Zoekresultaten 21601-21620 van de 47651 resultaten
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:86 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.342
- Datum publicatie: 23-03-2018
- Datum uitspraak: 20-03-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:86
Klacht tegen chirurg. De klacht heeft betrekking op de inmiddels overleden echtgenote van klager (hierna: patiënte). Bij patiënte is anuskanker geconstateerd. Na het aanleggen van een stoma en behandeling met chemo- en radiotherapie leek sprake van complete remissie. Vervolgens heeft patiënte toch verschillende klachten ontwikkeld. De chirurg heeft op enig moment een operatieve drainage verricht onder spinaal anesthesie. Drie maanden nadien is patiënte overleden. Klager verwijt de chirurg onder meer dat hij patiënte heeft geopereerd in bestraald gebied en dat hij haar heeft geopereerd zonder met haar en klager te overleggen en zonder haar of klager op de gevolgen te wijzen. Het Regionaal Tuchtcollege acht de klacht ongegrond. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de chirurg niet heeft voldaan aan de op hem rustende dossierplicht als bedoeld in artikel 7:454 BW, acht de klacht in zoverre gegrond en legt de maatregel van waarschuwing op.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:39 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 16-1149/DB/LI 17-043/DB/LI
- Datum publicatie: 23-03-2018
- Datum uitspraak: 05-03-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:39
De termijn waarbinnen het griffierecht dient te worden betaald betreft geen fatale termijn, in die zin dat overschrijding van deze termijn tot niet-ontvankelijkheid leidt. Ook de omstandigheid dat klager op een eerdere intrekking van de klacht bij de deken is teruggekomen en alsnog om doorzending van de klacht heeft gevraagd leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van de klacht. Enkel een klacht waarop door de tuchtrechter is beslist kan niet voor een tweede maal aan de tuchtrechter worden voorgelegd. Klacht is voor zover deze betrekking heeft op feiten die meer dan drie jaar voor indiening van de klacht hebben plaatsgevonden niet-ontvankelijk. Aan klager is tijdig aangekondigd dat hij tijdens een hoorzitting door de beklaagde advocaat zou worden bijgestaan, waarop door klager niet is gereageerd. Ondermaatse rechtsbijstand tijdens de hoorzitting is niet komen vast te staan. Klacht gedeeltelijk niet-ontvankelijk, gedeeltelijk ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:93 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.357
- Datum publicatie: 23-03-2018
- Datum uitspraak: 20-03-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:93
Klacht tegen kinderarts die door een collega-kinderarts als aandachtsfunctionaris kindermishandeling is geconsulteerd over een melding bij Veilig Thuis. De collega-kinderarts heeft uiteindelijk een melding gedaan over de zoon van klaagster. Volgens klaagster is niet gehandeld conform stap 1 van de meldcode van de KNMG en is onvoldoende onderzoek gedaan voordat tot melding is overgegaan. Volgens klaagster is er bij haar zoon geen sprake van toegebracht letsel, maar van letsel dat al bij de geboorde is ontstaan. Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep en is van oordeel dat voldoende onderzoek is gedaan voordat tot melding is overgegaan.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:87 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.363
- Datum publicatie: 23-03-2018
- Datum uitspraak: 20-03-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:87
Anders dan klagers betogen is in beroep niet gebleken dat aan betrokkene bij zijn ziekenhuisopname andere medicatie werd verstrekt dan bij zijn ontslag. Verwerpt beroep.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:94 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.411
- Datum publicatie: 23-03-2018
- Datum uitspraak: 20-03-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:94
Klacht tegen psychiater. Tijdens haar verblijf in een TBS-kliniek heeft er een incident plaatsgevonden tussen klaagster en een mede-patiënt. Klaagster verwijt verweerder dat hij daar, als directeur behandelzaken, niet adequaat op heeft gereageerd. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klaagster niet in haar klacht ontvangen nu er geen sprake was van handelen of nalaten dat betrekking heeft op de individuele gezondheidszorg. Het Centraal Tuchtcollege oordeelt anders en ontvangt klaagster in haar klacht maar acht die ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:88 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.399
- Datum publicatie: 23-03-2018
- Datum uitspraak: 20-03-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:88
Het enkele feit dat een beklaagde arts en een lid van het Regionaal Tuchtcollege ongeveer in dezelfde tijd aan dezelfde faculteit hebben gestudeerd, vormt onvoldoende grond voor het bestaan van de schijn van partijdigheid. Het is gebruikelijk dat de ontslagbrief (mede) wordt ondertekend door de laatst aanwezige supervisor, ook als deze niet de gehele opnameperiode verantwoordelijk was voor de patiënt. Verwerpt beroep.
-
ECLI:NL:TADRSHE:2018:40 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-588/DB/OB
- Datum publicatie: 23-03-2018
- Datum uitspraak: 12-03-2018
- ECLI:NL:TADRSHE:2018:40
Niet is gebleken dat verweerster haar cliënten en / of derden heeft aangezet tot antedateren, verdraaien, vervalsen of het plegen van meineed. Verzet ongegrond.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:31 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170302
- Datum publicatie: 23-03-2018
- Datum uitspraak: 16-02-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:31
Verzoek aanwijzing advocaat ex art. 13 Advocatenwet. Het beklag is ongegrond, omdat de deken niet bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek nu de zaak waarvoor klager stelt bijstand nodig te hebben niet in zijn arrondissement zou dienen.
-
ECLI:NL:TGZCTG:2018:82 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.421
- Datum publicatie: 23-03-2018
- Datum uitspraak: 06-03-2018
- ECLI:NL:TGZCTG:2018:82
Klaagster is bekend binnen de geestelijke gezondheidszorg. De aangeklaagde psychiater is hoofdbehandelaar van het FACT-team en supervisor van de bij de behandeling van klaagster betrokken verpleegkundigen. Klaagster heeft op enig moment aan een verpleegkundige om verlaging van de dosering van het depot gevraagd waarop een afspraak met de psychiater is gemaakt om dit te bespreken. Klaagster is zonder bericht van verhindering niet op deze, en ook niet op de volgende afspraken met de psychiater verschenen. Klaagster verwijt de psychiater dat er onjuiste medicatie aan haar wordt gegeven, dat deze niet op een goede manier wordt toegediend, dat hij klaagsters gezondheid veronachtzaamt en dat er sprake is van belangenverstrengeling. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht zonder nader onderzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:45 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170209
- Datum publicatie: 22-03-2018
- Datum uitspraak: 09-03-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:45
Klacht van belastinginspecteur en Belastingdienst tegen de advocaat van wederpartij. De klacht is door de raad ongegrond verklaard. Klagers en de deken hebben hoger beroep ingesteld. De Belastingdienst is in twee klachtonderdelen, die de persoonlijke bejegening door de beklaagde advocaat van een belastinginspecteur betreffen, niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een eigen belang. Het hoger beroep van klager (belastinginspecteur) en de deken met betrekking tot deze twee klachtonderdelen slaagt niet. De advocaat heeft gehandeld binnen de vrijheid die hem toekomt om de belangen van zijn cliënt te behartigen. Het hof acht, net als de raad, ook de overige klachtonderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2018:53 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-950/DH/A
- Datum publicatie: 22-03-2018
- Datum uitspraak: 22-02-2018
- ECLI:NL:TADRSGR:2018:53
voorzittersbeslissing; klacht over optreden advocaat wederpartij kennelijk ongegrond
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:46 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170276
- Datum publicatie: 22-03-2018
- Datum uitspraak: 09-03-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:46
Het hoger beroep beperkt zich tot de maatregel van onvoorwaardelijke schorsing door de raad. Hoewel het handelen van verweerder in het verleden een onvoorwaardelijke schorsing rechtvaardigt, oordeelt het hof dat de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke schorsing verweerder kennelijk aan het denken heeft gezet, zodanig dat hij de problemen - die de deken aanleiding hebben gegeven tot het indienen van een nieuw dekenbezwaar - en de resterende vraagpunten alsnog (praktisch) volledig heeft opgelost en ook concrete stappen heeft gezet in de vorm van het volgen van een cursus en therapie om herhaling in de toekomst te voorkomen. Gelet op deze recente ontwikkelingen en de visie van de deken daarop, ziet het hof aanleiding de opgelegde maatregel aan te passen in die zin dat een geheel voorwaardelijke schorsing wordt opgelegd voor een langere periode dan door de raad bepaald, namelijk voor 8 weken.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:47 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170244
- Datum publicatie: 22-03-2018
- Datum uitspraak: 09-03-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:47
Klacht tegen eigen advocaat. Verweerder zou klager tijdens zijn dienstverlening niet goed geadviseerd hebben over de mogelijke gevolgen van de vaststellingsovereenkomst en verweerder zou hebben verzuimd de wederzijdse rechten en verplichtingen nauwkeurig in de vaststellingsovereenkomst vast te leggen. Klacht ongegrond. Het hof acht de klacht alsnog ongegrond. Vernietiging.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:48 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170227
- Datum publicatie: 22-03-2018
- Datum uitspraak: 09-03-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:48
Klacht over advocaat wederpartij. Klacht gegrond. Verweerder heeft zich onnodig intimiderend uitgelaten. Nu verweerder heeft erkend dat de wijze waarop verweerder jegens klager is opgetreden mede was bepaald door de omstandigheid dat hij optrad als advocaat van zijn dochter, is daarmee het verband gegeven tussen een gebrek aan voldoende onafhankelijkheid van verweerder bij zijn cliënte en de onjuiste bewoordingen die verweerder heeft gebruikt in zijn brief aan klager. Gegrondverklaring zonder oplegging van maatregel. Vernietiging.
-
ECLI:NL:TAHVD:2018:44 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170343
- Datum publicatie: 22-03-2018
- Datum uitspraak: 12-03-2018
- ECLI:NL:TAHVD:2018:44
Art. 13 lid 2 Advocatenwet. Beklag tegen de beslissing van de deken is ongegrond. Met de deken is het hof van oordeel dat niet is gebleken dat de procedure die klagers tegen de curator zouden willen voeren een redelijke kans van slagen heeft. Daarbij betrekt het hof dat klagers reeds hebben getracht hun gelijk te halen bij de curator en de rechtbank en de rechtbank op de bezwaren van klagers gemotiveerd heeft beslist.
-
ECLI:NL:TADRARL:2018:43 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-1176
- Datum publicatie: 21-03-2018
- Datum uitspraak: 29-01-2018
- ECLI:NL:TADRARL:2018:43
Dekenbezwaar. Eindbeslissing na tussenbeslissing. De raad heeft geoordeeld dat geen sprake is van het voeren van een bij voorbaat kansloze procedure door verweerder, hoewel deze enige malen een zelfde procedure is gestart op grond van art. 64 Vreemdelingenwet en vervolgens tegen de beslissing bezwaar/beroep heeft aangetekend. Verweerder heeft gemotiveerd aangevoerd dat zijn cliënt belang had bij de procedures. Het verwijt dat verweerder niet naar de zitting van de rechtbank is gegaan, treft evenmin doel. Verweerder heeft aangevoerd dat hij niets had toe te voegen aan hetgeen reeds in de schriftelijke stukken was aangevoerd, terwijl niet is komen vast te staan dat voor de cliënt niet duidelijk was dat verweerder niet naar de zitting zou gaan. Van ontoelaatbare druk van de kant van verweerder om de klacht in te trekken is ook niet gebleken. De deken heeft dit verwijt onvoldoende onderbouwd. De klacht is ongegrond.
-
ECLI:NL:TADRARL:2017:218 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 16-1176
- Datum publicatie: 21-03-2018
- Datum uitspraak: 19-04-2017
- ECLI:NL:TADRARL:2017:218
Dekenbezwaar. Verweerder wordt verweten dat hij een bij voorbaat kansloze procedure heeft gevoerd, niet naar een zitting van de rechtbank is gegaan en zijn cliënt onder ontoelaatbare druk heeft gezet om de klacht tegen hem in te trekken. De raad gelast een getuigenverhoor waarbij de cliënt van verweerder zal worden gehoord. Daartoe zal een datum worden bepaald.
-
ECLI:NL:TGZREIN:2018:29 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven 17176
- Datum publicatie: 21-03-2018
- Datum uitspraak: 21-03-2018
- ECLI:NL:TGZREIN:2018:29
Bedrijfsarts wordt onder meer verweten dat zij over klaagsters gezondheidssituatie heeft geoordeeld zonder de juiste informatie, een onjuist advies heeft gegeven en heeft geweigerd contact op te nemen met klaagsters huidige psycholoog. College: Geen wettelijke basis voor ‘preventiespreekuur’. Onderscheid vrijwillig en verplicht spreekuurcontact. Het doel van het spreekuur en de daarbij behorende rechten en plichten van de werknemer waren voor klaagster kennelijk niet duidelijk. Het had op verweersters weg gelegen om te verifiëren of klaagster de gang van zaken begreep bijvoorbeeld door haar naar de reden van haar komst te vragen en vervolgens een andere afspraak te plannen als bleek dat klaagster er met een andere vraagstelling zat. Niet gebleken is dat zij dat (in voldoende mate) heeft gedaan. Ten onrechte geen informatie opgevraagd bij klaagsters huidige psycholoog. Dat klaagster pas heel kort onder behandeling was doet daaraan niet af. Conclusie en advies berusten op onvolledige informatie. Advies ook onduidelijk. Inconsequent gehandeld, aangezien zij heeft gesteld dat sprake was van een “preventief” spreekuurcontact (vergelijkbaar met een contact in het kader van een arbeidsomstandighedenspreekuur), terwijl uit haar handelen blijkt dat zij zich bezighield met klaagsters verzuimbegeleiding. Schending geheimhoudingsverplichting. Deels gegrond. Berisping.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:31 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-253
- Datum publicatie: 20-03-2018
- Datum uitspraak: 20-03-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:31
Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Door het benoemen van medische informatie in de rapportage naar de werkgever kan de bedrijfsarts een bepaalde mate van onzorgvuldigheid worden verweten, maar gelet op de omstandigheden niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De term ‘mental cause’ is weinig concreet, er was al correspondentie tussen klaagster en de werkgever in het dossier waaruit de werkgever kon afleiden dat een geheel lichamelijke oorzaak van het verzuim niet logisch was. De gebruikte term kan als een incident worden beschouwd. Discriminatie is niet vast komen te staan. Klacht afgewezen.
-
ECLI:NL:TGZRSGR:2018:32 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-077
- Datum publicatie: 20-03-2018
- Datum uitspraak: 20-03-2018
- ECLI:NL:TGZRSGR:2018:32
Deels gegronde klacht tegen een bedrijfsarts. De bedrijfsarts heeft klager onterecht volledig arbeidsgeschikt verklaard en heeft klager nauwelijks gehoord tijdens het consult. De bedrijfsarts heeft zijn advies teveel gebaseerd op de presentatie van klager op televisie. Ook heeft hij erkend zonder toestemming van klager medische gegevens met de behandelend psycholoog te hebben gedeeld. Waarschuwing.
- Vorige pagina zoekresultaten
- Pagina: 1
- ...
- Pagina: 1080
- Pagina: 1081
- Pagina: 1082
- ...
- Pagina: 2383
- Volgende pagina zoekresultaten