Zoekresultaten 42461-42470 van de 46772 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1597 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch M 149-2010

    Een advocaat behoort voorafgaand aan het indienen van een processtuk hiervan steeds een concept aan zijn cliënt te doen toekomen en hem in de gelegenheid te stellen hierop te reageren. Een advocaat behoort op de hoogte te zijn van het rolreglement van de rechtbank ten aanzien van het in geding brengen van stukken. Door de bewuste keuze van een overvalstrategie ter zitting, heeft verweerder een gedeelte van het verweer prijsgegeven, wat de advocaat als een misslag valt aan te rekenen. Ten onrechte gepresenteerd als arbeidsrechtspecialist en daardoor onjuiste verwachtingen gewekt. klacht gegrond; berisping, tevens uitspraak ogv art 48 lid 7

  • ECLI:NL:TADRSHE:2011:YA1603 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch R 160-2010

    Gelet op afwijzing van de toevoegingsaanvraag in een recente procedure, was klaagster bekend met het risico dat zij geen toevoeging zou krijgen. Nu klaagster de voortzetting van de werkzaamheden niet heeft willen laten afhangen van de voorwaarde van het verkrijgen van een toevoeging, is zij niet in haar belangen geschaad. Het enkele feit dat een advocaat over de juridische positie van zijn cliënt een ander ideeheeft dan zijn cliënt, brengt niet met zich mee dat hij onvoldoende zorg aan de zaak heeft besteed. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1580 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3645/11.47

    Vooropgesteld wordt dat een advocaat bij de behandeling van een zaak de leiding heeft en vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid dient te bepalen met welke aanpak de belangen van zijn cliënt het beste zijn gediend. Daarbij komt de advocaat een grote mate van vrijheid toe om de belangen van zijn cliënt te behartigen op een wijze die hem passend voorkomt. In het algemeen kan een tuchtrechtelijke maatregel eerst geïndiceerd zijn indien en voor zover de advocaat bij de behandeling van de zaak kennelijk onjuist optreedt en adviseert en de belangen van de cliënt daardoor worden geschaad of kunnen worden geschaad.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1593 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3627/11.29a en b

    Een advocaat heeft bij de behandeling van een zaak de leiding en dient vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid te bepalen met welke aanpak de belangen van zijn cliënt het beste zijn gediend. Daarbij komt de advocaat een grote mate van vrijheid toe om de belangen van zijn cliënt te behartigen op een wijze die hem passend voorkomt. In het algemeen kan een tuchtrechtelijke maatregel eerst geïndiceerd zijn indien en voor zover de advocaat bij de behandeling van de zaak kennelijk onjuist optreedt en adviseert en de belangen van de cliënt daardoor worden geschaad of kunnen worden geschaad.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1574 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3659/11.61

    Een tuchtrechtelijke procedure leent zich niet voor feitenonderzoek op grond waarvan zou kunnen worden vastgesteld dat verweerder de gestelde valsheid in geschrifte en/of fraude heeft gepleegd.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1587 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3470/10.100

    Een advocaat dient ook rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van de wederpartij. In casu kan niet worden vastgesteld dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1062 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.161

    Klager is in 2001 van de fiets gevallen en heeft zijn rechter pols gebroken. Hij bezoekt de SEH van het ziekenhuis en is aldaar gezien door een arts-assistent. Er worden röntgenfoto’s gemaakt waaruit wordt geconcludeerd dat sprake is van een zogeheten Collesfractuur. Er wordt een gispverband aangebracht door een verpleegkundige/gipsverbandmeester. Klager komt nog tweemaal voor controle. Enige tijd nadat het gisp is verwijderd, wordt reflexdystrofie vastgesteld bij klager. Een half jaar later wordt geconstateerd dat sprake is geweest van een verkeerde diagnose vanaf het begin: er was geen sprake van een Collesfractuur maar van een zogenaamde Smithfractuur. Een reconstructieve operatie van de pols wordt uitgevoerd. Klager verwijt –kort gezegd- dat een onzorgvuldige diagnose heeft plaatsgevonden en dat zijn pols verkeerd is behandeld door verweerder. Het RTG overweegt dat niet met zekerheid is vast te stellen dat verweerder de persoon was die het gispverband heeft aangelegd en wijst de klacht af. Het CTG bekrachtigt deze uitspraak omdat ook in hoger beroep niet is komen vast te staan dat verweerder de persoon was die bij het eerste consult –toen de diagnose werd gesteld en het gisp werd aangebracht- aanwezig was.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1056 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.068

    Klacht tegen huisarts. Klaagster verwijt huisarts dat deze geen adequaat onderzoek heeft verricht naar klachten in haar borsten en haar ten onrechte heeft gerustgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de maatregel van waarschuwing opgelegd. Hoger beroep huisarts. Het Centraal Tuchtcollege overweegt dat n iet in geschil is dat de huisarts klaagster lichamelijk heeft onderzocht en daarbij weliswaar een zwelling in de linkerborst heeft gevoeld, maar dat deze zwelling een afwijking betrof die overeenkwam met eerder in het ziekenhuis vastgestelde cysten. Bij die stand van zaken bestond er voor de huisarts geen aanleiding de zwelling aan te merken als een nieuwe klacht, zodat hij niet opnieuw het protocol, zoals de NHG-standaard die beschrijft bij een nieuwe klacht over pijn in de borst, hoefde te doorlopen. De huisarts heeft terecht de voorgeschiedenis van klaagster betrokken bij zijn diagnose en bij het bepalen van het behandelplan. Klachtonderdeel alsnog ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1063 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2009.258

    In eerste aanleg heeft klager een 7-tal klachten aangevoerd naar aanleiding van de wijze waarop de gz-psycholoog als deskundige de opdracht van de rechtbank heeft uitvoerd om -kort gezegd- tussen de ex-echtgenoten tot een omgangsregeling voor de kinderen te komen. De klachten komen er op neer dat klager twijfelde aan de onafhankelijkheid van de gz-psycholoog en dat hij zich door haar niet serieus genomen voelde. Een deel van de klachten is door het RTG gegrond verklaard. Klager heeft hoger beroep ingesteld m.b.t. de klachten die door het RTG ongegrond zijn verklaard. Het hoger beroep slaagt niet.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2011:YG1057 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag C2010.159

    De klacht betreft een arts die de functie bekleedt van directeur patientenzorg in een kliniek en die daarnaast (voor het grootste deel van de werktijd) samen met andere specialisten als arts in die kliniek werkzaam is. Door de klager, die bij een operatie in de kliniek ernstig verminkt is, wordt hem in hoofdzaak verweten dat hij heeft toegelaten dat die operatie werd uitgevoerd door een plastisch chirurg die niet als zodanig in Nederland geregistreerd was. Het regionale tuchtcollege oordeelt dat de arts ook in zijn hoedanigheid van directeur patientenzorg tuchtrechtelijk aansprakelijk kan zijn. Het legt hem een waarschuwing op omdat hij ten onrechte niet gecontroleerd had of de plastisch chirurg in Nederland was ingeschreven. Ook het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat het handelen van artsen in een bestuurlijke of leidinggevende functie in beginsel tuchtrechtelijk getoetst kan worden; wel moet voorkomen worden dat een arts aansprakelijk wordt gehouden voor keuzen in d e bedrijfsvoering waarvoor hem in zijn managementsfunctie in beginsel beleidsvrijheid toekomt. Ten aanzien van de klacht verenigt het Centraal College zich met het oordeel in eerste aanleg; het verwerpt het beroep van de arts.