We werken hard aan het herstel van de stabiliteit van tuchtrecht.overheid.nl. Excuus voor het ongemak.

Zoekresultaten 21011-21020 van de 47942 resultaten

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2018:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 003/2018

    Klacht tegen verzekeringsarts UWV over verzekeringsgeneeskundige rapportage in het kader van een WIA einde wachttijd beoordeling en bejegening. Het college acht de klachten ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRAMS:2018:134 Raad van Discipline Amsterdam 17-914/A/A

    Ongegrond verzet

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:137 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-219/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen deken in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:150 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 18-164

    Voorzittersbeslissing: de voorzitter oordeelt de klacht van klager over advocaat wederpartij in onteigeningsprocedure namens een gemeente kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:138 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-900/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:139 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-963/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:148 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-849

    Ongegrond verzet tegen de voorzittersbeslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:187 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.472

    Klacht tegen een orthopedisch chirurg. Klager is door de orthopedisch chirurg geopereerd aan een lumbale kanaalstenose. De orthopedisch chirurg heeft gedurende een bijna zes uur durende operatie getracht de kanaalstenose te verhelpen door middel van decompressie. Direct na de operatie had klager last van onder andere verminderde motoriek en sensibiliteit in de benen, uitval in het bekkenbodemgebied en de anaalstreek met incontinentie voor urine en ontlasting tot gevolg . Het Regionaal Tuchtcollege verklaart de klacht van klager dat de orthopedisch chirurg tijdens de operatie tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld ongegrond. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klagers klacht dat de orthopedisch chirurg na de operatie niet adequaat heeft gereageerd gegrond verklaard met oplegging van een voorwaardelijke schorsing. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het principaal en incidenteel beroep met handhaving van de door het Regionaal Tuchtcollege opgelegde maatregel van voorwaardelijke schorsing.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:149 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-982 17-983

    Klacht over tegenstrijdige belangen. Verweerder heeft als curator geprocedeerd tegen een vennootschap en de bestuurder alsmede tegen klagers als beweerdelijk feitelijke bestuurder. Indirecte aandeelhouders van de vennootschap zijn de bestuurder, via een holding, en klagers eveneens via een holding, ieder voor 50%. Verweerder is in de beide feitelijke instanties in het ongelijk gesteld. Vervolgens hebben de aandeelhouders onderling over de besluitvorming in de vennootschap een geschil gekregen. Verweerder is daarin gaan optreden voor de vennootschap en de andere bestuurder/aandeelhouder tegen klagers. Klagers hebben daartegen bezwaar gemaakt. De raad heeft hierover geoordeeld dat het verweerder niet vrijstond in het vennootschapsrechtelijke geschil voor de vennootschap en de bestuurder/andere aandeelhouder op te treden tegen klagers omdat de vennootschap verweerder aansprakelijk had gesteld voor het in eerstgenoemde procedure door verweerder gelegde vexatoire beslag en verweerder niet in vrijheid zou kunnen adviseren over mogelijke vervolgstappen. Klagers kunnen als aandeelhouder van die vennootschap een vermogensrechtelijk belang hebben bij een dergelijke procedure tegen verweerder. Het feit dat verweerder wellicht een kennisvoorsprong heeft in een dergelijk geschil is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:188 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.401

    Klacht tegen een orthopedisch chirurg, na een rugoperatie waarbij klager een (partiële) dwarslaesie heeft opgelopen. Klager verwijt verweerder: 1. dat hij onvoldoende informatie heeft gekregen betreffende de ingreep op 27 november 2013; 2. dat de risico’s en de alternatieven niet voldoende met hem zijn besproken; 3. dat de indicatie voor de operatie niet juist was; 4. dat hij niet heeft getekend om zijn toestemming voor de operatie te geven; 5. onvoldoende verslaglegging met betrekking tot het informed consent; 6. aanpassing van de operatieverslagen; 7. dat verweerder bij de ingreep gebruik heeft gemaakt van een beitel; 8. dat, anders dan vooraf verteld, bij de operatie en vervolgens na het ontstaan van de dwarslaesie, er geen neurochirurg betrokken was bij de behandeling; 9. dat verweerder geen calamiteitenmelding heeft gedaan bij de IGZ; 10.dat klager het volledige medisch dossier niet eerder heeft gekregen; 11.dat hij een meinedige verklaring heeft afgelegd. Het Regionaal Tuchtcollege Zwolle verklaart klachtonderdeel 2 gegrond, de overige klachtonderdelen ongegrond en legt de maatregel van waarschuwing op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het principale en het incidentele beroep.