Zoekresultaten 42761-42780 van de 47910 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1322 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.287
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 05-07-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1322
Klacht tegen assistente van de apotheker is ongegrond. Regionaal Tuchtcollege heeft geoordeeld dat assistente terecht heeft geweigerd het medicijn aan klager af te geven nu hij niet een recept had. Onder de omstandigheid dat klager de weekendartsen niet onnodig wilde lastig vallen, was de assistente niet gehouden om de dienstdoende apotheker te consulteren. Behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het Centraal Tuchtcollege niet geleid tot een andere beslissing. Beroep afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1316 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.197
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 16-06-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1316
De burgemeester heeft op 16 maart 2007 de inbewaringstelling gelast van klaagster in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank heeft de inbewaringstelling voortgezet. Nadat er op 18 maart 2007 een incident heeft plaatst gehad, is klaagster in de separeer geplaatst. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij tijdens het verblijf in de separeer niet naar behoren is verzorgd en begeleid. Het RTG wijst de klacht als ongegrond af nu de verpleegkundige niet betrokken is geweest bij de begeleiding van klaagster in de separeer. De verpleegkundige heeft in haar hoedanigheid van coördinerend verpleegkundige niet in strijd gehandeld met de zorg die zij behoorde te betrachten jegens klaagster. Het CTG bevestigt de uitspraak van het RTG.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1310 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.167
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 16-06-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1310
De aangeklaagde arts is als verzekeringsarts werkzaam bij het UWV, heeft een beoordeling einde wachttijd in het kader van de WIA uitgevoerd met betrekking tot klager. De arts heeft klager twee maal op spreekuur gezien, waarna hij een verzekeringsgeneeskundige rapportage heeft uitgebracht en een medisch onderzoeksverslag opgesteld. De conclusie was dat er duurzaam benutbare mogelijkheden waren conform de beschouwing en de functionele mogelijkheden lijst. Na arbeidskundige beoordeling is klager < 35% arbeidsongeschikt bevonden en is hem daarom een WIA-uitkering geweigerd. Klager verwijt verweerder: dat hij officiële documenten vervalst, dat hij klager heeft beledigd/niet met respect heeft behandeld, dat hij het leven van klager heeft bedreigd, dat hij collectieve middelen verspilt en dat hij spanning bij klager heeft veroorzaakt. Het RTG heeft de klacht in zijn geheel als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.
-
ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1917 Raad van Discipline Arnhem 10-118
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 06-06-2011
- ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1917
Verzet tegen voorzittersbeslissing is niet tijdig ingesteld. Termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1317 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.198
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 16-06-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1317
De burgemeester heeft op 16 maart 2007 de inbewaringstelling gelast van klaagster in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank heeft de inbewaringstelling voortgezet. Nadat er op 18 maart 2007 een incident heeft plaatst gehad, is klaagster in de separeer geplaatst. Klaagster verwijt de verpleegkundige dat zij tijdens haar verblijf in de separeer niet naar behoren is verzorgd en begeleid. Het RTG wijst de klacht als ongegrond af nu de betrokkenheid van de verpleegkundige tijdens de separeer niet is komen vast te staan. Het CTG bekrachtigt de uitspraak van het RTG onder verbetering van de gronden. In hoger beroep is komen vast te staan dat de verpleegkundige géén dienst had op 18 maart 2007 en derhalve niet betrokken is geweest bij de plaatsing in de separeer. De verpleegkundige was echter wél betrokken bij het verblijf in de separeer. De daarbij gehanteerde veiligheidsmaatregelen zijn als adequaat aan te merken. Het CTG merkt voorts op dat de betrokken instelling de verkeerde namen heeft doorgegeven van de betrokken verpleegkundigen waardoor de rechtsgang voor klaagster is bemoeilijkt. Ten overvloede wijst het CTG er op dat klaagster pas een kopie heeft ontvangen van haar medisch dossier ná tussenkomst van het CTG.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1311 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.170
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 16-06-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1311
-
ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1918 Raad van Discipline Arnhem 10-165
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 06-06-2011
- ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1918
Verzetzaak. Klacht wegens het niet opsturen van het procesdossier aan de cassatieadvocaat nadat de behandelend advocaat de werkzaamheden voor klager al enige tijd had beëindigd. Beslissing dat de klacht als kennelijk niet gegrond moet worden beschouwd, wordt in verzet bekrachtigd. Het had op de weg van klager of de cassatieadvocaat gelegen om verweerder een herinnering te sturen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1318 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.285
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 16-06-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1318
Volgens klager heeft zijn huisarts in strijd met zijn geheimhoudingsverplichting aan een derde informatie verstrekt over klager. De arts heeft dit ontkend. Voorts verwijt klager de arts dat deze hem ten onrechte heeft laten arresteren, waarna wederrechtelijke vrijheidsbeneming en een valse aangifte van de arts is gevolgd. Het RTG heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klager verworpen.
-
ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1912 Raad van Discipline Arnhem 10-80
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 20-06-2011
- ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1912
De klacht (in januari 2010 bij de deken aan de orde gesteld): in een zaak (die speelde in 2001) optredend voor de verzekeraar van aansprakelijk gestelde advocaten a. onjuiste informatie verstrekken en geen advies vragen aan deskundige medici, b. voor die verzekeraar de zaak niet naar behoren uitvoeren maar in de doofpot stoppen en c. optreden voor een verzekeraar die tevens de zijne was en waarin een kantoorgenoot was betrokken. Het tijdsverloop, dat zonder een deugdelijke verklaring bleef, leidt tot kennelijke niet-ontvankelijkheid.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1312 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.181
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 16-06-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1312
De zoon van klaagster is in een pleeggezin geplaatst dat is ingeschreven in de praktijk van de huisarts. Begin 2007 brengt klaagster (de biologische moeder) een bezoek aan de arts i.v.m. verkoudheidsklachten van haar zoon, sindsdien heeft zij meerdere malen contact gehad met de arts m.b.t. deze klachten. In november 2008 verwijst de arts de zoon op verzoek van klaagster naar de KNO-arts. Klaagster verwijt de arts tekortschieten in de medische zorg. Hij heeft de zoon van klaagster wel verschillende malen gezien maar geen behandeling uitgevoerd terwijl dat volgens klaagster dringend nodig was. Het RTG wijst de klacht als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1319 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.348
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 16-06-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1319
Klager en moeder zijn verwikkeld in een strijd om de zorg voor hun minderjarige gehandicapte dochter. De RvdK is gevraagd advies uit te brengen aan de kinderrechter. Klager heeft aan de huisarts, gevraagd of deze een advies had gegeven aan de moeder dat haar dochter niet een gesprek met de kinderrechter moet aangaan. Klager verwijt de huisarts: 1. dat hij zich ten onrechte heeft beroepen op zijn beroepsgeheim waardoor klager niet geïnformeerd is over het advies dat de huisarts 2. dat hij een leugenachtige verklaring heeft afgegeven aan de raadsonderzoeker van de RvdK en 3. dat hij klager niet heeft geïnformeerd over en om toestemming heeft gevraagd voor de sterilisatie van zijn dochter. Het RTG acht alle drie de klachtonderdelen gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op. De huisarts komt in beroep van de klachtonderdelen 1 en 2. Het Centraal Tuchtcollege vernietigd de beslissing van het RTG alleen met betrekking tot klachtonderdeel 2 en acht dit klachtonderdeel ongegrond, verwerpt het beroep van de arts voor het overige en bevestigt de opgelegde maatregel van waarschuwing.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1313 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.182
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 16-06-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1313
De aangeklaagde KNO-arts heeft klaagsters zoon eenmalig gezien wegens verkoudheidsklachten, dan wel keelklachten. Klaagster verwijt de arts dat : 1) hij zich niet voldoende op de hoogte heeft gesteld van de gezagsbevoegdheid t.a.v. zoon van klaagster en hem zonder haar toestemming heeft behandeld. 2) hij de diagnose heeft gegeven op een computeruitdraai, waardoor volgens klaagster onzekerheid over de herkomst en betrouwbaarheid van de diagnose is ontstaan. 3) hij een onjuiste diagnose heeft gesteld en geen nadere uitleg van het ziektebeeld te heeft gegeven. Het RTG heeft de klacht in al haar onderdelen zonder nader onderzoek als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege heeft het beroep van klaagster verworpen.
-
ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1914 Raad van Discipline Arnhem 11-18
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 06-06-2011
- ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1914
Klacht: Onevenredig veel tijd in rekening gebracht, meer dan aanvankelijk begroot, alimentatie onjuist berekend, niet tijdig herziening van alimentatie verzocht met als gevolg dat LBIO beslag legde. Alle verwijten ongegrond. Voorschotdeclaratie conform opdracht. Het stond verweerder niet vrij om op voorstel klager no cure no pay in te gaan. Er is niet één juiste berekeningsmethode voor alimentatie, verschillende benaderingen mogelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1320 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.246
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 05-07-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1320
Klacht tegen apotheker is ongegrond. Niet is gebleken dat de behandelend oncoloog het medicijn heeft voorgeschreven voor het gebruik voor een ononderbroken duur van vijf weken. Apotheker valt geen tuchtrechtelijk verwijt te maken.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1314 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.192
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 16-06-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1314
Klacht van profvoetballer tegen aan club verbonden sportarts over toezending van toelichtende brief aan bestuur in verband met blessure over kwalificatie ‘geschikt’, ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1915 Raad van Discipline Arnhem 11-32
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 20-06-2011
- ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1915
Verweerder trad op voor zowel klagers als diens nieuwe werkgever in procedures tegen voormalig werkgever klager over schending concurrentiebeding. Klager verwijt verweerder dat deze een aantal producties niet heeft ingebracht met als gevolg dat klagers onschuld niet kon worden aangetoond, alsmede dat hij niet op tijd aan de wederpartij heeft laten weten dat klager kon instemmen met het tot dusver bereikte schikkingsvoorstel maar in het belang van zijn nieuwe werkgever is blijven dooronderhandelen. Dientengevolge heeft klager zich genoodzaakt gezien een andere advocaat in de arm te nemen. Klachten ongegrond. Verweerder kon voor beiden gaan optreden; niet gebleken van latere belangentegenstelling. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd waarom hij meende door te moeten en kunnen onderhandelen. Risico afketsen overeenstemming niet aannemelijk.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1321 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.286
- Datum publicatie: 22-08-2011
- Datum uitspraak: 05-07-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1321
Handelen van apothekersassistente valt onder haar eigen bevoegdheid en kan apotheker niet worden verweten. Klacht dat apotheker schending van het beroepsgeheim bij collega apothekers heeft uitgelokt is gegrond. Niet gebleken noch gesteld dat er een medische noodzaak was om de gegevens aan collega apothekers te verstrekken. Om die reden legt het Centraal Tuchtcollege de maatregel van waarschuwing op. De overige klachten worden afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1297 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.132
- Datum publicatie: 19-08-2011
- Datum uitspraak: 24-05-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1297
Klagers (echtpaar) verwijten de huisarts nalatigheid bij de behandeling van klaagster. Volgens klagers hebben zij diverse malen bij de huisarts aangegeven dat de klachten van klaagster voortkomen uit gebrek aan vitamine B 12. De huisarts nam dit niet serieus en verwees klaagster door naar een psychiater. Klagers stellen dat door een neuroloog een zodanig vitamine B12 gebrek is vastgesteld dat klaagster onherstelbare schade aan haar zenuwstelsel heeft opgelopen. Het RTG heeft de klacht als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klagers.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1303 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.254
- Datum publicatie: 19-08-2011
- Datum uitspraak: 24-05-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1303
De klachten betreffende de behandeling door de huisarts in de laatste levensdagen van de 95-jarige vader van klaagster bij wie volgens de behandelend cardioloog sprake was van ernstig hartfalen waaraan de vader naar verwachting op korte termijn zou overlijden. De klachten dat de huisarts de vader niet heeft doorverwezen naar een zenuwarts en dat niet alle familieleden door de huisarts zijn gehoord over de behandeling, zijn ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1298 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2010.151
- Datum publicatie: 19-08-2011
- Datum uitspraak: 24-05-2011
- ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1298
Klacht tegen huisarts betreffende de behandeling van de twee zonen van klager en de opstelling van de huisarts in dat kader. Klager is gescheiden van de moeder van de kinderen en tussen beide ouders bestaan verschillen van inzicht. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. In hoger beroep is onder meer het verwijt aan de orde dat de arts een van de zonen drie maal heeft behandeld in de periode dat hij niet diens huisarts was en klager, die toen naast de moeder het gezag had over de kinderen, de huisarts uitdrukkelijk had verzocht de zoon niet langer te behandelen. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat een arts voor de behandeling van een minderjarige in beginsel toestemming nodig heeft van de beide (gezagdragende) ouders. Als een kind wordt begeleid door één van de ouders, mag de arts er in beginsel van uitgaan dat de toestemming van de andere ouder aanwezig is, behoudens aanwijzingen van het tegendeel. In een situatie waarin er geen huisarts is waar beide ouders mee instemmen mag de huisarts, indien en voor zover de behandeling van het kind niet betreft ingrijpende, niet-noodzakelijke of ongebruikelijke behandelingen, het belang van het kind mag laten prevaleren door het kind wel te onderzoeken en te behandelen. Het beroep wordt verworpen.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 2138
- Pagina: 2139
- Pagina: 2140
- ...
- Pagina: 2396
- Volgende pagina zoekresultaten