Zoekresultaten 21711-21720 van de 47477 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:13 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-989/DB/LI

    Klager was reeds in 2011 op de hoogte van de verklaring van getuige X dat er sprake was van een betalingsachterstand van de vennootschap van klager en de door verweerder daaraan verbonden conclusie. Klacht daarover in 2017 is op grond van art. 46g lid 1 sub 4 niet-ontvankelijk. Klacht niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:23 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170186

    Gegronde klacht over eigen advocaat. Wanneer een advocaat geconfronteerd wordt met onvoorziene omstandigheden waardoor hij niet zelf in staat is de bijstand te verlenen die hij aan zijn cliënt heef toegezegd (i.c. het bijwonen van een comparitie en het houden van een voorbespreking voorafgaand aan die comparitie), behoort hij alles in het werk te stellen om de mogelijke negatieve gevolgen voor zijn cliënt te ondervangen. Daarin is verweerster tekortgeschoten. Waarschuwing en kostenveroordeling. Bekrachtiging.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:17 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170245

    Dekenbezwaar. Verweerster heeft zonder opdracht een verzoekschriftprocedure gestart. Dat is tuchtrechtelijk verwijtbaar. Schrapping.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:14 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-1033/DB/OB

    Deken komt de bevoegdheid toe om aan advocaten op wie hij toezicht uitoefent om inzage in dossiers te vragen. Valt onder geheimhoudingsplicht van de deken. Deken heeft gehandeld overeenkomstig zijn toezichthoudende taak. Klacht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:30 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170217

    Klaagster is een incassobureau en heeft een belang gekocht in een vordering van een mevrouw, voor wie verweerder als advocaat in de civiele procedure optreedt. Tussen klaagster en mevrouw is een geschil ontstaan over de afwikkeling van de door mevrouw bij haar wederpartij geïncasseerde gelden. Klaagster verwijt verweerder dat hij gedragsregels 10, 8, 29, 23, 24 en 26 heeft geschonden. De centrale vraag in hoger beroep is of klaagster (mede) als cliënt van verweerder moet worden beschouwd. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend. De klacht is ongegrond.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:24 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170309

    Verzoek om aanwijzing van een advocaat ex artikel 13 Advocatenwet. Het beklag is ongegrond. De zaak van klaagster is door meerdere advocaten beoordeeld. De door de deken aangewezen advocaat heeft na verkregen medisch advies een gemotiveerd negatief advies aan klaagster verstrekt. De door de deken aan de toewijzing van de advocaat verbonden voorwaarden zijn niet ongebruikelijk of onredelijk. Mede gelet op de uit het dossier blijkende voorgeschiedenis stond het de deken vrij om niet opnieuw een advocaat aan te wijzen.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:18 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170258

    Tussenbeslissing. Dekenbezwaar. Het hof acht, net als de raad, het verwijt dat verweerder in strijd met gedragsregels 36 en 37 heeft gehandeld, gegrond aangezien verweerder zonder mededeling vooraf het gesprek met de deken wenste op te nemen en de deken heeft belet zijn toezichthoudende taak uit te oefenen. Het hof passeert de stelling van verweerder dat hij het dekenonderzoek niet heeft kunnen frustreren omdat geen aankondiging van een dekenonderzoek is geweest. Uit gedragsregel 37 volgt dat een advocaat niet alleen bij een tuchtrechtelijk onderzoek maar ook bij een verzoek om informatie van de deken dat met een mogelijk tuchtrechtelijk onderzoek of een aan de deken opgedragen controle verband houdt, verplicht is alle gevraagde gegevens aanstonds te verstrekken. Een aankondiging van een dekenonderzoek is daarvoor niet nodig. Met betrekking tot de klacht dat verweerder ten onrechte toevoegingen heeft aangevraagd of laten aanvragen op naam van een andere advocaat en daarmee misbruik heeft gemaakt van het systeem van gefinancierde rechtsbijstand, acht het hof het instellen van een nader onderzoek naar de feiten noodzakelijk, gelet op de ernst van het gemaakte verwijt en de onduidelijkheden. Het hof zal de andere advocaat en een medewerker van de Raad voor Rechtsbijstand als getuige horen.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:15 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-115/DB/ZWB

    Klager sub 2 is vanwege het ontbreken van een eigen belang bij de klacht niet-ontvankelijk. Gehandeld in strijd met gedragsregel 27 lid 7 door zonder voorafgaand overleg met de deken ten laste van klager sub 1, zijnde een voormalig cliënt, conservatoir beslag te leggen. Niet gebleken van onjuistheden in beslagrekest waardoor beslagrechter op oneigenlijke gronden verlof heeft verleend. Klachtonderdelen 3 tot en met 6 zijn niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn ex artikel 46g lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet. Deels niet-ontvankelijk, deels ongegrond, deels gegrond. Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:25 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170271

    De klacht dat verweerster stukken heeft ingebracht in de echtscheidingsprocedure tussen klager en zijn (ex-)echtgenote, terwijl zij deze stukken van klager heeft gekregen in het kader van het eerder gevoerde kort geding tot ontruiming waarin zij klager als advocaat heeft bijstaan, is ook in hoger beroep ongegrond. Hetzelfde geldt voor de klacht dat verweerster dat zich onnodig grievend over klager heeft uitgelaten. Bekrachtiging

  • ECLI:NL:TAHVD:2018:19 Hof van Discipline 's-Hertogenbosch 170136

    Tussenbeslissing. Klagers zijn niet-ontvankelijk in hun klacht dat verweerder een verborgen rekening claimt die een aantal niet traceerbare uren en dubieuze werkzaamheden bevat, aanzien het hof reeds over dit verwijt heeft geoordeeld (ne bis in idem), althans voor zover de klacht nieuwe aspecten bevat in vergelijking met de eerdere klacht de termijn van drie jaar van artikel 46g lid 1 sub a Advocatenwet is verstreken. De klacht dat verweerder niet duidelijk heeft gemaakt op basis van welke stukken de raad van toezicht de door hem verrichte werkzaamheden zou hebben goedgekeurd, is ongegrond nu verweerder niet kan worden verweten dat klagers niet op de hoogte waren van het ingediende begrotingsverzoek en zij door de raad van toezicht niet naar hun standpunt zijn gevraagd. Ten aanzien van de klacht dat verweerder meineed zou hebben gepleegd, overweegt het hof dat niet kan worden vastgesteld wat is gebeurd nu de verklaringen van klagers en verweerder tegenover elkaar staan. Het hof heeft de deken opdracht gegeven om nader onderzoek in te stellen. Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.