Zoekresultaten 13451-13460 van de 47599 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:23 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-520

    Klacht over advocaat wederpartij. Het verwijt betreft het niet gelijktijdig met verzending aan de deurwaarder toezenden van een kopie van de dagvaarding aan de advocaat van de wederpartij en het zonder voorafgaande waarschuwing uitbrengen van een dagvaarding. De raad overweegt dat een dagvaarding een procesinleiding is waarvan de aanzegging met bijzondere wettelijke waarborgen is omgeven en dat om die reden gedragsregel 25 lid 2 niet voor dagvaardingen geldt. Voorts overweegt de raad dat hoewel een advocaat daar waar mogelijk het belang van zijn cliënt om een geschil door middel van een schikking op te lossen in het oog moet houden, gedragsregel 5 geen absolute en voortdurende verplichting daartoe behelst. Een wederpartij kan niet verlangen dat een advocaat in elke situatie tracht een regeling in der minne te treffen. Dit is ter vrije beoordeling van de advocaat en zijn cliënt. Indien zij menen dat een regeling in der minne niet haalbaar is, kan de advocaat niet door de wederpartij dan wel door de gedragsregels worden verplicht alsnog een regeling in der minne te beproeven. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:304 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-819

    Voorzittersbeslissing. Klacht over het handelen van de advocaat van de wederpartij. De voorzitter verklaart de klacht in alle onderdelen kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TNORDHA:2020:13 Kamer voor het notariaat Den Haag 19-85

    Klager verwijt de notaris dat hij onzorgvuldig heeft gehandeld door klager onvoldoende voor te lichten over de strekking van zijn werkzaamheden en de gevolgen daarvan. De notaris is onvoldoende waakzaam geweest ten aanzien van het behoud van de nalatenschap en in het beheer van die nalatenschap is hij tekort geschoten. Klager en zijn broers zijn ten onrechte niet in de gelegenheid gesteld om de omvang van de nalatenschap te verifiëren.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:19 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-819

    Verzet ongegrond. De voorzitter heeft terecht en op juiste wijze het handelen van verweerder afgezet tegen de mate van vrijheid die een advocaat van de wederpartij heeft bij het behartigen van de belangen van zijn cliënte en de daarbij in acht te nemen grenzen. De voorzitter heeft met recht overwogen dat het verweerder vrijstond de gewraakte standpunten namens zijn cliënte naar voren te brengen. Dat klager deze als onnodig grievend ervaart betekent nog niet dat dit naar objectieve maatstaven het geval is. Bovendien kon klager zich in de procedure verweren en tegen de standpunten van zijn werkgever zijn eigen argumenten inbrengen.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:20 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-027

    Klacht over de eigen advocaat. Verweerder heeft bij de behandeling van het arbeidsgeschil van klager onvoldoende met hem gecommuniceerd over de door klager gewenste acties en te volgen strategie na diens ontslag op staande voet. Sprake van een tegenstrijdig verweer van verweerder dat ook lijnrecht tegenover het standpunt van klager staat. Verweerder heeft van de vermeende met klager gemaakte afspraken niets schriftelijk vastgelegd, wat voor zijn risico is. Daarnaast heeft verweerder verwachtingen bij klager gewekt die hij niet is nagekomen en heeft daarmee klager, die in een urgente situatie zat, bovendien aan het lijntje gehouden. De raad geeft met oplegging van een onvoorwaardelijke schorsing voor 9 weken een duidelijk signaal af aan verweerder. Verweerder is niet alleen onduidelijk richting zijn cliënt geweest maar ook bij de raad heeft hij geen duidelijkheid kunnen geven. Dat hij inmiddels zijn praktijkorganisatie op dat punt beter op orde heeft, zoals namens hem ter zitting is betoogd, is naar het oordeel van de raad hoopvol, maar gezien zijn eerdere tuchtrechtelijke veroordelingen, te laat.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:37 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-099b

    Ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Dat, zoals klagers aanvoeren, beklaagde aanvullende diagnostiek in de vorm van een transvaginale echo met doppler had moeten verrichten, volgt niet uit de toepasselijke richtlijnen van de NVOG, waaronder de (destijds geldende) richtlijn ‘Bloedverlies in de tweede helft van de zwangerschap’ uit 2008. Er was geen sprake van de daarin genoemde situaties (zoals een placenta bilobata, laagliggende placenta of placenta previa) waarin dergelijk aanvullend onderzoek wordt aanbevolen, zodat een indicatie daarvoor op dat moment ontbrak. Het College voegt daaraan toe dat het onvoldoende aanwijzingen ziet dat sprake was van vasa praevia, nu dit echografisch al was uitgesloten, het ruime bloedverlies optrad alvorens de vliezen waren gebroken en de conditie van de baby op grond van het CTG als goed beoordeeld werd. Geconcludeerd wordt dat het door beklaagde bepaalde expectatieve behandelbeleid verdedigbaar is, te meer nu de zwangerschap nog niet de 37 weken had bereikt. De overige klachtonderdelen zijn ook ongegrond verklaard. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRARL:2021:18 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-797

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Gelet op Gedragsregel 9 mag van een advocaat verwacht worden dat, indien hij per e-mail met derden communiceert, uit zijn e-mail duidelijk blijkt in welke hoedanigheid hij deze derden benadert en dat de kantoorgegevens in de e-mail vermeld staan. Gezien de omstandigheden van het onderhavige geval had voor klager hierover geen verwarring behoeven te ontstaan. Ten aanzien van het klachtonderdeel over schending van de persoonlijke levenssfeer, oordeelt de raad dat niet valt in te zien hoe een beperking van de kring van geadresseerden ten opzichte van de kring van geadresseerden in de eerdere e-mail van klager een schending van de persoonlijke levenssfeer van klager zou kunnen opleveren. Beide klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2021:38 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2020-099a

    Ongegronde klacht tegen een gynaecoloog. Klagers verwijten beklaagde dat hij gedurende de opname van klaagster in het ziekenhuis is tekortgeschoten in de zorg voor klaagster en de diagnose velamenteuze navelstrenginsertie en/of vasa previa heeft gemist. Bij klaagster was bij een zwangerschap van 31 weken en vier dagen sprake van vaginaal bloedverlies en contracties. Er waren voor beklaagde geen medische redenen om af te wijken van de eerder gestelde werkdiagnose en/of om de zwangerschap direct te beëindigen. Gedurende de dienst van beklaagde heeft hij zelf in de avond het CTG als goed beoordeeld en in de nacht, bij de beoordeling door een aios, was het CTG ook in orde. Er was voor beklaagde ook geen (andere) aanleiding om gericht onderzoek te doen naar velamenteuze navelstrenginsertie of vasa previa. Verder is er geen aanleiding om beklaagde in dit verband als hoofdbehandelaar of regiebehandelaar extra verantwoordelijkheid voor het beleid van zijn collega’s toe te kennen. Klacht ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2021:34 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 104-2020

    Klacht tegen longarts. Bij patiënt wordt op PET-scan tumor in long gezien, mogelijk een uitzaaiing van eerdere darmkanker, hetgeen bij lobectomie ook blijkt. Het verslag van de PET-SCAN vermeldt voorts: Aspecifieke klier kaakhoek rechts, advies: target echografie en evt punctie. Beklaagde doet geen nader onderzoek naar de aspecifieke klier omdat dit vaker voorkomt en de kans dat sprake is van kwaadaardigheid klein is. College: op zich komt een a-specifieke klier op die plek vaker voor en wijst zelden op een uitzaaiing van een long- of darmtumor. Daar staat tegenover dat de klier wel een behoorlijke omvang had en ook heel duidelijk oplichtte op de PET-scan. Daarbij komt dat analyse van een dergelijke bevinding niet tijdrovend of bijzonder belastend voor een patiënt is, terwijl de mogelijkheid altijd bestaat dat een nevenbevinding op andere problematiek wijst. Tegen deze achtergrond had het op de weg van beklaagde gelegen op enigerlei wijze vervolg te geven aan het advies van de nucleair geneeskundige. Hij had bijvoorbeeld met de nucleair deskundige de achtergrond van het gegeven advies kunnen bespreken, een KNO-arts om input kunnen vragen of het advies tijdens een MDO kunnen bespreken. Beklaagde heeft het advies wel gewogen, maar verder slechts als PM genoteerd. Er is nadien nergens genoteerd dat er aan de follow up van de klier aandacht zou moeten worden besteed of waarom hiervan afgezien zou kunnen worden. De klacht is gedeeltelijk gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2020:10 Kamer voor het notariaat Amsterdam 681589 / NT 20-10

    Aan tuchtrechtelijke beoordeling kan pas worden toegekomen indien het onderhavige handelen van de notaris als partner van [X] voldoende verband houdt met zijn hoedanigheid van notaris in relatie tot het daarbij passende gedragsniveau. Dat is naar het oordeel van de voorzitter hier niet het geval. Naast dat, zoals reeds overwogen, geen sprake is van notariële werkzaamheden, is bij het onderhavige handelen in strikt besloten kring ook geen sprake van enig naar buiten toe optreden ten behoeve van het publiek, of andere voor derden waarneembare gedragingen waardoor de eer en het aanzien van het notarisambt kunnen worden geschaad. Zoals klager zelf stelt, komt het aan op schending van maatschappelijk vertrouwen in de notaris, maar niet valt in te zien dat dit hier in het geding is geweest. Anders dan klager stelt, is evenmin sprake van mogelijke verwarring over de rol en de hoedanigheid waarin de notaris optrad. De voorzitter zal daarom de klacht niet-ontvankelijk verklaren. Daarbij wordt ten overvloede opgemerkt, dat ook indien de klacht wel ontvankelijk zou zijn, klager onvoldoende concreet heeft duidelijk gemaakt in welk(e) opzicht(en) de notaris zich met zijn optreden tijdens de AVL heeft gedragen zoals het een behoorlijk notaris niet betaamt of dat hij daardoor de eer en de aanzien van het notariaat heeft geschonden.