Zoekresultaten 21701-21720 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:90 Raad van Discipline Amsterdam 18-235/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Klacht deels niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop (46g lid 1 sub a Advocatenwet), en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:91 Raad van Discipline Amsterdam 18-233/A/NH

    Voorzittersbeslissing. Verweerder heeft onweersproken aangevoerd dat hij klager tijdens de behandeling van de zaken reeds een kopie van alle processtukken en correspondentie heeft toegezonden. Dit neemt echter niet weg dat van een advocaat mag worden verwacht dat hij, op verzoek zijn (voormalig) cliënt, de processtukken, een kopie van alle correspondentie en andere stukken en waar nodig de originele stukken aan hem overhandigt. In onderhavig geval heeft verweerder aangeboden dit te doen, onder de voorwaarde dat klager de daarmee gepaard gaande kopieerkosten voor zijn rekening neemt. Naar het oordeel van de voorzitter is dit geen onredelijke voorwaarde en heeft verweerder hiermee dus ook niet tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Daarbij geldt dat – zoals verweerder terecht stelt - verweerder er een gerechtvaardigd belang bij heeft om zelf (een kopie van) het dossier te behouden. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:92 Raad van Discipline Amsterdam 18-148/A/A

    Voorzittersbeslissing. Klacht over deken. De wijze waarop een deken een verzoek ex artikel 13 Advocatenwet behandelt valt binnen de beleidsvrijheid van de deken. Het staat een deken vrij om een oordeel te geven over de vraag of iemand in aanmerking komt voor de aanwijzing van een advocaat ex artikel 13 Advocatenwet. Indien dit oordeel onjuist wordt geacht, staat daartegen beklag open bij het Hof van Discipline. Het is de voorzitter overigens niet gebleken dat verweerder door zijn handelen het vertrouwen in de advocatuur heeft geschaad. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:48 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17153a

    Klagers verwijten verweerder, verpleegkundige, dat hij in strijd met professionele standaard gehandeld heeft door onder andere afspraken over opname niet na te komen en klager onheus heeft bejegend. Het college is van oordeel dat er geen sprake is geweest tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen van verweerder. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:49 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17153b

    Klagers verwijten verweerster, GZ-psycholoog, dat zij in strijd met haar professionele standaard gehandeld heeft door onder andere afspraken over opname niet na te komen en haar dossierplicht heeft geschonden door geen dossier te voeren. Het college is van oordeel dat verweerster onterecht geen dossier heeft gevoerd en verklaart de klacht deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:88 Raad van Discipline Amsterdam 18-084/A/A

    Voorzittersbeslissing. Niet gebleken dat verweerder, althans zijn kantoor, de overdracht van het dossier heeft gefrustreerd door gemaakte afspraken niet na te komen. Klacht voor zover deze ziet op de inzet die verweerder heeft getoond bij de behandeling van de zaken van klager deels kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 47b Advocatenwet, deels niet-ontvankelijk op grond van artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet en voor het overige kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORARL:2018:12 Kamer voor het notariaat Arnhem-Leeuwarden C/05/324194 / KL RK 17-104 C/05/324196 / KL RK 17-105

    Vaststaat dat partijen in de akte hebben verklaard dat er door verjaring een erfdienstbaarheid, inhoudende een recht van weg, was ontstaan. Er dient vanuit te worden gegaan dat hetgeen in de akte is opgenomen ook zo is besproken met partijen. Dit betekent dat de kandidaat-notaris op basis van hetgeen door de buren is verteld, heeft aangenomen dat een erfdienstbaarheid was ontstaan, waarna zij als oplossing een persoonlijk recht van weg heeft geadviseerd. Hoewel het mogelijk is dat door verjaring een erfdienstbaarheid is ontstaan, kon dit naar het oordeel van de kamer niet worden geconstateerd op basis van enkel de in het gesprek aan de orde gekomen gegevens. In zoverre heeft de kandidaat-notaris klagers onjuist geïnformeerd.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:103 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-1018

    Voorzittersbeslissing. Klacht dat verweerders - na het speciale verzoek van klager daartoe na zijn arrestatie - hebben geweigerd rechtsbijstand te verlenen aan klager. Klager is in deze klacht (kennelijk) niet-ontvankelijk wegens verjaring resp. ne bis in idem. Klacht dat verweerders klager hebben doorverwezen naar een ander kantoor die de zaak van klager vervolgens hebben ‘verknald’ is kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:97 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-483/DH/DH

    Verzet ongegrond. De raad is van oordeel dat de voorzitter de klacht terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond heeft verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:98 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-242/DH/RO

    Beslissing op verzet. Het verzet is alleen voor wat betreft klachtonderdeel b) gegrond. In dit klachtonderdeel verwijt klager verweerster dat zij de met klager overeengekomen betalingsregeling éénzijdig heeft opgezegd. De voorzitter heeft geoordeeld dat dit klachtonderdeel kennelijk ongegrond is. De raad heeft echter geconstateerd dat niet verweerster, maar een voormalig kantoorgenote de met klager overeengekomen betalingsregeling éénzijdig heeft beëindigd. De voorzitter is in zoverre van een verkeerd feitencomplex uitgegaan. Daarom is het verzet ten aanzien van klachtonderdeel b) gegrond. Nu verweerster echter niet de persoon is geweest die de betalingsregeling heeft beëindigd - en haar daarvan derhalve geen tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt - is dit klachtonderdeel niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:71 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170300

    Verweerster heeft tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door de cliënt van klager in de penitiaire inrichting te bezoeken zonder voorafgaand contact met klager.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:99 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-222/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klaagster heeft een klacht ingediend over verweerder, die haar ex-echtgenoot bijstaat c.q. heeft bijgestaan in diverse familierechtelijke procedures. De voorzitter acht de wijze waarop verweerder heeft gehandeld en zich over klaagster heeft uitgelaten, niet onnodig grievend of anderszins van dien aard dat hij daarmee de grenzen van de hem als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid heeft overschreden. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:72 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180026

    Verweerder trad op als advocaat van de wederpartij van klagers en heeft één van de aandeelhouders van klaagster sub C een brief gestuurd waarin die aandeelhouder wordt gewezen op het feit dat zijn aandelen wellicht minder waard zijn dan hij dacht en waarop wordt gewezen op langdurige en kostbare procedures. De raad heeft de klacht gegrond verklaard omdat de brief geen enkel doel diende en verweerder daardoor de belangen van de wederpartij onnodig of onevenredig heeft geschaad. De raad heeft een berisping en een geldboete van € 3.000,- opgelegd. Het door verweerder ingestelde hoger beroep richt zich tegen de boete. Het hoger beroep van verweerder slaagt. De aan verweerder verweten gedraging is niet zodanig ernstig dat aan hem een berisping en een boete dient te worden opgelegd. Het moet een advocaat in beginsel vrij staan om tegenover de tuchtrechter een standpunt over het hem verweten handelen in te nemen en dit standpunt kan op zichzelf niet tot een zwaardere maatregel leiden. Vernietiging.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:93 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-966/DH/DH

    Klacht over advocaat wederpartij deels niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang. Klacht voor het overige ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:63 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-213/DB/OB

    Advocaat in hoedanigheid van deken. Bemiddelingsverzoek in behandeling genomen en op goede gronden beëindigd. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:73 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180092

    Voorzittersbeslissing. Het hoger beroep is gericht tegen de ongegrondverklaring van het verzet van klaagster door de raad. Appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Het hoger beroep wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:94 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-750/DH/DH

    Verzet ongegrond. De voorzitter heeft de klacht terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de driejaarstermijn voor het indienen van een klacht.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:64 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-195/DB/ZWB

    Klacht ingediend meer dan 3 jaar nadat het verweten handelen heeft plaatsgevonden en derhalve niet tijdig. Dat in appel anders is beslist dan in eerste aanleg maakt dit niet anders. Advocaat heeft schadeclaim bij zijn verzekeraar gemeld. Hij is niet gehouden het polisnummer aan zijn wederpartij in een civiele procedure door te geven. Klacht gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk en gedeeltelijk kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2018:28 Accountantskamer Zwolle 17/918 t/m 17/926 Wtra AK

    Splitsing van klachtzaken.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:74 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180016

    Voorzittersbeslissing. Het hoger beroep is gericht tegen de ongegrondverklaring van het verzet van klager door de raad. Appelverbod (art. 46h lid 7 Aw). Het hoger beroep wordt afgewezen.