Zoekresultaten 21151-21200 van de 48172 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/458

    Klager verblijft in een penitentiaire inrichting en dient een klacht in tegen de bedrijfsarts. Hij verwijt de arts dat hij hem ten onrechte arbeidsgeschikt heeft verklaard voor de (hand)arbeid in de inrichting. De bedrijfsarts heeft volgens klager de bevindingen van de neuroloog niet meegenomen in zijn advies, daaruit blijkt juist dat klager niet arbeidsgeschikt is voor de handarbeid. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/19

    Klacht tegen huisarts, ingediend door dochter van een overleden patiënt. Klaagster verwijt verweerder dat hij nalatig is geweest in de behandeling. Patiënt, die eerder bekend was met longkanker, raakte sterk vermagerd en kreeg in toenemende mate moeite met eten. In een periode van zestien maanden is onvoldoende onderzoek verricht, waardoor niet werd geconstateerd dat patiënt een of meer maagzweren had. Eerdere diagnose en behandeling zou patiënt lichamelijke achteruitgang en veel leed hebben bespaard, zo stelt klaagster. Verweerder stelt dat hij verscheidene malen bloedonderzoek heeft laten verrichten, waaruit geen oorzaak van vermagering bleek. Verweerder nam aan dat de vermagering het gevolg was van onvoldoende eten vanwege toenemende geheugenstoornissen. Verweerder stelt de indruk te hebben gekregen dat patiënt, na de eerdere zware behandeling voor longkanker, geen verder onderzoek en behandeling wenste, maar heeft nagelaten dit (uitdrukkelijk) te bespreken met patiënt en nagelaten verder beleid te formuleren. Het college is van oordeel dat verdieping van de anamnese en nader onderzoek naar de klachten van patiënt geïndiceerd was. Klacht gegrond; oplegging van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2018:12 Kamer voor het notariaat Amsterdam 610633/NT 16-39

    Ten aanzien van het eerste klachtonderdeel, het verwijt dat de oud-notaris de vennootschap niet uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel heeft uitgeschreven, overweegt de kamer dat dit klachtonderdeel gegrond is. Het verweer van de oud-notaris dat de belastingadviseur en de boekhouder kennelijk de ontbinding en liquidatie van de vennootschap hebben genegeerd en dat de contacten met de boekhouder en de belastingadviseur via de mede-executeur, klager, liepen, ontslaat de oud-notaris immers niet van zijn eigen verantwoordelijkheid om er op toe te zien dat de vennootschap binnen redelijke termijn bij de Kamer van Koophandel wordt uitgeschreven. De oud-notaris heeft dit ook erkend en zijn verontschuldigingen daarvoor aangeboden. Met klager is de kamer dan ook van oordeel dat de oud-notaris op dit punt onvoldoende voortvarend heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/20

    Klacht tegen huisarts, ingediend door dochter van een overleden patiënte. Klaagster verwijt verweerder dat hij nalatig is geweest in de behandeling, door 1) oedeemvorming onvoldoende te behandelen en 2) bij het oproepen van een ambulance de komst van die ambulance niet af te wachten, terwijl de ambulance twee uur op zich heeft laten wachten. Verweerder stelt adequaat te hebben gehandeld, en dat patiënte reguliere consulten bij de cardioloog die enkele dagen tot twee weken later gepland stonden kon afwachten. Het college is van oordeel dat verdieping van de anamnese geïndiceerd was. Documentatie van anamnese, onderzoek en bevindingen was onzorgvuldig en onvolledig. Afwachtend beleid had uitdrukkelijk met patiënte besproken hebben moeten worden, evenals hoe geacteerd zou moeten worden bij wijzigingen in de tijd tot aan het consult bij de cardioloog, en de cardioloog zou van een en ander op de hoogte gesteld hebben moeten worden. Bij het oproepen van de ambulance heeft verweerder onvoldoende zorg gedragen voor een behoorlijke overdracht van patiënte en zich niet vergewist van de tijdige aankomst van de ambulance. Klachten gegrond; oplegging berisping in verband met een samenlopende gegrond bevonden klacht (onder kenmerk G2018/19).

  • ECLI:NL:TNORAMS:2018:13 Kamer voor het notariaat Amsterdam 640981 / NT 17-89, 640986 / NT 17-90

    Het klachtonderdeel van klagers dat [notaris A] hen op de hoogte had moeten stellen van zijn certificaathouderschap in [C] is naar het oordeel van de kamer wel gegrond. Op grond van artikel 17 lid 3 Wna is het de notaris verboden, rechtstreeks of middellijk, te handelen en te beleggen in registergoederen en effecten ter beurze genoteerde en in niet ter beurze genoteerde vennootschappen, tenzij hij redelijkerwijs mag verwachten dat hierdoor zijn onpartijdigheid of onafhankelijkheid niet wordt of kan worden beïnvloed dan wel de eer of het aanzien van het ambt niet wordt of kan worden geschaad. Uit de door de notaris overgelegde bijlage 3 blijkt dat hij aanvankelijk 87.535 certificaten van aandelen (tegen een waarde van € 0,01 nominaal) had verkregen en later - hetgeen ter zitting is gebleken - 20.548 certificaten, waarmee het totaal certificaten op 108.083 kwam, dat wil zeggen een - volgens eigen verklaring van [notaris A] - belang van 2,75%. In zijn e-mail van 14 februari 2017 aan de raadslieden van klagers deelt [notaris A] niet mee dat hij certificaathouder is, terwijl daarin wel (op pagina 2) over certificaten van aandelen en de belangen van certificaathouders wordt gesproken. Omdat certificaten verbonden zijn aan een aandeel in een vennootschap en de waarde hiervan volgen, is in onderhavig geval derhalve sprake van een persoonlijk financieel belang van [notaris A] in [C] en kan redelijkerwijs worden aangenomen dat het vertrouwen in zijn onafhankelijkheid schade lijdt met betrekking tot zijn werkzaamheden voor [C] en klagers. Het standpunt van [notaris A] zoals verwoord in zijn brieven van 4 oktober en 15 november 2017 alsook in zijn verweerschrift dat zijn certificaathoudersschap geen enkele rol speelde bij de transactie van 17 februari 2017 gaat daar aan voorbij. Ook ter zitting heeft [notaris A] er niet blijk van gegeven dat hij zich dit tegenstrijdige belang heeft gerealiseerd. [Notaris A] had zijn positie aan klagers duidelijk kenbaar moeten maken en aan hen de gelegenheid moeten bieden daar al dan niet consequenties aan te verbinden. Hij heeft dit nagelaten. Het verweer van [notaris A] dat een van de certificaathouders niet met zijn personalia in de akte van levering en uitgifte van aandelen wenste te worden vermeld en hij daarom het certificaathoudersregister niet aan klagers maar aan [J] heeft toegezonden, miskent het voorgaande. Op grond van het voorgaande is komen vast te staan dat [notaris A] niet heeft kenbaar gemaakt dat hij een persoonlijk belang had als certificaathouder en lag het op de weg van de notaris klagers daarvan op de hoogte te stellen en niet erop te vertrouwen dat een derde persoon - in casu [J] (zoals de notaris stelt waarvan overigens niet is gebleken dat deze het certificaathoudersregister op 8 februari 2017 heeft ontvangen) - voor verdere doorzending van het register aan klagers zou zorgen. Dit klachtonderdeel is derhalve gegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:44 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/08

    Klacht tegen chirurg, ingediend door nabestaanden van overleden patiënt. Patiënt is in 2015 met hevige buikpijn opgenomen. Verweerder hanteert op de dag van opname en de daaropvolgende nacht een afwachtend beleid. De volgende dag, nadat verweerder de dienst heeft overgedragen aan een collega, is de situatie verslechterd en blijkt een operatie noodzakelijk te zijn. Er blijkt sprake te zijn van een forse darmverkleving met dubbele perforatie van de darm en contaminatie van de buik. Een week later overlijdt patiënt aan multi-orgaanfalen bij een sepsis. Verweerder wordt verweten dat hij de juiste diagnose gemist zou hebben, namelijk een acute mesenteriale ischemie (acute doorbloedingsstoornis van het mesenteriale vaatbed). Ook heeft hij onvoldoende rekening gehouden met de cardiale comorbiditeit bij patiënt. Voorts wordt verweerder verweten dat zijn dossiervoering onvolledig is. Het college is van oordeel dat verweerder niet de diagnose acute mesenteriale ischemie heeft gemist nu op grond van de gegevens in het medisch dossier kan worden gesteld dat verweerder voldoende diagnostische maatregelen heeft genomen om deze diagnose onwaarschijnlijk te maken. Evenmin kan gesteld worden dat verweerder meer rekening had moeten houden met de cardiale comorbiditeit bij patiënt nu de cardiale situatie stabiel was op de dag van opname. Wat betreft het verwijt ten aanzien van verweerders dossiervoering is de klacht wel gegrond. Gedeeltelijk gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:154 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-489/DH/RO/W

    Wraking. Verzoek kennelijk niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen de voorzitter die de voorzittersbeslissing heeft gewezen. Verzoek kennelijk ongegrond voor zover gericht tegen de voorzitter die het door verzoeker tegen die voorzittersbeslissing ingestelde verzet zal behandelen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:148 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-268/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat over kwaliteit dienstverlening kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:124 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180018

    Klacht dat de advocaat een kopie van het strafdossier dat betrekking heeft op de zaak van zijn cliënte bij welke zaak klaagster eveneens als partij is betrokken, ter beschikking heeft gesteld aan een derde. De raad heeft na onderzoek door de deken geoordeeld dat de advocaat zich tererecht op zijn verschoningsrecht beroept en dat daarom niet kan worden vastgesteld dat de advocaat een kopie van het strafdossier aan een derde heeft verstrekt. Het hof komt tot dezelfde conclusie. Klacht ongegrond. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:149 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-270/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:125 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170340

    Dekenbezwaar. Zie ook 170339. Het hoger beroep richt zich uitsluitend tegen de door de raad opgelegde maatregel (schorsing voor de duur van 32 weken, waarvan 16 weken voorwaardelijk). Verweerder heeft in strijd gehandeld met de kernwaarden integriteit en onafhankelijkheid. Verweerder heeft in wezen een schijnprocedure gevoerd waarbij hij de wederpartij en zijn advocaat bewust buiten spel heeft gezet en de rechter op het verkeerde been heeft gezet waardoor niet is onderkend dat het om een schijnprocedure ging. Verweerder heeft zich zo met de belangen van zijn cliënt geïndentificeerd dat hij heeft gehandeld op een wijze die een advocaat onwaardig is. Het hof acht de opgelegde maatregel passend. Bekrachtiging. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:126 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170339

    Klacht tegen advocaat van de wederpartij. Zie ook 170340. Het hoger beroep richt zich uitsluitend tegen de door de raad opgelegde maatregel (schorsing voor de duur van 32 weken, waarvan 16 weken voorwaardelijk). Verweerder heeft in strijd gehandeld met de kernwaarden integriteit en onafhankelijkheid. Verweerder heeft in wezen een schijnprocedure gevoerd waarbij hij de wederpartij en zijn advocaat bewust buiten spel heeft gezet en de rechter op het verkeerde been heeft gezet waardoor niet is onderkend dat het om een schijnprocedure ging. Verweerder heeft zich zo met de belangen van zijn cliënt geïndentificeerd dat hij heeft gehandeld op een wijze die een advocaat onwaardig is. Het hof acht de opgelegde maatregel passend. Bekrachtiging. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:150 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-294/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:127 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180037

    De advocaat wordt verweten dat zij niet onpartijdg was ten tijde van de gezamenlijke echtscheidingsprocedure van klager en zijn ex-echtgenote. Partijdigheid is een van de kernwaarden waaraan een advocaat moet voldoen. Dit uitgangspunt lijdt uitzondering indien een advocaat in een echtscheidingszaak voor beide partijen optreedt. De advocaat dient bij zijn optreden grote terughoudendheid en behoedzaamheid te betrachten. Op het moment dat een advocaat constateert dat tussen zijn cliënten een belangenconflict ontstaat of een aanzienlijk risico hierop aanwezig is, zal hij zich in beginsel moeten terugtrekken. Niet gebleken dat de advocaat in dit geval anders dan volgens deze gedragsnorm heeft gehandeld en dat zij meer oog had voor de belangen van klagers ex-echtgenote. Ongegrond. Dat geldt ook voor de klachtonderdelen dat de kwaliteit van het werk van de advocaat te wensen overliet en dat zij de gezamenlijke echtscheidingsprocedure heeft geschaad. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:151 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-223/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat in strafzaak kennelijk ongegrond. Omdat verweerder de stellingen van klager uitdrukkelijk heeft betwist en klager zijn standpunt niet nader heeft onderbouwd, kan de voorzitter niet vaststellen dat verweerder is tekortgeschoten in zijn bijstand aan klager en dat hij klager onjuist heeft geadviseerd.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:128 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180011

    Klacht tegen voormalig eigen advocaat. Klacht gegrond voor wat betreft de gestelde belangenverstrengeling (gedragsregel 15). De advocaat is voor klaagster opgetreden, weliswaar niet zeer langdurig en adviserend maar toch aldus dat hij in elk geval met een van de bestuurders in die periode regelmatig contact onderhield. Het is een heel ongelukkige samenloop dat de advocaat twee weken voordat hij de sommatiebrief naar klaagster zond nog een connectie heeft gelegd met de bestuurder van klaagster via LinkedIn. Door voor klaagster plotsklaps tegen haar te gaan optreden heeft de advocaat tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De advocaat was zich er van bewust dat van redelijke bezwaren sprake zou (kunnen) zijn en heeft met opzet nagelaten contact op te nemen met klaagster om dat te onderzoeken. Het hof is van oordeel dat een maatregel achterwege kan blijven. De advocaat is zich bewust geweest van het dilemma waarin hij kwam te verkeren. Het hof bekrachtigt de beslissing van de raad op het punt van de gegrondverklaring, maar vernietigt de beslissing wat betreft de maatregel en de kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:152 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-295/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat in strafzaak kennelijk ongegrond. De voorzitter overweegt nog dat van een advocaat niet kan worden verwacht dat hij blijft reageren op e-mails die beledigende of grievende teksten bevatten.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:122 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170188

    Klacht dat de advocaat in de strafzaak van zijn cliënt over klager misleidende, onjuiste en onnodig grievende uitlatingen heeft gedaan in zijn hoedanigheid van getuige in dat strafproces is ook in hoger beroep ongegrond. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:153 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-224/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen advocaat kennelijk ongegrond. Het had op de weg van klager gelegen om verweerster op de hoogte te stellen van het feit dat er in zijn zaak reeds een toevoeging was verleend en dat andere advocaten in die zaak reeds werkzaamheden hadden verricht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:123 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180021

    Klacht over eigen advocaat. Uit de stukken blijkt dat de advocaat werkzaamheden voor klager heeft verricht. Uit het enkele feit dat de advocaat een derde heeft ingeschakeld blijkt niet dat hij beschikt over onvoldoene kennis van het bestuursrecht. Het was beter geweest indien de advocaat schriftelijk aan klager de inschakeling van de derde had bevestigd, maar dat levert geen tuchtrechtelijk verwijt op, aangezien vaststaat dat klager tijdens de behandeling van de zaak op de hoogte was van de inschakeling van de derde en zich hiertegen niet heeft verzet. Het hof heeft niet kunnen vaststellen dat werkzaamheden dubbel in rekening zijn gebracht en dat sprake is geweest van excessief declareren. Klacht ongegrond. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:143 Raad van Discipline Amsterdam 17-1022/DH/RO

    Klacht over het niet verrichten van overeengekomen werkzaamheden, waardoor (onder meer) een termijn van hoger beroep is verstreken, gegrond. Schrapping en een geldboete van € 2000 op de voorwaarde dat verweerder € 1015 aan klaagster zal vergoeden.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:51 Accountantskamer Zwolle 17/2489 Wtra AK

    Niet aannemelijk is geworden dat betrokkene, als hij een audit uitvoert bij een bewindvoerder, vooraf bekend maakt welke dossiers hij in zijn onderzoek betrekt en evenmin dat hij zijn onderzoek niet altijd op locatie uitvoert. De klacht is daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:76 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/003V

    Klaagster heeft een klacht ingediend tegen vier verloskundigen. De klacht gaat over de begeleiding bij de bevalling van haar dochter, die na de geboorte is overleden. Klaagster verwijt verweerster dat zij geen ambulance heeft gebeld, waardoor er teveel tijd verloren is gegaan. Ongegrond

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:52 Accountantskamer Zwolle 17/2518 Wtra AK

    Klacht ziet op handelen van een kantoorgenoot van betrokkene die onder fiscaal tuchtrecht valt. Betrokkene is voor dat handelen niet tuchtrechtelijk aansprakelijk. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:105 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/049

    Klager dient een klacht in naar aanleiding van zijn gedwongen opname in een GGZ-instelling. Klager verwijt verweerster dat zij op basis van één gesprek een BOPZ verklaring kan aanvragen. Tevens zegt klager nooit toestemming te hebben gegeven tot inzage in zijn huisartsendossier. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:77 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/004V

    Klaagster heeft een klacht ingediend tegen vier verloskundigen. De klacht gaat over de begeleiding van bij de bevalling van haar dochter, die na de geboorte is overleden. Klaagster verwijt verweerster het te laat arriveren in het ziekenhuis en te laat overleg voeren. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:145 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-669/DH/RO

    Verweerder heeft zich in een arbitrageprocedure waarin klager geen partij was negatief over klager uitgelaten. De gewraakte uitlatingen zijn gedaan in een besloten procedure, waarin betrokkenen geheimhouding zijn overeengekomen en processtukken niet worden gepubliceerd. Voor verweerder golden minder beperkingen bij het doen van scherpe of kritische uitlatingen, dan in een openbare procedure. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:78 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/005V

    Klaagster heeft een klacht ingediend tegen vier verloskundigen. De klacht gaat over de begeleiding van bij de bevalling van haar dochter, die na de geboorte is overleden. Klaagster verwijt verweerster dat zij geen actie heeft genomen op serieuze signalen van ongerustheid van klaagster. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:146 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-943/DH/DH

    Verweerder heeft onvoldoende voortvarend en doortastend opgetreden voor klager in een arbeidsrechtelijk geschil. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/006V

    Klaagster heeft een klacht ingediend tegen vier verloskundigen. De klacht gaat over de begeleiding van bij de bevalling van haar dochter, die na de geboorte is overleden. Verweerster is werkzaam als klinisch verloskundige. Klaagster verwijt verweerster dat zij te laat overleg heeft gehad met de dienstdoende gynaecoloog over het afwijkend CTG. Ongegrond

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:147 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-648/DH/DH

    Verzet ongegrond. Klaagster heeft in een bericht aan de raad aangekondigd dat zij bereid is de klacht in te trekken als verweerster het griffierecht aan haar vergoed. De raad heeft niets gedaan met dit bericht en heeft een voorzittersbeslissing gewezen. Klaagster verzoekt in verzet om intrekking van de voorzittersbeslissing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:9 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/53+54

    Klachten tegen twee dierenartsen. De ene dierenarts wordt verweten in een te vroeg stadium te hebben geadviseerd c.q. besloten de hond van klaagster te euthanaseren zonder eerst andere opties te onderzoeken. De andere dierenarts wordt verweten dat zij de euthanasie van de hond onzorgvuldig en niet professioneel heeft uitgevoerd. Beide klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:141 Raad van Discipline Amsterdam 18-374/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij met betrekking tot op 7 november 2017 door verweerder gestuurde e-mail aan klager bekende personen. De voorzitter acht het aannemelijk dat de cliënten van verweerder in een lastige bewijspositie verkeerden en dat verweerder met zijn e-mail van 7 november 2017 het belang van zijn cliënten heeft beoogd te dienen. Voorts zien de beschuldigingen jegens klager die in de e-mail van 7 november 2017 zijn vervat op de kern van het geschil dat partijen verdeeld houdt. De voorzitter begrijpt dat bepaalde door verweerder namens zijn cliënten ingenomen stellingen - zoals de stelling dat klager tegoeden zou hebben weggemaakt – en het feit dat verweerder contact heeft gezocht met elf klager bekende personen door klager als een ernstige schending van zijn belangen is ervaren. Verweerder dient evenwel de belangen van zijn cliënten behartigen. Partijdigheid is één van de kernwaarden waaraan een advocaat dient te voldoen. De voorzitter acht de wijze waarop verweerder heeft gehandeld en zich over klager heeft uitgelaten, niet onnodig grievend. Voorts is niet gebleken dat verweerder wist of had moeten weten dat de beschuldigingen onjuist waren. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerder niet de grenzen van de hem toekomende vrijheid overschreden. Anders dan klager lijkt te veronderstellen is voor het uiten van deze beschuldigingen in de gegeven omstandigheden tot slot niet vereist dat sprake is van een onherroepelijk vonnis. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:10 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/29

    Dierenarts wordt verweten dat zij ten aanzien van een hond qua behandeling tekort is geschoten, heeft geweigerd een visite aan huis af te leggen om de hond te euthanaseren en de patiëntenkaart heeft gewijzigd c.q. informatie heeft weggelaten. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1838

    Bedrijfsarts wordt onder meer verweten dat hij klagers re-integratie heeft belemmerd, onjuiste rapportages heeft opgesteld en medische informatie over klager aan de werkgever heeft gelekt. De bedrijfsarts is procesbegeleider met een algemene zorgplicht en heeft zich te afwachtend opgesteld in de verzuimbegeleiding door klager ten onrechte gedurende vijf maanden aan zijn lot over te laten. Geheimhoudingsverplichting op grond van artikel 88 Wet BIG geschonden. Zie ook KNMG-code Gegevensverkeer en Leidraad bedrijfsarts en privacy. Deels gegrond. Lering getrokken. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1827

    Arts maatschappij en gezondheid wordt verweten dat hij een ondeugdelijk en onzorgvuldig onderzoek heeft verricht en een ondeugdelijk sociaal medisch advies heeft opgesteld over klagers zoon voor het Regionaal Bureau Leerplicht. Arts heeft bevindingen uit rapport psycholoog anders gewaardeerd dan klager en de gehanteerde onderzoeksmethode en daarop gebaseerde conclusies gemotiveerd in twijfel getrokken. Op basis van alle door de arts ingewonnen informatie waarvan de bronnen in het advies zijn vermeld, vond de arts nader medisch onderzoek niet nodig. Geen aanknopingspunten dat de zoon gezondheidsproblemen heeft noch gaf gedrag aanleiding tot verwijdering. De arts heeft conform de criteria voor rapportages gehandeld en kon in redelijkheid tot de conclusie komen. Ongegrond. Arts maatschappij en gezondheid wordt verweten dat hij een ondeugdelijk en onzorgvuldig onderzoek heeft verricht en een ondeugdelijk sociaal medisch advies heeft opgesteld over klagers zoon voor het Regionaal Bureau Leerplicht. Arts heeft bevindingen uit rapport psycholoog anders gewaardeerd dan klager en de gehanteerde onderzoeksmethode en daarop gebaseerde conclusies gemotiveerd in twijfel getrokken. Op basis van alle door de arts ingewonnen informatie waarvan de bronnen in het advies zijn vermeld, vond de arts nader medisch onderzoek niet nodig. Geen aanknopingspunten dat de zoon gezondheidsproblemen heeft noch gaf gedrag aanleiding tot verwijdering. De arts heeft conform de criteria voor rapportages gehandeld en kon in redelijkheid tot de conclusie komen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:144 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-227/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:6 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/84

    Klager verwijt de notaris dat: - hij ernstig is benadeeld door een stuk in omloop te brengen dat de schijn met zich draagt dat klager geen eigenaar van het pand is en klager mogelijk in grote problemen had kunnen brengen in het onteigeningsproces (klachtonderdeel 1); - deze niet de zorgvuldigheid heeft betracht die van een notaris mag worden verwacht, waarbij de notaris in ieder geval kan worden verweten dat hij klager niet heeft geïnformeerd en geen hoor en wederhoor heeft toegepast om de waarheid (althans de situatie in de gerechtelijke procedure in België) boven water te krijgen (klachtonderdeel 2); - hij opzettelijk onwaarheden in omloop heeft gebracht om zijn handelen te maskeren, welke onwaarheden nadien keihard zijn gebleken (klachtonderdeel 3); - hij klager – in zijn hele spel om zijn handelen te maskeren – moedwillig schade heeft toegebracht, onder andere door klager te verleiden om een kort geding procedure op te starten om inschrijving van een akte – waarvan de notaris al wist dat die niet ingeschreven kon worden – te voorkomen (klachtonderdeel 4); - hij door meermalen opzettelijk onjuistheden te verklaren het vertrouwen in hem en daardoor het hele notariaat ernstig heeft geschaad. En dat terwijl deze notaris nog vele jaren als rechter heeft gefungeerd (klachtonderdeel 5); - hij in deze niet onpartijdig is geweest maar willens en wetens klager buiten de deur heeft gehouden en – toen klager eenmaal op de hoogte was – heeft getracht klager met een kluitje het riet in te sturen (klachtonderdeel 6). Klachtonderdelen 1, 5 en 6 gegrond. Maatregel van berisping

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:7 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/88

    Bepaalde nevenbetrekkingen van de notaris staan niet in het Register notariaat vermeld. Klager verzoekt de KNB om de notaris hier over aan te spreken. Notaris heeft (schijn van) samenwerking laten ontstaan (in strijd met artikel 4, zevende lid, van de Verordening interdisciplinaire samenwerking 2015) alsmede een nevenbetrekking niet doorgegeven waartoe hij gelet op artikel 11 Wna wel gehouden was. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:7 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/56

    Pluimveedierenarts wordt verweten op onzorgvuldige wijze en niet overeenkomstig de wettelijke voorschriften te hebben gehandeld bij de inzet van antibiotica op een vleeskuikenbedrijf. Deels gegrond, volgt geldboete van € 750, waarvan € 375 voorwaardelijk.

  • ECLI:NL:TSCTS:2018:5 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-05 "2017 V9 Achtergracht"

    Op zaterdag 14 november 2015 vond een dodelijk ongeval plaats aan boord van het Nederlandse zeeschip Achtergracht; bij een die dag op het luikendek gehouden Neptunus ritueel is de Filipijnse stagiair/leerling-stuurman A.F. S. (hierna: S.), geboren 20 oktober 1994, overleden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:142 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-262/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen advocaat wederpartij deels niet-ontvankelijk wegens het verstrijken van de driejaarstermijn. Klacht voor het overige kennelijk ongegrond respectievelijk kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TSCTS:2018:6 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-06 "2017.V10-Symphony Sky"

    Op 11 juni 2017 omstreeks 18:14 uur UTC vond na het bunkeren op "Skagen Roads" een aanvaring plaats tussen het Nederlandse zeeschip Symphony Sky en het 14 meter lange Deense vissersvaartuig Frisk Fisk (S521). Beide schepen liepen lichte schade op en konden hun reis vervolgen. Niemand raakte gewond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:143 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-231/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang.

  • ECLI:NL:TSCTS:2018:7 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-7 "2018.V3-Ruyter"

    Op 10 oktober 2017 omstreeks 23:00 uur is het Nederlandse zeeschip Ruyter aan de grond gelopen aan de noordzijde van Rathlin Island (Noord-Ierland).

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:140 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-228/DH/DH-a

    Voorzittersbeslissing. Evenals de deken heeft de voorzitter gecontroleerd of via Google een verwijzing naar de in de klacht (en de aanvulling daarop) genoemde websites van verweerder te vinden is indien de naam van het kantoor van klager wordt ingevoerd als zoekterm. De voorzitter heeft geen enkele foute verwijzing kunnen vinden. Indien de door klager in zijn klacht geschetste situatie zich al heeft voorgedaan, is die situatie thans in ieder geval beëindigd. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:141 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-228/DH/DH-b

    Evenals de deken heeft de voorzitter gecontroleerd of via Google een verwijzing naar de in de klacht (en de aanvulling daarop) genoemde websites van verweerder te vinden is indien de naam van het kantoor van klager wordt ingevoerd als zoekterm. De voorzitter heeft geen enkele foute verwijzing kunnen vinden. Indien de door klager in zijn klacht geschetste situatie zich al heeft voorgedaan, is die situatie thans in ieder geval beëindigd. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:199 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.424

    Klacht tegen oogarts. Bij klaagster is een staaroperatie uitgevoerd. Klaagster verwijt verweerder dat zij onvoldoende is ingelicht, en bovendien niet door de oogarts zelf maar door de optometrist, dat er geen sprake was van informed consent en dat de oogarts de verkeerde lens heeft geplaatst terwijl hij dit laatste blijft ontkennen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:193 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.033

    De politie heeft in de nacht de crisisdienst van de GGZ geconsulteerd, nadat zij was ingeschakeld vanwege het feit dat klager zijn echtgenote in hun woning had buiten gesloten. De dienstdoende aios heeft ter plaatse een psychiatrische beoordeling gemaakt en een hetero-anamnese afgenomen. De psychiater is in hoedanigheid van supervisor de situatie zelf gaan beoordelen, waarna zij heeft ingestemd met de door de aios opgestelde geneeskundige verklaring. Klager verwijt de psychiater dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door een psychiatrisch oordeel over hem te vellen zonder hem volwaardig en zorgvuldig te horen en te onderzoeken en zonder overleg te plegen met zijn huisarts. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verenigt zich met het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege. Niet gebleken is dat de psychiater in de gegeven omstandigheden, waarin sprake was van een crisissituatie die een snelle beoordeling vergde, onzorgvuldig heeft gehandeld. Het beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:74 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/449

    Verweerster (vertrouwensarts) heeft een onderzoek gedaan naar aanleiding van een melding bij Veilig Thuis. De melding betreft een vermeende mishandeling van de dochter van klagers. Klagers verwijten verweerster een suggestieve en onvolledige rapportage. Tevens heeft verweerster dreigementen gedaan. Klagers verwijten verweerster het overschrijven van de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening. Ongegrond.