Zoekresultaten 13191-13200 van de 46829 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:10 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-050

    Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Het College komt tot de conclusie dat beklaagde geen (cruciale) informatie heeft achtergehouden. De volledige rapportage inclusief medische informatie is zeer uitgebreid en omvat voldoende overwegingen omtrent de beschikbare medische informatie, zo ook de informatie zoals ontvangen van de huisarts. Ook is uitvoerig beschreven wat klager en beklaagde tijdens het consult hebben besproken. Voorts heeft beklaagde terecht geoordeeld dat er voor een juiste beoordeling niet meer informatie nodig was. Uit de rapportage is gebleken dat er al recente informatie van verschillende behandelaars lag, dat klager en beklaagde uitgebreid hebben gesproken over de diagnostiek van de behandelaars en dat er derhalve voldoende informatie was om tot een oordeel te kunnen komen. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:1 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/151

    Klager is het niet eens met de inhoud van het door de psychiater (verweerder) opgestelde concept rapport - een rapportage die door verweerder is opgesteld in opdracht van de rechtbank met betrekking tot een letselschadeprocedure. Daarnaast verwijt klager verweerder dat hij zich niet onafhankelijk heeft opgesteld. Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd en verzoekt het college de klacht als (kennelijk) ongegrond c.q. als van onvoldoende gewicht af te wijzen. kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:33 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/79

    Verzoek tot wraking van lid van wrakingskamer afgewezen als zijnde kennelijk ongegrond (schriftelijke afdoening als bedoeld in art. 3 lid 3 Wrakingsprotocol).

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:295 Raad van Discipline Amsterdam 20-858/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2020:296 Raad van Discipline Amsterdam 20-861/A/A 20-862/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaten wederpartij in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:30 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2020/5

    Klager verwijt de notaris - kort samengevat - dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij de totstandkoming van de vier op 27 februari 2017 gepasseerde akten (het testament van erflaatster, de oprichtingsakte van de STAK, de akte administratievoorwaarden en de certificeringsakte) en na het openvallen van erflaatsters nalatenschap. De klacht wordt deels gegrond verklaard. De kamer heeft overwogen dat de notaris terzake haar advisering aan erflaatster met betrekking tot het gecertificeerde vermogen waaruit het vruchtgebruik aan klager was gelegateerd, onvoldoende heeft stilgestaan bij de fiscale gevolgen van deze constructie voor klager. Dit klemt te meer omdat de onder meer door de notaris vormgegeven certificeringsakte juist als een beschermingsconstructie voor klager was bedoeld. Daarnaast had de notaris, gelet op deze bijzondere constructie, en gezien haar informatie- en belehrungspflicht ex artikel 43 lid 1 Wna, zich ervan moeten vergewissen dat klager de gevolgen van de zuivere aanvaarding volledig begreep en onderkende. Niet is gebleken dat de notaris klager erop heeft gewezen welke concrete gevolgen de zuivere aanvaarding van de nalatenschap had ten aanzien van de voldoening van de legaten en de verschuldigde inkomsten- en erfbelasting. Evenmin is gebleken dat de notaris klager heeft geadviseerd te onderzoeken of hij voldoende contante gelden zou hebben om die schulden te voldoen, aangezien klager als erfgenaam slechts over een klein deel van erflaatsters nalatenschap zelf zou kunnen beschikken, terwijl het grootste gedeelte van erflaatsters nalatenschap uit gecertificeerd vermogen bestond. Gelet op het voorgaande – mede blijkens haar verklaring(en) ter zitting – is de kamer tot het oordeel gekomen dat de notaris zich niet voldoende heeft gerealiseerd waar klager voor zou komen te staan. Daarbij komt dat de notaris - eveneens ter zitting - aan de kamer geen blijk heeft gegeven de klachtwaardigheid van haar handelen in te zien. De kamer is dan ook van oordeel dat de notaris ernstig tekort is geschoten in haar zorg die zij ten opzichte van klager diende te betrachten. Van haar wijze van handelen kan haar een ernstig verwijt worden gemaakt. De kamer heeft de notaris daarom de maatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor de duur van een week opgelegd.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:31 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/62

    Het BFT verwijt de notaris dat privé sprake is van een negatieve liquiditeits- en solvabiliteitspositie. Daarmee handelt de notaris in strijd met artikel 23 Wna in verbinding met artikel 2 van de Administratieverordening en (de toelichting op) artikel 3 van het Reglement Verslagstaten 2010. Een notaris moet niet alleen zakelijk maar ook in privé financieel weerbaar zijn. Het BFT verwijst in dit verband naar jurisprudentie van onder meer het Gerechtshof Amsterdam. Naar het oordeel van de kamer kan echter de door het BFT aangehaalde jurisprudentie niet als referentiekader dienen voor de ingediende klacht, nu daarin niet is gebleken van een casus - zoals de onderhavige - waarin de totale liquiditeit positief was. Daar komt bij dat uit de overgelegde jaarcijfers is gebleken dat de solvabiliteit van het kantoor eind 2018 € 106.775,- bedroeg en eind 2019 was verbeterd naar € 143.167,- terwijl de liquiditeit van het kantoor eind 2018 € 94.743,- bedroeg en eind 2019 ook was verbeterd en € 139.008,- bedroeg. Nu de kamer op grond van de overgelegde jaarcijfers heeft geconstateerd dat de totale liquiditeitspositie positief was op het moment van het indienen van de klacht, heeft de notaris naar het oordeel van de kamer niet in strijd met artikel 3 Verslagstaten 2010 gehandeld. Mitsdien kan het de notaris dan ook niet worden verweten dat in 2018 de liquiditeits- en solvabiliteitsposities in privé negatief waren en in 2019 nog alleen de liquiditeitspositie in privé, nu de totale liquiditeit zowel in 2018 als in 2019 positief was. Op deze grond kan derhalve ook niet worden geconcludeerd dat de notaris daardoor in strijd heeft gehandeld met artikel 23 lid 1 Wna en/of artikel 2 Administratieverordening. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2020:32 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2019/76

    Klaagster heeft vele bezwaren geuit aan het adres van de notaris. Kort gezegd komen deze bezwaren er op neer dat klaagster de notaris verwijt dat hij in zijn hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschappen van de drie erflaatsters onzorgvuldig, partijdig en niet onafhankelijk heeft gehandeld. De klacht van klaagster valt uiteen in 12 onderdelen. De klacht wordt gedeeltelijk gegrond verklaard en aan de notaris wordt de maatregel van een waarschuwing opgelegd. Bij het opleggen van deze maatregel heeft de kamer overwogen oog te hebben voor de bovengemiddelde complexe afwikkeling van de nalatenschappen. De notaris heeft zijn taak als vereffenaar van de nalatenschappen niet zorgvuldig uitgevoerd door niet bij klaagster te verifiëren of zij instemde met het verzoek aan de rechtbank om het Turkse vermogen buiten de afwikkeling van de nalatenschappen te houden en het pand aan een derde te verkopen. Ook heeft de notaris nagelaten klaagster te informeren over het verrekenen van de in de woning aanwezige contanten en de bankopnames van de bankrekening na het overlijden van één van erflaatsters, hetgeen de kamer de notaris tuchtrechtelijk verwijt. De kamer heeft reden om te twijfelen aan de geloofwaardigheid van het betoog van de notaris ter zitting dat hij indertijd iedereen op de hoogte heeft gesteld van de stappen die door hem werden ondernomen, mede gelet op zijn eerdere verklaring dat hij periodiek en niet iedere keer na een gesprek met één van de erfgenamen de overige erfgenamen (waaronder klaagster) op de hoogte stelde inzake de afwikkeling van de nalatenschappen. Dit klemt te meer nu de notaris op de hoogte was van de verstoorde verhoudingen tussen de erfgenamen onderling. De kamer houdt voorts rekening met het feit dat ook klaagster in deze een eigen verantwoordelijkheid heeft.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:247 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-295

    Voorzittersbeslissing. Klacht over optreden eigen advocaat in een arbeidsgeschil. Verweerder is niet tekortgeschoten in zijn zorgplicht jegens klaagster. Niet gebleken dat hij afspraken met klaagster niet is nagekomen. Verder heeft hij binnen een redelijke termijn een kennelijk voor klaagster onwelgevallig negatief procesadvies gegeven, wat tuchtrechtelijk niet verwijtbaar is. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:241 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-058

    Eindbeslissing na aanvullend onderzoek deken. Mede op grond van het aanvullend onderzoek van de deken stelt de raad vast dat verweerder niet de volledige dossiers van klaagster heeft overgedragen aan de opvolgend advocaat. Hierdoor heeft verweerder niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat in de gegeven omstandigheden mag worden verwacht. Dit is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht gedeeltelijk gegrond. Maatregel van een waarschuwing en proceskostenveroordeling.