Zoekresultaten 131-140 van de 48142 resultaten
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:243 Hof van Discipline 's Gravenhage 250271
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 31-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:243
In deze zaak wordt geklaagd over een advocaat die uitlatingen over klager heeft gedaan op LinkedIn. Het hof is evenals de raad van discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch (hierna: de raad) van oordeel dat niet gebleken is dat in het gewraakte LinkedIn-bericht feiten zijn gesteld waarvan verweerder wist of behoorde te weten dat deze onjuist zijn. Verweerder heeft geen misbruik gemaakt van zijn geheimhoudingsplicht door niet de naam te noemen van de cliënt van klager die verweerder had benaderd en die verweerder aanhaalt in het betreffende LinkedIn-bericht. De raad heeft de klacht ongegrond verklaard. Het hof bekrachtigt deze beslissing.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:174 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-753/DH/RO
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:174
Ongegrond verzet.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:168 Raad van Discipline 's-Gravenhage 26-009/DH/RO
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 29-06-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:168
Raadsbeslissing. Klacht over de kwaliteit van de dienstverlening van de eigen (letselschade)advocaat. Verweerder heeft klager terecht verwijzen naar een arbeidsrechtadvocaat omdat hij geen verstand had van het arbeidsrecht. Ook mocht hij proberen om te klacht onderling met klager op te lossen. Verweerder heeft wel tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld door klager onder druk te zetten om op betalende basis verder te werken, terwijl klager in aanmerking kwam voor een toevoeging. Omdat verweerder zijn voorstel niet heeft herhaald en hij helder heeft gemaakt te weten dat toevoegingszaken de aandacht moeten krijgen die zij verdienen, gaat de raad ervan uit dat verweerder in het vervolg anders zal handelen. Gegrond zonder oplegging van maatregel.
-
ECLI:NL:TAHVD:2026:244 Hof van Discipline 's Gravenhage 260152
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 31-07-2026
- ECLI:NL:TAHVD:2026:244
Beklag artikel 13 Advocatenwet gedeeltelijk gegrond. In tegenstelling tot de deken maakt het hof uit de stukken niet op dat klaagster de notarissen alleen aansprakelijk wil stellen. In haar verzoek om aanwijzing geeft klaagster aan ook tegen de notarissen een procedure te willen starten. Het aanwijzingsverzoek van klaagster strekt daarmee verder dan wat de deken heeft aangevoerd (alleen aansprakelijk stellen). Op dit onderdeel heeft de deken het aanwijzingsverzoek te beperkt opgevat. Daarmee ontvalt in zoverre de grondslag aan de beslissing van de deken. De deken zal dan ook opnieuw moeten beslissen op het verzoek van klaagster voor zover dit op de kwestie aangaande de notarissen ziet.
-
ECLI:NL:TADRSGR:2026:175 Raad van Discipline 's-Gravenhage 25-863/DH/DH
- Datum publicatie: 31-07-2026
- Datum uitspraak: 20-07-2026
- ECLI:NL:TADRSGR:2026:175
Raadsbeslissing. Klacht over de bijstand van de eigen advocaat in de echtscheidingsprocedure. Kern van de verwijten is dat verweerster klaagster niet goed heeft bijgestaan en onder druk heeft gezet bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst. Hoewel voorstelbaar is dat klaagster druk heeft gevoeld om een keuze te maken, blijkt niet dat verweerster klaagster onder druk heeft gezet. Verweerster heeft klaagster juist duidelijk geadviseerd en haar de opties voorgelegd, waarbij zij klaagster erop heeft gewezen dat het klaagster is die de keuze moet maken. Niet gebleken van onvoldoende advisering of onvoldoende belangenbehartiging. Klacht in alle onderdelen ongegrond.
-
ECLI:NL:TNORSHE:2026:22 Kamer voor het notariaat 's-Hertogenbosch SHE/2026/05
- Datum publicatie: 30-07-2026
- Datum uitspraak: 22-07-2026
- ECLI:NL:TNORSHE:2026:22
Optreden als boedelnotaris bij verstoorde familieverhoudingen, terwijl de executeur een medewerker van het notariskantoor is. Om schijn van belangenverstrengeling/partijdigheid te voorkomen, doet een notaris er goed aan erop bedacht te zijn dat het vragen kan oproepen als hij/zij als boedelnotaris optreedt in een zaak waar hij/zij nauwer bij betrokken is dan gebruikelijk: dat kan ten koste gaan van het vertrouwen dat rechtzoekenden in het notariaat moeten kunnen stellen en daarom kan het aanbeveling verdienen om zo’n opdracht door te verwijzen naar een notaris van een ander kantoor. Ministerieplicht. Rol boedelnotaris in het algemeen. Klacht ongegrond.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:122 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9063
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 28-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:122
Ongegronde klacht van een nabestaande van een patiënt tegen een MDL-arts. Bij de behandeling patiënt werd uitgegaan van galwegkanker. Klaagster verwijt de MDL-arts dat onvoldoende onderzoek werd gedaan naar de mogelijkheid van IgG4 gerelateerde ziekte, dat niets werd gedaan met de uitslag van het bevolkingsonderzoek darmkanker en dat geweigerd werd prednison voor te schrijven.
-
ECLI:NL:TGZRSHE:2026:134 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch H2025/8277
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 29-07-2026
- ECLI:NL:TGZRSHE:2026:134
Klaagster klaagt erover dat de psychiater zich tijdens een intakegesprek onheus heeft gedragen tegenover haar en haar moeder. Het tuchtcollege oordeelt dat niet kan worden vastgesteld dat de psychiater zich onheus heeft gedragen, omdat de verklaringen van partijen daarover uiteenlopen en hiervoor geen bewijs is. De eerste twee klachtonderdelen zijn daarom ongegrond. Klaagster is niet-ontvankelijk in het derde klachtonderdeel over de bejegening van moeder, omdat alleen moeder daarover kan klagen.
-
ECLI:NL:TGZRAMS:2026:182 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam A2026/9570
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 04-06-2026
- ECLI:NL:TGZRAMS:2026:182
Voorzittersbeslissing. De klacht gaat over het handelen van de arts ten tijde van de opname van de dochter van klaagster op de intensive care en rondom de euthanasie van de dochter van klaagster. De arts heeft aangevoerd dat klaagster niet kan worden aangemerkt als rechtstreeks belanghebbende, aangezien er geen sprake is geweest van een behandelrelatie tussen haar en de dochter van klaagster en dat zij en de dochter uitsluitend een vriendschappelijke privérelatie hadden. Klaagster is kennelijk niet-ontvankelijk in de klacht.
-
ECLI:NL:TGZRZWO:2026:123 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Z2025/9465
- Datum publicatie: 29-07-2026
- Datum uitspraak: 28-07-2026
- ECLI:NL:TGZRZWO:2026:123
IGJ klaagt tegen verpleegkundige over grensoverschrijdend gedrag. Verwijt dat de verpleegkundige (seksueel) grensoverschrijdend heeft gehandeld door tijdens de behandelrelatie privécontact aan te gaan met een patiënt, welk contact zij - binnen de afkoelingsperiode - heeft voortgezet na beëindiging van de behandelrelatie, hetgeen uiteindelijk heeft geresulteerd in seksueel contact. De verpleegkundige erkent het handelen. Het college verklaard de klacht gegrond, maatregel van een voorwaardelijke schorsing met een bijzondere voorwaarden.