Zoekresultaten 41071-41080 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2038 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.288

    Klager verwijt de psychiater dat hij niet bevoegd was tot het verrichten van het gevraagde onderzoek. Daarnaast heeft de psychiater de gezondheid en het arbeidsvermogen van klager beoordeeld op een wijze die niet in overeenstemming is met de professionele eisen, zo stelt klager. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat het repport op een aantal punten niet aan de professionele maatstaven voldoet zoals deze onder meer zijn vastgelegd in de destijds geldende Richtlijn psychiatrische rapportage van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. De klacht wordt gedeeltelijk gegrond verklaard; er wordt geen maatregel opgelegd omdat de psychiater op dat moment al meer dan vijf jaren zijn beroep niet meer uitoefent. Zowel klager als de psychiater komen in hoger beroep. Anders dan het Regionaal Tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat het onderhavige rapport, gelet op het doel waarvoor het is uitgebracht, een voldoende heldere indeling heeft en voldoende logisch, overzichtelijk en inzichtelijk is. Voorts is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de in het rapport vervatte anamnese voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege kan niet worden staande gehouden dat de arts bij het stellen van zijn diagnose en het aannemen van functionele beperkingen bij klager als keuringsarts is te kort geschoten. Het Centraal Tuchtcollege acht het beroep van de psychiater gegrond, vernietigt de beslissing in eerste aanleg en wijst de klacht alsnog af. Het beroep van klager wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2032 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.052

    Klacht tegen psychiater. Klager verwijt de psychiater dat zij conclusies heeft getrokken na een gesprek met klager van ongeveer twee uren waarbij die conclusies haaks staan op de conclusies van eerdere behandelaars en de huidige behandelend psychiater; dat zij deze afwijkende conclusies niet, althans niet deugdelijke motiveert; dat zij geen contact heeft opgenomen met de huidige behandelaar van klager hoewel dit wel geïndiceerd was en dat zij in het rapport een onjuiste aanhef heeft gebruikt. De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het Centraal Tuchtcollege geen aanleiding gegeven tot de vaststelling van andere feiten en tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van het Regionaal Tuchtcollege in eerste aanleg. Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg verwerpt het beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2012:YG2039 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2011.289

    Klager verwijt de psychiater dat hij niet bevoegd was tot het verrichten van het gevraagde onderzoek. Daarnaast heeft de psychiater de gezondheid en het arbeidsvermogen van klager beoordeeld op een wijze die niet in overeenstemming is met de professionele eisen, zo stelt klager. Het Regionaal Tuchtcollege is van oordeel dat het repport op een aantal punten niet aan de professionele maatstaven voldoet zoals deze onder meer zijn vastgelegd in de destijds geldende Richtlijn psychiatrische rapportage van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. De klacht wordt gedeeltelijk gegrond verklaard; er wordt geen maatregel opgelegd omdat de psychiater op dat moment al meer dan vijf jaren zijn beroep niet meer uitoefent. Zowel klager als de psychiater komen in hoger beroep. Anders dan het Regionaal Tuchtcollege is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat het onderhavige rapport, gelet op het doel waarvoor het is uitgebracht, een voldoende heldere indeling heeft en voldoende logisch, overzichtelijk en inzichtelijk is. Voorts is het Centraal Tuchtcollege van oordeel dat de in het rapport vervatte anamnese voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege kan niet worden staande gehouden dat de arts bij het stellen van zijn diagnose en het aannemen van functionele beperkingen bij klager als keuringsarts is te kort geschoten. Het Centraal Tuchtcollege acht het beroep van de psychiater gegrond, vernietigt de beslissing in eerste aanleg en wijst de klacht alsnog af. Het beroep van klager wordt afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA2717 Raad van Discipline Arnhem 12-21

    Verweerder heeft onvoldoende onderkend dat na de fout van zijn kantoorgenoot sprake was van een belangentegenstelling tussen klaagster en het kantoor, die het nodig maakte dat zijn optreden in een cassatieprocedure tot herstel van die fout expliciet met klaagster werd besproken. Het lag op de weg van verweerder om klaagster erop te wijzen dat zij onafhankelijk advies kon vragen. Het was immers niet denkbeeldig dat wanneer de cassatieprocedure in het nadeel van klaagster zou worden beslist het eigen belang van verweerder bij een zo laag mogelijke vaststelling van de schade in botsing kon komen met dat van klaagster bij een zo hoog mogelijke schadevaststelling. A is gegrond, b en c ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2022 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 150/2011

    Raadkamerbeslissing.Klacht tegen huisarts vanwege achterwege laten lichamelijk onderzoek bij mogelijke verdenking van seksueel misbruik bij jong kind en niet doorverwijzen. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2012:YH0260 Accountantskamer Zwolle 11/1868 Wtra AK

    Falende klachten over een persbericht dat door betrokkene is uitgebracht in reactie op onjuiste uitlatingen door klaagster over een rapport uitgebracht door de organisatie van betrokkene. Gelet op de aard van de beschuldigingen en het meermalen publiekelijk uiten daarvan, heeft betrokkene met zijn reactie de voor hem geldende grenzen van subsidiairiteit en proportionaliteit niet overschreden.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA2710 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch H 33 - 2012

    Klacht tav verrekening van declaraties met derdengelden niet -ontvankelijk nu hierop al eerder door de raad is beslist. Niet komen vast te staan dat verweerder stukken achteraf en dus valselijk heeft opgemaakt. Klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARN:2012:YA2718 Raad van Discipline Arnhem 12-23

    a. na beroepsfout – het niet op tijd uitbrengen van de dagvaarding bij het hof tot vaststelling van de schade - niet adviseren om onafhankelijk advies in te winnen maar in plaats daarvan de schuld voor het verval van instantie op klaagsters bordje te schuiven. Gegrond; klaagster nimmer op het bestaan van die termijn gewezen en evenmin hulp geboden bij het opstellen van begroting, iets waaraan zij overduidelijk behoefte had. Klacht gegrond. Berisping. b. procedure bij de rechtbank om zo gevolgen fout te herstellen niet bij voorbaat geheel kansloos; klacht ongegrond. c. geheimhoudingsplicht niet geschonden door zonder klaagsters toestemming alle door haar verstrekte stukken en informatie door te spelen aan de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar; klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRZWO:2012:YG2023 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle 251/2011

    Raadkamerbeslissing. Klacht tegen arts betreffende opname op een afdeling langdurige zorg voor ouderen met een multicomplexe (psychiatrische-, somatische- en/of sociale-) behandel- en/of zorgvraag, waarbij de diagnostiek in beginsel is afgerond. De klacht betreft onjuiste dossiervorming, onvoldoende diagnostiek en/of behandeling. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TACAKN:2012:YH0261 Accountantskamer Zwolle 11/2037 Wtra AK

    Onderzoek naar o.m. de integriteit van de ambtelijke organisatie van gemeente kwalificeert als een onderzoek met persoonsgerichte aspecten. In onvoldoende mate is aannemelijk geworden dat klager bij aanvang van het onderzoek of kort nadien op de hoogte is gesteld dat het onderzoek mede betrekking op zijn profesioneel handelen zou (kunnen) hebben en daaraan een kwalificatie zou (kunnen) worden gegeven, hetgeen in strijd met komt met de voor betrokkene geldende beginselen van integriteit, objectiviteit en deskundigheid en zorgvuldigheid. Het ontbreken in het rapport van een heldere, omlijnde omschrijving van de opdracht komt in strijd met het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid. Het verwijt dat klager niet is gehoord, treft geen doel. Gegrond verwijt dat in het geval van klager geen recht is gedaan aan het beginsel van wederhoor. Betrokkene behoefde niet het gehele conceptrapport aan klager voor te leggen, maar had wel de feitelijke bevindingen moeten voorleggen waarop het negatieve oordeel over het handelen van klager werd gebaseerd. Niet volstaan had mogen worden met het ten titel van wederhoor voorleggen van een aantal nadere vragen. Onterecht verwijt dat betrokkene niet zelf een oordeel over het handelen mocht geven, terwijl het voor de hand lag dat betrokkene geruchten juist wel in zijn onderzoek betrok. Onterecht verwijt over suggestief woordgebruik. De feitelijke bevindingen waarop het negatieve oordeel over het handelen van klager is gebaseerd, ontbreken bij de stukken van de tuchtprocedure. Aan de hand van overgelegde stukken en wat ter zitting is gebleken, blijkt voor twee van de vier onderwerpen wel een deugdelijke grondslag voor dat negatieve oordeel doch voor de twee andere onderwerpen kan zo'n grondslag niet worden vastgesteld. Dit is niet in overeenstemming met het voor betrokkene geldende fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid. Concluderend is betrokkene op vier onderdelen vaktechnisch tekort geschoten zodat vastgesteld moet worden dat betrokkene de uitvoering van een belangwekkend onderzoek met persoonsgerichte aspecten niet op orde had. Volgt maatregel van waarschuwing.