Zoekresultaten 21181-21190 van de 47540 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:58 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-250

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. Met de wijze waarop de huisarts de behandeling heeft ingezet en met de medewerker van de thuiszorg heeft afgestemd, heeft zij gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwame huisarts mag worden verwacht. Ook in het zorgdossier is geen aanleiding te vinden dat de thuiszorgmedewerkers het ingezette beleid onvoldoende of niet passend vonden. Niet is vast te stellen hoe telefonisch contact met klaagster, haar broer en de huisarts precies is verlopen. Evenmin vast komen te staan dat de huisarts bij het vaststellen van de dood van patiënte niet de protocollen heeft gevolgd. Overige klachtonderdelen ook ongegrond. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:52 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-260b

    Gegronde klacht tegen een arts. De arts had in zijn rapport, in het kader van de rijbewijskeuring, niet blindelings ervan uit mogen gaan dat de afwijkende leverwaarden van klager volledig te maken hadden met overmatig alcoholgebruik. De laboratoriumwaarden strookten niet met de anamnetische bevindingen, geen sprake van recidive en geen sprake van echte bijzonderheden, alleen van een verhoogde bloeddruk. Het is in beginsel juist dat het niet aan de behandelend arts is maar aan de keurling om een andere oorzaak voor afwijkende laboratoriumwaarden aannemelijk te maken. Het College vindt dit gezien de voornoemde omstandigheden een andere situatie. De arts had klager moeten informeren over de verhoogde leverwaarden en de conclusie, alvorens het rapport door te sturen naar het CBR. Het rapport voldoet niet aan de eisen. De arts stond onder supervisie van een psychiater en was niet eindverantwoordelijk voor het rapport, derhalve de lichtste maatregel. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:87 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-924/DH/DH/D

    Verweerder is tenminste twee maal niet verschenen op een zitting zonder zijn cliënten en de rechters daarvan (tijdig) in kennis te stellen. Van overmacht was geen sprake. Verweerder heeft zijn cliënten verder niet gewezen op de goede en kwade kansen van de te voeren procedures en ook niet op de financiële risico’s. Ook de juridische kwaliteit van de dienstverlening van verweerder was ondermaats. Van dit alles maakt de raad verweerder een ernstig tuchtrechtelijk verwijt. Verweerder voldoet op verschillende fronten niet aan de professionele standaarden die gelden in de advocatuur. Ter zitting is gebleken dat verweerder geen blijk van inzicht geeft in de onjuistheid van zijn gedragingen en dat baart de raad grote zorgen. De raad acht gelet op de ernst van de fouten de maatregel van berisping passend. Daarbij heeft de raad rekening gehouden met het feit dat verweerder niet eerder tuchtrechtelijk veroordeeld is.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:59 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-252

    Deels gegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater heeft in haar rapport, in het kader van de rijbewijskeuring, de psychiatrische diagnose alcoholmisbruik in ruime zin niet gebaseerd op afdoende psychiatrisch onderzoek en kan uit het oogpunt van vakkundigheid en zorgvuldigheid de tuchtrechtelijke toets der kritiek niet doorstaan. Het onderzoek is te routinematig en oppervlakkig geweest. Het inzage- correctie en blokkeringsrecht is wel met klaagster besproken. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:53 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-260a

    Gegronde klacht tegen een psychiater. De psychiater had in zijn rapport, in het kader van de rijbewijskeuring, niet blindelings ervan uit mogen gaan dat de afwijkende leverwaarden van klager volledig te maken hadden met overmatig alcoholgebruik. De laboratoriumwaarden strookten niet met de anamnetische bevindingen, geen sprake van recidive en geen sprake van echte bijzonderheden, alleen van een verhoogde bloeddruk. Het is in beginsel juist dat het niet aan de behandelend arts is maar aan de keurling om een andere oorzaak voor afwijkende laboratoriumwaarden aannemelijk te maken. Het College vindt dit gezien de voornoemde omstandigheden een andere situatie. De psychiater had klager moeten informeren over de verhoogde leverwaarden en de conclusie, alvorens het rapport door te sturen naar het CBR. Het rapport voldoet niet aan de eisen. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:88 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-824/DH/DH

    Klacht over de advocaat van de wederpartij in een familiezaak.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:60 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-298

    Gegronde klacht tegen een gynaecoloog. De gynaecoloog heeft ten onrechte het maken van een uitstrijkje achterwege gelaten, toen sprake was van aanwijzingen van tussentijdse bloedingen dan wel contactbloedingen. Voor de buikklachten van klaagster was uitgebreid gynaecologisch onderzoek, waaronder speculumonderzoek, wel aangewezen. Van het later gebleken doorgegroeide cervixcarcinoom is niet uit te sluiten dat de gynaecoloog afwijkingen bij speculumonderzoek had kunnen constateren. De gynaecoloog heeft zich te veel laten leiden door zijn eerder gestelde diagnose van een climacteriële bloedingsstoornis. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:54 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-249a

    Ongegronde klacht tegen een verzekeringsarts. De lezingen van partijen over het verloop van het consult lopen uiteen, zodat niet kan worden vastgesteld of de verzekeringsarts klachtwaardig heeft gehandeld. De informatie omtrent de sollicitaties van klager mochten een rol spelen bij de beoordeling van de arbeidsgeschiktheid van klager. Niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een onjuist rapport met diverse onwaarheden, nu het College geen getuige is geweest en het rapport een weerslag is van het gesprek zoals de verzekeringsarts heeft ervaren. Of de informatie feitelijk juist was, kon de verzekeringsarts toen niet weten. De hersteldmelding was niet onterecht. Voor de afhandeling van interne klachtprocedures door diverse medewerkers kan de verzekeringsarts niet tuchtrechtelijk worden aangesproken. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:24 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2017/98

    Klacht tegen huisarts, gerelateerd aan de procedure met kenmerk G2017/99. Klaagster verwijt verweerder onder andere dat hij door de jaren heen onvoldoende zorg heeft verleend, het missen van een diagnose, respectloze bejegening van een derde, en geen goede behandeling van klaagsters moeder op diverse momenten. Ten aanzien van twee klachtonderdelen wordt klaagster niet in haar klacht ontvangen, omdat een van beide klachtonderdelen is verjaard en het andere klachtonderdeel betrekking heeft op iemand die niet als (mede)klager optreedt. De overige klachtonderdelen zijn gemotiveerd weersproken en vinden geen steun in het medisch dossier. Klaagster is gedeeltelijk niet-ontvankelijk in haar klacht. Voor het overige is de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:55 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-235

    Ongegronde klacht tegen een huisarts. De lezingen van partijen over hetgeen zich voor en tijdens het consult heeft afgespeeld lopen uiteen, zodat het College niet vast kan stellen dat de huisarts zich hoorbaar voor derden negatief heeft uitgelaten over klager. Dat de huisarts klager heeft aangeraden de feedback schriftelijk bij haar in te dienen in plaats van direct door te verwijzen naar de formele klachtinstantie om in der minne uit te kunnen komen is acceptabel. De huisarts heeft adequaat gereageerd na opmerkingen van klager over de website. De reactie van de assistente omtrent het verzoek om het medisch dossier te ontvangen was onjuist, maar de huisarts heeft intern deze procedure met de assistente nog doorgesproken. Bij het latere verzoek stond klager inmiddels bij een andere huisarts ingeschreven. Klacht afgewezen.