Zoekresultaten 22681-22700 van de 47538 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:195 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170151
- Datum publicatie: 27-10-2017
- Datum uitspraak: 13-10-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:195
Art. 13 Adv.W. De zaak tegen het ziekenhuis Nu de appeltermijn is verstreken, als gevolg waarvan het vonnis onherroepelijk is geworden, heeft klager geen belang meer bij aanwijzing van een advocaat. Het daartoe strekkende verzoek wordt afgewezen. De zaak tegen mr. H Het hof is van oordeel dat thans nog met onvoldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat een schadevergoedingsvordering tegen mr. H kansloos is. Gelet op de hoogte van de vordering in de eerder gevoerde procedure valt evenmin voorshands vast te stellen dat geen sprake zal zijn van een procedure waarvoor verplichte procesvertegenwoordiging vereist is. Ten slotte acht het hof aannemelijk dat klager, zoals hij stelt, niet zelf een advocaat bereid heeft gevonden een dergelijke procedure te voeren, nu het gaat om een aan te spreken collega-advocaat (uit hetzelfde arrondissement). Voorts ontbreekt (oriënterend) advies van een (aan te wijzen) advocaat, opgesteld in samenspraak met klager, waarop een beoordeling van het verzoek kan worden gegrond. Het beklag is gegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:189 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170169W 170170W
- Datum publicatie: 27-10-2017
- Datum uitspraak: 06-10-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:189
Verzoek tot wraking van de behandelend kamer en de voorzitter van de wrakingskamer afgewezen. De wrakingskamer stelt vast dat verzoekster volhardt in haar handelwijze om het proces in haar zaken te verstoren en wederom misbruik maakt van het recht op wraking door op volstrekt ontoereikende gronden verzoeken in te dienen en de integriteit van de leden van het hof in twijfel te trekken. Het hof zal daarom - op grond van artikel 56 lid 6 Advocatenwet juncto artikel 515 lid 4 Wetboek van Strafvordering - bepalen dat een volgend verzoek tot wraking niet in behandeling behoeft te worden genomen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2017:232 Raad van Discipline Amsterdam 17-634/A/A/D 17-635/A/A/D
- Datum publicatie: 27-10-2017
- Datum uitspraak: 20-10-2017
- ECLI:NL:TADRAMS:2017:232
Dekenbezwaar en verzoek 60b Adocatenwet. Na een eerdere schorsing, is verweerder opnieuw langdurig in gebreke gebleven met het aanleveren van de jaarrekeningen over 2015 en 2016. Dat verweerder reeds eerder door de tuchtrechter over de financiële positie van zijn kantoor is terechtgewezen en hiervoor aan hem een onvoorwaardelijke schorsing is opgelegd, maakt het verwijtbaarder dat verweerder nu opnieuw heeft nagelaten aan de door de deken gestelde voorwaarden te voldoen. Zowel verzoek tot schrapping als schorsing ex artikel 60b Advocatenwet toegewezen.
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:196 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170164
- Datum publicatie: 27-10-2017
- Datum uitspraak: 13-10-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:196
Herzieningsverzoek Naar het oordeel van het hof heeft verzoeker in de procedure bij het hof toereikend effectief verweer kunnen voeren. Dat verzoeker in zijn belangen is geschaad, is het hof niet gebleken. Nu er geen grond bestaat voor toepassing van het rechtsmiddel herziening omdat geen sprake is geweest van een oneerlijk proces, dient het beroep van verzoeker te worden afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2017:179 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 16-952/DB/LI
- Datum publicatie: 27-10-2017
- Datum uitspraak: 23-10-2017
- ECLI:NL:TADRSHE:2017:179
Handelen van verweerder heeft voldoende aanknopingspunten met zijn rechtspraktijk zodat zijn handelen aan het advocatentuchtrecht kan worden getoetst. Tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door gedurende zes maanden gelden in ontvangst te nemen op zijn privé bankrekening en deze gelden door te betalen. Niet goed schriftelijk vastgelegd en onvoldoende geverifieerd of klaagster op de hoogte was afspraken en risico’s. Gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2017:233 Raad van Discipline Amsterdam 17-673/A/A 17-674/A/A
- Datum publicatie: 27-10-2017
- Datum uitspraak: 20-10-2017
- ECLI:NL:TADRAMS:2017:233
Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat en diens patroon in alle onderdelen kennelijk ongegrond. Niet is gebleken dat verweerder sub 1 wanprestatie heeft gepleegd.
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:190 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170248
- Datum publicatie: 27-10-2017
- Datum uitspraak: 25-09-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:190
Voorzittersbeslissing Artikel 46h lid 7 van de Advocatenwet bepaalt dat geen rechtsmiddel openstaat tegen een beslissing van de Raad van Discipline tot niet-ontvankelijkverklaring of ongegrondverklaring van het verzet, gedaan tegen een beslissing van de voorzitter van die raad waarbij een klacht als kennelijk niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond dan wel van onvoldoende gewicht is afgewezen. Dit betekent dat de Advocatenwet aan klager niet de mogelijkheid biedt om in hoger beroep te komen van de bestreden beslissing van de raad. Volgt afwijzing van het beroep.
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:191 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170171
- Datum publicatie: 27-10-2017
- Datum uitspraak: 29-09-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:191
Art. 13 Adv.W. Het hof constateert een herhaling van zetten. Ook nu weer zijn door klaagster genoemde problemen terug te voeren op de problemen waarvoor zij eerder tevergeefs om aanwijzing van een advocaat heeft gevraagd. Klaagster onderbouwt niet dat sprake is van gewijzigde omstandigheden die aanleiding zouden kunnen geven dit beklag anders te beoordelen dan eerder is gedaan. Het beklag wordt andermaal ongegrond verklaard.
-
ECLI:NL:TAHVD:2017:192 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170270
- Datum publicatie: 27-10-2017
- Datum uitspraak: 13-10-2017
- ECLI:NL:TAHVD:2017:192
Voorzittersbeslissing Nu klaagsters klacht door de raad in zijn geheel gegrond is verklaard - en dus niet geheel of ten dele ongegrond - kan klaagster niet van die beslissing in hoger beroep komen. Klaagster is mitsdien niet-ontvankelijk in haar beroep.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2017:204 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-281/DH/RO-b
- Datum publicatie: 24-10-2017
- Datum uitspraak: 23-10-2017
- ECLI:NL:TADRSGR:2017:204
Verweerster heeft in strijd gehandeld met gedragsregel 18 door een brief rechtstreeks aan de wederpartij te zenden, terwijl zij wist dat deze werd bijgestaan door een advocaat. Als moet worden aangenomen dat de brief kan worden aangemerkt als een aanzegging met rechtsgevolg (gedragsregel 18 lid 2), had verweerster in ieder geval een afschrift van haar brief aan de advocaat van klager moeten zenden. Dat is niet gebeurd. In de gegeven omstandigheden is de raad echter van oordeel dat de klacht van onvoldoende gewicht is, nu niet is gebleken van boos opzet aan de zijde van verweerster. Uit het dossier volgt verder dat de advocaat van klager in ieder geval binnen vier dagen na verzending van de brief over die brief beschikte, en dat verweerster haar excuses heeft aangeboden toen die advocaat haar erop wees dat zij had nagelaten hem een afschrift van de brief te zenden. Daarom kan niet worden aangenomen dat klager door het handelen van verweerster op enige wijze in zijn belangen is geschaad. De raad wijst de klacht als zijnde van onvoldoende gewicht af.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2017:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-004b
- Datum publicatie: 24-10-2017
- Datum uitspraak: 24-10-2017
- ECLI:NL:TGZRSGR:2017:146
Ongegronde klacht tegen een verpleegkundige. De verpleegkundige heeft, nadat patiënte haar mond had verbrand, zorgvuldig gehandeld ten aanzien van de (wond-)verzorging van patiënte. De dienstdoende arts is geïnformeerd en foto’s zijn toegestuurd ter beoordeling van de brandplekken in de mond. Op dat moment was geen sprake van bijzonderheden ten aanzien van de vitale functies van patiënte. Zij heeft goed gerapporteerd, empatisch gehandeld en de dochter van patiënte (klaagster) direct ingelicht over de situatie. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2017:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen GP2017/02
- Datum publicatie: 24-10-2017
- Datum uitspraak: 24-10-2017
- ECLI:NL:TGZRGRO:2017:27
Klacht tegen gezondheidszorgpsycholoog. Verweerster heeft in opdracht een rapportage opgesteld over het risico op kindermishandeling door klager in verband met een eventuele uithuisplaatsing van zijn kinderen. Klager verwijt verweerster dat zij haar onderzoek niet goed heeft uitgevoerd en tot verkeerde conclusies is gekomen. Ook verwijt verweerder haar dat zij onvolledige informatie naar de rechtbank heeft verzonden, waardoor de rechtbank zich heeft moeten baseren op een onvolledig rapport. Het college is van oordeel dat de verwijten niet gegrond zijn. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2017:167 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-122
- Datum publicatie: 24-10-2017
- Datum uitspraak: 31-07-2017
- ECLI:NL:TADRARL:2017:167
Verweerder heeft te lang gewacht met het aanhangig maken van een procedure, terwijl hij wel over de benodigde informatie beschikte en ook wist dat er haast geboden was. Verder heeft hij zijn cliënt (klager) onvoldoende geïnformeerd over de resultaatbeoordeling door de Raad voor Rechtsbijstand en over de risico's van een procedure. Klachten over o.a. "betutteling", onvoldoende voorbereiding en onjuiste aanpak van de zaak, zijn onvoldoende onderbouwd, c,q. niet komen vast te staan. Klacht is deels gegrond; maatregel: waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2017:205 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-281/DH/RO-a
- Datum publicatie: 24-10-2017
- Datum uitspraak: 23-10-2017
- ECLI:NL:TADRSGR:2017:205
Klacht over eigen advocaat. De verwijten dat klaagster inhoudelijk tekort is geschoten in haar advisering aan klager, dat zij bij de facturatie niet heeft gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt en dat zij langere tijd niet bereikbaar was voor klager, zijn ongegrond. Dat de interne klacht die klager over verweerster heeft ingediend niet is behandeld zoals in het kader van een interne klachtprocedure bij een advocatenkantoor mag worden verwacht – wat daar ook van zij – kan verweerster niet worden tegengeworpen, aangezien zij die interne klacht niet heeft behandeld. Dit klachtonderdeel is niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2017:147 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-004c
- Datum publicatie: 24-10-2017
- Datum uitspraak: 24-10-2017
- ECLI:NL:TGZRSGR:2017:147
Ongegronde klacht tegen een specialist ouderengeneeskunde. Nadat de moeder van klaagster (patiënte) haar mond had verbrand had de specialist wellicht meteen nadat zij telefonisch was ingelicht over de situatie bij patiënte langs kunnen gaan. Zij is uiteindelijk korte tijd later na bestudering van het dossier van patiënte en nadat ze voor de tweede keer door de verpleegkundige was gebeld, wel langsgegaan bij patiënte. Daar er tot op dat moment geen sprake was (geweest) van een acute medische situatie mocht verweerster de afweging maken om patiënte niet meteen in te sturen naar het ziekenhuis. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TADRAMS:2017:224 Raad van Discipline Amsterdam 17-372/A/NH
- Datum publicatie: 24-10-2017
- Datum uitspraak: 17-10-2017
- ECLI:NL:TADRAMS:2017:224
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TGZRGRO:2017:28 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen g2017/51
- Datum publicatie: 24-10-2017
- Datum uitspraak: 24-10-2017
- ECLI:NL:TGZRGRO:2017:28
Klacht tegen een arts. Klaagster verwijt verweerder dat hij zich jegens haar schuldig heeft gemaakt aan seksueel grensoverschrijdend gedrag. Ook verwijt klaagster hem dat hij haar belastbaarheid te hoog heeft beoordeeld door geen rekening te houden met de adviezen van medisch specialisten. Het college is van oordeel dat er voor klaagsters verwijten, die op geen enkele wijze zijn onderbouwd, geen aanknopingspunten aanwezig zijn. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2017:168 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-589
- Datum publicatie: 24-10-2017
- Datum uitspraak: 31-07-2017
- ECLI:NL:TADRARL:2017:168
Klacht over excessief declareren door teveel tijd in rekening te brengen voor het opstellen van bepaalde processtukken en door onduidelijke kosten (bureaukosten genoemd) op te voeren. Over het eerste klachtonderdeel heeft de raad geoordeeld dat de omvang van de processtukken niet bepalend is voor de daaraan bestede tijd. Vaak zullen voorgaande processtukken moeten worden doorgenomen en dient er jurisprudentie-onderzoek plaats te vinden. De daaraan bestede tijd kan niet zonder meer worden afgeleid uit de omvang van de processtukken. Dit klachtonderdeel is ongegrond. Het klachtonderdeel over de bureaukosten is wel gegrond, omdat in opdrachtbevestiging enkel van een uurtarief wordt vastgelegd, terwijl ten tijde van de opdrachtbevestiging door het kantoor van verweerder geen bureaukosten in rekening werden gebracht. Het staat verweerder niet vrij de voorwaarden van de opdracht eenzijdig, zonder toestemming van de cliënt, te wijzigen. Klacht deels gegrond, maar zonder oplegging van een maatregel.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2017:148 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-004d
- Datum publicatie: 24-10-2017
- Datum uitspraak: 24-10-2017
- ECLI:NL:TGZRSGR:2017:148
Gegronde klacht tegen een arts. Op het moment dat sprake was van een de verslechterde toestand van patiënte, namelijk de toenemende temperatuur, de hoge pols en de lage tensie had de arts het oordeel moeten vellen dat de situatie op dat moment alarmerend was en had moeten besluiten om naar patiënte te gaan voor een medische beoordeling, waarbij zij zelf ook een inspectie van de buik had moeten doen. De werkdiagnose urineweginfectie was niet meer passend bij de medische toestand van patiënte, de toestand was zodanig slecht dat zij patiënte had moeten insturen naar het ziekenhuis. Klacht gegrond. Waarschuwing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2017:200 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-182/DH/DH
- Datum publicatie: 24-10-2017
- Datum uitspraak: 23-10-2017
- ECLI:NL:TADRSGR:2017:200
Beslissing op verzet. Verzet ongegrond.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1134
- Pagina: 1135
- Pagina: 1136
- ...
- Pagina: 2377
- Volgende pagina zoekresultaten