Zoekresultaten 14051-14060 van de 47536 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2020:227 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2019.381

    Klacht tegen huisarts. De klacht heeft betrekking op de behandeling van de moeder van klaagster. Patiënte is na een korte tijdelijke opname in het ziekenhuis teruggekeerd naar het woonzorgcentrum waar zij voordien verbleef. Zij is daar na korte tijd overleden. Klaagster verwijt de huisarts dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld doordat zij – kort gezegd – klaagster onvoldoende heeft geïnformeerd en het medicatiebeleid heeft gewijzigd voordat de uitslag van het weefselonderzoek bekend was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:130 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 055/2020

    Klacht tegen telefoonarts van huisartsenpost ongegrond. Ook in het geval van een zeer ernstig zieke patiënt moet de spoedeisendheid van de benodigde zorg worden beoordeeld aan de hand van de toestand van de patiënt op dat specifieke moment. Beklaagde had er beter aan gedaan om de toestand van patiënt zelf met klager te bespreken, maar dat hij daar niet voor heeft gekozen is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Beklaagde mocht de situatie beoordelen op basis van de informatie die hij van de triagist kreeg.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:252 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200117

    Artikel 46 Advocatenwet, gedragsregels 9 en 22. Contact met wederpartij/mogelijke getuige. Verweerder heeft zich tijdens het telefoongesprek met klager door zijn insinuerende vragen en opmerkingen over het afleggen door klager van een verklaring, die als (getuigen)bewijs in een andere rechtszaak is ingediend, waarbij hij de loyaliteit van klager indirect ter discussie heeft gesteld, niet met de vereiste zorgvuldigheid en terughoudendheid jegens klager opgesteld. Verweerder heeft verder niet kenbaar gemaakt dat hij namens de werkgever van klager belde, noch wat het doel was van het telefoongesprek. Ook heeft hij niet kenbaar gemaakt wat zijn positie was ten opzichte van klager. Klager wist dus tijdens het telefoongesprek niet dat verweerder de opdracht van zijn werkgever had ontvangen om een onderzoek te doen naar mogelijke onregelmatigheden die door zijn werkgever werden vermoed en dat de uitkomsten van dat onderzoek rechtspositionele gevolgen voor klager zouden kunnen hebben. Door aldus te handelen heeft verweerder ook op dit vlak tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Gedeeltelijke bekrachtiging van de beslissing van de raad. Berisping.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:210 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-297

    Klagers hebben zich in oktober 2018 tot verweerder gewend. Ondanks zijn schriftelijke toezeggingen van 20 november 2018 en 25 april 2019 heeft verweerder pas op 31 mei 2019 een advies aan klagers uitgebracht. Klagers betwisten dat zij op 31 mei 2019 een advies hebben ontvangen. Wat daar ook van zij, de termijn van oktober 2018 tot 31 mei 2019 leidt tot het oordeel van de raad dat verweerder de zaak niet met de vereiste voortvarendheid ter hand heeft genomen. Zonder een verklaring voor deze traagheid, die verweerder niet heeft gegeven, is dit een ernstig tuchtrechtelijk vergrijp. Verweerder heeft bovendien erkend dat hij te traag heeft gehandeld. De raad betrekt ook in haar oordeel dat het verweerder niet betaamt dat hij tot aan het bericht van klagers van 30 oktober 2019 geen enkele aanleiding heeft gezien om bij klagers te informeren naar hun reactie op zijn advies van 31 mei 2019. De overige verwijten van klagers raken de vrijheid die een advocaat heeft met betrekking tot de wijze waarop hij een zaak behandelt. Die verwijten zijn ongegrond. De raad legt de maatregel van een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2020:146 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-022

    Ongegronde klacht tegen een bedrijfsarts. Gelet op de feiten en omstandigheden kon beklaagde - naar het oordeel van het College - in redelijkheid tot de afweging komen dat er in het geval van klaagster geen sprake was van een vermoedelijke beroepsziekte. Het syndroom van De Quervain en/of RSI kunnen volgens het NCvB beroepsgebonden aandoeningen zijn, maar andersom impliceert zo’n aandoening nog niet dat er dan altijd sprake is van een beroepsziekte. Het College merkt daarbij op dat het niet tot de taak van een bedrijfsarts behoort om te onderzoeken waar klaagsters klachten dan wel door werden veroorzaakt. Voorts hecht het College er aan te wijzen op het feit dat de rol van de bedrijfsarts een andere is dan de rol van een behandelaar. De bedrijfsarts heeft begeleidende, coördinerende en arbo-curatieve taken en is uitdrukkelijk geen behandelaar. Een bedrijfsarts kán patiënten zelf verwijzen, maar in het geval van klaagster was dat niet nodig omdat zij reeds onder behandeling was van de specialistische curatieve sector. Ook was de diagnosestelling volgens het College in dit geval voldoende duidelijk voor beklaagde om haar taak als bedrijfsarts naar behoren te kunnen uitvoeren. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:246 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200176

    Verzoek tot aanwijzing van een advocaat ex artikel 13 Advocatenwet afgewezen. Beklag ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:204 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-226

    Voorzittersbeslissing. De juistheid van de verwijten van klaagster dat de door verweerder verleende zorg en communicatie jegens haar onvoldoende was, is door de voorzitter, gezien de gemotiveerde betwisting daarvan, niet vast te stellen. Kennelijk ongegrond. 

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:217 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-762

    Klacht over kwaliteit dienstverlening van opdracht van klager via platform Leggle.com in zijn arbeidsgeschil. Naar het oordeel van de raad stond het verweerster, gelet op haar volledige verantwoordelijkheid voor de behandeling van de zaak en haar eigen deskundigheid, vrij om klager op basis van de haar bekende informatie van de zaak ten stelligste af te raden om een procedure te starten. Zij heeft haar standpunt daarover uitvoerig aan klager toegelicht, daarbij de kosten/baten van de zaak en het eigen belang van klager betrokken, en klager al in een vroeg stadium schriftelijk gemeld dat zij hem geen bijstand zou verlenen bij een eventuele procedure. Onduidelijkheid over vaste prijsafspraak met Leggle en meerkosten in nagezonden factuur komt voor rekening verweerster (Regels 8 en 17 lid 2 oud). Gegrond zonder oplegging maatregel.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2020:131 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 056/2020

    Klacht tegen een arts/medisch adviseur van een huisartsenpost (HAP). De klacht betreft het optreden van de medisch adviseur bij gesprekken met klagers naar aanleiding van een door hen ingediende klacht over de behandeling van de hulpvraag voor hun zoon door de HAP. Tweede tuchtnorm. Klagers verwijten de medisch adviseur dat deze geen gehoor wilde geven aan het verzoek van klagers om de betrokken triagist bij de gesprekken aanwezig te laten zijn en dat beklaagde hen tijdens de gesprekken gevoelloos, kwetsend en schreeuwend te woord heeft gestaan. Het college oordeelt dat het eerste niet aan beklaagde kan worden verweten. Het college gaat er verder van uit dat beklaagde de door klager bedoelde bewoordingen heeft gebruikt. Het college kan niet vaststellen dat beklaagde daarbij heeft geschreeuwd. Hoewel het college zich kan voorstellen dat de zakelijke uitleg van beklaagde en de door hem gekozen bewoordingen weinig tactvol en empathisch op klagers zijn overgekomen, kan gelet op de context niet worden gezegd dat beklaagde daarmee de grenzen heeft overschreden van wat een behoorlijk beroepsbeoefenaar betaamt. Het college beoordeelt de klachten daarom als ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2020:253 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 200207

    Appelverbod. De stellingen betreffen geen fundamentele rechtsbeginselen maar zien op de inhoudelijke beslissing van de zaak. Naar vaste rechtspraak van het hof (zie onder meer ECLI:NL:TAHVD:20220:213) leveren motiveringsklachten geen schending op van een fundamenteel rechtsbeginsel. Er is dus geen grond om het appelverbod te doorbreken.