpregel van klagers brief is vermeld: “Verzet in zaak 22-998/DB/OB volgens artikel 46h lid 1”. In dit bericht deelt klager mede verzet in te stellen tegen de beslissing van de raad, voor zover (althans zo begrijpt de raad klagers brief) de raad de klachtonderdelen 1 en 2 niet-ontvankelijk heeft verklaard.        In artikel 46h Advocatenwet is bepaald dat tegen een beslissing van de voorzitter op grond van artikel 46g Advocatenwet verzet kan worden ingesteld. De beslissing d.d. 26 juni 2023 is echter geen beslissing van de voorzitter, maar een beslissing van de raad, waarin de raad met toepassing van artikel 46g Advocatenwet de klachtonderdelen 1 en 2 niet-ontvankelijk heeft verklaard. In artikel 56 Advocatenwet is bepaald dat tegen beslissingen van de raad hoger beroep kan worden ingesteld bij het Hof van Discipline. Tegen beslissingen van de raad kan geen verzet worden ingesteld. Tegen de beslissing van de raad van 26 juni 2023 staat het rechtsmiddel van verzet niet open. Verzet niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2023:248 Raad van Discipline Amsterdam 23-411/A/A

    Raadsbeslissing. Klacht tegen de advocaat van de wederpartij gegrond. De raad is van oordeel dat verweerster zich met haar handelswijze te star heeft opgesteld en dat zij met name haar eigen opvatting (en niet noodzakelijkerwijs die van haar cliënte) lijkt te hebben gevolgd en daarmee de belangen van de wederpartij, klager, onnodig heeft geschaad zonder redelijk doel. Daarbij had verweerster, mede gelet op haar rol als familierechtadvocate, meer inspanningen kunnen en ook moeten verrichten om uit de ontstane impasse te geraken. Door verdere stappen afhankelijk te maken van inwilliging van haar verzoek aan klager tot het in de arm van nemen van een advocaat, terwijl duidelijk was dat klager hiertoe niet zou overgaan, heeft verweerster de zaak onnodig gejuridiseerd en mogelijk ook vertraagd. Aan verweerster wordt de maatregel van een waarschuwing opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2024:3 Raad van Discipline 's-Gravenhage 23-361/DH/RO

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2024:2 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 23-279/DB/LI

    Verzetbeslissing. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:357 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-274/AL/GLD

    Raadsbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder heeft niet voldoende adequaat met zijn cliënt gecommuniceerd. De reactie van klager op het advies van verweerder had voor verweerder aanleiding moeten zijn om uit zichzelf bij klager na te gaan wat de reden was voor diens reactie op het advies en hem zo nodig aanvullende uitleg te geven. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:358 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-328/AL/MN

    Raadsbeslissing. Klacht van een penitentiaire inrichting dat verweerder in strijd met de regelgeving een telefoon heeft binnengebracht. Hoewel vaststaat dat dit is gebeurd, is op grond van het gevoerde verweer voor de raad niet komen vast te staan dat verweerder dit opzettelijk heeft gedaan. Daarom kan hem geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2023:359 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 23-439/AL/MN/D

    Raadsbeslissing. Dekenbezwaar ingediend vanwege schending van kernwaarde integriteit. Vaststaat dat verweerder in strijd met de regelgeving een telefoon in een penitentiaire inrichting heeft binnengebracht, maar voor de raad is niet komen vast te staan dat hij dit met opzet heeft gedaan. De deken heeft aangevoerd dat ook in geval het binnenbrengen van de telefoon niet opzettelijk is gebeurd, sprake is van een schending van de kernwaarde integriteit. De raad kan de deken hierin niet volgen. Een schending van de integriteit impliceert een bewust handelen en daarvan is niet gebleken. Dekenbezwaar ongegrond.