Zoekresultaten 20401-20450 van de 47536 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:148 Raad van Discipline Amsterdam 18-083/A/A

    Klacht van Kamer in Eerste Aanleg binnen internationaal tribunaal over advocaat. Verweerder treedt op als advocaat van de heer C die, als één van de verdachten, terecht staat voor tijdens het regime van Democratisch Kampuchea (de Rode Khmer) begane misdrijven tegen de menselijkheid, genocide, oorlogsmisdrijven en schendingen van het internationaal humanitair recht. Klaagster is de Trial Chamber (in het Nederlands: Kamer in Eerste Aanleg) van het internationale tribunaal waar de zaak tegen de heer C wordt behandeld. Aangezien verweerder vanaf 1 januari 2016 niet langer in Nederland is ingeschreven als advocaat en evenmin de hoedanigheid bezit van een bezoekende advocaat zoals bedoeld in artikel 16b Advocatenwet, is de raad voor zover de klacht ziet op een handelen en/of nalaten van verweerder vanaf 1 januari 2016 niet bevoegd om van de klacht kennis te nemen. Klacht ziet voor het overige in de kern op opmerkingen van verweerder met betrekking tot twee internationale rechters die deel uitmaken van de Trial Chamber. De Trial Chamber bestaat daarnaast evenwel ook nog uit drie Cambodjaanse rechters, zodat klaagster hierbij naar het oordeel van de raad onvoldoende eigen en rechtstreeks belang heeft. De raad verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van gedeelte van klacht, klaagster voor het overige niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:56 Accountantskamer Zwolle 18/129 Wtra AK

    Betrokkene heeft een verklaring gegeven, waarbij op vele punten de voorschriften uit paragraaf 18 van Standaard 4400 zijn geschonden, en daarmee ook het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid (artikel 2 onder d VGBA). Daarnaast heeft hij ontoelaatbare druk uitgeoefend op klager om geen klacht in te dienen. Maatregel: waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2016:268 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 150066

    De klacht dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door de rechter te misleiden, te trachten klager weg te houden bij zijn cliënt en niet met klager te willen spreken maar uitsluitend rechtstreeks met zijn cliënt, wordt in hoger beroep alsnog ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:161 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-284

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen sprake van onnodig grievende uitlatingen. Klager heeft voorts geen belang bij klacht over het – volgens hem – door verweerster op basis van onjuiste informatie aanvragen van een toevoeging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2011:2 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6066

    De klacht dat verweerder als dienstdoende piketadvocaat klaagster niet de bijstand en ondersteuning heeft verleend waarom zij heeft gevraagd en die zij nodig had, is ook in hoger beroep gegrond. Het hof verlicht de maatregel tot een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:168 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-285

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Niet gebleken dat verweerster feiten heeft geponeerd waarvan zij de onwaarheid kende of redelijkerwijs had moeten kennen en voorts geen sprake van onnodige grievende uitlatingen.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:149 Raad van Discipline Amsterdam 18-237/A/NH

    Klacht over eigen advocaat. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad geen afdoende verklaring kunnen geven voor de trage voortgang van de zaak. Het antwoord op de vraag of klager hierdoor al dan niet schade heeft geleden is niet doorslaggevend voor de beoordeling of er sprake is van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen. Klacht in zoverre gegrond, voor het overige ongegrond, gezien specifieke omstandigheden geen maatregel opgelegd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:162 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-252

    Voorzittersbeslissing: de voorzitter oordeelt de klachten over de advocaat van de wederpartij van klager in een burengeschil over overhangende takken kennelijk ongegrond. Geen sprake van onnodig grievende uitlatingen of bewust poneren van onjuiste feiten door verweerder.

  • ECLI:NL:TAHVD:2014:394 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6954

    De klacht dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet doordat verweerder genoemde beelden openbaar heeft gemaakt zonder dat de verdediging daarbij enig redelijk belang had, is ook in hoger beroep gegrond. Waarschuwing. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:169 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-273

    Voorzittersbeslissing. Klacht over advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Verweerder heeft de grenzen van de hem toekomende vrijheid niet overschreden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2011:YA2084 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 5987 5988 5989

    Dekenbezwaar dat verweerders op onrechtmatige wijze toevoegingen hebben aangevraagd c.q. gedeclareerd en dat het beheer van derdengelden grote onregelmatigheden vertoont, is ook in hoger beroep gegrond. Onvoorwaardelijke schorsing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:150 Raad van Discipline Amsterdam 18-421/A/A/W

    Wrakingsverzoek tegen voorzitter. Het wrakingsverzoek strekt ertoe dat de klachtzaak verder zal worden behandeld door een voorzitter die verzoeker de mogelijkheid biedt kennis te nemen van de ontslagbrief van Genpact NL B.V. van 26 maart 2002. Met verweerster is de wrakingskamer van oordeel dat het niet voldoen aan het verzoek van verzoeker om de ontslagbrief van 26 maart 2002 van Genpact NL B.V. te verschaffen niet meebrengt dat sprake is van gegronde vrees voor rechterlijke partijdigheid. Zoals verweerster terecht aangeeft zal ook een andere voorzitter niet aan het verzoek van verzoeker kunnen voldoen, aangezien de raad niet over de bewuste brief beschikt. Daarom valt aan het niet voldoen aan het verzoek van verzoeker om de ontslagbrief van 26 maart 2002 van Genpact NL B.V. te verschaffen niet de gevolgtrekking te verbinden dat de rechterlijke onpartijdigheid van verweerster schade zou kunnen lijden. Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond, volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:163 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-248

    Voorzittersbeslissing: de voorzitter oordeelt klager niet-ontvankelijk in de klacht ex artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet wegens overschrijding van de driejaarstermijn. Van verschoonbare termijnoverschrijding niet gebleken.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:170 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-121

    Dekenbezwaar naar aanleiding van een melding van het OM over mobiel telefonisch contact tussen behandelend advocaat en een gedetineerde cliënt, die op grond van huisregels van de penetentiaire inrichting geen telefoon op cel mocht hebben. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2015:333 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 7479

    Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaarheid gehandeld door in een verzoekschrift tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor de beweerdelijke rol van klager te presenteren als een conclusie van het betrokken forensisch onderzoeksbureau. Voor het overige is de klacht ongegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:164 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-249

    Voorzittersbeslissing. Verweerder heeft gehandeld in hoedanigheid van klachtenfunctionaris van de interne klachtencommissie waarbij hij de klacht van klager tegen een kantoorgenoot heeft behandeld. Niet gebleken dat verweerder zich in de civiele procedure heeft gemengd of andere door klager ongewenste advocatenwerkzaamheden voor klager heeft verricht.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:145 Raad van Discipline Amsterdam 18-019/A/A

    Klacht over eigen advocaat. Dat verweerder geen schriftelijke pleitnota heeft voorbereid is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, nu verweerder onweersproken heeft gesteld dat een schriftelijke pleitnota niet nodig was. Verweerder heeft voorts onweersproken gesteld dat kort na de zitting het bericht kwam dat klaagster een andere advocaat had gevonden. In dat licht valt verweerder niet tuchtrechtelijk te verwijten dat hij niet met klaagster heeft nagepraat na de inhoudelijke terechtzitting en het vonnis. Voorts staat het een advocaat in beginsel vrij bij verhindering zich, met behoud van verantwoordelijkheid voor de behandeling van de zaak, te doen vervangen door een kantoorgenoot. Daarbij is niet gebleken dat klaagster hier op enig eerder moment bezwaar tegen heeft gemaakt. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:140 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170136

    Eindbeslissing. Onderzoek door de deken. Onvoldoende is komen vast te staan dat verweerder onder ede onwaarheid heeft gesproken. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2013:376 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6467

    Het stond verweerder niet vrij om tegenover de media naar voren te brengen dat klaagster een valse aangifte jegens hem heeft gedaan. Anders dan verweerder aanvoert brengt de vrijheid van meningsuiting, dan wel zijn opvatting dat hij de waarheid verkondigt, niet mee dat hij klaagster tegenover de media van een strafbaar feit mag betichten, iets waarvan een duidelijke diffamerende werking uitgaat. Ook voor verweerder dient in zijn contacten met de media het oordeel van het gerechtshof uitgangspunt te zijn. Waarschuwing. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:171 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-976

    Klacht tegen optreden advocaat wederpartij. Klager verwijt verweerder onder meer onjuiste gegevens in beslagrekest te hebben opgenomen, beslag te leggen op haar bankrekeningen, terwijl er ook op minder bezwarende wijze beslag gelegd had kunnen worden en in strijd met de waarheid feiten als vaststaand “op te geven”. Klacht ongegrond. Een advocaat dient de belangen van zijn cliënt te behartigen aan de hand van het feitenmateriaal dat zijn cliënt hem verschaft. In het algemeen mag de advocaat ook afgaan op de juistheid daarvan en slechts in uitzonderingsgevallen is hij gehouden de juistheid daarvan te verifiëren. Een advocaat mag alleen geen feiten poneren waarvan hij de onwaarheid kent of redelijkerwijs kan kennen. Verweerder heeft erkend dat er in het beslagrekest een onjuiste grond is genoemd. Niet is gebleken dat daarbij van kwade opzet sprake was. Verweerder is in beginsel vrij in de keuze van zijn beslagobjecten. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan verweerder voor een ander beslagobject had moeten kiezen dan hij heeft gedaan.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:165 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-877

    Verzet niet-ontvankelijk nu het te laat is ontvangen. Geen verschoonbare termijnoverschrijding. Dat klager vóór het uitspreken van de voorzittersbeslissing heeft gemeld dat hij enkele weken in het buitenland zou zijn, doet daaraan niet af onder meer omdat klager onvoldoende maatregelen heeft getroffen om zijn post tijdens zijn afwezigheid te laten waarnemen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:159 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-957

    Klacht van geschrapte oud-advocaat tegen verweerster, in haar hoedanigheid van (voormalig) lid van de Raad van de Orde, ongegrond. Dat verweerster zich tijdens een kantoorbezoek aan klager (toen nog advocaat) heeft misdragen en onder meer dit tot de schrapping van klager heeft geleid, heeft de raad niet kunnen vaststellen.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:24 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/328724 KL RK 17-169

    Notaris heeft gegeven de van belang zijnde feiten en omstandigheden voldoende zorgvuldig gehandeld en was gehouden de leveringsakte te passeren als verzocht. Gezien de informatie waarover de notaris beschikte en kon beschikken, behoefde de notaris redelijkerwijze niet te twijfelen aan het uitgewerkt zijn van het voorkeursrecht van klaagster en/of aan het sterkere recht van de beoogd verkrijgster.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:166 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-879

    Klacht van klaagster over de kwaliteit van de werkzaamheden van verweerster in een arbeidsgeschil met een bij aanvang van de arbeidsovereenkomst al zieke werknemer van klaagster. Met verweerster is aanvankelijk afgesproken een ontbindingsprocedure te starten. Dat verweerster klaagster bij aanvang onjuist heeft geadviseerd over stopzetting van de loonbetaling is de raad niet gebleken. Conflict tussen klaagster en werknemer over loondoorbetaling is pas later ontstaan, namelijk nadat het UWV, anders dan in de twee eerdere brieven aan klaagster, in een derde brief had gemeld dat klaagster toch re-integratieplichtig was jegens de werknemer. Ook het advies van verweerster daarna om het loon weer door te bepalen, is naar oordeel van de raad geen onbegrijpelijk advies geweest. Dat klaagster ervoor heeft gekozen om dat nieuwe advies niet op te volgen in afwachting van het deskundigenoordeel van het UWV en wegens het restitutierisico, kan verweerster tuchtrechtelijk niet worden verweten. Het conflict over stopzetting van de loonbetaling heeft uiteindelijk, ondanks de hervatte loonbetaling, toch geleid tot een kort geding van de werknemer, in welk vonnis klaagster alsnog tot betaling van extra kosten is veroordeeld. De raad is niet gebleken dat verweerster klaagster schriftelijk heeft geadviseerd over haar positie in dat kort geding en de mogelijkheid om die procedure te voorkomen. Vooral vanwege de tussentijdse ontwikkelingen tussen klaagster en de werknemer had het naar het oordeel van de raad op de weg van verweerster had gelegen om die nieuwe situatie schriftelijk vast te leggen (gedragsregel 8 oud). Ook is wegens ontbreken van een schriftelijke uitleg aan klaagster een misverstand ontstaan over het door verweerster ingenomen uitgangspunt, wat eveneens voor risico van verweerster blijft. In zoverre klacht gegrond. Waarschuwing. Overige klachten over op voorhand kansloze procedure en te hoge declaraties gelet op volgens klaagster ondermaatse kwaliteit werkzaamheden ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:147 Raad van Discipline Amsterdam 18-113/A/NH

    Klacht over eigen advocaat. Driejaarstermijn verstreken. Klaagster heeft aangevoerd dat de gevolgen van het nalaten van verweerster haar pas later bekend zijn geworden. Naar het oordeel van de raad kan klaagster worden ontvangen in haar klacht, aangezien zij de klacht heeft ingediend binnen een jaar na de datum waarop de gevolgen redelijkerwijs als bekend geworden zijn aan te merken (artikel 46g lid 2 Advocatenwet). De raad is van oordeel dat verweerster een met klaagster gemaakte afspraak om het convenant te bespreken en het daarover gegeven advies of informatie schriftelijk had moeten vastleggen. Nu verweerster dat niet heeft gedaan, is niet komen vast staan dat zij het convenant met klaagster heeft besproken en klaagster daarover heeft geadviseerd of geïnformeerd. Aldus is niet komen vast te staan dat verweerster aan de op haar rustende zware zorgplicht heeft voldaan. Klacht gegrond, waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TAHVD:2012:19 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 6198

    De klacht, inhoudende dat verweerder in opdracht van zijn cliënte stelselmatig klaagster heeft geïntimideerd, beschadigd en op kosten gejaagd, doordat hij niet klaagster zelf maar haar advocaat heeft aangeschreven om een bedrag van €18.231,58 te betalen, waartoe klaagster bij vonnis van de kantonrechter was veroordeeld, voorts het vonnis heeft laten betekenen en executoriaal beslag op klaagsters huis heeft laten leggen, terwijl inmiddels door klaagster betaald was, is ook in hoger beroep gegrond. De raad heeft in de bestreden beslissing naar het oordeel van het hof terecht overwogen dat van een advocaat mag worden verwacht dat hij direct na ontvangst van een betaling de deurwaarder hiervan op de hoogte stelt. De betekenings-en overbetekeningskosten zijn onnodig gemaakt en het doorzetten van de executiemaatregelen nadat klaagster was overgegaan tot betaling van de hoofdsom valt verweerder tuchtrechtelijk aan te rekenen. Het hof voegt hieraan toe dat verweerder regisseur van het proces was. Door het stellen van zo’n korte termijn voor de voldoening lag het op de weg van verweerder om de ontvangst van betalingen scherp in de gaten te houden en om zijn kantooradministratie dienovereenkomstig te instrueren. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:144 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 037/2018

    Klacht tegen MDL-arts kennelijk ongegrond. Verweerder heeft op basis van de anamnese, het lichamelijk onderzoek en de overige bevindingen, gelet op de door klager geuite klachten, een gastroscopie en colonoscopie kunnen voorstellen. Verweerder heeft, alvorens zijn vermoeden van een waanbeeld te uiten naar de huisarts, overleg gevoerd met een psychiater en hem de situatie van klager geanonimiseerd voorgelegd. Daarmee heeft verweerder zorgvuldig gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:145 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 036/2018

    Klacht tegen internist kennelijk ongegrond. De brief geeft een volledige beschrijving van bevindingen weer, op basis van de anamnese en lichamelijk onderzoek, en daaruit blijkt niet dat de klager op dat moment in acute ademnood verkeerde of anderszins bedreigend ziek was. Het college is van oordeel dat verweerster haar vermoeden van een waanstoornis aan de huisarts heeft mogen melden gelet op haar bevindingen. Het is bovendien niet gebleken dat verweerster een verder onderzoek of behandeling bij klager heeft gehinderd.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 051/2018

    Klacht tegen internist kennelijk ongegrond. Naar het oordeel van het college heeft verweerder op basis van de hem ter beschikking gestelde informatie kunnen concluderen dat er geen aanwijzingen bestaan voor een schimmelinfectie bij klager.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:144 Raad van Discipline Amsterdam 18-411/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat. Uit het klachtdossier volgt dat mede dankzij de inspanningen van verweerder de verhuurder heeft besloten de huurovereenkomst niet op te zeggen en klaagster nog een laatste kans te geven. Ook blijkt dat verweerder stukken bij de gemeente heeft opgevraagd. In dat licht kan niet worden gezegd dat verweerder zich heeft voorgedaan als de advocaat van klaagster maar zijn beloftes niet heeft waargemaakt, en verweerder klaagster heeft opgehouden en haar tijd heeft ontnomen waardoor zij geen echte advocaat kon zoeken. Voorts kan de voorzitter niet vaststellen dat verweerder aan de kant van de wederpartij staat en daarover tegen klaagster heeft gelogen, dit volgt in elk geval niet uit het klachtdossier. Wat er ook zij van de gestelde opmerking dat klaagster voorbarig is geweest door haar huisraad weg te doen, ook als verweerder een dergelijke opmerking zou hebben gemaakt heeft verweerder hiermee naar het oordeel van de voorzitter niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:172 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-338/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk niet ontvankelijk. De tuchtrechter heeft al eerder geoordeeld over de klacht. Klager heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden gesteld. Het ne bis in idem beginsel staat eraan in de weg dat de tuchtrechter nog eens over de klacht oordeelt.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:143 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 297/2017

    Klacht tegen arts kennelijk ongegrond. Deels verjaard en voor het overige: In 2008 gold niet de norm in de beroepsgroep dat Artecoll en siliconenolie niet, al dan niet na elkaar, gebruikt mochten worden. Al waren de bijwerkingen toen al wel bekend en voor sommigen reden om deze behandelingen niet (meer) uit te voeren. Een redelijk bekwaam arts mocht in die tijd de genoemde middelen nog wel (na elkaar) gebruiken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:167 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-1022/DH/RO

    Klacht over het niet verrichten van overeengekomen werkzaamheden, waardoor (onder meer) een termijn van hoger beroep is verstreken, gegrond. Schrapping en een geldboete van € 2000 op de voorwaarde dat verweerder € 1015 aan klaagster zal vergoeden.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:168 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-293/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij waartegen klager een medische tuchtklacht heeft ingediend kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:169 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-279/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de kwaliteit van dienstverlening en de communicatie kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:140 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 181/2017

    Klacht met vele onderdelen tegen vaatchirurg over bijzondere en ingewikkelde ingreep, de plaatsing van een viertal stents. Het klachtonderdeel inhoudende dat de vaatchirurg, toen patiënte postoperatief pijnklachten kreeg, niet een coloscopie maar een CTA had moeten laten verrichten, is gegrond. Gelet op het grote risico op overlijden volgt een berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:89 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/149

    Klaagster verwijt verweerster dat zij haar zeer negatief heeft beoordeeld zonder haar te informeren en ten onrechte geen medische diagnose heeft gesteld. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:170 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-304/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht na de vervaltermijn van artikel 46g Advocatenwet ingediend en aldus -niet-ontvankelijk. Een klachtonderdeel is tijdig ingediend, maar kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:141 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 180/2017

    Klacht tegen arts in opleiding tot chirurg over het postoperatief beleid na (pijn)klachten en een verhoogde lactaatwaarde. Het betreft een bijzondere en ingewikkelde ingreep, de plaatsing van een viertal stents. De tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid voor de keuze voor een coloscopie in plaats van een CTA, die in telefonisch overleg tussen verweerder en de vaatchirurg is gemaakt, rust in dit geval geheel op de vaatchirurg. In de samenhangende klacht tegen de vaatchirurg wordt dit klachtonderdeel wat hem betreft gegrond verklaard. De klacht tegen de aios is ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:23 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/328521 / KL RK 17-165

    Vader heeft het aanbod van de oud-notaris om hem in het ziekenhuis te bezoeken afgewezen en gezegd dat hij zelf op het ontwerptestament terug zou komen. Niet gesteld en ook niet gebleken is dat vader in de periode na zijn ontslag uit het ziekenhuis tot zijn tweede ziekenhuisopname eind april 2017 niet in staat was om desgewenst contact op te nemen met de oud-notaris. Vader heeft om hem moverende redenen hiervan afgezien. Gelet op de eerdere mededeling aan de oud-notaris dat hij nog niet zeker was over de onterving, gevoegd bij zijn latere mededeling zelf op de zaak terug te zullen komen, kan dit de oud-notaris niet worden aangerekend. De kamer is van oordeel dat zeker in geval van een voorgenomen onterving voorzichtigheid geboden is en de oud-notaris niet onzorgvuldig heeft gehandeld door het initiatief tot de wijziging bij vader te laten.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:171 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-426/DH/RO/W

    Wraking. Verzoek kennelijk niet-ontvankelijk voor zover gericht tegen de griffier. Verzoek kennelijk ongegrond voor zover gericht tegen de voorzitter (en de leden).

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:142 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 106/2018

    Klacht tegen kinderarts ongegrond. Klagers verwijten verweerster dat zij ten onrechte een melding heeft gedaan bij Veilig Thuis en dat zij gebrekkig met klagers heeft gecommuniceerd. Ondanks het feit dat de communicatie met de klagers beter had gekund heeft verweerster in redelijkheid tot het doen van de melding kunnen komen. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:137 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180031D

    Dekenbezwaar. Gegrond. Schrapping. Tekort aan opleidingspunten. Verweerder heeft structureel gedurende vele jaren achtereen niet voldaan aan de verplichtingen van de Voda. Bekrachtiging. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:161 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-045/DH/DH

    Verweerster heeft in opdracht van klager en zijn thans ex-echtgenote een echtscheidingsconvenant ingediend. Volgens klager heeft verweerster hem onder meer niet deugdelijk geïnformeerd over verschillende onderdelen van het echtscheidingsconvenant. De raad verklaart de klacht niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding (artikel 46g Advocatenwet).

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:155 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-1003/DH/DH

    Beslissing op verzet. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:138 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180061

    Klacht tegen eigen advocaat. De klachten dat verweerder de totstandkoming van een regeling tussen klagers en hun wederpartij heeft voorkomen, althans heeft tegengewerkt en verzuimd heeft klagers te wijzen op de risico's van een eventuele ontbinding van de overeenkomst met de wederpartij, zijn ook in hoger beroep ongegrond. Wel gegrond is de klacht dat verweerder door zijn handelwijze de belangen van klagers op het spel heeft gezet. Waarschuwing. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:162 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-967/DH/DH

    Klacht deels niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang; klacht voor het overige ongegrond. Gedragsregel 19 van de Gedragsregels 1992 (rauwelijks dagvaarden) is niet van toepassing wanneer het gaat om het leggen van conservatoir beslag.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:156 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-171/DH/RO

    Beslissing op verzet. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:139 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180062

    Klacht over eigen advocaat. De klacht komt er in de kern op neer, dat verweerder jegens klagers niet heeft voldaan aan zijn informatieplicht, dat verweerder de procedure tegen de curator verkeerd heeft ingeschat en in die procedure argumenten heeft aangevoerd die door de rechtbank tegen klagers zijn gebruikt en dat door toedoen van verweerder geen schikking tot stand is gekomen. Ongegrond. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:163 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-212/DH/RO

    Tussenbeslissing in verzetprocedure. Klager heeft ter zitting om aanhouding van de behandeling verzocht omdat verweerder niet was verschenen. Na sluiting van het onderzoek is de raad tot de conclusie gekomen dat hij thans over onvoldoende informatie beschikt om tot een gedegen oordeel te komen. Met name wenst de raad verweerder ter zitting vragen te stellen. Daarom heropent de raad het onderzoek en bepaalt de raad een nieuwe zitting op 8 oktober 2018 om 16.00 uur. Beide partijen dienen op die zitting te verschijnen.