Zoekresultaten 21131-21140 van de 48158 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:204 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.017

    Klacht tegen een verpleegkundige in zijn hoedanigheid van verpleegkundig manager van een afdeling. Het Regionaal Tuchtcollege heeft klager deels niet-ontvankelijk verklaard in zijn klacht en de klacht voor het overige ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege vernietigt de beslissing, verklaart klager ontvankelijk in zijn gehele klacht (tweede tuchtnorm) en verklaart de klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:102 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2017-219

    Ongegronde klacht tegen een uroloog. De uroloog hoefde niet bedacht te zijn op een fragiele en zeer dunne urineleider tijdens een flex-URS, omdat dit zelden voorkomt. Van de complicatie, een langgerekte scheur van 10 cm van de urineleider waarvoor een open hersteloperatie noodzakelijk was, kan het College niet vaststellen dat die is ontstaan door onzorgvuldig handelen van de uroloog. Een verdoezeling hiervan is niet komen vast te staan. Een direct oorzakelijk verband tussen de ingreep en de later ontstane gynaecologische klachten ziet het College niet. De uroloog kan er voorts niet verantwoordelijk voor worden gehouden dat zijn dochter de door het ziekenhuis geconsulteerde psycholoog bleek te zijn. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:80 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/440

    Klaagster is door een bedrijfsarts gezien naar aanleiding van een ontslagprocedure bij haar werkgever. Klaagster verwijt verweerder onzorgvuldigheid in terugkoppelingen en het achterhouden van informatie. Tevens verwijt ze hem onder andere valsheid in geschrifte en partijdigheid. Deels gegrond, waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZRSGR:2018:103 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag 2018-071

    Ongegronde klacht van de IGJ tegen een uroloog. De klacht gaat over een niet opgemerkte torsio testis bij een minderjarige patiënt. De IGJ verwijt de uroloog dat hij tekort is geschoten in de zorg door de patiënt niet zelf te zien en af te wijken van het Stroomschema Acuut Scrotum. Ook wijst de IGJ erop dat de uroloog in een soortgelijke zaak een waarschuwing opgelegd heeft gekregen. Ten eerste wijst het College erop dat laatstgenoemde niet betekent dat het handelen van die arts in een volgende tuchtzaak aan een andere, strengere norm moet worden getoetst. De uroloog mocht in casu afwijken van het Stroomschema omdat het momentum waarvoor het is bedoeld, ruimschoots was verstreken. De uroloog mocht ook vertrouwen op de juistheid van de door een collega-uroloog eerder vastgestelde diagnose epididymitis, omdat de echo niet wees op torsio testis. De uroloog kon in deze omstandigheden derhalve volstaan met een afwachtend beleid met wijziging van de antibiotica en het geven van een telefonisch advies aan de SEH-arts. Klacht afgewezen.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:81 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/078

    Klaagster was in behandeling bij verweerster als zijnde bedrijfsarts. Klaagster verwijt verweerster dat zij zich heeft voorgedaan als bedrijfsarts, terwijl zij bedrijfsarts in opleiding was. Tevens verwijt zij verweerster dat zij onzorgvuldig met haar dossier is omgegaan. Klaagster heeft ook het gevoel dat verweerster niet onafhankelijk was. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:82 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2018/081

    Klager verwijt verweerder dat hij zich ondanks de bezwaren van klager niet heeft terug getrokken als bedrijfsarts van klager. Ook verwijt hij hem onzorgvuldig handelen tijdens het onderzoek. Gegrond, berisping.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:83 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/458

    Klager verblijft in een penitentiaire inrichting en dient een klacht in tegen de bedrijfsarts. Hij verwijt de arts dat hij hem ten onrechte arbeidsgeschikt heeft verklaard voor de (hand)arbeid in de inrichting. De bedrijfsarts heeft volgens klager de bevindingen van de neuroloog niet meegenomen in zijn advies, daaruit blijkt juist dat klager niet arbeidsgeschikt is voor de handarbeid. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:42 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/19

    Klacht tegen huisarts, ingediend door dochter van een overleden patiënt. Klaagster verwijt verweerder dat hij nalatig is geweest in de behandeling. Patiënt, die eerder bekend was met longkanker, raakte sterk vermagerd en kreeg in toenemende mate moeite met eten. In een periode van zestien maanden is onvoldoende onderzoek verricht, waardoor niet werd geconstateerd dat patiënt een of meer maagzweren had. Eerdere diagnose en behandeling zou patiënt lichamelijke achteruitgang en veel leed hebben bespaard, zo stelt klaagster. Verweerder stelt dat hij verscheidene malen bloedonderzoek heeft laten verrichten, waaruit geen oorzaak van vermagering bleek. Verweerder nam aan dat de vermagering het gevolg was van onvoldoende eten vanwege toenemende geheugenstoornissen. Verweerder stelt de indruk te hebben gekregen dat patiënt, na de eerdere zware behandeling voor longkanker, geen verder onderzoek en behandeling wenste, maar heeft nagelaten dit (uitdrukkelijk) te bespreken met patiënt en nagelaten verder beleid te formuleren. Het college is van oordeel dat verdieping van de anamnese en nader onderzoek naar de klachten van patiënt geïndiceerd was. Klacht gegrond; oplegging van een waarschuwing.

  • ECLI:NL:TNORAMS:2018:12 Kamer voor het notariaat Amsterdam 610633/NT 16-39

    Ten aanzien van het eerste klachtonderdeel, het verwijt dat de oud-notaris de vennootschap niet uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel heeft uitgeschreven, overweegt de kamer dat dit klachtonderdeel gegrond is. Het verweer van de oud-notaris dat de belastingadviseur en de boekhouder kennelijk de ontbinding en liquidatie van de vennootschap hebben genegeerd en dat de contacten met de boekhouder en de belastingadviseur via de mede-executeur, klager, liepen, ontslaat de oud-notaris immers niet van zijn eigen verantwoordelijkheid om er op toe te zien dat de vennootschap binnen redelijke termijn bij de Kamer van Koophandel wordt uitgeschreven. De oud-notaris heeft dit ook erkend en zijn verontschuldigingen daarvoor aangeboden. Met klager is de kamer dan ook van oordeel dat de oud-notaris op dit punt onvoldoende voortvarend heeft gehandeld.

  • ECLI:NL:TGZRGRO:2018:43 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Groningen G2018/20

    Klacht tegen huisarts, ingediend door dochter van een overleden patiënte. Klaagster verwijt verweerder dat hij nalatig is geweest in de behandeling, door 1) oedeemvorming onvoldoende te behandelen en 2) bij het oproepen van een ambulance de komst van die ambulance niet af te wachten, terwijl de ambulance twee uur op zich heeft laten wachten. Verweerder stelt adequaat te hebben gehandeld, en dat patiënte reguliere consulten bij de cardioloog die enkele dagen tot twee weken later gepland stonden kon afwachten. Het college is van oordeel dat verdieping van de anamnese geïndiceerd was. Documentatie van anamnese, onderzoek en bevindingen was onzorgvuldig en onvolledig. Afwachtend beleid had uitdrukkelijk met patiënte besproken hebben moeten worden, evenals hoe geacteerd zou moeten worden bij wijzigingen in de tijd tot aan het consult bij de cardioloog, en de cardioloog zou van een en ander op de hoogte gesteld hebben moeten worden. Bij het oproepen van de ambulance heeft verweerder onvoldoende zorg gedragen voor een behoorlijke overdracht van patiënte en zich niet vergewist van de tijdige aankomst van de ambulance. Klachten gegrond; oplegging berisping in verband met een samenlopende gegrond bevonden klacht (onder kenmerk G2018/19).