Zoekresultaten 20401-20450 van de 48190 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:157 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-758/DB/LI

    Verwijten, dat verweerder zich aan klager toekomende gelden heeft toegeëigend en heeft geweigerd om dossiers voor 5 januari 2018 af te geven, volstrekt onvoldoende onderbouwd. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:230 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-656

    Voorzittersbeslissing. Klagers zijn verwikkeld in een onteigeningsprocedure met een gemeente, die daarbij nauw samenwerkt met een grondexploitatiemaatschappij. Verweerster behartigt alleen de belangen van die gemeente. Klagers zijn als niet belanghebbend kennelijk niet-ontvankelijk in hun klacht over mogelijke belangenverstrengeling tussen de gemeente en de grondexploitatiemaatschappij. De overige klachtonderdelen zijn naar het oordeel van de voorzitter kennelijk ongegrond. Verweerster is binnen de grenzen van de haar als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid gebleven jegens klagers. Niet valt in te zien in welke zin aan verweerster tuchtrechtelijk kan worden verweten dat niet haar cliënt maar een derde partij, in dit geval de grondexploitatiemaatschappij, een meldingsformulier bij de provincie heeft ingediend dat volgens klagers bovendien diverse onwaarheden bevatte.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:158 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-677/DB/ZWB

    Niet gebleken dat verweerder de rechter feiten heeft voorgehouden waarvan hij de onjuistheid kende of kon kennen, noch dat hij klager op kosten heeft gejaagd of in zijn belangen heeft geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:231 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-166

    Klacht tegen advocaat wederpartij ongegrond. Niet gebleken is dat verweerder bewust opdracht heeft gegeven om het vonnis te betekenen aan het verkeerde adres waar klagers niet (meer) woonachtig waren. Ook van enig ander klachtwaardig handelen door verweerder in het kader van de ontruiming van de woning door klagers is de raad niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:159 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-434/DB/ZWB

    Klaagster verwijt verweerder gebrekkige communicatie, haar niet in persoon te hebben ontmoet, niet te hebben meegewerkt aan overdracht van het dossier, de voortgang van de zaak te hebben tegengewerkt, de opdracht eenzijdig te hebben neergelegd, geen inzichtelijke declaraties te hebben verzonden, geen duidelijke afspraken over werkwijze en financiële consequenties te hebben gemaakt en zich niet hebben gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Verweerder heeft helder en duidelijk met klaagster gecommuniceerd, heeft een begrijpelijke opdrachtbevestiging gezonden, die door klaagster voor akkoord is ondertekend. Klaagster heeft bovendien de zaak zelf beëindigd door de opdracht in te trekken. Dat verweerder en klaagster en elkaar nooit in persoon hebben ontmoet, is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, zeker gelet op het vele telefonische contact dat zij wel met elkaar hebben gehad. Klacht op alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:232 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-190

    Klacht tegen de eigen advocaat. Verweerder heeft erkend dat hem een verwijt kan worden gemaakt van het niet tijdig instellen van hoger beroep waardoor het vonnis van de rechtbank in een strafprocedure voor klager onherroepelijk is geworden. De klacht is gegrond. De raad ziet af van het opleggen van een maatregel.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:77 Accountantskamer Zwolle 18/161 en 18/200 Wtra AK

    Klacht dat zonder goede reden het faillissement van klaagster is aangevraagd gegrond. Betrokkenen hebben niet het faillissement aangevraagd maar zijn daarop tuchtrechtelijk aanspreekbaar omdat zij hebben deelgenomen aan het overleg over het aanvragen en het doorzetten van de aanvraag. Een accountant dient bij het nemen van civielrechtelijke rechtsmaatregelen tegen een client die zijn declaraties niet betaalt een zorgvuldige en kenbare afweging te maken van de betrokken belangen en niet lichtvaardig over te gaan tot het aanvragen van het faillissement van de client. In dit geval is niet aannemelijk geworden dat betrokkenen die afweging hebben gemaakt. Daarom is het aanvragen van het faillissement te lichtvaardig gebeurd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:233 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-168

    ESSENTIE: Klacht tegen eigen advocaat (deels) gegrond wat betreft zijn optreden in de echtscheidingsprocedure van klaagster. Verweerder heeft teveel gevaren op de koers die klaagster hem voorhield en op voorstellen waarmee klaagster steeds als eerste kwam. Verweerder heeft onvoldoende sturing gegeven en had meer regie en initiatief moeten tonen. Verder heeft verweerder op onderdelen onvoldoende geadviseerd en was zijn bijdrage aan het viergesprek met de wederpartij te gering. Berisping.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:78 Accountantskamer Zwolle 18/792, 18/793, 18/794, 18/795, 18/796 en 18/797 Wtra AK

    Bij samenstellingswerkzaamheden staat het de accountant niet vrij hem kenbare foute post in de samengestelde jaarrekening te verwerken en daarbij een samenstellingsverklaring af te geven, ook al betreft het geen materiele post. Nu betrokkene voorafgaand aan de definitieve versie van de door hem samengestelde jaarrekening op de (eigen) fout is gewezen, deze fout heeft besproken en heeft toegezegd deze fout te corrigeren, en dit – zonder reden – heeft nagelaten, heeft hij daarmee het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid overtreden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:160 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-397/DB/ZWB

    Verweerder heeft van klager geen kopie van de appèlakte ontvangen en heeft zich daardoor niet bij het hof of het OM gemeld als advocaat van klager. Daardoor wist verweerder niet dat de zitting op 20 oktober 2014 zou plaatsvinden en is hij niet aanwezig geweest. Verweerder heeft diverse keren om toezending van de appèlakte gevraagd, maar heeft deze niet ontvangen. Verweerder had zich op dat moment als advocaat van klager moeten terugtrekken, zodat klager niet in de veronderstelling kon verkeren dat toezending van de appèlakte niet belangrijk was. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:228 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1015

    Verweerder heeft als klachtenfunctionaris van het kantoor gedaan wat van hem verwacht mocht worden na de klacht van klagers over een kantoorgenoot. Daarnaast is een deel van de klachten verjaard wegens overschrijding van de driejaarstermijn. De raad oordeelt het verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:229 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-068

    De raad oordeelt het verzet van klager ongegrond over het optreden van zijn eigen advocaat bij de afwikkeling van een echtscheidingsconvenant.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:211 Raad van Discipline Amsterdam 18-322/A/A

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:76 Accountantskamer Zwolle 17/2497 Wtra AK

    Betrokkene heeft het besluit van klaagster, een andere (rechts)persoon dan zijn opdrachtgever, tot een aandelenemissie onderzocht. Dit onderzoek is aan te merken als een persoonsgericht onderzoek in de zin van de NBA-Praktijkhandreiking 1112. De in deze handreiking opgenomen aanwijzingen geven richting aan beantwoording van de vraag welke eisen de fundamentele beginselen stellen aan de accountant die een persoonsgericht onderzoek verricht en zijn in zoverre van belang bij de beantwoording van de vraag of in een concreet geval sprake is geweest van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Nu klaagster (mede) onderwerp van het onderzoek was, had betrokkene, voor het verkrijgen van een deugdelijke grondslag voor het rapport, haar de mogelijkheid moeten bieden om informatie te verschaffen voordat hij zijn rapport aan zijn opdrachtgever aanbood. Niet voldoende is dat betrokkene zijn opdrachtgever vragen heeft laten stellen op de vergadering van aandeelhouders. Evenmin is van belang dat hoor en wederhoor hebben plaatsgevonden bij het gerechtshof en dat het hof heeft laten zien te begrijpen dat het hier gaat om een partijrapport dat niet gebaseerd is op informatie verstrekt door klaagster. Dit nalaten levert schending op van het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. Maatregel: waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:212 Raad van Discipline Amsterdam 18-736/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Dat verweerder een standpunt heeft ingenomen dat op voorhand onjuist is, is niet gebleken. Evenmin is gebleken dat verweerder informatie heeft verstrekt waarvan hij wist of had kunnen weten dat die onjuist was.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:208 Raad van Discipline Amsterdam 18-600/A/A/D

    Gegrond dekenbezwaar. Verweerder is nalatig gebleven bij het naleven van zijn verplichtingen jegens de deken onder meer door geen gehoor te geven aan herhaalde verzoeken om informatie. Berisping en kostenveroordeling

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:173 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 324/2017

    Klacht tegen psychiater gegrond. Klager verwijt verweerder terecht dat hij geen kans heeft gekregen om te reageren op nadere informatie die verweerder van het CBR heeft gekregen en die hem tot een ander advies hebben gebracht. Verweerder had op zijn minst telefonisch de conclusies die hij verbond aan de voor hem nieuwe feiten aan klager moeten voorhouden. Hij had dan de reactie daarop ook in de rapportage kunnen meenemen. Dat klager voorafgaand aan de eerste rapportage door het BRK en ook tijdens het onderzoek werd gewezen op zijn rechten inzake inzage-, correctie- en blokkeringsrecht en had aangegeven hiervan af te zien, doet hieraan niet af. Verweerder had als arts een eigen verantwoordelijkheid om hoor- en wederhoor toe te passen, te meer nu de verkregen informatie van grote betekenis was voor zijn conclusie. Maatregel: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:209 Raad van Discipline Amsterdam 18-239/A/A

    Tussenbeslissing waarin de raad de klacht terugverwijst naar de deken voor nader onderzoek. Om te kunnen beoordelen of sprake is geweest van zorgvuldig handelen bij het nemen van rechtsmaatregelen tegen klaagster (als voormalig cliënt) moet onder meer worden onderzocht of verweerder er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat klaagster geen recht had op een toevoeging.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:156 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-398/DB/ZWB

    Klagers verwijten verweerder dat hij onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt wat de kosten van rechtsbijstand zouden zijn en hen onvoldoende op de risico’s te hebben gewezen. Van de vaste prijsafspraak zoals door klagers gesteld is niet gebleken. Verweerder heeft juist duidelijk aangegeven dat het een inschatting en een minimum bedroeg en heeft ook gewaarschuwd voor het oplopen van de kosten. Op de risico’s zijn klagers meermaals gewezen. Niet gebleken dat de kwaliteit van de dienstverlening onvoldoende was. Klager was zeer tevreden over de memorie en pleitnota. Dat de zitting een teleurstelling voor klager was is niet aan het handelen van verweerder te wijten. Geen sprake van strijd met geheimhoudingsplicht, aangezien verweerder zich in de tuchtrechtprocedure moet kunnen verweren en dus een beroep op de door hem opgestelde stukken mag doen. Tot slot geen sprake van het schaden van de belangen van klagers door de opdracht te beëindigen. Gelet op het ontbreken van vertrouwen, had verweerder geen andere keuze dan zich te onttrekken. Klacht op alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:210 Raad van Discipline Amsterdam 18-415/A/A

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder heeft niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klaagster een sommatiebrief te sturen zonder de juistheid van de vordering bij zijn cliënt te verifiëren.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1891

    Ondanks dat twee documenten niet expliciet vermeld zijn bij het onderzoekskader in de medische rapportage van de verzekeringsarts is voldoende duidelijk gemaakt dat de inhoud meegewogen is in de beoordeling. Er is voldoende aandacht geschonken aan de door klager ervaren beperkingen. Het is inherent aan haar werk als verzekeringsarts dat verweerster een interpretatie geeft aan rapporten, aangezien de belastbaarheid die verweerster moet beoordelen niet als zodanig expliciet in de rapporten te lezen is. Het is voor de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid verzekeringsgeneeskundig enkel relevant welke beperkingen iemand heeft en niet welke ziekte daaraan ten grondslag ligt. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:288 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.090

    Klacht tegen een dermatoloog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager deels niet-ontvankelijk in zijn beroep vanwege voor het eerst in beroep geformuleerde klachten en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:289 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.091

    Klacht tegen een dermatoloog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager deels niet-ontvankelijk verklaard en de klacht voor het overige afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager alsnog ontvankelijk in alle onderdelen van zijn klacht, verklaart één klachtonderdeel alsnog ongegrond en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:290 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.092

    Klacht tegen een dermatoloog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager deels niet-ontvankelijk in zijn beroep vanwege voor het eerst in beroep geformuleerde klachten en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:291 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.230

    Klacht tegen radioloog. Klaagster en verweerder zijn broer en zus van elkaar en zijn verwikkeld in een civielrechtelijke procedure. Het Regionaal Tuchtcollege heeft een eerdere klacht van klaagster tegen haar broer gegrond verklaard, onder meer op de grond dat verweerder met gebruikmaking van zijn functie en positie van arts een medische verklaring heeft verkregen van een collega-hoogleraar op basis van misleidende informatie. Klaagster verwijt verweerder nu dat hij in weerwil van deze eerdere beslissing wederom met gebruikmaking van zijn artsentitel, met misleidende informatie, aan twee hoogleraren informatie heeft verschaft ter verkrijging van rapportages en deze rapportages heeft ingebracht bij het Centraal Tuchtcollege en in een civielrechtelijke procedure tussen partijen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet-ontvankelijk verklaard. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing in beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:285 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.529

    Klacht tegen gz-psycholoog. In opdracht van het Gerechtshof is over klager een Pro Justitia rapportage uitgebracht door een psychiater en een gz-psycholoog. Verweerster, gz‑psycholoog, is in verband met haar deskundigheid op het gebied van autisme spectrum stoornissen verzocht klager te onderzoeken en haar bevindingen zijn in de Pro Justitia rapportage over klager verwerkt. De klacht houdt in dat verweerster: 1. zich niet bereikbaar heeft opgesteld op de eerste twee momenten waarop klager contact met haar had gezocht in verband met de opvraag van de deelrapportage; 2. geen afschrift van het extern psychologisch rapport heeft verstrekt op de eerste twee momenten waarop klager haar dit persoonlijk had gevraagd; 3. de door haar opgemaakte deelrapportage naderhand op een aantal punten heeft gewijzigd, mede ter afstemming met de wijze waarop haar rapportages was verwerkt in de PBC-rapportage; 4. is meegegaan in de leugen van het PBC dat haar rapportage voor een (groot) deel uit ruwe testgegevens zou bestaan; 5. zich door de wijze van uitvoer van het onderzoek onvoldoende zelfstandig/onafhankelijk heeft opgesteld; 6. Buiten haar onderzoeksopdracht heeft gehandeld. Het RTG Amsterdam heeft de klacht afgewezen. Klager komt in beroep tegen de beslissing van het RTG over de klachtonderdelen 1 t/m 5. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt deze beslissing voor zover deze klachtonderdeel 2 betreft, omdat de gz-psycholoog aan klager een te beperkte versie van het rapport heeft gestuurd. Aan de gz-psycholoog wordt ter zake de maatregel van waarschuwing opgelegd. Het beroep wordt voor het overige verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:286 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.088

    Klacht tegen een dermatoloog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager deels niet-ontvankelijk verklaard en de klacht voor het overige afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager alsnog ontvankelijk in alle onderdelen van zijn klacht, verklaart twee klachtonderdelen alsnog ongegrond en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:287 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2018.089

    Klacht tegen een dermatoloog. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klager deels niet-ontvankelijk in zijn beroep vanwege voor het eerst in beroep geformuleerde klachten en verwerpt het beroep voor het overige.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:151 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-764/DB/LI

    Niet gebleken dat verweerder onwaarheden heeft gedebiteerd. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:152 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-584/DB/LI

    Niet gebleken dat vertrouwen in de advocatuur is geschaad. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:153 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-613/DB/OB

    Niet gebleken dat verweerder de rechter feiten heeft voorgehouden waarvan hij de onwaarheid kende of kon kennen. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:79 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 1811

    Huisarts op de huisartsenpost wordt verweten dat zij heeft nagelaten om telefonisch een behoorlijke anamnese af te nemen; heeft nagelaten patiënte te zien en lichamelijk te onderzoeken en dat er sprake is van onjuiste verslaglegging in het waarneembericht. Verweerster kan in tuchtrechtelijke zin niet verantwoordelijk worden gehouden voor de organisatie van zorg op de huisartsenpost. Het handelen van verweerster heeft zich beperkt tot het autoriseren van het waarneembericht. Van haar mag worden verlangd dat zij het waarneembericht kritisch beoordeelt en niet zonder meer vertrouwt op de afweging van de triagisten. De gemaakte consultafspraak is door of namens patiënte afgezegd, waardoor er geen onderzoek heeft plaatsgevonden. De huisartsenpost maakt gebruik van de Nederlandse triage standaard (NTS) zodat aannemelijk is dat een adequate uitvraag heeft plaatsgevonden. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:154 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-588/DB/OB

    Niet gebleken dat verweerder de rechter feiten heeft voorgehouden waarvan hij de onwaarheid kende of kon kennen. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:148 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-479/DB/ZWB

    Gehandeld in strijd met de gedragsregel 12 en 13 (oud) door zonder voorafgaand advies van de deken en zonder toestemming van de advocaat van de wederpartij in processtuk te citeren uit confraternele correspondentie waarin werd onderhandeld over een schikking. Gegrond. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:21 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/17

    Klager is van mening dat de wijze waarop de kandidaat-notaris de afhandeling van de erfenis behandelt teveel slordigheden en fouten bevat. 1) het verstrekken van twee versies van het testament. Van een notaris mag duidelijkheid verwacht worden terwijl hier verwarring is gegeven. Dit onderdeel is gegrond. Notaris in de gegeven omstandigheden niet zorgvuldigheid betracht die van hem verwacht had mogen worden. 2) de onduidelijkheid inzake de vererving. Dit onderdeel is ongegrond, gelet op het vonnis van de civiele rechter over die kwestie. 3) het actief benaderen van de kopers van de woning van de vader van klager en zijn vrouw om de verkoopakte bij het kantoor van de kandidaat-notaris te laten passeren. Geen beroepsregel die zich verzet tegen zo’n actief benaderen. Daarnaast heeft klager zelf ook de koopovereenkomst medeondertekend en een volmacht afgegeven voor de levering van de woning. Dit onderdeel is ongegrond. 4) tenslotte is klager van mening dat de kandidaat-notaris ten onrechte geen medewerking wenst te verlenen aan het aan klager overmaken van de begrafeniskosten van de vader van klager. Dit onderdeel is gegrond. Niet valt in te zien waarom de notaris, nadat hij eenzelfde voorschot aan de erven van de echtgenote van de vader van klager had verstrekt, dit ook niet aan klager zou verstrekken.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17259a

    Huisarts wordt verweten dat zij zonder toestemming van klager een verklaring aan zijn dochter heeft verstrekt en dat vervolgens heeft verzwegen, dat zij een melding bij Veilig Thuis heeft gedaan zonder de code in acht te nemen, geen inzage in het medisch dossier heeft verstrekt en niet heeft meegewerkt aan de overstap van klager naar een andere huisarts. De veronderstelde toestemming kon of mocht niet uit de omstandigheden worden afgeleid. Verweerster maakte zich op goede gronden zorgen over de hulpverlening aan vader en kon in redelijkheid de inschatting maken dat een melding noodzakelijk was. De overdracht van het dossier aan de opvolgend huisarts heeft zonder verwijtbaar uitstel plaatsgevonden. Gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:149 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-1012/DB/ZWB

    Advocaat is met toestemming namens zijn cliënt een overeenkomst met een incassobureau aangegaan. De advocaat heeft zijn cliënt onvoldoende geïnformeerd over de daaraan verbonden langdurige gevolgen, waaronder de provisie en een boeteclausule van 15%, wat de advocaat tuchtrechtelijk valt te verwijten. Ook in geval van een toevoeging worden de kosten van deurwaarder en incassobureau bij de van de wederpartij ontvangen bedragen in rekening gebracht. Van vergoeding door de staat is pas sprake indien er van de wederpartij geen bedragen worden ontvangen. Dat dit betekent dat de cliënt in eerste instantie daardoor lagere bedragen ontvangt is inherent aan het incassosysteem. Geen maatregel omdat, hoewel van de advocaat verwacht had mogen worden dat hij zijn cliënt duidelijker over de gevolgen van de overeenkomst had geïnformeerd, daar tegenover staat dat de advocaat zich onverplicht en zonder dat daar enige betaling tegenover staat, heeft ingespannen voor de incasso van de vordering van zijn cliënt en aldus meer nazorg heeft betracht dan van hem verwacht had hoeven worden en hij zichzelf bovendien tot in lengte van jaren aan de incasso-overeenkomst heeft verbonden, met alle daarbij behorende werkzaamheden, waar evenmin betaling tegenover staat Klacht (gedeeltelijk) gegrond, geen maatregel.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:22 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2018/16

    Klacht niet-ontvankelijk. Klager heeft niet binnen de termijn als bedoeld in artikel 99, lid 21 van de Wna zijn klacht ingediend.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17259b

    Huisarts wordt verweten dat zij zonder toestemming van klager een verklaring aan zijn dochter heeft verstrekt en dat vervolgens heeft verzwegen, dat zij een melding bij Veilig Thuis heeft gedaan zonder de code in acht te nemen, geen inzage in het medisch dossier heeft verstrekt en niet heeft meegewerkt aan de overstap van klager naar een andere huisarts. De betrokkenheid van verweerster bij verklaring en melding is niet komen vast te staan. De op zich te lange duur van overdracht naar een opvolgend huisarts kan verweerster niet tuchtrechtelijk worden aangerekend. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:23 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/126

    De kamer betwijfelt of de notaris zich er voldoende van bewust is wat hij in onderhavige zaak fout heeft gedaan. Immers, in zijn antwoord, zoals ook op de zitting herhaald, is de notaris van mening dat hij het te veel ontvangen geld ook heeft teruggestort naar de koper. Dat is echter niet juist. De notaris heeft het van een derde ontvangen geld immers doorgestort naar de rekening van o.a. koper. Naar het oordeel van de kamer heeft de notaris er blijk van gegeven te weinig inzicht in het foute van zijn handelen te hebben. De kamer acht de klacht op beide klachtonderdelen gegrond. De kamer rekent de notaris beide klachtonderdelen zwaar aan. Nu meer dan één van de pijlers van het notariaat in geding is acht de kamer het verwijt dat de notaris te maken valt dermate ernstig dat er aanleiding bestaat om hem de maatregel van berisping op te leggen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:150 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-760/DB/LI

    Niet gebleken dat verweerder aan cliënt een vergoeding/stageplek heeft aangeboden in ruil voor zaak/claim. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:166 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-024a

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Tijdens het consult tussen de huisarts en de patiënt waren er geen signalen die erop wezen dat sprake was van een beginnende sepsis of aanwijzingen voor een longontsteking. Patiënt kwam voornamelijk voor zijn rug, been- en knieklachten waarbij ook de griepverschijnselen aan de orde zijn gekomen. De voorgeschreven dosering naproxen maakt niet dat eventuele alarmsignalen voor sepsis zouden zijn gemaskeerd. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TNORSHE:2018:24 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2017/93

    Klacht BFT. Vanaf 2012 heeft het kantoor van de notaris een aanzienlijke negatieve l iquiditeits- en solvabiliteitspositie, terwijl een zeker overschot in de liquiditeit gewenst is. Kamer acht het gevaar dat de notariële onafhankelijkheid daardoor verloren gaat geenszins denkbeeldig en is van oordeel dat sprake is van een situatie waarin in redelijkheid kan worden verwacht dat de notaris op enig moment niet aan haar financiële verplichtingen zal kunnen voldoen. Daarbij neemt de kamer mede in aanmerking dat de notaris volledig afhankelijk is van de kredietfaciliteit. Zonder afbreuk te willen doen aan de inspanningen van de notaris om de financiële situatie in de afgelopen jaren alsnog ten goede te keren, heeft de kamer de notaris tijdens de eerste mondelinge behandeling te kennen gegeven dat zij voor het ergste moest vrezen als de financiële situatie niet zou verbeteren. Na afloop van de tweede mondelinge behandeling heeft de kamer serieus overwogen om de notaris inderdaad uit het ambt te ontzetten, zeker omdat zij de ernst van de langdurige schending van de norm van artikel 23 Wna nog altijd niet (voldoende) serieus lijkt te nemen. Omdat er, ondanks de hachelijke financiële situatie, echter nooit sprake is geweest van een negatieve bewaringspositie of van het benadelen van schuldeisers is de kamer van oordeel dat in de gegeven omstandigheden kan worden volstaan met het opleggen van de tuchtmaatregel van schorsing in de uitoefening van het ambt voor een periode van zes maanden.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:65 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/61

    Klacht tegen psychiater ingediend door patiënt in TBS-kliniek. Patiënt is het niet eens met het feit dat hij dwangmedicatie krijgt. Hiervoor zou onvoldoende aanleiding zijn. Het college deelt dit standpunt niet, gelet op de feiten en omstandigheden die uit de behandelrapportage blijken. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:167 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-123a

    Ongegronde klacht tegen een radioloog. Kern van de klacht is dat de radioloog op de mammogrammen die tijdens het Bevolkingsonderzoek Borstkanker waren gemaakt ten onrechte niet heeft gezien dat sprake was van een verdachte afwijking. Voorop staat dat sprake was van een screeningssituatie en niet van een diagnostische situatie. De radioloog, die niet beschikte over de achterafkennis, heeft het plekje niet als verdacht opgemerkt. Dit is de radioloog in deze screeningssituatie niet aan te rekenen, nu het plekje geen duidelijke maligne kenmerken heeft en slechts is afgebeeld in één richting. Vergrote lymfeklieren zijn volgens de vastgestelde standaarden voor de screening op borstkanker geen redenen voor verwijzing of voor het informeren van de huisarts of de patiënt. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:66 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/62

    Klacht tegen psychiater ingediend door patiënt in TBS-kliniek. Patiënt is het niet eens met het feit dat hij dwangmedicatie krijgt. Hiervoor zou onvoldoende aanleiding zijn. Het college deelt dit standpunt niet, gelet op de feiten en omstandigheden die uit de behandelrapportage blijken. De klacht is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:168 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-123b

    Ongegronde klacht tegen een radioloog. Kern van de klacht is dat de radioloog op de mammogrammen die tijdens het Bevolkingsonderzoek Borstkanker waren gemaakt ten onrechte niet heeft gezien dat sprake was van een verdachte afwijking. Voorop staat dat sprake was van een screeningssituatie en niet van een diagnostische situatie. De radioloog, die niet beschikte over de achterafkennis, heeft het plekje niet als verdacht opgemerkt. Dit is de radioloog in deze screeningssituatie niet aan te rekenen, nu het plekje geen duidelijke maligne kenmerken heeft en slechts is afgebeeld in één richting. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:196 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180105

    Klacht over eigen advocaat. Verweerster mag een afgesproken fixed fee niet zonder instemming van haar cliënte (klaagster) opzij zetten. Dit geldt temeer nu de fixed fee op initiatief van verweerster tot stand is gekomen en het meerwerk vooral door de wederpartij werd veroorzaakt. Verweerster heeft klaagster voor het blok gezet door enkele dagen voor het verstrijken van een procedurele termijn klaagster te berichten dat zij per direct een andere advocaat moest zoeken als zij niet instemde met de wijziging van de financiële afspraken. Bekrachtiging beslissing Raad. Klacht gegrond. Waarschuwing en proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:172 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 139/2018

    Klacht tegen een verloskundige. Klaagster verwijt verweerster dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld dat zich onder meer heeft geuit in een gebrekkige communicatie, het stellen van een verkeerde diagnose en schending van klaagsters lichamelijke integriteit. Hoewel de communicatie beter had gekund is er geen sprake van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Naar het oordeel van het college is er geen verkeerde diagnose gesteld. Het college heeft niet kunnen vaststellen of klaagsters integriteit is geschonden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:147 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-502/DB/ZWB/D

    Tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door langdurig niet verzekerd te zijn voor risico van beroepsaansprakelijkheid, dit te verzwijgen voor de deken, de CCV op dit punt niet naar waarheid in te vullen, door betalingsverplichtingen niet tijdig na te komen en CCV niet in te vullen. Dekenbezwaar gegrond. Gelet op tuchtrechtelijk verleden: schrapping. Vanwege financiële draagkracht geen proceskostenveroordeling.