Zoekresultaten 451-460 van de 47606 resultaten
-
ECLI:NL:TNORARL:2025:45 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/454099 KL RK 25-106
- Datum publicatie: 17-04-2026
- Datum uitspraak: 20-11-2025
- ECLI:NL:TNORARL:2025:45
Klager is geen partij in de nalatenschap van erflater in verband met zijn persoonlijke faillissement. De notaris heeft terecht met zowel de curator als de executeur in plaats van klager gecommuniceerd en klager terecht doorverwezen voor informatie. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/8744
- Datum publicatie: 17-04-2026
- Datum uitspraak: 17-04-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:59
Kennelijk ongegronde klacht tegen een huisarts. Klaagster verwijt de huisarts discriminatie, onprofessioneel handelen en nalatigheid. Het college is van oordeel dat een precieze reconstructie van de gesprekken/consulten niet mogelijk is en niet kan worden vastgesteld wat er is gezegd. Ook blijft onduidelijk in hoeverre de herkomst van klaagster in deze situatie een relevant onderwerp was en op welke wijze het is besproken. Duidelijk is wel dat klaagster het refereren aan haar herkomst als kwetsend en discriminerend heeft ervaren. Hiervoor heeft de huisarts zich geëxcuseerd en aangegeven hiervan te hebben geleerd. Daarnaast is van nalatig handelen geen sprake. De huisarts heeft klaagster doorverwezen, telkens te woord gestaan en van advies voorzien, ook omtrent andere zorgvragen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2026:50 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 26-176/DB/ZWB
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 14-04-2026
- ECLI:NL:TADRSHE:2026:50
Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat in hoedanigheid van kantoor directeur kennelijk ongegrond omdat niet is gebleken dat het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:112 Hof van Discipline 's Gravenhage 250220
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:112
De raad heeft geoordeeld dat verweerster klager onvoldoende heeft geïnformeerd over zijn mogelijkheden om een schadevergoeding te vorderen van de gemeente. Zij heeft hem ook onvoldoende uitgelegd wat het betekent om finale kwijting overeen te komen en heeft niet geprobeerd om de mogelijkheid om schade te vorderen open te houden. De bijstand van verweerster aan klager was op dit punt ontoereikend. De klacht is in zoverre gegrond verklaard en aan verweerster is de maatregel van waarschuwing opgelegd. Verweerster is in hoger beroep gekomen. Anders dan de raad is het hof van oordeel dat er geen grond is voor een tuchtrechtelijk verwijt aan verweerster omdat zij klager beter had moeten informeren. Verweerster heeft klager op ieder punt waarop klager volgens de opdrachtbevestiging om bijstand heeft verzocht, en alle probleemgebieden die hij aankaartte, van een advies voorzien. Ook heeft zij hem voldoende duidelijk gemaakt wat een finale kwijting inhield. Gelet hierop is het hof van oordeel dat de klacht ongegrond is.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:113 Hof van Discipline 's Gravenhage 250368
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:113
Beklag tegen afwijzingsbeslissing niet-ontvankelijk omdat het beklag buiten de beklagtermijn is ingediend. Er zijn geen argumenten gesteld of gebleken die deze termijnoverschrijding verschoonbaar zouden kunnen maken.Beklag tegen een tweede afwijzingsbeslissing ongegrond omdat het een herhaald verzoek betreft. Klager heeft tegen dit standpunt van de deken geen beklaggronden geformuleerd. Nu het hof op 19 september 2025 heeft beslist op het beklag van klager dat zag op klagers verzoek om een advocaat om namens zijn vader en zichzelf een procedure te kunnen starten, ECLI:NL:TAHVD:2025:179, mocht de deken dit herhaalde verzoek afwijzen.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:1 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-42
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:1
De kandidaat-notaris heeft bij de afwikkeling van de nalatenschap de scheidslijn tussen hetgeen tot de werkzaamheden van een kandidaat-notaris behoort en hetgeen daarbuiten valt uit het oog verloren. Daardoor is de zakelijkheid van de dienstverlening in het gedrang gekomen. Zij heeft in deze situatie te welwillend gehandeld en onvoldoende afstand bewaard tot cliënte. Juist daarom wordt haar aangerekend dat ze te weinig oog heeft gehad voor de processen en de zorgvuldige vastlegging van wat ze afsprak en deed. De kamer legt de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2026:82 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2024/2656
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 16-04-2026
- ECLI:NL:TGZCTG:2026:82
.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:108 Hof van Discipline 's Gravenhage 260119
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 16-04-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:108
Afwijzing verzoek tot verwijzing op grond van artikel 46c lid 5 Advocatenwet. In het geval verweerder in het kader van zijn toezichthoudende taak als deken op grond van artikel 24 lid 2 WWFT een onderzoek doet of heeft gedaan bij mr. P ontvangt klaagster daarover geen bericht. Klaagster kan derhalve niet vaststellen (en het hof evenmin) of er bij verweerder sprake is van plichtsverzuim op dit punt.
-
ECLI:NL:TNORDHA:2026:2 Kamer voor het notariaat Den Haag 25-26
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 11-02-2026
- ECLI:NL:TNORDHA:2026:2
De kern van de klacht is dat de notaris in het kader van de executieveiling onvoldoende onderzoek heeft verricht, in het bijzonder met betrekking tot het cliëntenonderzoek op grond van de Wwft. De zorgplicht van de notaris brengt in een geval als het onderhavige niet mee dat hij gehouden is zelfstandig onderzoek te verrichten naar eerdere transacties, noch naar de herkomst van gelden die in het verleden bij die transacties zijn betrokken, zolang geen concrete aanwijzingen bestaan die een dergelijk nader onderzoek rechtvaardigen. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2026:93 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-395/AL/GLD
- Datum publicatie: 16-04-2026
- Datum uitspraak: 13-04-2026
- ECLI:NL:TADRARL:2026:93
De raad heeft geoordeeld dat verweerder als advocaat van een onder curatele gestelde buiten de door de wet en de jurisprudentie geschetste kaders heeft gehandeld en daarmee de belangen van klagers en de relatie tussen klagers en hun onder curatele gestelde moeder heeft geschaad. Ook heeft hij onnodig grievende uitlatingen over klagers gedaan. Verweerder heeft daarmee in strijd met artikel 46 Advocatenwet gehandeld. Gelet op de ernst van dit handelen, de omstandigheid dat verweerder weinig inzicht in het verwijtbare van zijn handelen lijkt te hebben en het feit dat verweerder al eerder door de tuchtrechter is veroordeeld, is naar het oordeel van de raad de oplegging van een voorwaardelijke schorsing passend en geboden.