Zoekresultaten 151-160 van de 47374 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:86 Raad van Discipline Amsterdam 25-595/A/A

    Raadsbeslissing; klacht over de advocaat wederpartij gedeeltelijk gegrond. Verweerster heeft voorafgaand en tijdens de getuigenverhoren handelingen verricht die hebben kunnen leiden tot ongeoorloofde beïnvloeding van de getuigen. Daarmee heeft verweerster gedragsregel 22 geschonden, hetgeen haar tuchtrechtelijk kan worden verweten. Waarschuwing met kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:96 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8688

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Twee (AIOS) verzekeringsartsen verweerders in A2025/8787 en 8689) hebben medische adviezen opgesteld op verzoek van de rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster. Klaagster was niet tevreden over deze adviezen en diende klachten in tegen het medisch adviesbureau. De rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster heeft vervolgens de verwerend verzekeringsarts gevraagd het onderzoek, met een nieuwe onderzoeksvraag, voort te zetten. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat hij hierbij onzorgvuldig heeft gehandeld en een onjuist medisch advies (in concept) heeft gegeven. Het college is van oordeel dat de verzekeringsarts op zorgvuldige en deskundige wijze zijn medisch advies heeft opgesteld, en dat hij in redelijkheid tot zijn (deel)conclusie heeft kunnen komen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:87 Raad van Discipline Amsterdam 25-786/A/NH

    Raadsbeslissing; gegronde klacht over de advocaat wederpartij. Verweerder heeft bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt de belangen van klaagster onnodig en onevenredig geschaad zonder redelijk doel. Niet alleen was de beslaglegging op het loon, de levensverzekering en op het depot onder de notaris, naast onzorgvuldig, vergaand disproportioneel nu uit de afrekening van de notaris bleek dat het depot reeds voldoende verhaal bood, maar bovendien heeft verweerder zich onvoldoende ingezet om tussen partijen tot een oplossing te komen en te voorkomen dat er onnodig procedures moesten worden gevoerd. Gelet op de ernst van de verwijten is in beginsel de oplegging van een berisping gerechtvaardigd. In het voordeel van verweerder houdt de raad er echter rekening mee dat verweerder op de zitting van de raad heeft erkend dat hij achteraf gezien anders had moeten handelen en dat hij niet eerder door de tuchtrechter is veroordeeld. Gelet op deze omstandigheden is de raad van oordeel dat kan worden volstaan met de oplegging van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:97 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8689

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een AIOS verzekeringsgeneeskunde. Een arts in opleiding tot verzekeringsarts (verweerster in zaak A2025/8687) heeft onder supervisie van de verzekeringsarts medische adviezen opgesteld op verzoek van de rechtsbijstandsverzekeraar van klaagster. Er heeft steeds overleg plaatsgevonden tussen de verzekeringsarts en de AIOS over de adviezen, en de verzekeringsarts heeft de adviezen medeondertekend. Klaagster verwijt de verzekeringsarts dat hij hierbij onzorgvuldig heeft gehandeld en een onjuist medisch advies heeft gegeven. Het college is van oordeel dat de verzekeringsarts op zorgvuldige en deskundige wijze haar medisch advies heeft opgesteld, en dat zij in redelijkheid tot haar conclusie heeft kunnen komen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:88 Raad van Discipline Amsterdam 25-681/A/A

    Raadsbeslissing; verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2026:98 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2025/8693

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. Klager verwijt de verzekeringsarts onder meer het gebruik van onprofessionele bewoordingen en een onjuiste verslaglegging. In het medisch onderzoeksverslag beschrijft de verzekeringsarts de observatie ‘theatrale pijnuiting’. Zij voert aan dat dit een vakinhoudelijke benaming betreft voor een geobserveerde wijze van pijnexpressie. Zij begrijpt dat het woord negatief of stigmatiserend kan overkomen en heeft zich voorgenomen de term niet meer te gebruiken. Het college acht de bewoordingen ‘theatrale pijnuiting’ minder gelukkig gekozen. Het college verbindt aan het gebruik van de term door de verzekeringsarts geen tuchtrechtelijke consequenties. Zij heeft niet in strijd met de beroepsnorm gehandeld door de vakterm te gebruiken.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:82 Raad van Discipline Amsterdam 26-196/A/A

    Voorzittersbeslissing; kennelijk ongegronde klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft klager correct geïnformeerd en op grond van gedragsregel 16 lid 1 belangrijke afspraken (zoals de afspraak dat hij niet meer voor klager zou optreden) schriftelijk aan klager bevestigd.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:89 Raad van Discipline Amsterdam 25-659/A/A

    Raadsbeslissing; klacht tegen de deken. De voortzetting van de oorspronkelijke klacht tegen klager is een beslissing geweest van de Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden, gegrond op artikel 47a lid 4 van de Advocatenwet. De raad heeft deze beslissing genomen na hoor en wederhoor te hebben toegepast. Verweerster heeft als deken enkel en alleen een standpunt ingenomen en daarin heeft de raad geen onjuistheden geconstateerd of dat onjuiste informatie is verstrekt of argumenten zijn gebezigd die thans als klachtwaardig zouden moeten worden beoordeeld. Voor het overige zien de klachtonderdelen op het handelen van de deken in diens hoedanigheid als (door de raad aangewezen) klager in de voortgezette klachtprocedure. Daarbij is steeds hoor en wederhoor toegepast en klager heeft op de door de deken ingenomen standpunten kunnen reageren. De klacht wordt ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2026:4 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VBC 2025/08

    Klacht van de klachtambtenaar tegen een dierenarts over het afleveren van antibiotica in de vorm van 'droogzetters’ aan een rundveehouder, ondanks dat hij volgens de klachtambtenaar had moeten en kunnen weten dat de rundveehouder zijn dieren niet alleen curatief maar ook preventief daarmee droogzette, zodat niet aan de voorwaarden voor het afleveren en inzetten van antibiotica was voldaan. De klacht is in eerste aanleg ongegrond verklaard. De klachtambtenaar heeft beroep ingesteld. Het Veterinair Beroepscollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2026:83 Raad van Discipline Amsterdam 25-678/A/A

    Raadsbeslissing; ongegrond verzet.