Zoekresultaten 251-260 van de 47599 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:113 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-075/AL/OV

    Na een gegrond verzet heeft de raad de klacht inhoudelijk als volgt beoordeeld. Verweerder wist van zijn cliënte dat klager in een andere procedure tegen zijn cliënte een verklaring van mevrouw M had overgelegd. Volgens zijn cliënte had mevrouw M met die verklaring haar geheimhoudingsbeding als ex-werknemer van cliënte geschonden. Naar het oordeel van de raad mocht verweerder - als niet betrokken advocaat - op verzoek van zijn cliënte rechtstreeks aan mevrouw M vragen naar de echtheid van die verklaring en had hij haar daarbij ook mogen wijzen op de mogelijke schending van het geheimhoudingsbeding. Dat laatste heeft verweerder echter niet in zijn brief van 1 maart 2024 aan mevrouw M genoemd. In plaats daarvan heeft hij mevrouw M gewezen op de onjuistheid van haar verklaring, haar aansprakelijk gesteld voor mogelijke schade voor zijn cliënte en daarbij ook mogelijke serieuze strafrechtelijke gevolgen genoemd. Een advocaat kan zich niet verschuilen achter een van zijn cliënt verkregen opdracht. Verweerder had ook rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van klager bij die verklaring en de belangen van mevrouw M. Met de toonzetting van zijn brief, die onnodig door de deurwaarder aan mevrouw M is betekend, is verweerder de grenzen van het betamelijke te buiten gegaan. Ook al was verweerder niet als advocaat bij die andere procedure betrokken, had hij gelet op de strekking van gedragsregel 22, die mogelijke getuige niet op deze wijze mogen benaderen. Dat is geen gedrag dat een advocaat betaamt. Het verwijt dat verweerder zich meermaals aan belangenverstrengeling schuldig heeft gemaakt, is de raad uit de stukken niet gebleken. Niet is komen vast te staan dat sprake is geweest van een advocaat-cliënt relatie of dat verweerder de grenzen van het betamelijke hierin heeft overschreden. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2026:49 Accountantskamer Zwolle 25/2146 Wtra AK

    Klacht is gegrond en de maatregel van berisping is opgelegd omdat de accountant de opdracht wegens een wijziging van het kantoorbeleid niet had moeten aanvaarden en eenmaal toch aanvaard de opdracht heeft teruggegeven zonder met de belangen van klaagster voldoende rekening te houden. Ongegrond is dat de klacht niet volgens de klachtenregeling van het kantoor binnen drie weken is afgehandeld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:95 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3014

    Verzet tegen een voorzittersbeslissing in de zaak tegen een huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht van klager kennelijk ongegrond verklaard omdat niet is komen vast te staan dat de griepprik verkeerd is gezet of dat de huisarts verkeerde instructies met betrekking tot het plaatsen van de prik heeft gegeven. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart het door klager ingestelde verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:69 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9280

    Voorzittersbeslissing, klacht kennelijk ongegrond. De klacht gaat over het handelen van een psychiater bij de opname van klager op de High Intensive Care (HIC). Klager verwijt de psychiater onder meer dat zij verbeten en niet neutraal het gesprek in ging en dat geen gebruik werd gemaakt van zijn signaleringsplan.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:114 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-662/AL/NN

    De raad heeft geoordeeld dat verweerder op verschillende momenten niet heeft voldaan aan zijn informatieplicht en onvoldoende duidelijk met klager, zijn cliënt, heeft gecommuniceerd. Gelet op de ernst van dit handelen en omdat verweerder al eerder door de raad is veroordeeld, wordt aan verweerder een berisping opgelegd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2026:146 Hof van Discipline 's Gravenhage 240358

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Klaagster verwijt verweerder dat hij in strijd met gedragsregel 15 heeft gehandeld door zowel voor haar als (voormalig) cliënte van verweerder als voor de wederpartij op te treden in een geschil tussen hen beiden. De raad heeft geoordeeld dat de advocaat van klaagster (als voldoende gelijkwaardige partij) op uitdrukkelijke en ondubbelzinnige wijze namens klaagster heeft ingestemd met de bemiddeling door verweerder tussen klaagster en de wederpartij (gedragsregel 15 lid 4), Klaagster heeft in hoger beroep met name bezwaren gericht tegen het gedeeltelijk buiten behandeling laten door de raad van haar oorspronkelijk bij de deken ingediende klacht en heeft verzocht om terugwijzing naar de raad. Het hof ziet geen aanleiding om de zaak terug te wijzen naar de raad en beslist op de klacht zoals die bij de raad is voorgelegd. De in het beroepschrift geformuleerde beroepsgronden bevatten geen grief tegen het inhoudelijk oordeel van de raad, zodat dit (in beginsel) vast staat. Voorzover klaagster heeft bedoeld het hoger beroep eveneens te richten tegen de beslissing van de raad, is het hof het eens met de beslissing van de raad en bekrachtigt deze beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2026:96 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2025/3002 VZ

    Voorzittersbeslissing. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager niet-ontvankelijk verklaard omdat er een periode van meer dan tien jaren is verstreken sinds het gestelde handelen (of nalaten) is geschied. De voorzitter van het Centraal Tuchtcollege wijst het beroep af omdat het beroep niet kan leiden tot een andere beslissing dan die van het Regionaal Tuchtcollege.

  • ECLI:NL:TNORARL:2026:2 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/441385 KL RK 24-137

    Klacht ongegrond, omdat deze onvoldoende is onderbouwd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2026:115 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 25-666/AL/OV

    Raadsbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Gedragsregel 6. Gedragsregel 24. De raad verklaart de klacht over de advocaat van de wederpartij ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2026:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9058

    Kennelijk ongegronde klacht over huisarts. Patiënte verwijt de huisarts dat er onjuiste aantekeningen staan in het medisch dossier van klaagster over de periode in 2011. Ook heeft huisarts klaagster in 2012 niet doorverwezen naar een GZ-psycholoog waardoor klaagster, volgens klaagster geruime tijd last heeft gehad van de gevolgen van PTSS. De huisarts heeft gevraagd om klaagster niet-ontvankelijk te verklaren als het gaat om het handelen van voor 2 oktober 2015 en voor het overige de klacht ongegrond te verklaren. Oordeel college: klaagster deels niet-ontvankelijk en de klacht kennelijk ongegrond.