ECLI:NL:TACAKN:2026:63 Accountantskamer Zwolle 25/3421 Wtra AK
| ECLI: | ECLI:NL:TACAKN:2026:63 |
|---|---|
| Datum uitspraak: | 10-07-2026 |
| Datum publicatie: | 10-07-2026 |
| Zaaknummer(s): | 25/3421 Wtra AK |
| Onderwerp: | |
| Beslissingen: | Klacht gegrond met tijdelijke doorhaling |
| Inhoudsindicatie: | De NBA heeft na een reguliere toetsing in 2021 in 2024 een hertoetsing van het accountantskantoor van betrokkene uitgevoerd. De NBA stelt dat bij de hertoetsing diverse tekortkomingen zijn geconstateerd in de opzet en werking van het kwaliteitssysteem, op zowel stelsel- als dossierniveau. Betrokkene erkent dit maar wijst onder andere op haar moeilijke persoonlijke omstandigheden en de maatregelen die zij inmiddels heeft getroffen om de kwaliteit te verbeteren. De Accountantskamer verklaart de klacht gegrond. Betrokkene krijgt de maatregel opgelegd van tijdelijke doorhaling voor de duur van één jaar. |
ACCOUNTANTSKAMER
UITSPRAAK van 10 juli 2026 op grond van artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de op 18 november 2025 ontvangen klacht met nummer 25/3421 Wtra AK van
DE KONINKLIJKE NEDERLANDSE BEROEPSORGANISATIE VAN DE ACCOUNTANTS (NBA)
gevestigd te Hoofddorp
K L A A G S T E R
advocaat: mr. M. Feenstra te Den Haag
t e g e n
y
accountant-administratieconsulent
kantoorhoudende te [plaats1]
B E T R O K K E N E
1. De procedure
1.1. De Accountantskamer heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- het klaagschrift met bijlagen
- het verweerschrift met bijlagen
- de op de zitting door beide partijen overgelegde pleitaantekeningen.
1.2. De klacht is behandeld op de openbare zitting van 15 juni 2026. De NBA heeft zich laten vertegenwoordigen door G.J.A.H. van der Wielen AA, bijgestaan door mr. M. Feenstra en haar kantoorgenoot mr. Z. Farshchi. Betrokkene is ook verschenen, bijgestaan door haar collega F.J. Adema.
2. De uitspraak samengevat
Waarover gaat deze zaak?
2.1. De NBA heeft na een reguliere toetsing in 2021 in 2024 een hertoetsing van het accountantskantoor van betrokkene uitgevoerd. De NBA stelt dat bij de hertoetsing diverse tekortkomingen zijn geconstateerd in de opzet en werking van het kwaliteitssysteem, op zowel stelsel- als dossierniveau. Betrokkene erkent dit maar wijst onder andere op haar moeilijke persoonlijke omstandigheden en de maatregelen die zij inmiddels heeft getroffen om de kwaliteit te verbeteren.
De beslissing van de Accountantskamer
2.2. De klacht is gegrond. Betrokkene krijgt de maatregel opgelegd van tijdelijke doorhaling voor de duur van één jaar.
3. De feiten
3.1. Betrokkene is sinds 1997 ingeschreven in het accountantsregister van de NBA. Zij is bestuurder en mede-aandeelhouder van [BV1], een accountants- en belastingadvieskantoor (hierna het accountantskantoor) in [plaats1].
3.2. Naast betrokkene zijn er twee fiscalisten (tevens mede-aandeelhouders) verbonden aan het accountantskantoor en er is één belastingadviseur werkzaam in loondienst. Betrokkene is de enige accountant binnen dit kantoor en is daarmee de eindverantwoordelijk accountant.
3.3. Op 5 oktober 2021 is het accountantskantoor regulier getoetst. Volgens de toetsers voldoet het kwaliteitssysteem wel in opzet maar niet in werking. De twee getoetste samenstellingsopdrachten zijn onvoldoende bevonden. De Raad voor Toezicht van de NBA (hierna: de Raad) is tot het oordeel gekomen dat het kwaliteitssysteem verbetering behoeft en in opzet of werking op belangrijke onderdelen niet voldoet aan het bepaalde bij of krachtens de Wet op het accountantsberoep (Wab). Dat is een b-oordeel als bedoeld in artikel 12 lid 2 Verordening op de kwaliteitsbeoordelingen (Vokwb). Betrokkene heeft een verbeterplan ingediend dat op 27 december 2021 is goedgekeurd.
3.4. Op 30 maart 2023 heeft een hertoetsing plaatsgevonden. Volgens de toetsers voldoet het kwaliteitssysteem wel in opzet maar niet in werking. De twee getoetste samenstellings-opdrachten zijn onvoldoende bevonden.
3.5. Op 27 juni 2024 heeft de Raad aan betrokkene bericht dat vanwege de lange doorlooptijd bij de Raad de uitgevoerde hertoetsing als niet uitgevoerd wordt beschouwd en dat een geheel nieuwe hertoetsing zal worden uitgevoerd.
3.6. Op 15 november 2024 heeft de hertoetsing van het accountantskantoor (opnieuw) plaatsgevonden. In het definitieve toetsingsverslag van 9 december 2024 staat dat in het accountantskantoor alleen samenstellingsopdrachten worden uitgevoerd en dat er geen sprake is van assurancewerkzaamheden. De toetsers hebben geconcludeerd dat het kwaliteitssysteem in opzet en in werking niet voldoet. De twee geselecteerde samenstellingsdossiers zijn onvoldoende bevonden.
3.7. De Raad is op 17 januari 2025 tot het eindoordeel gekomen dat het kwaliteitssysteem in opzet of werking niet voldoet aan de Wab. Dit is een b-oordeel als bedoeld in artikel 12 lid 3 Vokwb. Ook is betrokkene op de hoogte gesteld van het voornemen van de Raad om het bestuur van de NBA te adviseren een tuchtklacht in te dienen bij de Accountantskamer. Betrokkene heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om op dit voornemen te reageren.
4. De klacht
4.1. De NBA verwijt betrokkene dat het kwaliteitssysteem van het accountantskantoor in opzet en werking niet voldoet aan de Wab.
4.2. Volgens de NBA zijn bij de hertoetsing op 15 november 2024 op stelselniveau de volgende tekortkomingen geconstateerd:
1. er is niet voldaan aan de in artikel 27 lid 2 onder a en b van de Nadere voorschriften kwaliteitssystemen (NVKS) gestelde voorwaarden voor toepassing van het verlichte regime;
2. het accountantskantoor heeft geen klachtenregeling;
3. verschillende voorschriften uit de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) zijn niet nageleefd;
4. een volledig portfolio met betrekking tot permanente educatie (PE) voor het jaar 2023 ontbreekt.
4.3. De NBA verwijt betrokkene ook dat de toetsers bij de hertoetsing tekortkomingen op dossierniveau hebben vastgesteld. Beide voor de toetsing geselecteerde samenstellingsdossiers (een financiële holding en een vastgoedonderneming) zijn op alle onderdelen onvoldoende bevonden, te weten (i) inzicht in de entiteit, (ii) uitvoering, evaluatie en oordeelsvorming, (iii) rapportering, communicatie en documentatie en (iv) opdrachtaanvaarding- en continuering.
5. De beoordeling
5.1. De Accountantskamer toetst het handelen of nalaten van betrokkene aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA), de Vokwb, de NVKS, de Nadere voorschriften permanente educatie 2019 (NVPE) en de Nadere voorschriften controle en overige standaarden (NV COS). In dit geval is Standaard 4410 ‘Samenstellingsopdrachten’ van toepassing.
5.2. Betrokkene heeft in haar verweerschrift erkend, en op de zitting herhaald, dat zij in strijd heeft gehandeld met de hiervoor (onder 5.1) opgesomde regelgeving. Betrokkene onderschrijft de bevindingen en conclusies van de toetsers zoals weergegeven in het definitieve toetsingsverslag van 9 december 2024 en ook de tekortkomingen op stelsel- en dossierniveau die in de klacht zijn geformuleerd en door de Accountantskamer hiervoor (onder 4.2. en 4.2.) kort zijn samengevat. Het verweer van betrokkene beperkt zich tot een ‘maatregelverweer’. Bij deze stand van zaken ziet de Accountantskamer af van een integrale weergave en bespreking van alle klachtonderdelen, omdat de tekortkomingen door betrokkene worden erkend en dit zou neerkomen op een samenvatting van het klaagschrift.
5.3. Gelet op de bij de hertoetsing geconstateerde tekortkomingen, die door betrokkene zijn erkend, overweegt de Accountantskamer dat het kwaliteitssysteem in opzet en werking niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Betrokkene is tekortgeschoten in haar verantwoordelijkheid als eindverantwoordelijk accountant om te zorgen voor een kwaliteitssysteem dat een redelijke mate van zekerheid geeft dat NVKS-opdrachten worden uitgevoerd conform de van toepassing zijnde wet- en regelgeving. Betrokkene heeft daarmee gehandeld in strijd met het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid.
5.4. Bij de hertoetsing is ook vastgesteld dat betrokkene niet heeft voldaan aan haar PE-verplichting voor het jaar 2023. Betrokkene heeft dat erkend en daarbij aangevoerd dat zij wel heeft nagedacht over haar leerdoelen en dat zij daarvoor cursussen heeft gevolgd, maar dat zij er vanwege persoonlijke omstandigheden niet aan toe is gekomen om een en ander vast te leggen in een portfolio. Ze kan dan ook niet aantonen wat ze heeft geleerd en hoe dat bijdraagt aan haar functioneren. In zoverre heeft zij niet voldaan aan haar PE-verplichting.
5.5. De klacht zal dan ook in al haar onderdelen gegrond worden verklaard.
6. De maatregel
6.1. Omdat de klacht gegrond is, kan een tuchtrechtelijke maatregel worden opgelegd. De maatregel van tijdelijke doorhaling voor de duur van één jaar is passend en geboden.
2. De Accountantskamer heeft daarbij het volgende in aanmerking genomen. Betrokkene wist vanaf 2021 dat het kwaliteitssysteem van het accountantskantoor in werking niet aan de daaraan te stellen eisen voldeed. Ondanks dat zij zeer ruim (bijna drie jaar) de gelegenheid heeft gehad om orde op zaken te stellen, is zij daarin niet geslaagd. Betrokkene heeft zich lange tijd passief opgesteld en heeft geen structurele maatregelen getroffen om de kwaliteit van haar werkzaamheden te verbeteren. Pas medio 2024, vlak voor de tweede hertoetsing, heeft zij een serviceorganisatie ingeschakeld om haar daarbij te helpen. Daarnaast is meegewogen dat betrokkene de ernst van de bij de (tweede) hertoetsing geconstateerde tekortkomingen onvoldoende inziet. Volgens haar hebben de bevindingen vooral betrekking op de inrichting van het kwaliteitssysteem en de documentatie daarvan, maar dat is niet het geval. De Accountantskamer weegt in het bijzonder mee dat bij de toetsing van de twee samenstellingsdossiers vergaande tekortkomingen zijn geconstateerd. Zo is in het dossier van de financiële holding onder de niet in de balans opgenomen verplichtingen geen melding gemaakt van operationele leaseverplichtingen inzake auto's, terwijl het om een substantieel bedrag (en dus verplichting) gaat. En in het dossier van de vastgoedonderneming is de dividenduitkering op onjuiste wijze verwerkt in de jaarrekening. Beide jaarrekeningen zijn niet opgesteld conform de in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen van financiële verslaggeving. Verder heeft betrokkene op de zitting de Accountantskamer niet overtuigd dat zij zelfstandig naar behoren als accountant kan functioneren. Hoewel de Accountantskamer begrijpt dat een zitting veel impact heeft en dat de spanning en emoties invloed hebben op de wijze waarop zij zichzelf presenteert, neemt dat niet weg dat zij onvoldoende blijk heeft gegeven de wet- en regelgeving te beheersen. De Accountantskamer heeft de indruk gekregen dat zij vooral steunt op de programma’s, checklists en aanwijzingen die de serviceorganisatie haar geeft.
3. Dat bij de laatste hertoetsing het kwaliteitssysteem ook in opzet onvoldoende is bevonden, terwijl bij de eerdere toetsingen is geoordeeld dat het in opzet wel voldeed, en er daarnaast op dossierniveau nieuwe tekortkomingen zijn geconstateerd, kan niet als een verlichtende omstandigheid worden beschouwd. Een hertoetsing is namelijk niet bedoeld om te controleren of de eerder geconstateerde tekortkomingen zijn verholpen. Bij een hertoetsing wordt de opzet en de werking van het kwaliteitssysteem opnieuw tegen het licht gehouden, waarbij andere of dezelfde tekortkomingen kunnen worden vastgesteld. Het is aan betrokkene om ervoor te zorgen dat bij de hertoetsing het kwaliteitssysteem voldoet aan àlle daaraan te stellen eisen. In het voordeel van betrokkene is meegewogen dat zij medio 2024 concrete verbetermaatregelen heeft getroffen door lid te worden van een serviceorganisatie. De Accountantskamer heeft bij dit alles vanzelfsprekend oog voor de moeilijke persoonlijke omstandigheden zoals door betrokkene naar voren gebracht. Maar dat laat onverlet dat aan een accountant (mede ter bescherming van het maatschappelijk verkeer) hoge eisen moeten worden gesteld.
6.4. Tot slot wordt overwogen dat de Accountantskamer de ingangsdatum van de opgelegde maatregel niet op voorhand kan vaststellen, zoals betrokkene heeft verzocht. De maatregel gaat in op de tweede dag volgend op de dag waarop deze uitspraak onherroepelijk is geworden én de voorzitter van de Accountantskamer een last tot tenuitvoerlegging heeft uitgevaardigd.
7. De beslissing
De Accountantskamer:
- verklaart de klacht gegrond;
- legt aan betrokkene op de maatregel als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder d. Wtra, te
weten die van tijdelijke doorhaling van de inschrijving van de accountant in de registers voor de duur van één jaar, welke maatregelingaat op de tweede dag volgend op de dag waarop deze beslissing onherroepelijk is geworden én de voorzitter van de Accountantskamer een last tot tenuitvoerlegging heeft uitgevaardigd en eindigt na ommekomst van de vermelde termijn;
- verstaat dat de AFM en de voorzitter van de NBA na het onherroepelijk worden van deze uitspraak én de uitvaardiging van een last tot tenuitvoerlegging door de voorzitter van de Accountantskamer, zorgen voor opname van deze tuchtrechtelijke maatregel in de registers, voor zover betrokkene daarin is of was ingeschreven.
Aldus beslist door mr. A.A.A.M. Schreuder, voorzitter, mr. dr. J.E. Brink-van der Meer en
mr. dr. A.M. van Amsterdam (rechterlijke leden) en drs. E. van Splunter RA en
drs. D. van der Bij RA (accountantsleden), in aanwezigheid van mr. E.N.M. van de Beld, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2026.
_________ __________
secretaris voorzitter
Deze uitspraak is aan partijen verzonden op:_____________________________
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, dan kunt u daartegen in hoger beroep gaan bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven binnen 6 weken na de dag van verzending van de uitspraak.
U kunt digitaal hoger beroep instellen op Mijn.rechtspraak.nl. Meer informatie over in beroep gaan vindt u op de website Rechtspraak.nl.
Als u uw beroepschrift op papier wilt indienen, dan kunt u dit samen met een kopie van deze uitspraak sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven (adres: Postbus 20021, 2500 EA Den Haag). Het beroepschrift moet de gronden van het beroep bevatten en moet zijn ondertekend.