Zoekresultaten 14301-14350 van de 48197 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:39 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.007 en c2020.010

    Klacht tegen gynaecoloog. De dochter van klagers is anderhalve week na de bevalling overleden. De klacht (bestaande uit 27 onderdelen) gaat onder meer over het medisch handelen, de samenwerking tussen de gynaecologen, de dossier-, informatie- en geheimhoudingsplicht, de nazorg na de bevalling en de afwikkeling van de melding van de calamiteit. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard, aan de gynaecoloog de maatregel van waarschuwing opgelegd en het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen. Beide partijen komen in beroep. Het Centraal Tuchtcollege verklaart beide beroepen deels gegrond en vernietigt in zoverre de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege met bevestiging van deze beslissing voor het overige. Het Centraal Tuchtcollege wijst het verzoek om veroordeling van de gynaecoloog in de proceskosten van het beroep af, handhaaft de maatregel van waarschuwing en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2020:63 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2019/85

    Klacht tegen twee dierenartsen met betrekking tot een operatie bij een hond in verband met een maagtorsie. Dierenarts 1 wordt verweten bij de operatie, na het repositioneren van de maag, deze onjuist heeft gefixeerd waardoor complicaties zijn opgetreden. Deze klacht is gegrond verklaard, met oplegging van een waarschuwing. Dierenarts 2 wordt verweten tijdens de operatie foutief te hebben gehandeld met betrekking tot de anesthesie. Deze klacht is ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:20 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.074

    Klacht tegen internist. Klaagster is door de specialist waar zij onder behandeling was wegens een schildklieraandoening verwezen naar het ziekenhuis waar de internist werkzaam is. In de verwijsbrief is vermeld dat klaagster een aantal specifieke vragen over thyrax/cytomel-omzetting met de internist wilde bespreken. Zij was van mening dat de L-T4 + L-T3 combinatietherapie door een foutieve onderzoeksopzet uiterst dubieus was. Klaagster heeft vervolgens op de poli endocrinologie met een AIOS gesproken over het beleid en de studies. Nadien heeft zij hierover ook met de internist herhaaldelijk schriftelijk en mondeling contact gehad. Klaagster verwijt de internist onder meer een onjuiste uitleg van de onderzoeks-trials en het weglopen bij de medische/wetenschappelijke discussie door het inschakelen van een advocaat. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels ongegrond en deels niet‑ontvankelijk. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep tegen deze beslissing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:16 Raad van Discipline Amsterdam 20-978/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over kantoorgenoot van voormalig advocaat kennelijk ongegrond. Verweerder kan niet tuchtrechtelijk verantwoordelijk worden gehouden voor de inhoud van de door zijn kantoorgenoot opgestelde dagvaarding. Dat verweerder klager namens het kantoor een aanmaning heeft gestuurd in verband met de nog openstaande advocaatkosten is zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet tuchtrechtelijk verwijtbaar.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:33 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.026

    Klacht tegen orthopedisch chirurg in opleiding. Klaagster was bij beklaagde op consult in verband met knie-, enkel-, elleboog- en schouderklachten. Er is een MRI van de knie gemaakt en daarna is bij klaagster een operatie aan haar rechteronderbeen uitgevoerd waarna zij klachten bleef houden, bestaande uit pijn in haar voet en enkel en irritatie aan haar onderbeen. Klaagster is na enige tijd nogmaals door een collega van verweerder aan haar been geopereerd, verweerder heeft hierbij geassisteerd. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – onvoldoende zorg, gebrekkige voorlichting en slechte dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:46 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.110

    Klacht tegen gynaecoloog. Klaagster was onder behandeling bij de gynaecoloog in verband met diep infiltrerende endometriose. Zij is hiervoor in 2013 geopereerd, de gynaecoloog was toen hoofdoperateur. Ruim een maand na de operatie is bij klaagster een fistel tussen het rectum en de vagina vastgesteld. Later zijn nog diverse hersteloperaties uitgevoerd. Klaagster verwijt de gynaecoloog dat zij voorafgaand aan de operatie niet is geïnformeerd over het risico op een rectovaginale fistel bij endometriosechirurgie, dat de gynaecoloog als hoofd operateur betrokken was bij een operatie waarbij een medische kunstfout is gemaakt waardoor een fistel is ontstaan, en dat klaagster na de operatie uit het ziekenhuis is ontslagen terwijl sprake was van vaginale ontlasting. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:27 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.020

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klaagster is vanwege klachten aan haar rechterknie in 2008 verwezen naar het ziekenhuis waar verweerder als orthopedisch chirurg in opleiding werkzaam was. Er werd een indicatie voor een electieve operatie gesteld. Na preoperatief bloedonderzoek is de operatie vanwege een contra-indicatie uitgesteld. Een half jaar later is het bloed van klaagster weer onderzocht. Door een internist is een ‘expresbrief’ opgesteld en door een anesthesioloog is akkoord gegeven voor de operatie. Bij de operatie was verweerder betrokken als assistent operateur. Een dag na de operatie heeft verweerder klaagster eenmalig gezien. Klaagster verwijt verweerder – kort gezegd – onvoldoende zorg en slechte dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege voor zover daarin de eerste twee klachtonderdelen ongegrond zijn verklaard, verklaart klaagster niet-ontvankelijk in deze twee onderdelen, verwerpt het beroep van klaagster voor het overige en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2020:64 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2020/20

    Beklaagde wordt verweten dat er na afloop van een onder narcose uitgevoerde gebitsbehandeling bij een hond tijdens de recovery een te hete kruik tegen de rug van de hond is aangelegd, waardoor er een brandwond is ontstaan. Gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:40 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.008

    Klacht tegen gynaecoloog. De dochter van klagers is anderhalve week na de bevalling overleden. De klacht (bestaande uit 19 onderdelen) gaat onder meer over het medisch handelen, de samenwerking tussen de gynaecologen, de dossier-, informatie- en geheimhoudingsplicht, de nazorg na de bevalling en de afwikkeling van de melding van de calamiteit. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht deels gegrond verklaard, aan de gynaecoloog de maatregel van waarschuwing opgelegd en het verzoek om proceskostenveroordeling afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het beroep van klagers deels slaagt. Het college vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege en verklaart de klacht, deels op andere gronden, gedeeltelijk gegrond. Het Centraal Tuchtcollege wijst het verzoek om een veroordeling in de kosten van de procedure in beroep af, handhaaft de maatregel van waarschuwing en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:21 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.301

    Klacht tegen kaakchirurg. Klagers zijn beiden ook kaakchirurg en hebben met beklaagde in een samenwerkingsverband gewerkt. Klagers verwijten beklaagde dat hij door zijn wijze van declareren fraude heeft gepleegd en dat hij daardoor de dossiers van zijn patiënten heeft gecorrumpeerd. Klagers stellen dat zij hierdoor schade hebben geleden. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klagers niet-ontvankelijk verklaard in hun klacht. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:17 Raad van Discipline Amsterdam 20-979/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over verweerder in zijn hoedanigheid van klachtenfunctionaris kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:34 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.334

    Klacht tegen een neurochirurg. Klaagster lijdt sinds haar vroege jeugd aan epilepsie. Zij is in 2014 verwezen naar de instelling waar de neurochirurg werkzaam is, ter beoordeling van onder meer de vraag of epilepsiechirurgie bij klaagster een optie is. De neurochirurg maakt deel uit van een multidisciplinaire werkgroep Epilepsiechirurgie. Bij klaagster is de diagnose chronische slaapkwabepilepsie gesteld en haar is een operatie aanbevolen. Klaagster is in verband hiermee door de neurochirurg gezien. Zij is vervolgens door een collega van de neurochirurg geopereerd. Klaagster verwijt de neurochirurg dat hij de operatie met een verkeerde diagnose heeft laten plaatsvinden, dan wel een verkeerde diagnose bij klaagster heeft gesteld. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:28 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.021

    Klacht tegen internist. Klaagster is vanwege klachten aan haar rechterknie in 2008 verwezen naar het ziekenhuis waar verweerster destijds als internist-hematoloog werkzaam was. Er werd een indicatie voor een electieve operatie gesteld. Na preoperatief bloedonderzoek is de operatie vanwege een contra-indicatie uitgesteld. Een half jaar later is het bloed van klaagster weer onderzocht. Door verweerster is een ‘expresbrief’ opgesteld en door een anesthesioloog is akkoord gegeven voor de operatie. Klaagster verwijt verweerster – kort gezegd – dat zij geen goede zorg heeft verleend en haar niet voldoende heeft voorgelicht. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing in eerste aanleg en verklaart klaagster alsnog niet-ontvankelijk in haar klacht.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:41 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.011

    Klacht tegen kinderarts. De dochter van klagers was bij geboorte slap en bleek en ademde niet. Zij is direct gereanimeerd en vervolgens opgenomen op de couveuseafdeling. In de loop van de avond verslechterde de toestand en de volgende ochtend vroeg is de dochter per ambulance naar een ander ziekenhuis vervoerd. Daar bleek dat sprake was van een ernstige hersenbeschadiging. In overleg met de ouders is besloten af te zien van behandeling. De dochter is enkele dagen nadien overleden. De klacht bestaat uit vele onderdelen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat verweerster niet aan haar dossierplicht heeft voldaan, dat zij niet adequaat heeft gereageerd op diverse (alarm)signalen en de ouders niet op zorgvuldige wijze over de gezondheidstoestand van Luna heeft geïnformeerd, en heeft de maatregel van voorwaardelijke schorsing voor de duur van een jaar opgelegd. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat het (principaal) beroep van verweerster slaagt, verklaart de klacht, voor zover gegrond bevonden alsnog ongegrond en gelast publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:22 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.354

    Klacht tegen orthopedisch chirurg. Klaagster is naar verweerder verwezen vanwege heupdysplasie. Zij is door verweerder geopereerd en het herstel en de nacontroles verliepen aanvankelijk normaal. Drie maanden na de operatie bleek dat de adductor nauwelijks aanspande en klaagster is verwezen naar een neuroloog die een EMG adviseerde. De nervus obturatorius bleek ernstig beschadigd. Later werd nog pseudoartrose van het zitbeen geconstateerd. In verband met deze beide klachten is klaagster sindsdien diverse malen geopereerd. Klaagster verwijt verweerder dat hij een verkeerde diagnose heeft gesteld, onvoldoende informatie heeft gegeven, de operatie niet goed heeft uitgevoerd en in het postoperatieve traject niet adequaat heeft gereageerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2021:18 Raad van Discipline Amsterdam 21-016/A/A/W

    Wrakingsverzoek kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:35 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.335

    Klacht tegen een neurochirurg. Klaagster lijdt sinds haar vroege jeugd aan epilepsie. Zij is in 2014 verwezen naar een gespecialiseerde instelling, ter beoordeling van onder meer de vraag of epilepsiechirurgie bij klaagster een optie was. Klaagster is besproken in de multidisciplinaire werkgroep Epilepsiechirurgie. Bij klaagster is de diagnose chronische slaapkwabepilepsie gesteld en haar is een operatie aanbevolen. Klaagster is in verband hiermee door een collega van de neurochirurg gezien. Zij is vervolgens door de neurochirurg geopereerd. Klaagster verwijt de neurochirurg dat hij haar, zonder haar ooit te hebben gezien, met een verkeerde diagnose heeft geopereerd, dat hij haar na de operatie niet heeft verteld dat haar schedel verbrijzeld is en dat hij haar na de operatie heeft gezegd dat de epilepsie niet meer zichtbaar was op de MRI-scan, terwijl zij nog steeds last heeft van epilepsie. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:29 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.022

    Klacht tegen anesthesioloog. Klaagster is vanwege klachten aan haar rechterknie in 2008 verwezen naar het ziekenhuis waar verweerder als anesthesioloog werkzaam was. Er werd een indicatie voor een electieve operatie gesteld. Na preoperatief bloedonderzoek is de operatie vanwege een contra-indicatie uitgesteld. Tijdens het preoperatief spreekuur voor de uitgestelde operatie is klaagster gezien door een arts in opleiding tot anesthesioloog. Deze heeft tijdens het spreekuur met verweerder, die destijds als supervisor optrad, overlegd. Het bloed van klaagster is opnieuw onderzocht. Door een internist is een ‘expresbrief’ opgesteld en een maand later is klaagster geopereerd. Klager verwijt verweerder – kort gezegd – onvoldoende zorg en slechte dossiervoering. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:18 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 210033

    Klacht tegen afwijzende beslissing van de deken om de aanwijzing van een cassatieadvocaat. De deken heeft alles in het werk gesteld wat op deze korte termijn van hem verwacht mocht worden om te laten beoordelen of het cassatieberoep van klager een redelijke kans van slagen had. Binnen de beperkte tijd hebben twee cassatieadvocaten onafhankelijk van elkaar negatief geadviseerd. Daarbij komt dat een cassatieadvocaat niet kan worden verplicht een niet door klager ingesteld cassatiemiddel te ondertekenen (art. 7.6 Voda). Ten slotte heeft de deken nog contact gezocht met de cassatieadvocaat die klager bereid had gevonden hem bij te staan maar door ziekte geveld is, om na te gaan of zij alweer in staat was de zaak op te pakken maar wat niet het geval bleek. Onder deze, vooral door klager veroorzaakte, tijdsdruk heeft de deken op goede gronden kunnen beslissen het aanwijzingsverzoek af te wijzen. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:10 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/669843 / DW RK 19/390

    Klacht is gegrond ten aanzien van het niet reageren op een e-mailbericht van klager. De gerechtsdeurwaarder heeft niet tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld met het leggen van beslag op de bankrekening van klager. Voor het gegronde deel van de klacht is de maatregel van waarschuwing opgelegd. Geen veroordeling in proceskosten.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:16 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-537/DB/ZWB

    De raad is van oordeel dat niet is gebleken dat verweerder klaagster niet tijdig over de zittingsdatum heeft geïnformeerd. Niet is gebleken dat klaagster door toedoen van verweerder niet ter zitting is verschenen, noch dat zij op enigerlei wijze in haar belangen is geschaad. Niet komen vast te staan dat verweerster tegen klaagster heeft gezegd dat de zaak nog niet klaar was. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:17 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-344/DB/ZWB

    Niet gebleken dat voorzitter is uitgegaan van een onjuist aanvangsmoment. Klacht niet-ontvankelijk ex art. 46g Advocatenwet. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:6 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/679981 / DW RK 20/76 LB/SM

    Klacht gegrond. Maartregel: berisping met kostenveroordeling. Het BFT verwijt de gerechtsdeurwaarder dat hij, in strijd met de wettelijke bepalingen, structureel het exploot van oproeping voor e-Court als ambtshandeling, heeft beschouwd en het Btag tarief daarvan in het exploot heeft opgenomen. Door de wijze waarop de exploten zijn opgesteld heeft de gerechtsdeurwaarder voorgewend dat de debiteur de aan dat exploot verbonden kosten, inclusief de aan de geraadpleegde informatie verbonden kosten was verschuldigd. Het Gerechtshof Amsterdam heeft in zijn uitspraak van 29 oktober 2019 (ECLI:NL:GHAMS:2019:3794) overwogen dat altijd van een ambtshandeling sprake is indien een gerechtsdeurwaarder een exploot doet waarbij een persoon wordt opgeroepen om voor e-Court te verschijnen. In dezelfde uitspraak heeft het hof ook overwogen dat het vermelden van de kosten van het exploot met verwijzing naar het Btag als misleidend moet worden aangemerkt. De kamer ziet geen ruimte om op dit punt anders te beslissen dan het hof al heeft gedaan. De overige verweren van de gerechtsdeurwaarder treffen om die reden dan ook geen doel

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:7 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/675960 / DW RK 19/630 LB/SM

    Klacht gegrond. Maatregel: schorsing voor de duur van twee weken en een proceskostenveroordeling. De gerechtsdeurwaarder heeft bij het executeren van de titel, blindelings vertrouw op de informatie van zijn opdrachtgever, in die mate dat hij eigen verantwoordelijk geheel terzijde heeft geschoven. Zelfs nadat klager gemotiveerd verweer heeft gevoerd tegen de gelegde derdenbeslagen heeft hij klager eenvoudig verwezen richting een executiegeschil, in plaats van de titel alsnog te onderwerpen aan een marginale toetsing. ***** UITSPRAAK IN HOGER BEROEP: 28 december 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:3984 *****Het hof:- vernietigt de bestreden beslissing, waar het betreft de opgelegde maatregel;en, opnieuw beslissende:- legt de gerechtsdeurwaarder de maatregel van berisping op;- bevestigt de bestreden beslissing voor het overige.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:13 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-484/DB/ZWB

    Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door ondanks de uitdrukkelijke opdracht van klager geen hoger beroep in te stellen. Dat is een wezenlijke tekortkoming in de kwaliteit van de dienstverlening van verweerder. Daarnaast heeft verweerder niet gereageerd op de aansprakelijkstelling van klager. Verweerder is reeds eerder tuchtrechtelijk veroordeeld. De raad acht in dezen een berisping passend en geboden. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:8 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/674110/ DW RK 19/575 LB/SM

    Klacht gegrond. Maatregel: berisping met kostenveroordeling. De kamer stelt vast dat de gerechtsdeurwaarder in het dossier van klagers diverse en ook herhaaldelijke onzorgvuldigheden zijn opgetreden. Daarbij heeft de gerechtsdeurwaarder niet de zorgvuldigheid in acht genomen die verwacht mag worden bij het treffen van een ingrijpend middel als derdenbeslag.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:14 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-359/DB/OB

    Ook in verzet is niet gebleken dat ten tijde van de verweten handelingen sprake was van een lopende betalingsregeling. Verweerster heeft de stelling dat er een betalingsregeling liep betwist, terwijl klager naar het oordeel van de raad onvoldoende naar voren heeft gebracht om vast te stellen dat van de door hem gestelde betalingsregeling sprake was. Grenzen vrijheid advocaat wederpartij niet overschreden. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:9 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/674326 / DW RK 19/578 LB/SM

    Klacht gedeeltelijk gegrond. Maatregel: waarschuwing zonder proceskostenveroordeling. De gerechtsdeurwaarder heeft een fout gemaakt bij de (door)berekening van de rente. Nu de gerechtsdeurwaarder uit eigen beweging haar verantwoordelijkheid heeft genomen – door direct aan te kondigen zodanige maatregelen te gaan treffen dat klaagster niet langer geconfronteerd wordt met deze fout – wordt volstaan met het geven van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2021:15 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 20-485/DB/ZWB

    Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de met klager gemaakte afspraken over de te volgen strategie en het al dan niet instellen van hoger beroep niet goed schriftelijk vast te leggen. De raad acht in dezen een waarschuwing een passende maatregel. Proceskostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:279 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-571

    In een echtscheidingszaak heeft verweerder zowel klaagster als haar toenmalige echtgenoot bijgestaan. Op enig moment werd duidelijk dat de belangen van klaagster en haar toenmalige echtgenoot niet meer parallel liepen. Vanaf dat moment had verweerder klaagster dienen te adviseren om een eigen advocaat in de arm te nemen. Dat heeft verweerder niet gedaan. Hij is verder gegaan met het opstellen van het convenant dat uiteindelijk pas vier jaar later door beide partijen is ondertekend. Door op deze wijze te handelen, heeft verweerder Regel 15 gedragsregels 2018 geschonden en tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. De raad overweegt ook dat verweerder in strijd met de Voda en de gedragsregels klaagster geen opdrachtbevestiging heeft gestuurd en niet gesubsidieerde rechtsbijstand voor haar heeft aangevraagd. De raad is ten slotte van oordeel dat verweerder ook tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld omdat hij heeft verzuimd om klaagster een getekend exemplaar van het echtscheidingsconvenant te verstrekken, hij het echtscheidingsverzoek niet bij de echtbank heeft ingediend, terwijl hij dat wel had toegezegd en hij in strijd met de wens van klaagster geen enkele alimentatieberekening heeft gemaakt. De raad is van oordeel dat verweerder ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en houdt er rekening mee dat verweerder al vaker door de tuchtrechter is veroordeeld. De raad legt verweerder een schorsing van drie maanden op.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:22 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-038

    Kennelijk ongegronde klacht tegen een anesthesioloog. Klager stelt dat de complicaties vermijdbaar waren en het gevolg zijn van onjuist en niet volgens de professionele standaard handelen bij het inbrengen van de vena jugularislijn. Uit het medisch dossier blijkt echter niet dat er van de destijds geldende norm is afgeweken of dat zich een bijzondere situatie heeft voorgedaan. Het College is het niet eens met klager dat beklaagde ten onrechte geen echografie heeft gebruikt. Het overige klachtonderdeel is ook ongegrond verklaard. Klacht kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:15 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/145

    Klager verwijt verweerder, verzekeringsarts, dat zijn rapport op onzorgvuldige en onjuiste wijze tot stand is gekomen. Ongegrond

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:23 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-084

    Gegronde klacht tegen een arts. De klacht dat beklaagde onzorgvuldig heeft gehandeld, valt uiteen in twee delen. Ten eerste stelt klaagster dat zij onvoldoende is voorgelicht over de risico’s van de ingreep, en dat dus informed consent ontbrak. Ten tweede moet de vraag beantwoord worden of beklaagde met zijn keuze de ingreep uit te voeren op de wijze waarop hij dat heeft gedaan, is gebleven binnen de grenzen van de redelijk bekwame beroepsuitoefening. Het College merkt op dat het doen van een uitspraak over een causaal verband tussen het handelen van beklaagde en de schade aan de hand van klaagster niet behoort tot de taak van het College. Het College overweegt dat bij een normaal gelegen Implanon de kans op neurologische schade inderdaad zo klein is dat die niet per se besproken hoeft te worden met de patiënt. Bij een diep gelegen, moeilijk lokaliseerbare Implanon die in poliklinische setting wordt verwijderd is echter duidelijker voorlichting geboden. Bij slanke patiënten zoals klaagster is, in tegenstelling tot waar beklaagde vanuit gaat, het risico op schade groter dan bij patiënten met dikke bovenarmen. Wat betreft de uitvoering van de ingreep overweegt het College het volgende. De keuze om op de polikliniek onder lokale analgesie een Implanon staafje uit een arm te verwijderen is in overeenstemming met wat in de beroepsgroep van beklaagde gebruikelijk is. De wijze waarop beklaagde in dit geval de ingreep heeft uitgevoerd acht het College echter niet zorgvuldig. Klacht gegrond verklaard. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:278 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-209

    Raadsbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij. Verweerder wordt verweten dat hij gedragsregel 25 heeft overtreden door in de gehuurde woning van zijn cliënten te verschijnen en contact te hebben met klager, zonder dat de advocaat van klager daarbij aanwezig was en terwijl verweerder wist dat klager door een advocaat werd bijgestaan. De raad is gelet op de omstandigheden van oordeel dat verweerder in de onderhavige zaak wel in strijd met de letter van artikel 25 Gedragsregels heeft gehandeld maar niet in strijd met de geest daarvan. De raad is van oordeel dat verweerder dan ook niet onbetamelijk heeft gehandeld zoals bedoeld in artikel 46 Advocatenwet en dat zijn handelen daarom niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:19 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 085/2020

    Klacht over de verleende zorg door de Gz- psycholoog. Beklaagde zou geen goede zorg hebben verleend, het kwaliteitsstatuut niet hebben nageleefd en zonder opgaaf van redenen de behandelovereenkomst stopgezet hebben. Ook zou beklaagde behandelplannen- en evaluaties niet hebben afgegeven aan klaagster. Het college oordeelt, dat beklaagde zich voldoende heeft ingespannen om de behandelplannen te overleggen en dat beklaagde voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe zij vorm heeft gegeven aan de naleving van het kwaliteitsstatuut. Aan de behandeling van klaagster heeft continu een gedegen behandelplan ten grondslag gelegen. Daarnaast oordeelt het college dat een regiebehandelaar als regulier behandelaar kan optreden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:12 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200001

    Klacht over eigen advocaat. De raad heeft de klachtonderdelen a) en b) gegrond verklaard en de klachtonderdelen c) tot en met g) ongegrond verklaard. Aan verweerder is de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klagers zullen, waar het gaat om hun beroep gericht tegen de klachtonderdelen a) en b), niet ontvankelijk worden verklaard. Voor het overige bekrachtigd het hof de uitspraak van de raad. Niet is gebleken dat verweerder de grenzen van de eisen die aan de advocaat als opdrachtnemer in de uitvoering van zijn opdracht mogen worden gesteld heeft overschreden en dat zijn werkzaamheden niet voldoen aan datgene wat binnen zijn beroepsgroep als professionele standaard geldt. Evenmin is gebleken dat de door verweerder bestede tijd ondoelmatig en disproportioneel is geweest en dat de zaak bij voorbaat kansloos was. Tot slot kan niet worden vastgesteld dat verweerder het dossier na de beëindiging van de werkzaamheden heeft achtergehouden.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:13 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200011

    Klacht over de eigen advocaat gegrond. Het hof bekrachtigd de beslissing van de raad. Het is juist dat verweerder heeft duidelijk gemaakt geen enkel brood in de zaak te zien, maar de klacht is in essentie dat verweerder de zaak niet serieus heeft beoordeeld. Daaronder vallen ook een behoorlijke en voor klaagster kenbare analyse over de vraag naar de positie van klaagster als rechtsopvolgster van haar vader en het nagaan of een verjaringstermijn loopt en het wijzen op de eventueel nog bestaande mogelijkheid deze termijn te stuiten. Daaraan heeft het ontbroken. Op grond hiervan deelt het hof het oordeel van de raad dat de klacht in alle onderdelen gegrond is.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:14 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200190D

    Dekenbezwaar. De raad heeft verweerder een voorwaardelijke schorsing van vier weken opgelegd. Verweerder heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door als advocaat een cliënt bij te staan in een zaak tegen klager, terwijl hij eerder klager als advocaat had bijgestaan in een zaak waaraan hetzelfde feitencomplex ten grondslag lag. Verweerder is na eerdere door de raad opgelegde berisping doorgegaan met (opnieuw) optreden tegen klager. Verweerder heeft bovendien het klachtonderzoek door de deken belemmerd en in strijd gehandeld met Regel 29. Het hof acht het geboden om verweerder, die in de samenhangende klachtzaak een maatregel is opgelegd, ook in onderhavige zaak een maatregel op te leggen en deze maatregel te verzwaren tot een voorwaardelijke schorsing voor de duur van zesentwintig weken, met een proeftijd van twee jaren.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:15 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200189

    Klacht over de eigen advocaat. De raad is tot het oordeel gekomen dat het verweerder op grond van het bepaalde in Regel 15 van de gedragsregels 2018 niet vrijstond tegen klager op te treden. De raad heeft de klacht gegrond verklaard en de maatregel van een onvoorwaardelijke schorsing van zes weken opgelegd. Evenals de raad van discipline is het hof van oordeel dat verweerder jegens klager in strijd heeft gehandeld met Regel 15 en dat de klacht gegrond is. Het hof acht evenals de raad de aan verweerder opgelegde maatregel van een onvoorwaardelijke schorsing van zes weken passend en noodzakelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:16 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200156

    Ongegronde klacht over de eigen advocaat. Klaagster heeft onvoldoende onderbouwd dat verweerder haar belangen niet goed heeft behartigd. Verkorte bekrachtiging van de uitspraak van de raad.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:10 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200180

    Beklag tegen de weigering van de Raad van de Orde van Advocaten het verzoek tot inschrijving op het tableau in behandeling te nemen (art. 5). De Raad van de Orde heeft op goede gronden het verzoek tot inschrijving geweigerd, omdat sprake is van gegronde vrees dat klager inbreuk zal maken op bestaande wet- en regelgeving dan wel zal handelen zoals een behoorlijk advocaat niet betaamt. In het verleden heeft klager zich uitgeschreven van het tableau nadat de Raad voor Rechtsbijstand hem uitgeschreven heeft en de raad van discipline hem geschorst had (en zijn beroep daartegen ingetrokken). Destijds achtte de Raad voor de Rechtsbijstand de kwaliteit van de rechtsbijstand van klager onvoldoende en is de begeleiding van klager gedurende een jaar door een ervaren advocaat in het asielrecht mislukt. Daarbij heeft een door de orde ingeschakelde deskundige in een onderzoeksrapport over de praktijk van klager geconcludeerd dat sprake is van diverse tekortkomingen in de praktijk van klager betreffende de kwaliteit van de dienstverlening. Klager heeft in zijn beklag bij het hof onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de door de deskundige vastgestelde tekortkomingen zijn aangepakt, klager heeft onvoldoende invulling gegeven aan de toekomstige begeleiding door gemachtigde en er ontbreekt een financieel ondernemingsplan. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:17 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200121

    Klacht over advocaat wederpartij in een familierechtelijke zaak. Voor zover klager de klacht namens de minderjarige kinderen heeft ingediend, is hij grotendeels niet-ontvankelijk verklaard omdat de kinderen geen eigen rechtstreeks belang hebben bij de klacht. Voor zover de klacht ziet op het door verweerster gelegde beslag op de bankrekeningen van de kinderen, hebben zij wel een eigen rechtstreeks belang. Hierin wordt klager als wettelijk vertegenwoordiger van de kinderen ontvankelijk verklaard. Voor zover klager klaagt dat verweerster onvoldoende geprobeerd heeft tot een schikking te komen met klager, terwijl zij dat op basis van de vFAS-gedragscode behoort te doen, oordeelt het hof dat de raad dit op goede gronden ongegrond heeft verklaard. De kwaliteitsstandaarden in de gedragscode brengen geen afdwingbare rechten mee voor de wederpartij en verweerster had voldoende aanleiding om de belangen van haar cliënte te behartigen door middel van procedures. Ook de klacht dat verweerster grievende uitlatingen zou hebben gedaan, is door de raad terecht ongegrond verklaard. Dat klager de verklaring van zijn partner over het telefoongesprek met verweerster in een notariële akte heeft laten neerleggen, doet daar niet aan af nu dit formele bewijskracht oplevert en geen materiële bewijskracht van de inhoud van die verklaring. Ook de klachtonderdelen dat verweerster zou hebben gelogen tijdens het telefoongesprek en klager door de procedures onnodig op kosten heeft gejaagd, heeft de raad op goede gronden ongegrond verklaard. Het hof oordeelt dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld door een kort gedingvonnis te executeren, terwijl zij ter zitting van het gerechtshof in hoofdzaak heeft toegezegd hangende de procedure niet te executeren en vervolgens uit de beschikking van het gerechtshof bleek dat het kort gedingvonnis inhoudelijk was achterhaald. Verweerster heeft de kernwaarde onafhankelijkheid geschonden door de opdracht van haar cliënte uit te voeren zonder daarbij een eigen weloverwogen afweging te maken tussen het belang van haar cliënte tegenover het belang van voorkoming van onnodige polarisatie tussen de ex-partners waarbij het belang van de kinderen een doorslaggevende rol had moeten spelen. Het hof legt aan verweerster de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TAHVD:2021:11 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200164

    Klacht over de eigen advocaat. De raad heeft alle klachtonderdelen ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt de uitspraak van de raad. Gezien de wens van klager om zo min mogelijk proces- en griffiekosten te betalen, valt te billijken dat verweerster koos voor het aanhangig maken van een procedure bij de kantonrechter in plaats van bij de sector handel van de rechtbank.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:16 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/139

    Klager verwijt verweerder, commandant van de Defensie Gezondheidszorgorganisatie, (onder meer) dat hij heeft nagelaten (correct) te voldoen aan zijn verzoek het volledige loggingsbestand van zijn medisch dossier over te dragen en hem te informeren over ontbrekende loggingsgegevens. Klachtonderdelen zijn kennelijk niet ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:17 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.240

    Klacht tegen tandarts. Verweerder heeft een wortelkanaalbehandeling bij klager verricht. Klager verwijt verweerder dat hij deze behandeling onjuist heeft uitgevoerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:3 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/674767 / DW RK 19/590

    De gerechtsdeurwaarder heeft niet voldaan aan zijn ministerieplicht. Klacht gegrond, maatregel van berisping en veroordeling in proceskosten.

  • ECLI:NL:TGDKG:2020:81 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/674052 / DW RK 19/571

    Tussenbeslissing. De klacht is gericht tegen een bij naam genoemde gerechtsdeurwaarder, dan wel de voor het dossier verantwoordelijke deurwaarder. Alleen de bij naam genoemde gerechtsdeurwaarder heeft verweer ingediend en is voor de behandeling van de zitting opgeroepen. De kamer kan echter niet op de klacht beslissen zonder ook de directie van het kantoor in de klacht te betrekken. Beide directieleden krijgen de gelegenheid een verweerschrift in te dienen, waarna een nieuwe zittingsdatum zal worden bepaald.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2021:17 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2020/194

    Klaagster verwijt de chirurg dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld waardoor complicaties zijn ontstaan. De klacht ziet met name op de voorbereiding van de operatie, onder meer dat er geen onderzoek naar bacteriën is gedaan. Daarnaast wordt de chirurg verweten dat de opgetreden CVA's niet tijdig zijn geconstateerd en ten onrechte is gestopt met de bloedverdunnende medicijnen. De chirurg heeft aangevoerd dat klaagster in de periode vóór de operatie onder behandeling was van een andere arts en verder dat hij vanaf een bepaalde datum vanwege vakantie niet meer betrokken is geweest bij de behandeling van klaagster en dat zij om die reden niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Subsidiair heeft de chirurg aangevoerd dat er steeds adequaat en tijdig is gereageerd op en onderzoek is gedaan naar de klachten van klaagster. Het college heeft klaagster op drie klachtonderdelen kennelijk niet-ontvankelijk verklaard en heeft twee klachtonderdelen kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2021:18 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2020.033

    Klacht tegen kaakchirurg. Klaagster heeft in 2006 een facelift en in 2009 een wenkbrauwlift ondergaan. In 2016 is zij vanwege pijnklachten geopereerd door verweerder. De operatie leidde niet tot vermindering van de klachten. Daarop heeft verweerder een verwijsbrief geschreven voor de neuroloog. Klaagster verwijt verweerder – zakelijk weergegeven – dat hij in de verwijsbrief gekleurde en ongefundeerde uitspraken heeft gedaan, waarmee hij de suggestie heeft gewekt dat klaagster psychische problemen heeft. Ook verwijt klaagster verweerder dat hij zijn beroepsgeheim heeft geschonden en dat hij de operatie in 2016 heeft laten uitvoeren door een arts-assistent zonder dit aan klaagster mee te delen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGDKG:2021:4 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam C/13/675130 / DW RK 19/599

    Klaagster beklaagt zich er over dat het beslag op haar woning niet wordt opgeheven, de kosten zijn opgelopen en zij geen proces-verbaal van het gelegde beslag op haar woning heeft gekregen. Klacht ongegrond.