Zoekresultaten 20701-20750 van de 48172 resultaten

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:19 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/68

    Dierenarts wordt verweten dat door zijn toedoen klaagster te snel zou hebben ingestemd met euthanasie, waar ook ten aanzien van de uitvoering daarvan niet zorgvuldig zou zijn gehandeld. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:13 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/46

    Dierenarts wordt verweten dat ten aanzien van een zieke hond tekort te zijn geschoten in de verleende veterinaire zorg, met name doordat zou zijn geweigerd een visite aan huis af te leggen om de hond te onderzoeken. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:240 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.006

    Klacht tegen een gezondheidszorgpsycholoog . De klacht ziet op de behandeling van de tante van klaagster (hierna: patiënte) en op de bejegening van klaagster. Klaagster is de contactpersoon van patiënte en was aanvankelijk haar mentor. Later is een stichting mentor van patiënte geworden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster deels niet-ontvankelijk verklaard in haar klacht en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:14 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/53 en 2017/54

    Klachten tegen twee dierenartsen. Een van hen wordt verweten in een te vroeg stadium te hebben geadviseerd c.q. besloten de hond van klaagster te euthanaseren zonder eerst andere opties te onderzoeken. De andere dierenarts wordt verweten de euthanasie van de hond onzorgvuldig en niet professioneel te hebben uitgevoerd. Beide klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:241 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.141

    De door klager geformuleerde klacht voldoet niet aan de daaraan te stellen eisen omdat deze onvoldoende concreet omschrijft en onderbouwt op welk handelen of nalaten van de arts de klacht betrekking heeft. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager op goede gronden niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:179 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180052

    Klacht tegen eigen advocaat. Ontvankelijkheid. Op basis van door klager overlegde gegevens bestaat gerede twijfel of de stelling van verweerder over de totstandkoming van de afstandsverklaring (van de tuchtprocedure) door klager juist is. Het hof komt tot de conclusie dat verweerder niet afdoende heeft aangetoond dat en op welke wijze de door verweerder gestelde afstandsverklaring tot stand is gekomen. Van belang is dat klager steeds te kennen heeft gegeven zijn klacht tegen verweerder te willen handhaven. Klager wordt ontvankelijk verklaard in zijn klacht en partijen worden opgeroepen voor een nieuwe mondelinge behandeling om de klacht over verweerder inhoudelijk te behandelen.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:15 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/63

    Beklaagde wordt verweten bij een al wat oudere hond, die kampte met hoestklachten en benauwdheid, een (te) risicovolle keelinspectie te hebben uitgevoerd en in plaats daarvan had kunnen volstaan met een conservatieve behandeling met medicatie. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:8 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/25

    Dierenarts wordt verweten dat zij ten aanzien van de hond van klaagster qua diagnosestelling tekort is geschoten en niet heeft onderkend dat het dier kanker had, dat zij tegen de wens van klaagster in heeft geweigerd de hond te euthanaseren en zonder toestemming een onnodige operatie heeft uitgevoerd, waardoor de hond onnodig heeft geleden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:180 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180064

    Wrakingsverzoek afgewezen. 1. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld het dossier in te zien en ter zitting zijn hoger beroep nader te onderbouwen. Hij heeft daarvan geen gebruik gemaakt. Geen reden voor schending fair hearingbeginsel (art. 6 EVRM). 2. Gewraakte voorzitter maakte in een andere zaak van verzoeker tegen een andere advocaat deel uit van de kamer: op zichzelf onvoldoende voor toewijzing wrakingsverzoek. 3. Ter zitting meteen een standpunt willen vernemen is miskenning van de wijze waarop klachten volgens de tuchtrechtspraak worden behandeld (openbare zitting – raadkamer – (tussen-) beslissing – uitspraak in het openbaar). Geen reden tot wraking. 4. De laatste grond is pas bij de mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek naar voren gebracht. Onbesproken gelaten. Vgls. art. 513 lid 3 Sv moeten alle omstandigheden en feiten die ten grondslag liggen aan een wrakingsverzoek tegelijk worden voorgedragen.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:16 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/98

    Dierenarts wordt verweten veterinair onjuist te hebben gehandeld bij de euthanasie van een hond. Gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:70 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1856

    Klaagster is na operatie waarbij schouderprothese is geplaatst voor revalidatie in behandeling bij collega fysiotherapeut van verweerster. Bij behandeling door verweerster wegens afwezigheid van de collega raakt de schouder (niet zichtbaar door de kleding) uit de kom. Klachten over o.a. overdracht, kennis dossier, behandeling en bejegening ongegrond. Nazorg in die zin onvoldoende dat verweerster de schouder had moeten onderzoeken, nu klaagster hevige pijn had. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TSCTS:2018:8 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-08 "2018.V1 – Stavjord"

    Op maandag 13 november 2017 ontving ILT de melding dat het Nederlandse schip Stavfjord die dag omstreeks 07.10 BT aan de grond was gelopen bij het eiland Nólsoy, Faeröer.

  • ECLI:NL:TSCTS:2018:10 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-10 "2018.V5 Aragonborg"

    Omtrent een ongeval met een losse stalen hijskabel aan boord van het zeeschip Aragonborg.

  • ECLI:NL:TSCTS:2018:9 Tuchtcollege voor de Scheepvaart 2018-09 "2018.V4 – Zillertal"

    Inzake een aanvaring op woensdag 10 januari 2018 tussen het Nederlandse zeeschip Zillertal en het onder de vlag van Cook Island varende zeeschip Edmy.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:159 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 014/2018

    Klacht tegen huisarts ongegrond. Mondeling uitspraak ter zitting. Verweerder heeft naar het oordeel van het college gelet op zijn eigen bevindingen in de contacten met de patiënt, waaronder ook gesprekken onder vier ogen, en de door verweerder verzochte beoordeling van de klinisch geriater, uit mogen gaan van de wilsbekwaamheid van patiënt ten aanzien van zijn behandeling. Patiënt heeft ondubbelzinnig en bij herhaling te kennen gegeven dat hij niet wenst te klagen tegen verweerder. Het college is dan ook van oordeel dat gelet op het voorgaande de indienster van de klacht niet-ontvankelijk is met betrekking tot de ingediende klacht. Zij is geen rechtstreeks belanghebbende in de zin van de artikel 65, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet BIG.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-050

    Deels gegronde klacht tegen een tandarts. Klager mocht erop vertrouwen dat door het ondertekenen van het behandelplan en de betalingsvoorwaarde een behandelovereenkomst tot stand was gekomen die in beginsel niet eenzijdig verbroken kon worden. De tandarts heeft de indruk gewekt in staat en bereid te zijn dit behandelplan uit te voeren. Zij heeft nagelaten voor de ondertekening door klager duidelijk te vertellen dat het slechts een voorlopig plan was en dat de wax-up en OPG moest worden afgewacht voor een definitief oordeel over de mogelijkheden. Gebrek aan expertise vormt een zwaarwichtige omstandigheid om een behandelovereenkomst te verbreken, maar deze verbreking wordt tuchtrechtelijk verwijtbaar geacht. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:65 Accountantskamer Zwolle 18/1402 Wtra AK

    Met toepassing van art. 39, eerste lid Wtra is de klacht door de Voorzitter kennelijk ongegrond verklaard, nu de klacht niet betreft werkzaamheden en gedragingen waarvoor betrokkene de tuchtrechtelijke (eind)verantwoordelijkheid draagt, terwijl tegen de uitvoerders van die werkzaamheden (fiscalisten) een klacht kan worden ingediend bij een andere tuchtrechter.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:129 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-997/DB/OB

    Verzet niet-ontvankelijk omdat verzetschrift is ingediend na verstrijken verzettermijn.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-052

    Ongegronde klacht tegen een tandarts. Niet vast komt te staan dat de behandeling niet in overeenstemming met de beroepsnormen is uitgevoerd. Het College stelt wel vast dat de dossiervorming summier is, maar acht dit klachtonderdeel niet van dien aard dat er sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Geen aanwijzingen dat hetgeen door de tandarts in het journaal is genoteerd onjuist is. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:130 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-1042/DB/LI

    Verzoek tot herstel afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:210 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-484

    Voorzittersbeslissing: op basis van de vastgestelde feiten en gelet op het gemotiveerde verweer van verweerder kan de voorzitter niet vaststellen dat verweerder klager niet naar behoren heeft bijgestaan door onvoldoende voortvarend en adequaat te handelen. Niet is gebleken dat klager op enig moment aan verweerder opdracht heeft gegeven om een kort geding te starten. In de geschetste situatie bestond voor verweerder ook geen noodzaak om een dergelijke procedure aan klager te adviseren. Als onweersproken heeft verweerder in dit kader nog aangevoerd dat de insteek van klager was om zijn accountant weer snel aan het werk te krijgen, niet om tijdrovend te procederen. Daarbij komt dat, zoals blijkt uit zijn e-mails van december 2017 en januari 2018, het juist klager was die meermaals aan verweerder heeft gevraagd om zijn werkzaamheden op te schorten, voordat klager heeft besloten om zijn opdracht bij verweerder eind januari 2018 in te trekken. Onder deze omstandigheid kan klager niet achteraf verweerder verwijten dat hij niet al in januari 2018 resultaat had bereikt met zijn werkzaamheden, zoals verweerder dat eerder tijdens de intake in november 2017 met klager had besproken. Geen sprake van een tuchtrechtelijk verwijt met betrekking tot de communicatie, nu klager door eenmalig niet-reageren door verweerder niet in zijn belangen is geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:192 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-305/DH/RO

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder is tekortgeschoten in zijn communicatie met klager en is met klager gemaakte afspraken niet nagekomen. Alles overziend, en mede gelet op het tuchtrechtelijk verleden van verweerder, acht de raad de maatregel van onvoorwaardelijke schorsing voor de duur van 4 weken passend en geboden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:186 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-361/DH/RO-b

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn; klacht voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:199 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-869/DH/DH

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:199 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-065

    Klachten over kwaliteit dienstverlening eigen advocaat in familiegeschil niet-ontvankelijk wegens verstrijken driejaarstermijn zonder dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Klacht over weigering tot afgifte dossier ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:205 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-057

    Klaagster heeft zich tot verweerder gewend met het verzoek haar verder terzijde te staan in een lopende procedure bij het Centraal Tuchtcollege over een foutieve medische ingreep in haar verhemelte. Verweerder heeft nadere gronden aangevoerd voor het hoger beroep en een aanvullende productie ingediend. Vervolgens heeft verweerder op de zitting bij het Centraal Tuchtcollege het standpunt van klaagster toegelicht. Het hoger beroep is afgewezen. Klaagster verwijt verweerder dat hij niet het verweer heeft gevoerd dat klaagster had aangereikt middels diverse schriftelijke stukken. Ook heeft hij zich tijdens de zitting van het Centraal Tuchtcollege onvoldoende teweer gesteld tegen de standpunten van de wederpartij. Bovendien heeft verweerder in twijfel getrokken dat er een gat in haar gehemelte zit. Naar het oordeel van de raad heeft klaagster haar verwijten onvoldoende onderbouwd. De klachten zijn derhalve ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:193 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-804/DH/RO

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder is tekortgeschoten in (de schriftelijke vastlegging van) zijn communicatie richting klager. Ook is verweerder op meerdere punten tekortgeschoten in zijn dienstverlening aan klager. Eén onderdeel van de klacht is ongegrond; de klacht is voor het overige gegrond. Waarschuwing, mede gelet op blanco tuchtrechtelijk verleden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:187 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-361/DH/RO-a

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de driejaarstermijn; klacht voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:237 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-856 17-857

    De voorzitter oordeelt klager in zijn klacht kennelijk niet-ontvankelijk bij gebreke van een toereikend (rechtstreeks) belang bij de klacht. Dat hij op geheel vrijwillige basis klaagster helft, die als wederpartij van verweerder wel een klachtrecht heeft, is onvoldoende om daaruit een afgeleid klachtrecht voor klager te construeren jegens verweerder. De klacht van klaagster oordeelt de voorzitter in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Verweerder heeft de grenzen van de hem, als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid, niet overschreden.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:206 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-853

    Verweerder heeft klager bijgestaan in een strafzaak. Bij vonnis van de rechtbank is klager veroordeeld wegens een poging tot moord. Hij is ontoerekeningsvatbaar verklaard en er is TBS gelast met dwangverpleging. Verweerder heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld. Verweerder heeft dit hoger beroep ingetrokken. Klager stelt dat verweerder zonder opdracht van klager het hoger beroep heeft ingetrokken. Verweerder kan niet aan tonen dat hij voor het intrekken van het hoger beroep uitdrukkelijk opdracht van klager heeft gekregen. Bovendien verwijt klager verweerder dat hij geen bewijsverweer heeft gevoerd tegen de ten laste gelegde poging tot moord, omdat er in feite sprake was van doodslag. Het verweer van verweerder dat een dergelijk verweer kansloos was heeft hij niet onderbouwd. De raad beoordeelt de klachten als gegrond en legt verweerder een berisping op.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:194 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-641/DH/DH-b

    Verweerster heeft tijdens het intakegesprek met klaagster afgesproken dat zij klaagster een seintje zou geven zodra de declaraties een bedrag van EUR 3.000,- zouden overstijgen, maar is deze afspraak niet nagekomen. De klacht is in zoverre gegrond. Klacht voor het overige ongegrond. Geen maatregel.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:200 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-437/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:127 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-198/DB/OB

    Klacht deels niet-ontvankelijk wegens overschrijding termijn ex art. 46g Advocatenwet nu klacht ziet op gedragingen in 2013 en klacht is ingediend in 2017. Kantonrechter heeft vordering van verweerders kantoor ter zake openstaande declaratie toegewezen. Dat verweerder ten onrechte een incassoprocedure aanhangig heeft gemaakt en in die procedure onwaarheden heeft verkondigd en valsheid in geschrifte heeft gepleegd is niet gebleken. Deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:188 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-464/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de wijze waarop verweerster klaagster heeft bejegend kennelijk ongegrond. De onderbouwing van de klacht behelst in feite verweer tegen door verweerster namens haar cliënt ingenomen standpunten in een familierechtelijke procedure. Dit is niet ter beoordeling aan de tuchtrechter.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:194 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-300

    Voorzittersbeslissing: klacht tegen advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Niet onbegrijpelijk dat verweerster zich niet rechtstreeks tot klager maar tot mr. X heeft gewend omdat deze advocaat klager op dat moment bijstond in een andere kwestie waarbij de cliënt van verweerster ook betrokken was. Ook kan niet worden gezegd dat klager door het niet ontvangen van een brief van verweerster onvoldoende tijd en gelegenheid heeft gehad om zich in kort geding te laten bijstaan door een advocaat.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:200 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-961

    Klacht tegen eigen advocaat. Klacht ten dele gegrond en ongegrond. Op grond van gedragsregel 8 (Oud) dient de advocaat zijn cliënt op de hoogte te brengen van belangrijke informatie, feiten en afspraken. Waar nodig ter voorkoming van misverstand, onzekerheid of geschil dient hij belangrijke informatie en afspraken schriftelijk aan zijn cliënt te bevestigen. Een advocaat dient zijn cliënt genoegzaam en tijdig te informeren, te waarschuwen, en duidelijkheid te scheppen omtrent de kansen en risico’s en de kosten van zijn optreden. De raad constateert dat een op schrift gestelde scenario- en risicoplanning met een afweging van goede en kwade kansen in het dossier ontbreekt. De raad is van oordeel dat verweerster hiermee tuchtrechtelijk verwijtbaar tekort is geschoten. Partijen twisten er voorts over of bij de oorspronkelijke declaraties van verweerster urenspecificaties waren gevoegd. Wat tussen partijen wel vast staat is dat klaagster desgevraagd van verweerster uren specificaties heeft ontvangen. Daarmee heeft verweerster gedaan wat van haar verwacht mocht worden. Op grond van de gedragsregels 25 lid 4 en 27 lid 5 (Oud) ging de verplichting van verweerster niet verder dan het desgevraagd aanleveren en is het onmiddellijk toezenden van urenspecificatie geen vereiste waarop (toen) in tuchtrechtelijk zin een sanctie staat.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:207 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-155

    Tijdens fusieonderhandelingen tussen klagers en onder meer C. B.V. is een van de werkmaatschappijen van klagers, failliet verklaard. Verweerder heeft namens de fusiepartners onderhandeld met de curator over overname van activa. Vervolgens liepen de fusieonderhandelingen spaak. Verweerder heeft in de afwikkeling van die kwestie de belangen van C. B.V. behartigd. Klagers hebben een overeenkomst getekend ter afwikkeling van de fusie. Klagers verwijten verweerder die overeenkomst onder druk te hebben getekend. Daarnaast verwijten zij hem dat hij aanvankelijk vóór hen is opgetreden en later tegen hen. Klagers hebben naar het oordeel van de raad niet aangetoond dat er druk op hen is uitgeoefend om de overeenkomst te tekenen. Uit het dossier maakt de raad op dat verweerder van meet af aan voor C. B.V. is opgetreden. De klachten zijn daarom ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:177 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180209

    Voorzittersbeslissing. Het hoger beroep is gericht tegen de ongegrondverklaring van het verzet van klager door de raad. Appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Het hoger beroep wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:195 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-641/DH/DH-a

    Klacht tegen eigen advocaat ongegrond. Het staat een advocaat, ook indien hij of zij als toevoegingsadvocaat staat ingeschreven bij de Raad voor Rechtsbijstand en/of het Juridisch Loket, vrij om bepaalde zaken niet op toevoegingsbasis aan te nemen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:201 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-457/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk wegens overschrijding driejaarstermijn artikel 46g Advocatenwet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:189 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-303/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen eigen familierechtadvocaat over communicatie en declaraties kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:195 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-072

    De raad oordeelt klager in privé niet-ontvankelijk in zijn klacht wegens ontbreken van een eigen belang daarbij en zijn indirecte betrokkenheid als bestuurder van klaagster. Langdurig geschil tussen klaagster en verweerder (en diens cliënt) over achteraf gebleken onrechtmatige faillissementsverzoeken waarbij o.m. verweerder in beginsel tot schadevergoeding is veroordeeld. Volgens klaagster in deze klachtzaak heeft verweerder een stroman ingezet om opnieuw een faillissement van klaagster uit te lokken, met de bedoeling dat verweerder geen uitvoering hoeft te geven aan de voor hem negatieve uitspraken. De juistheid van dit verwijt kan de raad, tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door verweerder, niet vaststellen en daarmee evenmin de gegrondheid van de klacht. Dat de vermeende ‘stroman’ een e mail kort na ontvangst daarvan van de deurwaarder aan verweerder heeft doorgestuurd, is onvoldoende om daaruit af te leiden dat hij als stroman is ingezet door verweerder. Niet is gebleken dat verweerder bij die keuze van die persoon betrokken is geweest. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:201 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-984 17-985

    De raad oordeelt klager in klachtzaak 17-984 niet-ontvankelijk in zijn klacht wegens ontbreken van een rechtstreeks eigen belang. In de andere klachtzaak wordt de klacht van de holding van klager over het door verweerder onbevoegdelijk optreden namens een vennootschap, waarin naast een ander bedrijf ook klaagster medeaandeelhouder is, in een onderling geschil gegrond geoordeeld. Naar het oordeel van de raad was verweerder op grond van artikel 17 van de statuten van de gezamenlijke vennootschap formeel niet bevoegd om namens die vennootschap tegen (medeaandeelhouder) klaagster op te treden, nu de raad niet is gebleken dat klaagster als medebestuurder met de opdracht tot het verrichten van werkzaamheden heeft ingestemd. Evenmin is de raad gebleken dat sprake was van bijzondere omstandigheden, zoals verweerder heeft aangevoerd en ter zitting heeft toegelicht, die rechtvaardigden dat verweerder toch bevoegd namens de gezamenlijke vennootschap kon optreden tegen klaagster, vooral nu een belangenconflict tussen de betrokken partijen in de geschetste omstandigheden in de lijn der verwachting lag (gedragsregel 7 oud). In zoverre klacht gegrond met oplegging van de maatregel van waarschuwing. De andere klacht over niet rechtstreeks willen communiceren met klaagster wordt ongegrond geoordeeld gelet op gedragsregel 18.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:208 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1017

    Klager en zijn toenmalige echtgenote hebben verweerder gevraagd een echtscheidingsprocedure te starten. Verweerder heeft daarop mede naar aanleiding van telefonisch overleg met klager en zijn echtgenote aan hen een lijst gezonden met punten die in het echtscheidingsverzoek aan de orde zouden moeten komen. Na nader overleg over voornamelijk het uitsluitende gebruik van de echtelijke woning door klager, heeft verweerder een zogenaamd “kaal” echtscheidingsverzoek ingediend. Nadien heeft verweerder dit verzoek aan klager toegezonden. Uiteindelijk is er een kort geding gevoerd over het gebruik van de echtelijke woning. Klager verwijt verweerder dat hij het echtscheidingsverzoek niet op voorhand aan klager heeft toegezonden. Dan had voorkomen kunnen worden dat het een “kaal” echtscheidingsverzoek was. Partijen hadden overeenstemming over het gebruik van de echtelijke woning. Dat had in het verzoek moeten worden opgenomen. Klager heeft nodeloze kosten gemaakt vanwege het Kort Geding. De raad is met klager van mening dat verweerder niet heeft gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt door het echtscheidingsverzoek niet, alvorens het in te dienen, aan klager voor te leggen. Dit is in strijd met de teneur artikel 8 van de Gedragsregels. De klacht is gegrond en verweerder krijgt een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:196 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-215/DH/RO

    Verweerder heeft een ongeanonimiseerd arrest van de Hoge Raad in een zaak waarin klager als partij betrokken was gepubliceerd op zijn website. Dit stond verweerder vrij. Het betrof een zakelijk geschil dat openbaar is behandeld. In het arrest van de Hoge Raad zijn geen gevoelige gegevens van klager genoemd en over het geschil waarbij klager partij was is in verschillende media aandacht besteed, waarbij de naam van klager is genoemd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:202 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-474/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat de kwaliteit van de dienstverlening onder de maat was of dat verweerder onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij het neerleggen van de aan hem verstrekte opdracht.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:196 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-070 18-071

    Klacht tegen eigen (voormalige) advocaten over a) late indiening gemeenschappelijk echtscheidingsverzoek bij de rechtbank, en b) late inschrijving echtscheidingsbeschikking bij gemeente. Klacht a) ongegrond. Verweerster sub 1 had klagers gewaarschuwd dat zij werkzaamheden zou opschorten als zij in gebreke bleven eigen bijdrage te betalen. Klacht b) jegens verweerster 2 ongegrond, jegens verweerster 1 gegrond. De beschikking is pas na 4,5 maand ingeschreven. Geen goede reden om zo lang te wachten, ook al was het nog binnen wettelijke termijn van zes maanden. Dat de fiscale schade van klaagster hiervan het gevolg is, is echter niet komen vast te staan. Waarschuwing voor verweerster 1.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:202 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-092

    Klacht van klaagster tegen de advocaat van haar wederpartij (ex-partner). Volgens klaagster had verweerster het executiekortgeding niet mogen laten doorgaan omdat klaagster het derdenbeslag onder hun zoon daags daarvoor had opgeheven. De raad oordeelt de klacht ongegrond. De stelling van verweerster dat zij onvoldoende zekerheid had over de opheffing van het derdenbeslag, is niet onbegrijpelijk. Daarnaast mocht verweerster als voorwaarde voor intrekking van de dagvaarding stellen dat de zoon van partijen het bedrag waar haar cliënt nog recht op had, zou betalen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:190 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-230/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:209 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-441

    Voorzittersbeslissing: klager heeft verweerder benaderd om als cassatieadvocaat een second opinion te geven. Uit het overgelegde cassatieadvies is de voorzitter gebleken dat verweerder het dossier van klager grondig heeft bestudeerd, in dat kader nader onderzoek heeft gedaan en, zoals blijkt uit het klachtdossier, zijn advies vervolgens uitvoerig en meermalen aan klager heeft toegelicht. De juistheid van de verdere verwijten dat verweerder vóór het schrijven van zijn advies onvoldoende heeft gedaan met de door klager aangedragen ‘pijnpunten’, zich bovendien onvoldoende heeft ingezet en het eerste cassatieadvies feitelijk heeft overgenomen terwijl hij klager onvoldoende over de juridische criteria van de Hoge Raad heeft ingelicht, is, tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door verweerder, niet komen vast te staan, evenmin als van de overige verwijten die klager heeft benoemd. Kennelijk ongegrond.