Zoekresultaten 21601-21620 van de 48158 resultaten
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:32 Accountantskamer Zwolle 17/2127 Wtra AK
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 18-05-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:32
Volgens vaste jurisprudentie van de Accountantskamer voor de toetsing van de uitkomst van werkzaamheden van deze aard dat de accountant, die weet dat zijn rapportage dient ter publiekelijke ondersteuning van een standpuntinname door zijn opdrachtgever in een gerechtelijke procedure, in elk geval ervoor dient zorg te dragen dat zijn rapportage de objectieve waarheidsvinding door de rechter niet belemmert. Van belemmering is sprake indien de inhoud van de rapportage, gelet op de voor de accountant beschikbare gegevens, onjuist of onvolledig is, indien de bevindingen of conclusies van het rapport een deugdelijke grondslag ontberen of indien het rapport ten onrechte geen duidelijke voorbehouden of beperkingen bevat. Een en ander vloeit voort uit het fundamentele beginsel van vakbekwaamheid en zorgvuldigheid. De accountantsmededelingen waarover wordt geklaagd zijn opgemaakt voor de echtscheidingsprocedure van de opdrachtgeefster en hebben betrekking op de opgave van de opdrachtgeefster van haar prive-uitgaven in een bepaalde periode. De eerste mededeling houdt in dat op grond van de verstrekte dagafschriften niet is gebleken dat er bankafschrijvingen hebben plaatsgevonden die geen betrekking hebben op de kosten van de huishouding van de opdrachtgeefster, de tweede dat op grond van de verstrekte dagafschriften niet is gebleken dat er bankafschrijvingen hebben plaatsgevonden die geen betrekking hebben op de uitgaven van haar huishouding. Betrokkene heeft zijn interpretatie van het begrip kosten van de huishouding en van het begrip uitgaven van de huishouding niet duidelijk gemaakt en ook niet toegelicht waarom hij in de tweede mededeling het begrip uitgaven van de huishouding heeft gehanteerd. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:50 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/128
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:50
Klagers, zus en neven van patiënt, verwijten de huisarts dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld bij het verzoek tot levensbeëindiging van patiënt en het opstarten van de euthanasieprocedure. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 341/2017
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 18-05-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:102
Klacht tegen psychiater over (gedwongen) opname. Uitgaande van de (beperkt) beschikbare informatie kan niet worden geoordeeld dat verweerster een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt van de (gedwongen) opname, de gedwongen medicatie en de tijdens de opname toegepaste dwangmiddelen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TACAKN:2018:33 Accountantskamer Zwolle 17/2433 Wtra AK
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 18-05-2018
- ECLI:NL:TACAKN:2018:33
Klagers zijn ontslagen door hun werkgever en hebben nadien een vaststellingsovereenkomst gesloten waarbij hun arbeidsovereenkomsten met wederzijds goedvinden zijn beëindigd. Een aantal medewerkers heeft daarna kenbaar gemaakt dat ze zich zorgen maken over de bedrijfscultuur. Betrokkene krijgt daarna de opdracht een onderzoek in te stellen. Hij spreekt in het kader van een onderzoek met verscheidene medewerkers en heeft kennisgenomen van documenten. Hij adviseert om geen nader onderzoek te laten instellen. In het rapport worden de namen van klagers genoemd. De eerste klacht houdt in dat betrokkene niet had mogen weigeren hen inzage te geven in het rapport en de daaraan ten grondslag liggende documenten. Betrokkene heeft inzage geweigerd omdat hij met zijn opdrachtgever is overeengekomen dat zijn advies alleen de opdrachtgever zal worden verstrekt. De Ack is van oordeel dat de Wet bescherming persoonsgegevens (ervan uitgaande dat sprake is van verwerking van persoonsgegevens) noch een beroeps- of gedragsregel een grondslag biedt voor wat klagers verlangen. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat de voorzieningenrechter eerder heeft geoordeeld dat klagers geen rechtmatig belang hebben bij het beschikken over de gevraagde stukken en dat niet uitgesloten kan worden dat de belangen van de gesprekspartners met wie geheimhouding is afgesproken, zwaarder dienen te wegen dan het belang van klagers. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:51 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/402
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 18-05-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:51
Klaagster verwijt verweerder dat hij zich ten onrechte heeft uitgegeven voor bedrijfsarts. Tevens verwijt zij hem schending van het beroepsgeheim. Gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:113 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-937
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 16-04-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:113
Klacht over uitlatingen van de advocaat van de wederpartij. Voor zover al zou komen vast te staan dat verweerder de gewraakte uitlatingen tijdens de comparitie van partijen heeft gedaan, dat is immers door verweerder onderbouwd met verklaringen van derden betwist, dan valt naar het oordeel van de raad niet in te zien waarom die uitlatingen als intimiderend, bedreigend of onnodig grievend door klagers konden worden ervaren. Feiten die dat onderbouwen, ontbreken. Klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 342/2017
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 18-05-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:103
Klacht tegen arts over (gedwongen) opname. Uitgaande van de (beperkt) beschikbare informatie kan niet worden geoordeeld dat verweerster een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt van de (gedwongen) opname, de gedwongen medicatie en de tijdens de opname toegepaste dwangmiddelen. Klacht kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2018:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/122
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 18-05-2018
- ECLI:NL:TGZRAMS:2018:52
De klacht gaat over de verzorging van de man van klaagster overleden in een zorginstelling. De man van klaagster was daar ter revalidatie opgenomen. Aangeklaagde was de behandelaar van de patiënt. Niet-ontvankelijk.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:114 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-075
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 02-05-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:114
Voorzittersbeslissing. Verweerster heeft als advocaat van de wederpartij op juiste wijze en binnen de grenzen van haar vrijheid als partijdige belangenbehartiger gehandeld. De juistheid van het verwijt van klager dat verweerster - tot overlijden - zonder rechtsgeldige opdracht voor de vader van klager heeft gewerkt omdat de vader toen niet in staat was om zijn wil te bepalen, kan de voorzitter, tegenover de betwisting daarvan door verweerster dat zij destijds - toen de vader meer helder van geest was - de vader heeft bezocht, de zaak met hem heeft besproken en in zijn opdracht en met instemming van de bewindvoerder van de vader gerechtelijke procedures namens de vader aanhangig heeft gemaakt, niet vaststellen. Geen sprake van onnodig grievende uitlatingen jegens of over klager en evenmin van bedreiging door verweerster. Klachten kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:115 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-068
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 02-05-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:115
Voorzittersbeslissing: de voorzitter oordeelt de klachten over de kwaliteit van de werkzaamheden van verweerder voor klager kennelijk ongegrond. Verweerder heeft bij het opstellen van het echtscheidingsconvenant in overleg met en in het belang van klager gehandeld.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:72 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 18-282/DB/LI
- Datum publicatie: 18-05-2018
- Datum uitspraak: 09-05-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:72
Het staat een advocaat vrij om standpunt van zijn cliënt te verwoorden. Niet gebleken dat belangen van klager nodeloos zijn geschaad noch dat advocaat zich nodeloos grievend heeft uitgelaten. Kennelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:78 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180106
- Datum publicatie: 17-05-2018
- Datum uitspraak: 02-05-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:78
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Het beklag van klaagster is ongegrond voor wat betreft klaagsters verzoek om een advocaat te wijzen voor het aansprakelijk stellen van haar vorige advocaat, omdat het hof over dezelfde kwestie eerder een beslissing heeft genomen (ne bis in idem). Voor zover klaagster verzoekt om aanwijzing van een advocaat voor bijstand in het kort geding, is het beklag gegrond. Het enkele feit dat voor een verwerende partij in kort geding vertegenwoordiging door een advocaat niet wettelijk is voorgeschreven, is in dit geval onvoldoende reden om het verzoek af te wijzen. Rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat klaagster een tegeneis wil in stellen - waarvoor ook in kort geding vertegenwoordiging door een advocaat vereist is - en/of dat de voorzieningenrechter ter zitting een schikking wil beproeven, waarbij bijstand door een advocaat dringend gewenst is, gezien de gecompliceerde situatie.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:79 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 180103
- Datum publicatie: 17-05-2018
- Datum uitspraak: 08-05-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:79
Beklag artikel 13 Advocatenwet. Verzoek om een advocaat aan te wijzen voor het instellen van cassatieberoep. Het beklag is ongegrond. De deken heeft met juistheid geoordeeld dat de voorwaarde, dat de verzoeker niet zelf een advocaat kan vinden, niet is vervuld, nu twee advocaten zich bereid hebben verklaard klager van advies te dienen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:123 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.365
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:123
Patiënte heeft op 7 april 2016 de huisarts geconsulteerd in verband met klachten aan haar rechterschouder. De huisarts heeft patiënte doorverwezen naar een orthopeed. Op 7 juli 2016 is patiënte overleden. Klager verwijt de huisarts, voor zover in beroep van belang, dat zij de ernst van de situatie van patiënte niet heeft onderkend. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege is, evenals het Regionaal Tuchtcollege, van oordeel dat de huisarts voldoende adequaat heeft gehandeld en dat haar geen tuchtrechtelijke verwijt kan worden gemaakt. Het beroep wordt verworpen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:136 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.432
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:136
De aangeklaagde huisarts, heeft contact gehad met de coördinator van Lokaal Zorgnetwerk (bemoeizorg) in verband met signalen dat klaagster niet goed voor zichzelf kon zorgen, zichzelf verwaarloosde en psychotisch was. De huisarts heeft klaagster naar Bavo ACT doorverwezen. Klaagster verwijt de huisarts dat: 1. zij onvoldoende informatie heeft gegeven; 2. zij onterecht en zonder toestemming van klaagster informatie heeft gegeven aan een derde; en 3. dat er sprake is van geestelijke mishandeling van klaagster. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht zonder nader onderzoek als kennelijk ongegrond af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:130 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.308
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:130
In het algemeen mag er in gevallen als de onderhavige aan de orde vanuit worden gegaan dat de curator de veronderstelde wil van de patiënt tot uiting brengt, tenzij sprake is van feiten of omstandigheden die in een andere richting wijzen. In het onderhavige geval is niet van dergelijke omstandigheden gebleken. Het Centraal Tuchtcollege verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:124 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.382 c2017.383 c2017.392 c2017.393
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:124
Enkele dagen nadat klager en zijn (inmiddels) ex-vrouw hebben gehoord dat hun achttienjarige dochter terminaal ziek is en nog maar twee tot zes maanden zal leven escaleert de situatie binnen het gezin tussen klager en zijn (inmiddels) ex-vrouw. De ex-vrouw was in behandeling bij een instelling in verband met borderline persoonlijkheidsproblematiek en klager heeft de therapeute van de ex-vrouw gevraagd om hulp om de zaak te de-escaleren. Deze therapeute wilde klager verwijzen naar de huisarts voor een verwijsbrief. Toen klager daar niet mee instemde is de leidinggevende van de therapeute (de psycholoog/psychotherapeut waartegen de klachten zijn ingediend) erbij betrokken geraakt. Klager dient diverse klachten in over haar handelwijze. Zowel het Regionaal Tuchtcollege als het Centraal Tuchtcollege oordelen dat klager op grond van de eerste tuchtnorm ontvankelijk is in zijn klacht. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt dat de psycholoog/psychotherapeut wellicht in eerste instantie als leidinggevende van de therapeute van de ex-vrouw van klager is ingeschakeld, maar dat zij in de daarop volgende handelingen was aan te merken als hulpverlener. Vervolgens wordt de klacht dat de psycholoog/psychotherapeut hulp heeft geweigerd gegrond verklaard. De psycholoog/psychotherapeut had in de gegeven omstandigheden moeten begrijpen dat klager hulp vroeg voor een crisis in het systeem en had bij de vervolgens geboden hulp niet kunnen volstaan met crisisinterventie die uitsluitend zag op een mogelijk veiligheidsrisico, zonder aandacht te hebben voor de vraag hoe in de eerstvolgende dagen verder gehandeld moest worden. Aan de psycholoog/psychotherapeut wordt de maatregel van waarschuwing opgelegd. Diverse andere klachten worden ongegrond verklaard, onder andere omdat de lezingen over de feitelijke gang van zaken uiteenlopen en niet kan worden vastgesteld welke van beide lezingen aannemelijk is.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:137 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.435
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:137
Klacht tegen huisarts. Verweerder voert een huisartsenpraktijk samen met zijn echtgenote. Klager verwijt verweerder dat hij klager tot een kennismakingsgesprek en consulten heeft gedwongen om deze te kunnen declareren, dat hij weigert klager zijn noodzakelijke medicatie voor te schrijven, en dat hij niet bestaande testen verzint zoals de verplichte jaarlijkse bloedtest voor epileptici. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het door klager ingestelde beroep.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2018:101 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 090A en 096A/2016
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 16-05-2018
- ECLI:NL:TGZRZWO:2018:101
Klacht Inspectie tegen gz-psycholoog/psychotherapeut. Grenzeloze en potentieel gevaarlijke wijze van contact via WhatsApp met ernstig getraumatiseerde patiënte. WhatsApp-berichten hoeven niet integraal in het dossier te worden opgenomen. Ontzegging van het recht om in beide hoedanigheden op solistische wijze patiënten te behandelen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:131 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.341
- Datum publicatie: 16-05-2018
- Datum uitspraak: 15-05-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:131
Klacht tegen gz-psycholoog die een Pro Justitia rapportage heeft uitgebracht. De klacht betreft de zorgvuldigheid van de rapportage. Aan klager is een TBS-maatregel opgelegd. Klager wenste niet mee te werken aan het onderzoek. Verweerder heeft in de rapportage daarover genoteerd dat er vanwege deze weigering geen psychodiagnostische conclusies mede vanuit forensische optiek geconcipieerd konden worden. De gz-psycholoog heeft genoteerd dat hij de rapportage met de persoon die belast is met de behandelrapportage, mede door afwezigheid van het Hoofd Behandeling van de TBS-kliniek, heeft doorgesproken en dat uit dit overleg kon worden opgemaakt dat er in grote lijnen overeenstemming was. Klager verwijt de gz-psycholoog dat hij: a) in zijn rapport onvoldoende duidelijk heeft aangegeven welke stukken hij tot zijn beschikking heeft gehad en heeft geraadpleegd; b) blijkens de inhoud van zijn rapport klager gevraagd heeft naar vertrouwelijke informatie tussen klager en zijn advocaat; c) zijn bevindingen rondom klager uitsluitend overlegd heeft met de persoon verantwoordelijk was voor de behandelrapportage en niet met het Hoofd Behandeling van klager, hetgeen in de situatie dat klager niet wenste mee te werken aan het onderzoek onvoldoende was ter controle en beoordeling van zijn bevindingen; d) zonder dat klager aan psychologisch (test-)onderzoek heeft meegewerkt, uitsluitend op basis van dossierinformatie, tot een risicotaxatie van een hoog recidiverisico op (seksueel) gewelddadig gedrag en tot een advies tot continuering van de dwangverpleging voor de duur van twee jaren is gekomen. Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht deels gegrond (a), zonder oplegging van maatregel. Het beroep van klager beperkt zich tot de klachtonderdelen c. en d. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klager en gelast de publicatie van de uitspraak .
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1080
- Pagina: 1081
- Pagina: 1082
- ...
- Pagina: 2408
- Volgende pagina zoekresultaten