Zoekresultaten 20701-20750 van de 47494 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:109 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180022

    Ongegronde klacht over eigen advocaat. Letselschadezaak. Dat de kwaliteit van de door verweerster aan klaagster verleende dienstverlening niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet is de raad niet gebleken. Geen strijd met artikel 7.7 Voda. Dat verweerster niet heeft onderzocht of klaagster voor een toevoeging in aanmerking kwam, valt haar niet tuchtrechtelijk te verwijten. Niet kan worden vastgesteld dat verweerster haar geheimhoudingsplicht heeft geschonden. Ook overige klachtonderdelen ongegrond. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:127 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-054

    Dekenbezwaar tegen advocaat-stagiaire gegrond. De raad is ervan overtuigd dat verweerder doelbewust (willens en wetens) het systeem van de gefinancierde rechtsbijstand heeft willen omzeilen doordat hij heeft getracht zijn kosten vergoed te krijgen van de Staat terwijl hij aan de andere kant ook een beloning wenste van zijn cliënte (cadeausuggestie) in de vorm van door hem zelf uitgekozen studieboeken. De raad passeert het verweer dat de cadeausuggestie los moet worden gezien van de manier van declareren van de toevoeging. Verweerder heeft de Raad voor Rechtsbijstand misleid door te melden dat de wederpartij geen juridische kosten heeft vergoed. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:117 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 302/2017

    Gegronde klacht tegen psychiater. Onvoldoende communicatie over een wijziging in de definitieve deskundigenrapportage, die plaatsvond op verzoek van de opdrachtgever zonder dat klager hiervan op de hoogte was. Daarnaast kan het rapport de tuchtrechtelijke toets der kritiek niet op alle onderdelen doorstaan.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:103 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170331

    Klacht over advocaat wederpartij. Verweerder heeft klager rechtstreeks benaderd terwijl deze door een advocaat werd bijgestaan. Voormalig advocaat van klager heeft verweerder weliswaar meegedeeld de zaak te zullen overdragen, maar daarna heeft verweerder wekenlang niets meer vernomen. Gezien dit tijdsverloop valt verweerder van het rechtstreeks benaderen van klager geen tuchtrechtelijk verwijt te maken. Voorts stond het verweerder in beginsel vrij om het faillissement van klager aan te vragen. Gelet op omstandigheden hoefde verweerder de namens klager aangeboden bankgarantie niet in het faillissementsverzoekschrift te vermelden. Het achterwege laten van dergelijke nadere informatie verdient weliswaar geen schoonheidsprijs, maar brengt niet mee dat verweerder op dit punt tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. Klacht in alle onderdelen ongegrond. Bekrachtiging beslissing van de raad.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:128 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-055

    Dekenklacht tegen patroon gegrond nu hij zijn advocaat-stagiaire niet heeft weerhouden van diens tuchtrechtelijk laakbare handelingen (zie 18-054). Het was de taak van verweerder als patroon om de startende stagiaire deugdelijk te informeren over en te begeleiden bij het declareren van een (van zijn eerste) toevoeging(en). De raad acht het onbegrijpelijk dat verweerder slechts vijf minuten de tijd heeft genomen voor het overleg met de stagiaire en tijdens dat overleg ook niet heeft doorgevraagd over de door de stagiaire aan de cliënt gedane cadeausuggestie (in de vorm van studieboeken). Het verzoek van verweerder om het dekenbezwaar (vóór de zitting) kennelijk ongegrond/niet-ontvankelijk of van onvoldoende gewicht te verklaren ex art. 46j Advocatenwet gepasseerd. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:118 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 022/2018

    klacht tegen huisarts. Gemiste diagnose opgezette lymfeklieren. Aangemerkt als vetbultje. Patiënte overlijdt aan uitgezaaide longkanker en longembolie. Geen tuchtrechtelijk verwijt.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:110 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180019

    Klacht van klagers tegen advocaat van wijlen hun moeder en diens nieuwe partner. Hof is van oordeel dat klagers enkel belang hebben bij hun klacht over de bezoekregeling van hun zieke moeder. Voor het overige zijn klagers niet-ontvankelijk in hun klacht. Ten aanzien van de klacht van klagers over de bezoekregeling van hun moeder volgt het hof de raad. De bezoekregeling was niet in strijd met de belangen van de moeder van klagers, aangezien deze voor rust en structuur zorgde en ruim van opzet was, zodat klagers wel de gelegenheid hadden hun moeder te bezoeken. Klacht ongegrond. (deels) Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:85 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-098/DB/LI/D

    Advocaat heeft herhaaldelijk niet geantwoord op verzoeken van de deken om informatie en daardoor de deken in diens toezichthoudende taak belemmerd, wat een advocaat ernstig valt aan te rekenen. Dekenbezwaar gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:104 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170330

    Gedeeltelijk gegronde klacht. Verweerder heeft niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt door klaagster rauwelijks in kort geding te dagvaarden, door met haar gemaakte afspraken niet na te komen. Dat de cliënt van verweerder van zijn moeizame communicatie met klaagster af wilde door het inschakelen van een rechter is begrijpelijk, maar ontslaat verweerder niet van de verplichting klaagster zelf behoorlijk te informeren over de voorgenomen rechtsmaatregelen. Waarschuwing. Bekrachtiging beslissing raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2016:267 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180038D

    Tuchtprocesrecht. Verweerster heeft binnen de beroepstermijn pro forma beroep ingesteld. Verweerster heeft geen nadere gronden ingediend (binnen de beroepstermijn) noch anderszins gereageerd op berichten van het hof. Het beroep is in het geheel niet onderbouwd en onvoldoende concreet om als met redenen omkleed te kunnen worden aangemerkt en te kunnen worden behandeld (vgl. art. 56 lid 3 Advocatenwet). Beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:122 Raad van Discipline Amsterdam 18-022/A/A

    Klacht over advocaat wederpartij ongegrond. Van een advocaat behoeft niet verwacht te worden dat hij een college-advocaat behoedt voor overtreding van de Gedragsregels.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:168 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.325

    Klacht tegen huisarts, neuroloog en twee internisten. Deze klacht is gericht tegen de voormalig huisarts van klager bij wie klager negen jaar patiënt is geweest. Deze klacht betreft in essentie het handelen van de huisarts over die periode met betrekking tot a) het voorschrijven van Omeprazol en daarmee samenhangend, b) het vitamine B12-tekort en c) de onvriendelijke bejegening. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:123 Raad van Discipline Amsterdam 17-550/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:169 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.326

    Klager heeft klachten ingediend tegen zijn huisarts, neuroloog en twee internisten. Deze klacht is gericht tegen de neuroloog. Klager is door de huisarts naar de neuroloog verwezen en is ruim twee jaar bij de neuroloog onder behandeling geweest in welke periode diverse neurologische onderzoeken hebben plaatsgevonden. De klacht betreft in essentie het handelen van verweerder met betrekking tot een eventueel vitamine B12-tekort. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:124 Raad van Discipline Amsterdam 17-551/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:115 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 045/2018

    Klacht tegen orthodontist. Klachtonderdelen die zien op gebrekkige dossiervoering, ontbreken van behandelplan en slechte communicatie zijn gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:125 Raad van Discipline Amsterdam 17-676/A/A 17-675/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:170 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.327

    Klager heeft klachten ingediend tegen zijn huisarts, neuroloog en twee internisten. Deze klacht is gericht tegen een van de internisten. Klager is door de huisarts naar de internist verwezen. De internist heeft klager eenmaal gezien op het spreekuur en tweemaal telefonisch gesproken om de uitslagen en het advies te bespreken. De klacht betreft in essentie het handelen van verweerster met betrekking tot een eventueel vitamine B12-tekort. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:119 Raad van Discipline Amsterdam 18-138/A/NH/D

    Gegrond dekenbezwaar. Het valt verweerder tuchtrechtelijk te verwijten dat hij de jaarstukken over 2015 en 2016 niet tijdig op schrift heeft gesteld, zijn kantoorverplaatsing niet tijdig heeft doorgegeven, de door de deken gevraagde financiële stukken niet tijdig heeft verstrekt en verschillende met de deken gemaakte afspraken niet is nagekomen. Berisping en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:116 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 046/2018

    Klacht tegen orthodontist. Klachtonderdelen die zien op gebrekkige dossiervoering, ontbreken van behandelplan en slechte communicatie zijn gegrond. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:171 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.328

    Klager heeft klachten ingediend tegen zijn huisarts, neuroloog en twee internisten. Deze klacht is gericht tegen een van de internisten. De internist heeft klager op verwijzing van een collega-internist eenmaal gezien op een spreekuur en eenmaal telefonisch gesproken om de uitslagen te bespreken. De klacht betreft in essentie het handelen van verweerster met betrekking tot een eventueel vitamine B12-tekort en D3-tekort. Daarnaast heeft klager een klacht over de bejegening. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:120 Raad van Discipline Amsterdam 18-023/A/A

    Klacht over advocaten wederpartij deels gegrond. Verweerders hebben tegenover klaagster onvoldoende duidelijkheid verschaft over hun rol in de zaak van de heer H. Hierdoor heeft er geen discussie met klaagster kunnen plaatsvinden over de vraag of er was voldaan aan het bepaalde in regel 7 lid 5 van de Gedragsregels 1992. Dat komt voor rekening en risico van verweerders. Waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:172 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.489

    Klacht tegen een arts. Klaagster heeft de arts, destijds vierdejaars AIOS orthopedie, tweemaal gezien. Tijdens het eerste consult klaagde klaagster over pijn aan haar linkerknie. De arts heeft tijdens dit consult lichamelijk onderzoek verricht naar beide knieën van klaagster. Klaagster stelt dat zij sinds dit onderzoek pijnklachten heeft aan haar rechterknie. Klaagster verwijt de arts dat hij bij aanvang van het tweede consult de situatie voor haar heeft geëvalueerd en daarbij klaagster heeft tegengesproken in haar weergave van de situatie. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:166 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.166

    Klacht tegen een (arbo-)arts. Klaagster heeft zich met een zeer zeldzaam ziektebeeld ziekgemeld bij haar werkgever. De arts heeft klaagster aanvankelijk volledig arbeidsongeschikt geacht. Na een revalidatieperiode heeft de arts klaagster hersteld verklaard en passend werk geadviseerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard en de arts de maatregel van berisping opgelegd. De arts is tekort geschoten in haar dossiervoering en ze heeft bij de beoordeling van de arbeidsgeschiktheid niet de benodigde zorgvuldigheid in acht genomen, noch het juiste beoordelingscriterium gehanteerd. De arts heeft, bij een zeer zeldzaam ziektebeeld en ondanks de wens geuit door klaagster, nagelaten informatie op te vragen bij de behandelend sector en heeft klaagster belastbaar geacht in passend werk zonder te adviseren de door haar opgestelde Functionele Mogelijkheden Lijst in een arbeidsdeskundig onderzoek te laten vertalen naar mogelijkheden op de arbeidsmarkt. De arts heeft onder supervisie taken vervuld zonder klaagster daarover voldoende duidelijk over te informeren. De arts is van deze beslissing in beroep gekomen voor zover de klacht gegrond is verklaard. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep verworpen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/450

    De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerder onzorgvuldig en op laakbare wijze ten aanzien van klager heeft gehandeld door in 2017 tijdens een telefonisch overleg met een collega te melden dat bij klager precies zoals tijdens de door verweerder verrichte second opinion in 2016 nog steeds sprake is van een manische episode. Volgens klager is dit in tegenspraak met de conclusie van verweerder in zijn rapport van 25 oktober 2016. Deels gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:121 Raad van Discipline Amsterdam 18-024/A/A

    Klacht over advocaten wederpartij deels gegrond. Verweerders hebben tegenover klaagster onvoldoende duidelijkheid verschaft over hun rol in de zaak van de heer H. Hierdoor heeft er geen discussie met klaagster kunnen plaatsvinden over de vraag of er was voldaan aan het bepaalde in regel 7 lid 5 van de Gedragsregels 1992. Dat komt voor rekening en risico van verweerders. Waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:167 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.291

    Klacht tegen orthopeed. De orthopeed heeft bij klaagster een heupprothese links geplaatst. Postoperatief bleek dat er sprake was van een fractuur van de trochanter major. Klaagster verwijt de orthopeed (onder meer) dat hij een fout heeft gemaakt bij de operatie waardoor de fractuur is ontstaan en dat hij geen contact heeft gehad met de behandelend fysiotherapeut van klaagster voorafgaand aan de behandeling. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:81 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-090/DB/OB

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:83 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-1033/DB/OB

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:84 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-175/DB/ZWB

    Niet gebleken dat verweerster zaak heeft gerekt, noch dat zij klaagster tijdens de comparitie zodanig dringen heeft toegesproken dat deze zich gedwongen voelde om in te stemmen met een regeling. Niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klagers te wijzen op de zwakke kanten van de zaak. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:39 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/152

    Klacht tegen huisarts. Klager heeft op straat zijn scheenbeen gebroken, waarop verweerder werd gebeld. Verweerder heeft klager bezocht op straat en is vervolgens terug naar zijn praktijk gegaan om een ambulance en het ziekenhuis te bellen. De moeder van klager wendde zich eveneens tot de praktijk om met verweerder te spreken, maar verweerder gaf prioriteit aan andere zaken en wilde niet met haar in gesprek. Klager verwijt verweerder onder meer dat hij onvoldoende met klager en zijn moeder heeft gecommuniceerd toen hij ter plekke kwam respectievelijk toen klagers moeder verweerder in de praktijk bezocht. Daarnaast verwijt klager verweerder dat hij onvoldoende empathie heeft getoond op verschillende momenten. Voorts verwijt klager verweerder dat hij onvoldoende voorbereid was doordat hij zijn spoedkoffer niet bij zich had toen hij klager op straat bezocht. Wat verweerder wel of niet heeft gezegd tegen klager toen verweerder hem ter plekke bezocht, kan niet worden vastgesteld nu verweerder klagers weergave van het gesprek gemotiveerd betwist en de dossierstukken hierover geen uitsluitsel bieden. Dit gedeelte van de klacht kan dan ook niet gegrond worden verklaard. Wat betreft de communicatie met moeder geldt dat daar geen medische noodzaak toe was en verweerder op dat moment terecht andere zaken, namelijk overleg met de meldkamer ambulancezorg en het ziekenhuis waar klager zou worden opgenomen, urgenter achtte. Ook dit kan verweerder niet worden verweten. Het verwijt dat verweerder onvoldoende empathie heeft gehad, is voorts eveneens ongegrond omdat dit niet is gebleken. Het college verwijt verweerder echter wel dat hij na de oproep ter plaatse is gegaan zonder spoedkoffer. Nu klager zich vlakbij de praktijk bevond, wordt hiervoor evenwel geen maatregel opgelegd. De spoedkoffer kon namelijk heel snel opgehaald worden. Gedeeltelijk gegrond zonder oplegging van een maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen VP2018/01

    Klagers zijn de ouders van een minderjarige met een chromosoomafwijking. Het kind heeft 24 uur per dag zorg nodig. Om voeding tot zich te krijgen, heeft het kind een Tummy-voedingsbutton, een voedingssonde. Gedurende de dagdienst van een collega van verweerster is de situatie van het kind achteruit gegaan hetgeen uiteindelijk heeft geleid tot een levensbedreigende situatie en een ziekenhuisopname. Tijdens de nachtdienst van verweerster raakt de sonde los en verweerster probeert tevergeefs de sonde weer terug te plaatsen. Klagers verwijten verweerster onder meer dat zij niet bekwaam was om deze voorbehouden handeling te verrichten. Verweerster heeft enige jaren geleden een training in sondezorg gevolgd en met succes afgerond. Daarna heeft zij echter de handeling niet meer in de praktijk verricht. Wel heeft zij YouTube-filmpjes bekeken waarin de betreffende handeling werd vertoond. Het college oordeelt dat verweerster zich, nu zij de betreffende handeling enkel in een onderwijssetting heeft verricht c.q. geoefend, terwijl zij in de jaren daarna de handeling niet meer heeft verricht, niet bekwaam heeft mogen achten. Het kijken van filmpjes waarin de handeling wordt vertoond, is niet voldoende om dit bekwaamheidsgebrek te repareren. Dit klachtonderdeel wordt gegrond verklaard. Het college volstaat met een waarschuwing, omdat verweerster inzicht heeft getoond in het feit dat zij voor deze handeling nadere scholing nodig had. Zij heeft ook het initiatief genomen tot deze scholing voor de groep verpleegkundigen die bij de zorg voor het kind betrokken zijn.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:63 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/381AP

    Klager, die in het kader van een samenwerkingsproject met klagers huisarts ter verbetering van de farmacotherapeutische zorg is uitgenodigd voor een gesprek, verwijt de apotheker dat deze hem in dit gesprek heeft misleid. Voorts verwijt klager de apotheker dat deze beschikte over zijn telefoonnummer. Verweerder voert verweer. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:35 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen VP2018/02

    Klagers zijn de ouders van een minderjarige met een chromosoomafwijking. Daardoor heeft het kind 24 uur per dag zorg nodig. Om voeding tot zich te krijgen, heeft het kind een Tummy-voedingsbutton, een voedingssonde. Op enig moment is de voedingssonde ’s nachts losgeraakt en door een MDL-arts in het ziekenhuis teruggeplaatst. Daarbij is, zo is eerst de volgende dag gebleken, de maagwand van het kind geperforeerd. Gedurende de dagdienst van verweerster is de situatie van het kind achteruit gegaan hetgeen uiteindelijk heeft geleid tot een levensbedreigende situatie en een ziekenhuisopname. Het college komt tot het oordeel dat niet gezegd kan worden dat verweerster de signalen omrent de achteruitgang van het kind niet tijdig zou hebben opgemerkt. Voor wat betreft de door verweerster ondernomen acties nadat was vastgesteld dat de situatie van het kind achteruit ging, lopen de lezingen van betrokkenen uiteen. Klagers voeren aan dat verweerster niet adequaat zou hebben gereageerd, terwijl verweerster dit gemotiveerd bestrijdt. Een dergelijk verschil van inzicht kan niet leiden tot een gegrondverklaring van het betreffende klachtonderdeel, nu hetgeen klagers aanvoeren niet nader is onderbouwd, waarbij het college aan een achteraf opgestelde verklaring van een van de betrokkenen geen doorslaggevende betekenis toekent, te meer niet, omdat deze verklaring niet wordt gesteund door hetgeen in de rapportage is vermeld. Ten slotte kan naar het oordeel van het college evenmin worden gesteld dat verweerster geen inzicht in haar eigen handelen zou hebben getoond. De klacht wordt in alle onderdelen ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:82 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-968/DB/ZWB/D

    Tuchtrechtelijk verwijtbaar en in strijd met kernwaarden van de advocatuur gehandeld. Betrokkenheid bij handel in wapens en verdovende middelen. Strafrechtelijke kwalificatie niet vereist voor tuchtrechtelijk oordeel. Kantoor administratie en praktijkvoering niet in orde. Deken bezwaar gegrond. Gelet op aard en ernst verwijten en gelet op tuchtrechtelijk verleden schrapping. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:64 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/088T

    Klaagster dient een klacht in tegen de tandarts vanwege een onjuiste behandeling van een gebroken voortand. Klaagster verwijt verweerder dat hij haar pijnklacht heeft genegeerd en verder is gegaan met de behandelingen, terwijl hij wist dat het een onjuiste behandeling was. Tevens heeft de tandarts haar niet geïnformeerd over de mislukte wortelkanaalbehandeling en heeft hij verzuimd haar door te verwijzen. Gegrond, berisping

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:36 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/06

    Klacht tegen chirurg. Klager is onderzocht op verdenking appendicitis en verwijt verweerder dat hij geen nader onderzoek heeft laten verrichten, maar hem naar huis heeft gestuurd ondanks dat hij heftige buikpijn had. Resultaten onderzoeken waren normaal, geen urgente diagnose. Vangnet afgedicht. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:120 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-948/DH/RO/D

    Schrapping naar aanleiding van dekenbezwaar. Verweerder is niet verschenen op zittingen. Ook heeft hij een factuur van een deurwaarder onbetaald gelaten en heeft hij niet gereageerd op door de deken daarover aan verweerder gezonden brieven en e-mailberichten. Voorts heeft hij twee piketmeldingen geaccepteerd en is niet verschenen op ten minste één van de twee zittingen. Vast staat immers dat verweerder herhaaldelijk niet heeft gereageerd op verzoeken en berichten van klager en evenmin op het aan hem toegezonden concept-dekenbezwaar. Alles in aanmerking genomen acht de raad de maatregel van schrapping passend en geboden. Daarbij neemt de raad mede in aanmerking dat aan verweerder in de afgelopen drie jaren twee zware maatregelen zijn opgelegd maar dat dat geen verbetering teweeg heeft gebracht. Ook heeft de raad daarbij acht geslagen op de houding en opstelling van verweerder ter zitting. Die was – kort samengevat – warrig en onsamenhangend. Verweerder bagatelliseert naar het oordeel van de raad de ernst van de aan hem gemaakte verwijten en legt de oorzaak daarvoor overwegend buiten zichzelf. De raad wijt die houding aan een gebrek aan zelfinzicht en verantwoordelijkheidsgevoel.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/420T

    Klager verwijt verweerster dat zij, bij het vullen van een gaatje waar hij geen klachten van had, het gaatje groter heeft gemaakt, althans verkeerd heeft gehandeld waardoor hij pijnklachten heeft gehouden en uiteindelijk een wortelkanaalbehandeling elders moest ondergaan. Volgens klager heeft verweerster bij de verwijzing voor de wortelkanaalbehandeling ook ten onrechte opgeschreven dat hij voor het boren van het gaatje al pijn had. Klager heeft nog steeds pijn. Gegrond, waarschuwing

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/10

    Klacht tegen mdl-arts. Klager verwijt verweerster dat zij geen nader onderzoek heeft laten verrichten, maar hem naar huis heeft gestuurd ondanks dat hij heftige buikpijnen had. Coloscopie niet gelukt. Recente CT-scan opgevraagd en vervolgafspraak op polikliniek gemaakt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:121 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-105/DH/RO/D

    Dekenbezwaar. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad ernstig verwijtbaar gehandeld door als advocaat in strijd met gedragsregel 37 niet te reageren op verzoeken van de deken en het laatstgenoemde aldus onmogelijk te maken zijn toezichthoudende taak uit te voeren. Vanwege de verwevenheid met de zaak 17-948/DH/RO/D, waarin de raad een schrapping heeft opgelegd, legt de raad in deze zaak geen maatregel op.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/157

    Klacht tegen een verslavingsarts wegens onzorgvuldig handelen en nalatigheid. De hoofdklacht gaat erover dat klager verweerster verwijt dat het - gelet op zijn verwarde toestandsbeeld - onverantwoord was om hem na consultatie naar huis te laten gaan, waarna hij vervolgens een uur later op straat een epileptisch insult heeft gehad en naar het ziekenhuis moest worden gebracht. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:122 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-725/DH/RO

    De raad stelt vast dat door geen van partijen is gedocumenteerd welke stukken reeds door verweerster aan (de gemachtigde van) klager zijn overgedragen. Gelet daarop kan de raad niet vaststellen welke stukken verweerster wel en welke stukken zij niet aan (de gemachtigde van) klager heeft verstrekt. Klager zal indien er in zijn ogen nog stukken ontbreken, die via de civiele rechter moeten trachten te verkrijgen. Voor de raad is daarin geen taak neergelegd. Nog afgezien van het feit dat de raad niet kan vaststellen óf er nog stukken zijn die verweerster aan (de gemachtigde van) klager zou moeten verstrekken, is naar het oordeel van de raad de gemachtigde van klager geen opvolgend advocaat in de zin van gedragsregel 22, zodat verweerster in elk geval niet gehouden is het dossier aan haar af te geven. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:123 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-162

    Klacht tegen advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Dat verweerder getuigen aan de zijde van klager rechtstreeks heeft benaderd of heeft aangezet tot het doen van een valse aangifte, heeft de voorzitter niet kunnen vaststellen. Van rauwelijkse beslaglegging en executie door verweerder is evenmin gebleken.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2017:8 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 17/01

    Klachtambtenaarzaak. Klager in zijn klacht in beginsel niet ontvankelijk indien meer dan twee jaar is verlopen tussen het tijdstip waarop de beklaagde dierenarts gegronde redenen had om aan te nemen dat tegen hem een tuchtklacht zou worden ingediend en het moment waarop de klacht is ingediend.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:118 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-043/DH/DH

    Verweerder heeft klager toegezegd een loonvordering te zullen instellen en een procedure tegen de gemeente aanhangig te zullen maken. Verweerder heeft geen van beide gedaan, maar heeft klager wel berichten gestuurd die de indruk wekken dat hij werkzaamheden verrichtte voor klager. Verweerder heeft klager onjuist geïnformeerd over de verjaring van een loonvordering. Verweerder heeft er onvoldoende op toegezien dat de aansprakelijkstelling door klager voortvarend werd behandeld door de door hem ingeschakelde advocaat. Verweerder heeft tot slot pas dossiers verstrekt aan de advocaat die namens klager de aansprakelijkheidskwestie in behandeling had na tussenkomst van de deken. Verweerder is jegens klager ernstig tekort geschoten. Dit is des te ernstiger omdat klager (in de woorden van verweerder zelf) in sociale en financiële nood verkeerde en zich juist met het oog daarop de behartiging van zijn belangen aan verweerder had toevertrouwd. Verweerder heeft klager aan zijn lot overgelaten en dit is niet zoals het een behoorlijk handelend advocaat betaamt. Hoewel de raad verweerder van de gang van zaken een ernstig tuchtrechtelijk verwijtbaar maakt, is in deze zaak geen maatregel worden opgelegd. Reden daarvoor is dat in het tegen verweerder ingestelde dekenbezwaar, dat verband houdt met deze zaak, de maatregel van schrapping zal worden opgelegd en dit bezwaar deels ziet op dezelfde feiten als de onderhavige zaak. zie ook 17-1035/DH/DH/D

  • ECLI:NL:TDIVBC:2017:9 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 16/13

    Hond. In geschil is of de dienstdoende dierenarts tijdens een nachtdienst klaagster had moeten uitnodigen om naar de praktijk te komen om te beoordelen hoe ziek de hond was en om te bepalen of, en zo ja welk, verder onderzoek nodig zou zijn.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:119 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-1035/DH/DH/D

    Verweerder heeft twee kwetsbare cliënten aan hun lot overgelaten. Hij heeft de opdracht om hun zaken te behandelen aangenomen, maar heeft vervolgens (vrijwel) niets gedaan. In de kwestie van K heeft verweerder, na tussenkomst van de deken, beterschap beloofd en toegezegd de zaak alsnog in behandeling te nemen. Opnieuw echter heeft verweerder niets gedaan voor K. Het gaat om ernstige tekortkomingen jegens mensen die de bijstand van een advocaat hard nodig hadden. Verweerder gaat verder niet zorgvuldig om met procesdossiers en onttrekt zich aan het onderzoek van de deken naar aanleiding van klachten van cliënten. Verweerder heeft derhalve niet de zorg betracht die een behoorlijk advocaat betaamt en het vertrouwen in de advocatuur geschonden. Uit de omstandigheid dat verweerder vorig jaar tuchtrechtelijk is veroordeeld, voorwaardelijk en onvoorwaardelijk, voor zaken die vergelijkbaar zijn met de zaken die in dit dekenbezwaar aan de orde zijn blijkt dat verweerder niet van zins of in staat is om zijn leven te beteren. De mate waarin verweerder zijn cliënten heeft benadeeld en de wijze waarop hij zich aan dekenaal toezicht onttrekt kunnen naar het oordeel van de raad tot geen andere maatregel leiden dan tot die van schrapping van het tableau. De raad ziet –gezien de ernst van de gedragingen- geen aanleiding om deze maatregel op een ander tijdstip dan op de eerste mogelijke datum in te laten gaan.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2018:3 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 17/07

    Hond.In de thans voorliggende situatie is het Veterinair Beroepscollege van mening dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn voor het oordeel dat deze dierenarts deze operatietechniek niet had mogen toepassen op de hond.

  • ECLI:NL:TDIVBC:2016:10 Veterinair Beroepscollege 's-Gravenhage VB 16/05

    Hond. Dierenarts te kort is geschoten in de op hem rustende verplichting tot nazorg jegens de hond.