Zoekresultaten 34711-34720 van de 48350 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:209 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4331/13.238

    Klager heeft gesteld dat verweerster tekort is geschoten in haar dienstverlening jegens klager. Verweerster heeft echter onbetwist gesteld dat klager eerst meer bewijs diende aan te leveren ter onderbouwing van zijn vordering. Op de hem toegezonden conceptbrief aan de wederpartij heeft klager niet gereageerd. De gedragingen van verweerster zijn niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Indien klager zich niet kon verenigen met de wijze waarop verweerster de zaak wenste aan te pakken, stond het hem vrij zich tot een opvolgend advocaat te wenden. Klacht kennelijk ongegrond. Deze beslissing is in afschrift op 8 oktober 2013 per aangetekende post verzonden aan: - klager - verweerster - de deken van de Orde van Advocaten bij de Hoge Raad der Nederlanden. Ingevolge artikel 46h van de Advocatenwet kunnen klager en de deken van de Orde van Advocaten bij de Hoge Raad der Nederlanden binnen veertien dagen na verzending van het afschrift van deze beslissing schriftelijk verzet doen bij de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Gravenhage, Postbus 85850, 2508 CN ’s-Gravenhage (faxnummer: 070-350 10 24). Het verzet wordt ingesteld door middel van indiening van een verzetschrift (in tweevoud), waarin de gronden van het verzet voorzien van een motivering worden omschreven. De termijn van 14 dagen begint op de dag volgend op die van verzending van de beslissing. Uiterlijk op de veertiende dag van die termijn moet het verzetschrift derhalve ontvangen zijn op de griffie van de Raad van Discipline. Verlenging van de termijn van 14 dagen is niet mogelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:190 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4352/13.259

    Klacht van client. Op basis van de tegenstrijdige stellingen en verklaringen van klager en verweerster en het ontbreken van het (volledige) dossier kan niet worden vastgesteld het verwijt van klager dat verweerster zijn belangen niet naar behoren heeft behartigd. Verweerster heeft gesteld dat zij op enig moment heeft moeten constateren dat zij de belangen van klager niet langer naar behoren kon behartigen. Verweerster heeft onbetwist gesteld dat zij klager hiervan in kennis heeft gesteld en daarbij aangegeven dat zij een andere – gespecialiseerde – advocaat bereid had gevonden klagers dossier over te nemen, hetgeen ook is geschied. De gedragingen van verweerster zijn niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:171 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4379/13.286

    Klacht client. Op basis van de stukken kan niet worden vastgesteld dat verweerder tekort is geschoten in de behartiging van klagers belangen. Voor zover klagers daarover een meer inhoudelijk oordeel wensen, dienen zij zich te wenden tot de civiele rechter. Voor zover klagers hebben bedoeld te klagen over het feit dat verweerder onzorgvuldig zou hebben gehandeld bij de behartiging van klagers belangen, is dit verwijt door verweerder gemotiveerd weersproken en onvoldoende door klagers onderbouwd. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:152 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4398/13.305

    Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder heeft in zijn pleitaantekeningen een en ander opgenomen over de vraag of klager wel de juridische vader van wijlen zijn dochter zou zijn. Deze vraag betreft een juridische vraag, waarover naar de mening van de voormalige echtgenote van klager onduidelijkheid bestond. Het feit dat verweerder deze kwestie namens zijn cliënte aan de orde stelt, is niet onnodig grievend. Klachtenonderdelen kenneljik ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:133 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3909/12.37

    Verzet. Raad verenigt zich met het oordeel van de plaatsvervangend voorzitter dat klaagster geen althans onvoldoende tuchtrechtelijk relevant belang heeft bij de door haar ingediende klacht. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:184 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4189/13.96

    Door de raad wordt de beslissing van de voorzitter onderschreven. Klaagster heeft op geen enkele wijze haar klachtonderdelen nader onderbouwd, zodat de juistheid hiervan niet is komen vast te staan. Verzet is ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:165 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.4227/13.134

    Het verzet van klager tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van 8 juli 2013 wordt ongegrond verklaard. Hetgeen klager in het verzet heeft aangevoerd, is niet meer dan een uitwerking en herhaling van de eerdere klacht en dit leidt niet tot een ander oordeel dan de plaatsvervangend voorzitter heeft gegeven.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:146 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 3553/10.183

    Wrakingsverzoek(en). Verweerders maakten deel uit van de kamer van de Raad van Discipline die op 11 februari 2013 zitting hield. Uit het proces-verbaal blijkt dat alle feiten die aan de wrakingsverzoeken ten grondslag zijn gelegd, zich tijdens deze zitting hebben voorgedaan. Verzoeken eerst ingediend op respectievelijk 11 maart en 17 april 2013. Niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:197 Raad van Discipline 's-Gravenhage R.4147/13.54

    De advocaat heeft voor klager een drietal zaken behandeld op het gebied van schadevergoeding. Niet is gebleken van onvoldoende zorgvuldigheid in de uitvoering van de opdracht, noch van traag handelen. Klacht in alle onderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2013:178 Raad van Discipline 's-Gravenhage R. 4325/13.232

    Handelen advocaat in hoedanigheid van deken. Verweerder heeft onbetwist gesteld dat hij in het kader van het onderzoek naar de klacht van klaagster tegen de kantoorgenoot van verweerder bij brief van 13 juni 2013 het onderzoek van deze klacht heeft overgelaten aan de waarnemend deken. Verweerder was hiertoe op grond van artikel 46c lid 3 Advocatenwet bevoegd. Ten aanzien van klaagsters klacht over het feit dat verweerder zich ten onrechte zou hebben ingelaten met de klacht van klaagster tegen de voormalig deken van de Orde van Advocaten in het toenmalig arrondissement Dordrecht is reeds een oordeel gegeven door het Hof van Discipline . Ten aanzien van dit klachtonderdeel geldt de “ne bis in idem” regel en kan klaagster niet twee keer over hetzelfde feitencomplex met succes klagen. Klager stelt dat verweerder zich ongepast en neerbuigend over klaagster uitlaat. De voorzitter oordeelt dat de uitlatingen van verweerder dat klaagster een “veel klager” is, in de gegeven omstandigheden niet onjuist of onnodig grievend is. Deze kwalificatie vindt grondslag in feiten, die de voorzitter ambtshalve bekend zijn.