Zoekresultaten 21681-21700 van de 47599 resultaten

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:36 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170242

    Verweerder heeft onduidelijkheid laten bestaan over de vraag voor welke opdracht(en) hij klaagster als opdrachtgeefster mocht beschouwen. Verweerder heeft nagelaten om vooraf door middel van een opdrachtbevestiging duidelijk te maken wie hij voor de bewuste werkzaamheden als opdrachtgever beschouwde en wie derhalve de financiële consequenties van zijn optreden zou dragen. Klacht gegrond. Waarschuwing en kostenveroordeling. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:61 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.069

    C2017.069: klacht tegen een SEH-arts. Klaagster verwijt de SEH-arts dat hij: 1. In zijn zorgplicht als SEH-arts tekort is geschoten 2. Patiënte (klaagsters moeder) niet serieus heeft genomen Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 1 gegrond verklaard en de SEH-arts de maatregel van berisping opgelegd. In beroep verklaart het Centraal Tuchtcollege klachtonderdeel 1, onder verbetering van gronden, eveneens gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:74 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.254

    Klacht tegen psychiater. Klager verblijft in een Penitentiair Psychiatrisch Centrum. Klager meent dat hij daar ten onrechte verblijft en verwijt verweerder dit. Voorts verwijt klager verweerder dat die heeft gezegd dat klager meer dwangmedicatie zal worden toegediend. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het beroep van klager wordt door het Centraal Tuchtcollege verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:68 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.331

    Klaagster is aan haar voet geopereerd door twee orthopedisch chirurgen. Tijdens de operatie is een daarbij gehanteerde zaag op het bovenbeen van klaagster gelegd. Daardoor is een derdegraads brandwond op het been van klaagster ontstaan. Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door: 1.) de zaag op haar bovenbeen neer te leggen; 2.) na het incident geen contact met haar op te nemen en 3.) aansprakelijkheid van de hand te wijzen en de fabrikant aan te wijzen als schuldige. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klachtonderdeel 1 gegrond verklaard, aan de orthopedisch chirurg de maatregel van waarschuwing opgelegd en de klacht voor het overige afgewezen. Het beroep richt zich uitsluitend tegen het ongegrond verklaren van de klachtonderdelen 2 en 3. Het Centraal Tuchtcollege gaat eerst in op de betekenis van GOMA gedragscode voor dit soort geschillen. Vervolgens onderschrijft het Centraal Tuchtcollege het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege dat klachtonderdeel 2. ongegrond is. Door bij herhaling schriftelijk en mondeling op het incident terug te komen en blijk te geven van begrip voor de moeilijke situatie waarin klaagster was terechtgekomen, hebben de orthopedisch chirurgen aan de op hen rustende zorgplicht voldaan. Wat betreft klachtonderdeel 3. overweegt het Centraal Tuchtcollege dat het niet op de weg van de orthopedische chirurgen lag om zich in het kader van de te verlenen nazorg te begeven in inhoudelijke discussies, tussen klaagster en de verzekeraar van de orthopedisch chirurgen, over civiele aansprakelijkheid, causaliteit en schadebegroting. Van de orthopedische chirurgen kon niet meer kon worden gevergd dan dat zij de verzekeraar aanspoorden om tot een afronding te komen. Dat hebben zij ook gedaan. Het beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:62 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.189

    Klacht tegen tandarts. Klaagster heeft zich tot verweerder gewend met de wens 28 kronen, waarvan 1 gouden, te laten plaatsen. Klaagster verwijt verweerder onder meer en kort gezegd dat de voorbereiding op de behandeling en de dossiervorming onvoldoende waren en voorts dat de uitvoering van de behandeling onzorgvuldig was. Het Regionaal Tuchtcollege acht deze beide klachtonderdelen gegrond en legt aan verweerder ter zaken de maatregel van berisping op. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing en verklaart het klachtonderdeel dat betrekking heeft op de uitvoering van de behandeling ongegrond en verwerpt het beroep voor het overige. Vanwege het feit dat er sprake was van een medisch niet-noodzakelijke ingreep en daarmee van een verzwaarde informatieplicht waar verweerder niet aan heeft voldaan handhaaft het Centraal Tuchtcollege de opgelegde maatregel van berisping.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:75 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.256

    Klager is uitgevallen voor zijn werk als financieel directeur. Op een zeker moment achtte klager zich in staat vergelijkbaar werk bij een ander bedrijf te doen, maar hij wilde niet geschikt worden verklaard voor het eigen werk bij de eigen werkgever. De bedrijfsarts heeft hem vervolgens volledig arbeidsgeschikt verklaard voor eigen werk bij een andere werkgever. Klager en zijn toenmalige werkgever hebben een vaststellingsovereenkomst gesloten. Klager heeft vervolgens een WW-uitkering aangevraagd en gekregen. Klager heeft geen melding gemaakt van arbeidsongeschiktheid tijdens de duur van de WW-uitkering. Vervolgens heeft klager met terugwerkende kracht een WIA-uitkering aangevraagd. Verweerder, verzekeringsarts, heeft met betrekking tot deze aanvraag een medisch onderzoeksverslag geschreven. Het UWV heeft naar aanleiding van dat verslag aan klager geen WIA-uitkering toegekend. Klager verwijt verweerder dat deze een zelfstandig besluit heeft genomen op basis van informatie van de bedrijfsarts die niet volledig was. Er is geen arbeidsdeskundig onderzoek gedaan en er is geen FML opgesteld. Er had, gelet op de langdurige ziekte van klager, een uitgebreide probleemanalyse moeten worden opgesteld. Verweerder heeft onbevoegd zijn mening gegeven, want er is geen volledig rapport van de bedrijfsarts, aldus klager. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:69 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.360

    Klacht tegen tandarts. Klaagster heeft eerder een klacht tegen verweerder ingediend handelend over het beëindigen van de behandelovereenkomst. Over deze klacht is zowel in eerste aanleg als in beroep geoordeeld. De onderhavige klacht betreft de behandeling van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet in haar klacht ontvangen wegens strijd met het beginsel van concentratie van klacht. Het college oordeelt dat klaagster de huidige klacht tegelijk met de eerder ingediende klacht had kunnen en dus ook moeten indienen. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing, verklaart klaagster ontvankelijk in haar klacht en doet de zaak zelf af. De klacht van klaagster dat verweerder – kort gezegd – haar niet heeft ingelicht over het feit dat zij leed aan parodontitis en haar daar ook niet voor heeft behandeld acht het Centraal Tuchtcollege ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:17 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-922

    Voorzittersbeslissing: Voorzitter oordeelt klacht tegen advocaat wederpartij kennelijk ongegrond. Vrijheid om op te treden op basis van feitelijke informatie cliënten. Het door verweerder ingenomen standpunt dat zijn cliënten de nodige medische problemen hadden, mede als gevolg van hun geschil met klagers, is niet van dien aard dat het als onnodig grievend wordt geoordeeld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:63 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2017.233

    Klaagster verwijt de orthopedisch chirurg dat hij een knieprothese bij haar heeft geplaatst met nikkel erin, terwijl hij wist, althans behoorde te weten, dat zij allergisch is voor nikkel. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de chirurg niet van de allergie van klaagster wist, althans behoorde te weten en dat de keuze van de orthopedisch chirurg de betreffende prothese te plaatsen, ook indien hij die wel wetenschap zou hebben gehad, verantwoord was. Het beroep wordt verworpen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:22 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-093/DB/OB/D

    Advocaat heeft structureel en stelselmatig contante betalingen van cliënten aanvaard zonder nota’s, zonder kwitanties af te geven en zonder deze betaling af te dragen aan zijn toenmalig werkgever resp. de Raad voor Rechtsbijstand. Gehandeld in strijd met kernwaarden onafhankelijkheid en integriteit. Dekenbezwaar gegrond. Schrapping.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2018:5 Kamer voor het notariaat Den Haag 17-33

    Klager verwijt de notaris dat hij ernstig nalatig heeft gehandeld. De notaris heeft samen met [G] willens en wetens een akte van geldlening gepasseerd ten behoeve van zijn broer, wetende van het faillissement in privé. De broer was reeds bij het passeren van de akte failliet, zodat de notaris moet hebben geweten dat hij geen verhaal bood. Nu klager ook hoofdelijk verbonden was voor terugbetaling van de geldsom, liep hij extra risico. De notaris had hem daarop moeten wijzen. De notaris heeft verzuimd nader onderzoek te doen naar partijen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:29 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-1043/DB/LI

    Niet tuchtrechteelijk verwijtbaar gehandeld door geen procedure aanhangig te maken en door zich wegens de vertrouwensbreuk terug te trekken. Kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:211 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-237

    Klacht over advocaat wederpartij in letselschadezaak. Privacy. Artt 16 en 23 Wbp. Rapport heimelijke observatie als contra-expertise ingebracht in civiele procedure. Ontoelaatbaar volgens rechtbank. Tuchtrechter oordeelt anders dan civiele rechter. Term ‘opzettelijke misleiding’ niet onnodig grievend. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:23 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-094/DB/OB

    Advocaat heeft structureel en stelselmatig contante betalingen van cliënten aanvaard zonder nota’s, zonder kwitanties af te geven en zonder deze betaling af te dragen aan zijn toenmalig werkgever resp. de Raad voor Rechtsbijstand. Gehandeld in strijd met kernwaarden onafhankelijkheid en integriteit. Verzoek ex. art. 60ab toegewezen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:30 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-831/DB/ZWB/D

    Tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door zijn wegens verdenking van oplichting gedetineerde cliënt op verzoek van de echtgenote van die cliënt een document ter overboeking van een bedrag van € 50.000,-- te laten ondertekenen. Geheimhoudingsplicht geschonden door nadat verweerder was aangehouden door de politie tijdens het verhoor te verklaren over de persoon van de cliënt, de zaak en bij de zaak betrokken personen. Tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door in twee tuchtrechtelijke beslissingen uitgesproken proceskostenveroordelingen niet tijdig te voldoen. Dekenbezwaar in alle onderdelen gegrond. Mede gelet op tuchtrechtelijk verleden schorsing van 4 weken waarvan 2 weken voorwaardelijk, proeftijd 2 jaar, verkorting termijn 8a lid 3 tot 2 jaar.

  • ECLI:NL:TADRARL:2017:212 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-170

    Klacht over advocaat wederpartij. Vrijwaringsovereenkomst opgesteld. Verwijt dat adv meewerkte aan onttrekking goed aan beslag is ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZREIN:2018:27 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17104

    Bedrijfsarts wordt verweten dat hij 1) (medische) informatie heeft gelekt naar klagers werkgever over het feit dat klager in beroep was gegaan tegen het onderzoek van het centrum voor klinische arbeidsgeneeskunde en 2) hem heeft doorverwezen naar dat centrum. Verweerder heeft met het delen van de informatie zijn geheimhoudingsverplichting geschonden. Verweerder heeft klager op juiste gronden verwezen naar het centrum voor klinische arbeidsgeneeskunde. Deels gegrond. Verweerder ziet in dat hij zijn geheimhoudingsverplichting heeft geschonden en heeft excuses gemaakt. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:24 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-913/DB/ZWB

    Advocaat heeft een declaratie gestuurd aan een cliënt aan wie een toevoeging was verleend. Het ligt op de weg van de advocaat om, indien de resultaatsbeoordeling daartoe aanleiding geeft, de Raad voor Rechtsbijstand te verzoeken de aan zijn cliënt verleende toevoeging in te trekken, alvorens hij zijn werkzaamheden bij die cliënt in rekening brengt. Klacht gegrond, waarschuwing, kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:36 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-726/DH/NH-a-b

    Verweerders hebben in weerwil van een onvoorwaardelijke afspraak met klaagster de kosten voor de cassatieprocedure bij haar in rekening gebracht. Zij zijn, tot de dupliek in deze klachtprocedure, blijven ontkennen dat deze afspraak was gemaakt. Daar komt voor zover het verweerster sub 1 betreft bij dat zij klaagster in een andere fase van haar bijstand ten onrechte niet heeft gewezen op de mogelijkheid om een toevoeging aan te vragen. De raad acht een en ander tuchtrechtelijk verwijtbaar en legt aan verweerders een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:31 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-530/DB/ZWB 17-798/DB/ZWB

    Betreft optreden advocaat van de wederpartij. Niet gebleken is dat advocaat onjuiste feiten heeft geponeerd, met als doel de rechter te misleiden. Verwijzing naar kinderontvoering gelet op rechterlijke uitspraak waarbij het hoofdverblijf van de minderjarige bij de cliënte van de advocaat was bepaald en de minderjarige daarna door klager is meegenomen naar het buitenland zonder vermelding van de verblijfplaats niet nodeloos grievend. Klacht ongegrond.