Zoekresultaten 20011-20020 van de 47599 resultaten

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:271 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.443

    Klacht tegen een psychotherapeut. Klaagster verwijt de psychotherapeut dat hij een seksuele relatie met haar is aangegaan terwijl zij psychisch zwak was, dat de behandeling niet adequaat is geweest, dat hij de slachtofferrol aanneemt, dat hij geen (goede) diagnose heeft gesteld en dat de dossiervoering onvoldoende was. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de doorhaling bevolen van de inschrijving van de psychotherapeut in het BIG-register en voor het geval hij niet is ingeschreven hem het recht ontzegt om wederom in dit register te worden ingeschreven. Verder heeft dat College bij wijze van voorlopige voorziening de inschrijving in het BIG-register van de psychotherapeut geschorst. Het beroep van de psychotherapeut is gericht tegen de zwaarte van de hem opgelegde maatregel. Het Centraal Tuchtcollege is voldoende overtuigd dat de psychotherapeut, met behulp van de reeds door hem gevolgde (psycho)therapieën, ten tijde van de behandeling in beroep wel voldoende inzicht heeft verkregen in het hoe en waarom van zijn grensoverschrijdende gedrag jegens klaagster, dat hij inzicht heeft in hoe en waarom hij tot het grensoverschrijdend gedrag is gekomen en dat hij bereid en gemotiveerd is om de door hem aangevangen therapie te continueren. Bij dit oordeel weegt tevens mee dat de psychotherapeut reeds ruim twintig jaar als arts werkzaam is geweest, dat hij niet eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld en dat evenmin is gebleken dat de psychotherapeut eerder grensoverschrijdend heeft gehandeld. Het Centraal Tuchtcollege acht de maatregel van schorsing van zijn inschrijving in het BIG-register voor de maximale duur van één jaar passend en vernietigt de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege in zoverre.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:272 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.093

    Klacht tegen een verpleegkundige. Klaagster heeft een klacht ingediend namens haar overleden echtgenoot (hierna: patiënt). Bij patiënt is een stuk dikke darm verwijderd en een ileostoma aangelegd door middel van een ischaeische darm. De operatie verliep ongecompliceerd. Twee dagen na de operatie had de verpleegkundige de verpleegkundige zorg voor patiënt. De dag daarna is patiënt na een postoperatieve ileus (darmobstructie) overleden. Klaagster verwijt de verpleegkundige onder meer dat hij geen acht sloeg op symptomen die op een ileus wezen, dat hij niet vaak genoeg de maagretentie heeft bepaald volgens het protocol en dat hij (te) weinig empathie jegens klaagster en haar kinderen heeft getoond. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep en sluit zich aan bij het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege .

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:20 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/74

    Dierenarts handelt bij een röntgenlogische keuring van een paard niet overeenkomstig de redelijk bekwame beroepsuitoefening, onder meer door in het keuringsrapport voorbarig en zonder voorbehoud te noteren dat een fragment geen probleem zou opleveren bij gebruik van het paard in de sport . Waarschuwing.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:273 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.094

    Klacht tegen een arts. Klaagster heeft een klacht ingediend namens haar overleden echtgenoot (hierna: patiënt). Bij patiënt is een stuk dikke darm verwijderd en een ileostoma aangelegd door middel van een ischaeische darm. De operatie verliep ongecompliceerd. Twee dagen na de operatie had de arts middag en avonddienst als zaalarts. De dag daarna is patiënt na een postoperatieve ileus (darmobstructie) overleden. Klaagster verwijt de arts onder meer dat zij geen dan wel de verkeerde diagnose heeft gesteld, dat zij geen adequaat onderzoek heeft gedaan, dat zij (te) weinig empathie jegens klaagster en haar kinderen heeft getoond en dat zij niets over patiënt of zijn klachten in het dossier heeft geschreven. Het Regionaal Tuchtcollege wijst de klacht af. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep en sluit zich aan bij het oordeel van het Regionaal Tuchtcollege . Het Centraal Tuchtcollege benadrukt ten overvloede dat een arts een eigen dossierplicht heeft en dat hij in beginsel zelf zijn bevindingen, overwegingen, en/of de door hem uitgevoerde verrichtingen in het dossier noteert, een en ander voor zover dit voor een goede hulpverlening aan de patiënt noodzakelijk is.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:21 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/84

    Dierenarts wordt verweten onvoldoende onderzoek te hebben verricht naar de oorzaak van sinds 2012 herhaaldelijk door klager gemelde gezondheidsklachten bij zijn hond, waardoor zou zijn verzuimd de diagnose chronisch nierfalen te stellen. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:274 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2017.536

    De Inspectie verwijt de arts, (inschrijving op eigen verzoek doorgehaald), schending van de tweede tuchtnorm door (zakelijk weergegeven): a. zeer risicovol te handelen met het verstrekken en intraveneus toedienen van een hoge dosering methamfetamine aan een hem onbekende chemsekspartner. Deze partner is overleden. Hierbij is van belang dat hij onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de tolerantie voor methamfetamine bij deze partner en de gebruikte methamfetamine niet op zuiverheid heeft laten onderzoeken. Verweerder heeft de chemseks voorbereid en zich als arts gepresenteerd. Toen de partner begon te schokken maar desondanks verder wilde met de seks, heeft verweerder niet zelf besloten te stoppen. b. in strijd met de geneesmiddelenwet (buitenlandse) geneesmiddelen in voorraad in huis te hebben. Voorts in strijd te hebben gehandeld met de Opiumwet met de aanwezigheid van o.m. methamfetamine. Voorts heeft hij zich langdurig medicijnen laten voorschrijven zonder deze (volledig) te willen gebruiken, hetgeen in strijd is met artikel 11 van de gedragsregels voor artsen van de KNMG; c. het uitschrijven, ondertekenen en afhalen van negen recepten, inclusief zestien herhalingsrecepten op naam (en papier) van een ander ten behoeve van zichzelf. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht gegrond verklaard; aan verweerder het recht om wederom in het BIG register te worden ingeschreven ontzegd; bepaald dat deze ontzegging onmiddellijk van kracht wordt en de publicatie gelast. Het Centraal Tuchtcollege verwerpt het beroep van de arts, handhaaft de ontzegging van het recht tot wederinschrijving en gelast de publicatie.

  • ECLI:NL:TDIVTC:2018:22 Veterinair Tuchtcollege 's-Gravenhage 2017/75

    Dienstdoend dierenarts laat na veterinaire zorg te verlenen met betrekking tot een pup, die onder meer met diarree kampte. In verband met een eerdere tuchtmaatregel volgt thans een boete van € 1.000, waarvan € 750 voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

  • ECLI:NL:TGZRAMS:2018:114 Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam 2017/379

    Klacht over behandeling door genderteam. Ongegrond.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:269 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.068

    Klacht tegen huisarts. Klaagster heeft verweerder verzocht om een verwijzing voor het maken van een mammografie en hem medegedeeld dat zij bang was dat zij borstkanker had, omdat meerdere familieleden waren gediagnosticeerd met kanker. Zij verwijt verweerder dat hij tijdens een consult op 23 november 2015 geen onderzoek heeft gedaan naar aanleiding van de door haar gemelde klachten en geen diagnose heeft gesteld. Hierdoor heeft volgens klaagster ook geen behandeling plaatsgevonden. Klaagster voelt zich niet serieus genomen door verweerder toen zij haar klachten aan hem presenteerde en ook niet nadien, toen klaagster - toen zij al geen patiënt meer van verweerder was - de gang van zaken tijdens de consulten in 2015 met hem wilde nabespreken. Klaagster heeft zich in december 2015 laten uitschrijven bij de praktijk van verweerder en heeft zich tot een nieuwe huisarts gewend. Vervolgens is in januari 2016 is bij haar borstkanker vastgesteld. Het Regionaal Tuchtcollege heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt deze beslissing voor zover deze betreft het klachtonderdeel over onvoldoende onderzoek en geen diagnose. Het Centraal Tuchtcollege is echter van oordeel dat bij klaagster met recht het gevoel kan zijn ontstaan dat zij door de huisarts niet serieus werd genomen. Het beroep van klaagster slaagt op dit punt. Het Centraal Tuchtcollege legt de huisarts een waarschuwing op.

  • ECLI:NL:TGZCTG:2018:266 Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Den Haag c2018.024

    Klacht tegen gz-psycholoog. Klager verbleef uit hoofde van preventieve hechtenis in het Huis van Bewaring. De gz-psycholoog was daar destijds als zodanig werkzaam. Tijdens de preventieve hechtenis heeft klager gedurende enige tijd in de isolering verbleven en is hij overgeplaatst naar het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC). Klager verwijt de gz‑psycholoog dat zij betrokken is geweest bij: het geven van onjuiste adviezen aan PMO-leden (Psycho Medisch Overleg) en de directie, waardoor klager drie weken in de isolering met cameratoezicht moest verblijven; het nemen van een onterechte beslissing, door klager aan te melden voor de PPC‑plaatsing waar klager nog vier weken in de isolering met cameratoezicht heeft verbleven. Het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam heeft de klacht afgewezen. Het Centraal Tuchtcollege bevestigt de beslissing in beroep.