Zoekresultaten 43781-43790 van de 47427 resultaten

  • ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1288 Raad van Discipline Amsterdam 10-352A

    Dekenbezwaar tegen verweerder, die niet reageert op verzoeken van de deken om een reactie op twee tegen verweerder ingediende klachten. Bezwaar gegrond; raad besluit tot oplegging van voorwaardelijke schorsing in de praktijk voor de duur van één maand.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG0818 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009.296

    Klager is vanuit Frankrijk met spoed overgebracht naar een ziekenhuis in Nederland op verdenking van endocarditis met decompensatio cordis. Tijdens zijn ziekenhuisopname is klager vier maal geopereerd. Na het ontslag uit het ziekenhuis zijn ernstige lichamelijke klachten ontstaan. Klager is thans rolstoelgebonden, gebruikt zuurstof en zijn darmen zijn ernstig uitgestulpt. Volgens klager zijn de klachten het gevolg van de operaties die de arts heeft uitgevoerd. Klager maakt de arts de volgende verwijten: tijdens de operatie zijn wond- en borstbeeninfecties ontstaan, bij de tweede of derde operatie is een stuk van het borstbeen afgebroken en versplinterd, bij de vierde operatie is het buikvlies geopend hetgeen ertoe heeft geleid dat klagers darmen naar buiten kwamen, ten onrechte is het staaldraad dat het borstbeen bij elkaar hield verwijderd, de arts heeft geen toestemming gevraagd voor de vierde operatie en klager vooraf niet gewezen op de gevolgen van de operatie en door de langdurige beademing is longemfyseem ontstaan waarvoor klager niet naar een longarts is verwezen. Het RTG heeft de klacht als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerkt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG0812 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009.147

    Klagers zijn de echtgenote en broer van een patiënt die is geopereerd aan een tumor aan de vena cava superior en de rechter longkwab. Door het afglijden van een partiële klem is patiënt uiteindelijk door hersenschade overleden. Klagers verwijten de cardio-thoracaal chirurg dat hij 1. voorafgaand aan het afklemmen geen heparine heeft toegediend, 2.onvoldoende vocht heeft aangeboden via infusen in het been, 3. heeft afgezien van het direct vervangen van de vena cava superior bij de eerste operatie, 4. bij de volledige afklemming geen drukregistratie in de halsslagaders heeft plaatsgevonden en 5. dat de arts onvoldoende ervaring met deze operatie had en patiënt niet zelf voorafgaand aan de operatie heeft gesproken. Het RTG te Amsterdam acht alleen het verwijt 5 gegrond, legt de maatregel van waarschuwing op en gelast de publicatie. Het Centraal Tuchtcollege houdt in de tussenbeslissing de zaak aan, benoemt twee deskundigen en legt aan hen een aantal vragen voor.

  • ECLI:NL:TNOKARN:2010:YC0565 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2009/948

    Bedrijfsoverdracht. De fiscus verleent de vrijstelling van overdrachtsbelasting niet. Notaris verwijst klager voor een procedure in beroep naar een advocaat. De notaris is geen verwijt te maken. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG0819 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009.297

    Klager is vanuit Frankrijk met spoed overgebracht naar een ziekenhuis in Nederland op verdenking van endocarditis met decompensatio cordis. Tijdens zijn ziekenhuisopname is klager vier maal geopereerd. Na het ontslag uit het ziekenhuis zijn ernstige lichamelijke klachten ontstaan. Klager is thans rolstoelgebonden, gebruikt zuurstof en zijn darmen zijn ernstig uitgestulpt. Volgens klager zijn de klachten het gevolg van de operaties die de cardio-thoracaal chirurg heeft uitgevoerd. Klager maakt de arts de volgende verwijten: tijdens de operatie zijn wond- en borstbeeninfecties ontstaan, bij de tweede of derde operatie is een stuk van het borstbeen afgebroken en versplinterd, bij de vierde operatie is het buikvlies geopend hetgeen ertoe heeft geleid dat klagers darmen naar buiten kwamen, ten onrechte is het staaldraad dat het borstbeen bij elkaar hield verwijderd, de arts heeft geen toestemming gevraagd voor de vierde operatie en klager vooraf niet gewezen op de gevolgen van de operatie en door de langdurige beademing is longemfyseem ontstaan waarvoor klager niet naar een longarts is verwezen. Het RTG heeft de klacht als ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerkt het beroep van klager.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG0813 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009.154

  • ECLI:NL:TNOKARN:2010:YC0566 Kamer van toezicht Arnhem 07.831/2010/949

    De notaris heeft zonder voorafgaand overleg met klager of de tussenpersoon de gehele hypothecaire lening bij Florius Bank opgevraagd, terwijl dat niet de bedoeling van klager was. Het betrof een kredietfaciliteit. Klacht gegrond, zonder oplegging van maatregel.

  • ECLI:NL:TNOKROT:2010:YC0568 Kamer van toezicht Rotterdam 11/10

    In verzet is aangevoerd dat klager zich geenszins bewust was van het feit dat hij te laat was met het indienen van de klacht bij de Kamer. Voor het passeren van de leveringsakte heeft klager de notaris geïnformeerd dat de verkoper als eigenaar van het heersende erf niet binnen de door de wet daaraan gestelde termijn, de vereiste voorzieningen heeft getroffen. Klager verwijt de notaris dat hij niet is gehoord alvorens er tot levering over is gegaan. Beslissing: verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG0820 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.018

    De arts is een gepensioneerd huisarts en incidenteel werkzaam als medisch adviseur. De arts heeft op verzoek van een advocaat op basis van een door de advocaat aangeleverd dossier in een brief zijn visie gegeven op de geestelijk gesteldheid van klaagster. Deze visie is ingebracht in een gerechtelijke procedure. Klaagster verwijt de arts dat hij zonder haar ooit gezien of gesproken te hebben een brief aan de advocaat heeft geschreven waarin hij klaagster heeft getypeerd als een vrouw met psychiatrische problematiek, die dringend psychiatrische hulp nodig heeft; voorts een diagnose stelt, te weten persoonlijkheidsstoornissen (cluster B) met borderline, theatrale, paranoïde en antisociale kenmerken. Het RTG oordeelt de klacht gegrond en legt een berisping op. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de arts en gelast de publicatie van de beslissing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG0814 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009.186

    De arts, destijds in opleiding tot revalidatiearts, heeft klaagster behandeld op de afdeling revalidatiegeneeskunde in het Erasmus MC in verband met pijnklachten in haar hand. Op de afdeling revalidatiegeneeskunde is gekozen voor een tweesporenbeleid waarbij enerzijds medisch onderzoek zou worden verricht en daarnaast de psychiatrische problematiek zou worden opgepakt. Klaagster verwijt de arts dat teveel werd gedacht aan een psychische oorzaak voor de klachten, zodat een lichamelijke oorzaak op de achtergrond raakte. Meer in het bijzonder wordt de arts verweten dat hij ten onrechte de medicatie heeft stopgezet. Het RTG heeft de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van klaagster.