Zoekresultaten 34731-34740 van de 48335 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:204 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.4154/13.61

    Verweerder heeft tezamen met een andere advocaat een woning van klager gehuurd, waarin beiden een advocatenpraktijk uitoefenen. Klager beklaagt zich over het telkens te laat betaald worden van de huur en over een schriftelijke mededeling van verweerder dat hij wettelijk tot aan het einde van de maand heeft om de huur over te maken. Het eerste klachtonderdeel heeft betrekking op privégedragingen van verweerder in een civielrechtelijke aangelegenheid waardoor het vertrouwen in de advocatuur niet kan worden geacht te zijn geschaad. Het tweede klachtonderdeel betreft een rechtens evident onjuiste mededeling van verweerder, waardoor schade is toegebracht aan het vertrouwen in de advocatuur. Klacht gedeeltelijk gegrond. Enkele waarschuwing.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:255 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4298/13.205

    De klacht ziet op het feit dat verweerder klagers niet heeft vergezeld/bijgestaan ter zitting van 17 december 2012 van de Commissie bezwaar van de gemeente Boxmeer. Verweerder heeft ter zake onbetwist gesteld dat voornoemde zitting werd gehouden naar aanleiding van een nieuw besluit van de gemeente Boxmeer van 16 oktober 2012, ten aanzien waarvan verweerder nooit als advocaat van klagers is opgetreden.3.3 Een advocaat is niet verplicht op te treden in een zaak, waarvoor hij geen opdracht heeft aanvaard. Verweerder heeft gesteld dat hij het bedrag aan proceskostenvergoeding heeft ontvangen en als derdengelden heeft geboekt. Nu niet is gebleken dat verweerder de proceskostenvergoeding heeft aangewend voor de betaling van zijn declaratie dient de klacht kennelijk ongegrond te worden verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:236 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4353/13.260

    Klager verwijt verweerster dat zij de belangen van klager niet naar behoren heeft behartigd. Verweerster heeft onbetwist gesteld dat zij klager heeft voorgehouden dat het in zijn zaak de voorkeur verdiende om deze te regelen.Verweerster heeft voorts aangevoerd dat klager zelf het schikkingsbedrag heeft voorgesteld. Klager heeft dat erkend en niet is gebleken van omstandigheden op grond waarvan verweerster had moeten begrijpen dat klager er eigenlijk niet voor voelde om überhaupt een regeling te treffen en dus eigenlijk ook niet achter zijn eigen voorstel stond. Uit de stukken kan niet worden afgeleid dat verweerster klagers wederpartij in de kaart heeft willen spelen c.q. op de hand van de wederpartij was. Deze verdachtmaking is op geen enkele wijze door klager nader onderbouwd. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:217 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4289/13.196b

    Verweerster heeft onweersproken gesteld dat zij in december 2010 de behandeling van de zaak van mr. Z. heeft overgenomen. Zij heeft erkend dat het 1,5 maand heeft geduurd voordat zij de zaak heeft opgepakt. Voor die gang van zaken heeft zij haar verontschuldigingen aan klagers aangeboden. Bij brieven van 14 februari en 11 maart 2011 heeft verweerster klagers gemotiveerd verzocht haar stukken toe te sturen ter onderbouwing van hun vordering. Verweerster heeft onweersproken gesteld dat klagers aan dat verzoek geen gevolg hebben gegeven. Gelet daarop kan niet worden vastgesteld dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld heeft. De klacht is kennelijk ongegrond verklaard.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:249 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4305/13.212

    Het verweten handelen van verweerder heeft zes jaar geleden plaatsgevonden. De stelling van klager dat hij nooit is gewezen op de mogelijkheid een klacht tegen een advocaat te kunnen indienen, is geen omstandigheid die het lange wachten rechtvaardigt en zwaarder zou moeten wegen dan toepassing van het beginsel van rechtszekerheid. Klacht kenneljik niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRARL:2013:56 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 117/13

    Wrakingsverzoek dient onderbouwd te worden met objectief vast te stellen feiten en omstandigheden waaruit zou blijken dat gewraakte lid van de raad niet onbevangen of neutraal zou kunnen oordelen in de klachtzaak. Wrakingsverzoek afgewezen.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:160 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.4052/12.214

    Klacht over een mogelijk tegenstrijdig belang komt niet toe aan de wederpartij, nu de cliënten van de advocaat zich niet over diens optreden beklagen. Klacht over de informatieverstrekking door de advocaat aan zijn Duitse opdrachtgever gaat klager niet aan en hij heeft bij zijn klacht geen belang. Het doorzetten van een aandeelhoudersvergadering, waarin klager als bestuurder zou worden ontslagen, ondanks een brief van klager waarin hij meedeelde dat de oproep ongeldig was, brengt niet mee dat verweerder de grenzen van de hem toekomende vrijheid om de belangen van zijn cliënt te behartigen heeft overschreden. Klacht deels ongegrond, deels niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:141 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4152/13.59

    Klacht ingediend in augustus 2012 en later – vertaald uit het Engels - op 30 november 2012. Feiten waarover wordt geklaagd betreffen de periode van 2005 tot maart 2009. Redelijke termijn overschreden. Klacht niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:192 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4359/13.266

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Op basis van de stukken kan worden vastgesteld dat de verzekeraar bij brief van 21 september 2012 heeft aangegeven dat de schadeclaim niet verder in behandeling zal worden genomen. Hieruit volgt dat de kwestie wel degelijk is gemeld bij de verzekeraar. Niet kan worden vastgesteld dat verweerster (de gemachtigde van) klager onjuist heeft geïnformeerd. Dat verweerster de brief van de verzekeraar van 21 september 2012 niet eerder aan (de gemachtigde van) klager heeft toegestuurd, is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:173 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4383/13.290

    Klacht client jegens advocaat. Het behoort tot de taak van een advocaat belangrijke afspraken met de eigen cliënt zorgvuldig deugdelijk en dus uitvoerig vast te leggen. In casu had het op de weg van verweerster gelegen om in haar opdrachtbevestiging te benoemen op welke wijze alsmede op basis van welke gegevens zij had vastgesteld dat klager geen recht had op gefinancierde rechtsbijstand. In geval van twijfel had zij klager ook kunnen verwijzen naar de website van de raad van rechtsbijstand of zelfs naar aan andere advocaat die wel toevoegingszaken behandelt. Verweerster heeft dit niet gedaan, kennelijk omdat in haar beleving geen sprake was van twijfel. Mogelijk had een meer uitvoerige bevestiging de latere verwarring of klagers gevoel van onvrede kunnen voorkomen. In casu is de handelwijze van verweerster echter niet zodanig onzorgvuldig dat aan haar een tuchtrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Klacht kennelijk ongegrond.