Zoekresultaten 20591-20600 van de 48190 resultaten

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:209 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-482/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de waarnemend deken dat onvoldoende voortvarend is gehandeld in een klachtzaak tegen twee andere advocaten kennelijk ongegrond. Klacht hangt samen met klachtzaak 18-481.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:222 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-404/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen een voormalig kantoorgenoot gedeeltelijk kennelijk ongegrond en gedeeltelijk kennelijk niet-ontvankelijk.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:216 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-039/DH/DH

    Verweerster heeft voor het indienen van de faillissementsaanvraag onvoldoende onderzoek gedaan naar de gegrondheid van de door haar cliënten gestelde vordering op klaagster sub 1. Verweerster heeft daarmee onvoldoende oog gehad voor de belangen van klaagster sub 1 in een procedure met mogelijk verstrekkende gevolgen. Verweerster heeft verder onzorgvuldig gehandeld bij het indienen van aanhoudingsverzoeken bij de rechtbank, te meer nu zij zonder overleg aanhoudingsverzoeken is blijven indienen nadat klagers daarover hadden geklaagd. Waarschuwing

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:229 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-640/DH/RO

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de eigen advocaat kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:210 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-456/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht tegen de advocaat die een negatief cassatieadvies heeft uitgebracht kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:223 Raad van Discipline 's-Gravenhage 18-585/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over schending van vertrouwelijkheid door de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:204 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-306/DH/DH

    Verweerder heeft nagelaten om een deugdelijke en gemotiveerde probleemanalyse te maken van het geschil dat klaagster hem heeft voorgelegd. Verweerder heeft klaagster aldus onvoldoende geïnformeerd en geadviseerd. Verweerder heeft verder verzuimd om in de dagvaarding opgenomen stellingen deugdelijk te motiveren en te onderbouwen. Een en ander getuigt niet van handelen zoals dat een behoorlijk handelend advocaat betaamt en is tuchtrechtelijk verwijtbaar. De mate waarin klaagster hierdoor in haar belangen is geschaad in aanmerking genomen, acht de raad de maatregel van berisping passend.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2018:217 Raad van Discipline 's-Gravenhage 17-801/DH/RO

    Verzet ongegrond

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:275 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.034

    Klacht tegen verpleegkundige. Na een incident is de dochter van klager met haar moeder en twee andere kinderen van moeder vertrokken naar een geheim adres. Verweerder is als sociaal psychiatrisch verpleegkundige werkzaam op het politiebureau en is twee maal bij klager op huisbezoek geweest. Verweerder heeft na vertoon van een toestemmingsverklaring van klager op verzoek van de Raad voor de kinderbescherming informatie over klager verstrekt. De Raad heeft een rapportage opgesteld. De klacht houdt in dat verweerder, op basis van vooroordelen en rapporten die zijn opgesteld zonder klager te kennen, een gelogen verklaring heeft afgelegd bij de Raad voor de Kinderbescherming. Het Regionaal Tuchtcollege heeft niet kunnen vaststellen of verweerders verklaringen gelogen zijn, maar heeft wel geoordeeld dat de informatieverstrekking door de verpleegkundige aan de Raad voor de Kinderbescherming onvoldoende zorgvuldig is geweest en heeft de klacht in zoverre gegrond verklaard en aan verweerder daarvoor de maatregel van waarschuwing opgelegd. Klager is in principaal beroep gekomen voor zover de klacht ongegrond is verklaard en verweerder heeft incidenteel beroep ingesteld. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het principaal en het incidenteel beroep.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:276 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.211

    Klacht tegen een verpleegkundig specialist geestelijke gezondheidszorg. De klacht bestaat uit verschillende klachtonderdelen. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klachtonderdelen die betrekking hebben op (het bespreken van) het gebruik van mirtazapine en Risperdal en (on)duidelijkheid over het hoofdbehandelaarschap gegrond verklaard en de verpleegkundig specialist daarvoor een waarschuwing opgelegd. Voor het overige (onjuiste diagnose/behandeling, schending beroepsgeheim, algehele opstelling en aanpak van de behandeling en frauduleus handelen met behandelplan) is de klacht afgewezen. Klager is in beroep gekomen. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep.