Zoekresultaten 21331-21340 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:129 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-248

    Verweerder heeft naar het oordeel van de raad in strijd gehandeld met de kernwaarde geheimhouding ex artikel 10a lid 1 sub d Advocatenwet door een abusievelijk ontvangen vertrouwelijke e-mail van de advocaat van de wederpartij met zijn cliënt, ondanks verzoeken om die e-mail te vernietigen, toch te gebruiken in een kortgedingprocedure tegen die wederpartij. Van onnodige grievende uitlatingen jegens klagers is de raad niet gebleken. De raad is voorts niet gebleken dat verweerder een rol heeft gehad in de verplaatsing van de vrachtwagen van klagers door de gerechtelijk aangewezen bewaarder naar een andere plaats. Ook overigens ziet de raad niet in op grond waarvan verweerder als beslagleggend advocaat verantwoordelijk zou zijn voor de wijze van uitvoering van een op zijn verzoek gelegd beslag, bij gebreke van onderbouwing daarvan. Voorwaardelijke schorsing voor drie maanden, mede vanwege bekendheid van de raad met acht gelijktijdig lopende klachtzaken jegens deze verweerder met hetzelfde patroon, waarvan 7 eveneens op 11 juni 2018 (grotendeels) gegrond zijn geoordeeld.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:86 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-828/DB/ZWB

    Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:136 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-687

    Verweerder heeft in strijd met de mededeling in zijn dagvaarding, dat op de eerst dienende dag bij akte de producties door hem zullen worden overgelegd, die producties niet gelijktijdig aan klaagsters gestuurd en daarmee in strijd gehandeld met gedragsregel 15 lid 1 (oud). De raad oordeelt voorts dat de directe gevolgen van deze niet tijdige toezending voor de voorbereiding en de behandeling van de kantonzaak door klaagster sub 2 en voor de beoordeling van klaagsters of wellicht beter een regeling in der minne diende te worden getroffen na kennisname van die producties, geen zelfstandige schending van andere gedragsregels opleveren. Voorwaardelijke schorsing voor drie maanden, mede vanwege bekendheid van de raad met acht gelijktijdig lopende klachtzaken jegens deze verweerder met hetzelfde patroon, waarvan 7 eveneens op 11 juni 2018 (grotendeels) gegrond zijn geoordeeld.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:87 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-508/DB/OB 17-509/DB/OB 17-510/DB/OB

    De voorzitter heeft terecht geoordeeld dat klager niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn klachten waarop reeds eerder onherroepelijk door de tuchtrechter is beslist. Advocaat in hoedanigheid van vereffenaar heeft door het niet beantwoorden van een vijftal brieven het vertrouwen in de advocatuur niet geschaad, nu de kantonrechter hem had bericht dat hij het niet in belang van de vereffening achtte om door beantwoording van de brieven kosten te maken. Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:130 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-594

    Verweerder heeft als advocaat van de wederpartij van klagers in strijd gehandeld met gedragsregel 15 lid 1 (oud) door processtukken in twee (gevoegd behandelde) zaken niet gelijktijdig naar de kantonrechter en de advocaat van de wederpartij te (laten) sturen. Een advocaat is immers verantwoordelijk voor zijn medewerkers. Dat verweerder over die gelijktijdige verzending van de stukken de kantonrechter bewust onjuist heeft geïnformeerd tijdens de comparitie - en aldus in strijd heeft gehandeld met gedragsregel 30 - is de raad niet gebleken. Daarnaast mocht verweerder als partijdige belangenbehartiger namens zijn cliënten de stellingen en feiten aanvoeren zoals hij dat heeft gedaan, zonder daarbij de belangen van klagers te schaden. Voorwaardelijke schorsing voor drie maanden, mede vanwege bekendheid van de raad met acht gelijktijdig lopende klachtzaken jegens deze verweerder met hetzelfde patroon, waarvan 7 eveneens op 11 juni 2018 (grotendeels) gegrond zijn geoordeeld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:137 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-688

    Twee advocaten klagen over de handelwijze van verweerder, waarbij klaagster niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar klachten wegens ontbreken van een eigen belang daarbij. Wat betreft klager is de raad van oordeel dat verweerder jegens hem in strijd heeft gehandeld met gedragsregel 15 lid 1 (oud) door niet gelijktijdig verschillende stukken aan de rechter als ook aan klager toe te sturen, alsmede heeft verweerder in strijd gehandeld met gedragsregel 12 (oud) door confraternele correspondentie, zonder toestemming van klager, in het geding te (laten) brengen. De gestelde persoonlijke omstandigheden aan de zijde van verweerder kunnen geen rechtvaardiging zijn dat hij onvoldoende toezicht heeft kunnen houden of zijn medewerkers de hun opgedragen taken tijdens zijn afwezigheid op juiste wijze hebben verricht. Verweerder had in die omstandigheden de noodzakelijke maatregelen tot vervanging moeten nemen als verantwoordelijk advocaat. Van spreken van onwaarheid door verweerder, waardoor de rechter is misleid, is de raad niet gebleken. Voorwaardelijke schorsing voor drie maanden, mede vanwege bekendheid van de raad met acht gelijktijdig lopende klachtzaken jegens deze verweerder met hetzelfde patroon, waarvan 7 eveneens op 11 juni 2018 (grotendeels) gegrond zijn geoordeeld.

  • ECLI:NL:TADRSHE:2018:88 Raad van Discipline 's-Hertogenbosch 17-892/DB/OB

    Advocaat heeft tijdens een comparitie van partijen een niet onaannemelijk standpunt van haar cliënte verwoord. Advocaat heeft gehandeld binnen de grens die haar als advocaat van de wederpartij toekwam. Klacht ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:131 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-682

    Gelet op de aard van een conservatoire maatregel, behoefde verweerder klager niet op voorhand te informeren alvorens tot betekening van het beslagrekest over te gaan, zodat hij niet in strijd heeft gehandeld met gedragsregel 19 (oud). Evenmin sprake van rauwelijks dagvaarden door verweerder, omdat klager nog voldoende tijd voor beraad had, alhoewel sprake was van weinig welwillendheid van verweerder. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad met de door hem gekozen bewoordingen in het beslagrekest en in de dagvaarding diverse onjuiste feiten geponeerd, waardoor de (voorzieningen)rechter mogelijk op het verkeerde been is gezet Dat een collega daarin werkzaamheden voor verweerder heeft gedaan, disculpeert verweerder niet. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad ook het vereiste van extra zorgvuldigheid bij het verstrekken van juiste informatie in het beslagrekest geschonden (gedragsregel 30 oud). Het niet meebetekenen van producties bij een dagvaarding is niet tuchtrechtelijk verwijtbaar, maar verweerder had die producties daarna gelijktijdig aan de rechter en aan de advocaat van klager moeten sturen, omdat hij wist, dan wel had kunnen weten, dat klager werd bijgestaan door een gemachtigde. Daarmee heeft verweerder in strijd gehandeld met gedragsregel 15 lid 1 (oud) en onnodig de belangen van klager geschaad. Voorwaardelijke schorsing voor drie maanden, mede vanwege bekendheid van de raad met acht gelijktijdig lopende klachtzaken jegens deze verweerder met hetzelfde patroon, waarvan 7 eveneens op 11 juni 2018 (grotendeels) gegrond zijn geoordeeld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:132 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-683

    Verweerder heeft de kantonrechter in zijn fax onjuist geïnformeerd door daarin te stellen dat hij namens zijn cliënte een tegenaanbod heeft gedaan aan klaagster om de zaak op de rol te laten doorhalen tegen vergoeding van het liquidatietarief, terwijl van een dergelijk aanbod tot dat moment feitelijk geen sprake is geweest. Daarmee heeft verweerder de grenzen van de hem, als advocaat van de wederpartij toekomende vrijheid, overschreden jegens klaagster en tuchtrechtelijk verwijtbaar gehandeld. Gedragsregel 30 (oud). Voorwaardelijke schorsing voor drie maanden, mede vanwege bekendheid van de raad met acht gelijktijdig lopende klachtzaken jegens deze verweerder met hetzelfde patroon, waarvan 7 eveneens op 11 juni 2018 (grotendeels) gegrond zijn geoordeeld.

  • ECLI:NL:TADRARL:2018:133 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 17-684

    Klager verwijt verweerder documenten bij het gerechtshof te hebben ingediend waarvan hij wist, dan wel had kunnen weten, dat het gerechtshof daarmee op het verkeerde been gezet zou worden en dat tot een onjuiste voorstelling van zaken zou leiden. Niet is komen vast te staan wat tijdens de zitting bij het gerechtshof tussen partijen is besproken en afgesproken. Evenmin is komen vast te staan dat verweerder door het zwartmaken van passages in zijn nagezonden documenten van zijn cliënte het gerechtshof op het verkeerde been heeft gezet, nu voor de raad onduidelijk is gebleven of het gerechtshof aandacht had voor de situatie met de paarden zoals die was ten tijde van de beslaglegging of juist voor de situatie van de paarden ten tijde van de zitting in hoger beroep. Klacht ongegrond.