Zoekresultaten 21701-21720 van de 47599 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:213 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-176

    Beslissing op verzet. Klacht over eigen advocaat inzake kwaliteit dienstverlening. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:25 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-090/DB/OB

    Het staat een deken vrij om onderzoek te doen naar de praktijkvoering van een advocaat. Client kan hierover geen klacht indienen. NIet gebleken van onrechtmatige samenspanning. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk en ged. kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:14 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-762

    Dekenklacht tegen advocaat die zich eind 2017 van het tableau heeft laten schrappen. Verweerder heeft op verschillende momenten ondeskundig en (financieel) onzorgvuldig jegens zijn cliënte gehandeld in haar geschil met de belastingdienst na de intrekking van diverse toeslagen. Gebleken onbekendheid van verweerder met wettelijke afwijzingsgronden van de verzochte toevoeging in deze specifieke zaak. Risico van afwijzing toevoegingsaanvraag niet vooraf met cliënte besproken. Daarnaast onvoldoende zijn verantwoordelijkheid genomen om, ondanks de haast van zijn cliënte, haar niet te wijzen op de opschortende werking van het indienen van bezwaar, meteen de toevoeging aan te vragen en zijn cliënte, gelet op haar financiële zorgelijke situatie, te adviseren om eerst de toevoegingsaanvraag af te wachten. Gelet op het door de raad aan verweerder gemaakte tuchtrechtelijk verwijt dat hij ten onrechte voor cliënte een toevoeging voor de belastingkwestie heeft aangevraagd en mede gelet op de positieve verwachtingen die hij bij verlening daarvan bij zijn cliënte heeft gewekt, heeft verweerder door verzending van zijn declaratie op 13 juni 2017 aan de cliënte voor het gelet op de draagkracht van cliënte toch wel aanzienlijke bedrag van € 5.945,94 gehandeld zoals een behoorlijk advocaat niet betaamt. De raad verwijt verweerder dat temeer nu hij wist of had moeten weten dat zijn cliënte dat bedrag nimmer zou kunnen voldoen. In strijd met de eis van integer handelen. Daarnaast heeft verweerder niet de in gedragsregel 27 lid 4 vereiste behoedzaamheid in acht genomen jegens zijn cliënte door bij uitblijven van betaling van de declaratie door haar te weigeren om de beschikking tot scheiding van tafel en bed, waarvoor een aparte toevoeging werd verleend, in te schrijven. Sprake van onbetamelijk gedrag in communicatie met cliënte en met de deken. Voorwaardelijke schorsing van 12 weken.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:37 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-726-DH/NH-c

    klacht ingediend na ommekomst van de vervaltermijn; klacht niet-ontvankelijk

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:214 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-1168

    Beslissing op verzet. Klacht over (voormalig) eigen advocaat. Incasseren declaratie. Dreigen met indienen steunvordering of aanvragen faillissement ex-cliënt. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:26 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-899/DB/LI

    Klachtrecht over behandeling van tegenstrijdige belangen komt enkel toe aan partijen die het treft. Klacht kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:15 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-462

    Klacht van een derde (partner van de wederpartij). De door verweerder in zijn verzoekschrift genoemde termen die betrekking hadden op klager (verdachte drugscrimineel, drugszaken en van twijfelachtig allooi) zijn tegen de achtergrond van de strafrechtelijke verdenkingen jegens klager niet onbegrijpelijk. Niet onnodig grievend, ook omdat verweerder zijn verzoekschrift naderhand heeft aangepast en zijn excuses heeft aangeboden. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:38 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-726/DH/NH-d

    De raad overweegt dat een klacht wordt ingediend bij de deken en dat de deken daarop een onderzoek instelt. Gebruikelijk is dat een klacht binnen korte tijd na ontvangst ervan door de deken onder de aandacht van de beklaagde advocaat wordt gebracht. Het belang van de rechtszekerheid wordt daarmee gediend. Niet in geschil is dat de deken de klacht van klaagster pas onder de aandacht van verweerster heeft gebracht naar aanleiding van de klachtbrief van 7 december 2016 van de gemachtigde van klaagster en niet naar aanleiding van de brief van 17 juni 2016. Tussen het indienen van de klacht door klaagster en het onder de aandacht brengen van die klacht bij verweerster is derhalve bijna een half jaar verstreken. In aanmerking genomen dat de klacht zoals op 17 juni 2016 geformuleerd door klaagster duidelijk is, is de raad van oordeel dat de deken de klacht niet binnen een redelijke termijn onder de aandacht van verweerster heeft gebracht. De gedachte achter de vervaltermijn van artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet (Aw), namelijk dat de termijn waarbinnen een advocaat nog met een klacht kan worden geconfronteerd beperkt is, leidt ertoe dat de omstandigheid dat de klacht niet binnen een redelijke termijn is doorgezonden naar verweerster niet in de risicosfeer van verweerster kan worden gebracht. De raad komt niettemin tot de slotsom dat het beroep van klaagster op artikel 46g lid 2 Aw niet slaagt. Daarvoor is redengevend dat klaagster al voor 2016 moet worden geacht op de hoogte te zijn geweest van de mogelijkheid van gefinancierde rechtsbijstand. De raad licht dit als volgt toe. Volgens haar eigen verklaring had klaagster geen vermogen en slechts een gering inkomen toen zij van haar man scheidde. Het voldoen van de advocatendeclaraties was voor klaagster problematisch; zij stelt daarvoor op enig moment de kinderalimentatie te hebben aangewend en geld te hebben geleend bij derden. Het had naar het oordeel van de raad op de weg van klaagster gelegen om, toen haar financiële situatie structureel slecht bleef, onderzoek te doen naar de mogelijkheden om het probleem van de advocatendeclaraties het hoofd te bieden en zich daarover te laten informeren, bijvoorbeeld door de advocaten die haar in alle procedures in verband met de echtscheiding hebben bijgestaan. Zonder twijfel was klaagster dan op het spoor van rechtsbijstand op toevoegingsbasis gekomen. Klaagster had daarin ook een eigen verantwoordelijkheid. In aanmerking genomen dat juridische hulpverlening op toevoegingsbasis (misschien beter bekend als “pro deo” rechtshulp) een algemeen bekend fenomeen is waarover toegankelijke informatie te vinden is via internet, en dat bovendien met regelmaat de nodige aandacht geniet in de media en publieke opinie, valt de omstandigheid dat klaagster haar eigen verantwoordelijkheid niet heeft genomen in haar risicosfeer.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:27 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-799/DB/ZWB

    Niet gebleken dat kwaliteit van verweersters dienstverlening ondermaats was, noch dat zij bij de behandeling van de gemeenschappelijke echtscheiding niet onpartijdig was, noch dat de zaak door haar toedoen is uitgemond in een “vechtscheiding”. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:91 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2016/154

    Beoordeling zorgvuldigheid deskundigen-rapportage Kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:16 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-341

    Verweerder heeft in het de letselschadezaken van klagers niet de financiële zorg jegens klagers betracht zoals een behoorlijk advocaat betaamt . Voor zover al zou komen vast te staan dat verweerder een uurtarief met klagers heeft gemaakt, mocht verweerder er niet vanuit gaan dat klagers begrepen dat hij zijn werkzaamheden tegen dat tarief in rekening zou kunnen brengen bij uitblijven van betaling door de verzekeraars. Daarnaast ontbreekt een uitdrukkelijke bevestiging dat klagers afstand hebben gedaan van hun recht op gefinancierde rechtsbijstand (Gedragsregel 24.) Daarnaast is sprake van een verboden prijsafspraak van een bedongen percentage over het te behalen resultaat (Gedragsregel 25 lid 2)., terwijl het verweer op de mogelijke uitzondering daarop voor letselschadezaken ex artikel 7.9 Voda nog niet gold in 2012. Verweerder heeft zich tevens ten onrechte beroepen op het retentierecht door de dossiers pas aan opvolgend advocaat af te willen geven na betaling van de (onterecht geoordeelde en maanden later opgemaakte) declaraties (Gedragsregel 27 lid 4). Verweerder heeft niet aan de kwaliteitseisen zoals van een deskundig advocaat verwacht mocht worden door in de zaak van klager een bevoorschotting te vragen bij de verzekeraar van de wederpartij, terwijl daarvoor een reële mogelijkheid bestond ex artikel 6:96 lid 2 BW. Voorwaardelijke schorsing van 15 weken, waarbij ook rekening is gehouden met vergelijkbare eerdere beslissingen van de raad tegen verweerder en het ontbreken van inzicht in zijn verwijtbare handelen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:39 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-488/DH/RO

    Tussenbeslissing. Na sluiting van het onderzoek is de raad tot de conclusie gekomen dat hij thans over onvoldoende informatie beschikt om tot een gedegen oordeel te komen. De raad wenst van verweerder met name nadere informatie over de wijze waarop verweerder invulling heeft gegeven aan het toezicht dat hij op [advocaat] heeft gehouden, mede in het licht van eerdere tuchtrechtelijke maatregelen betreffende [advocaat]. Daarom heropent de raad het onderzoek en zal een nieuwe zittingsdatum worden bepaald.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:28 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-1023/DB/LI

    Kennelijk ongegrond. Niet kan worden vastgesteld dat verweerder de zaak heeft behandeld of de zaak in 1992 is afgesloten en of de zaak ten tijde van het overlijden van mr X. reeds was afgesloten.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:33 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-396/DH/DH

    Belangenconflict. Verweerder heeft in een huurzaak opgetreden tegen een (voormalig) cliënt van een kantoorgenoot. Verweerder heeft het advies van de deken om zich uit de zaak terug te trekken genegeerd. Berisping.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 106/2017

    Klacht tegen huisarts over het zonder noodzaak zeer langdurig voorschrijven van nitrofurantoïne, het nalaten van levercontroles en een gebrekkige communicatie. Het klachtonderdeel over het zeer langdurig voorschrijven van de medicatie is gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:34 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-653/DH/RO

    Verweerster heeft klaagster, toen duidelijk werd dat een geschil bestond over de eigendom van de beslagen goederen die klaagster onder zich had, niet gewezen op het belang van het zelfstandig inwinnen van juridisch advies. Daarnaast heeft verweerster klaagster door haar berichten aangezet tot het mogelijk onrechtmatig onttrekken van goederen aan beslag, zonder klaagster daarbij te wijzen op het risico. Verweerster heeft de belangen van klaagster daarmee op ernstige wijze veronachtzaamd. Hoewel de raad verweerster een ernstig tuchtrechtelijk verwijt maakt ziet hij in de omstandigheid dat verweerster nog niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld grond om slechts de maatregel van waarschuwing op te leggen.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 107/2017

    Klacht tegen huisarts over het zonder noodzaak zeer langdurig voorschrijven van nitrofurantoïne, het nalaten van levercontroles en een gebrekkige communicatie. Verweerster heeft zich, gezien de omstandigheden waarin zij haar werk moest doen, voldoende ingespannen om goede zorg aan klaagster te verlenen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:35 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-005/DH/DH/D

    Verweerster heeft verzuimd de deken adequaat te informeren over de zorgwekkende financiële situatie van haar kantoor en over de mogelijke risico’s en oplossingen. Verweerster heeft daarmee het belang van dekentoezicht miskend. De houding van verweerster doet vrezen dat zij de ernst van de situatie onvoldoende inziet. De raad is alles overwegend van oordeel dat de maatregel van voorwaardelijke schorsing voor de duur van vier weken op zijn plaats is.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:26 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-143

    Ongegronde klacht tegen een SEH-arts. Het College concludeert dat alles overziend op het moment van presentatie van patiënte op de SEH er geen aanwijzingen waren voor acute pathologie (ernstige ziekte) of een potentieel levensbedreigende situatie waarvoor patiënte meteen diende te worden opgenomen. De uitslagen van het lichamelijk onderzoek en het aanvullend onderzoek gaven geen alarmerende uitslagen. Van een alarmerende bloeddrukmeting is maar één keer sprake geweest. De arts heeft terecht kunnen concluderen dat een ontslag op dat moment veilig en verantwoord was. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGDKG:2017:231 kamer voor gerechtsdeurwaarders Amsterdam 554.2017

    Tussenbeslissing. Klacht wegens het niet naleven van artikel 21 van de verordening KBvG Normen voor kwaliteit. Behandeling aangehouden nu de gerechtsdeurwaarder te kennen heeft gegeven stappen te hebben gezet richting het verkrijgen van een positief toetsingsverslag, als bedoeld in voornoemd artikel.