Zoekresultaten 14031-14040 van de 47453 resultaten

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:199 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-041

    Klacht tussen advocaten over samenwerking. Alle klachtonderdelen in de onderhavige klachtzaak vinden hun oorsprong in de klachtzaak tussen klager en mr. V. In laatstgenoemde klachtzaak heeft de raad overwogen dat door partijen tegengestelde stellingen zijn betrokken en verweren zijn voor gevoerd die samenhangen met een civielrechtelijk geschil en dat de raad niet het forum is om een juridisch kader vast te stellen en daarin een civielrechtelijke beslissing te nemen. Om die reden is de raad in die klachtzaak niet aan een beoordeling van de individuele klachten toegekomen en heeft de raad de klacht ongegrond verklaard. Het lot van de onderhavige klacht hangt direct met het lot van de andere klachtzaak samen. De raad beoordeelt de onderhavige klacht net als de andere klacht ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:174 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-873/DH/DH

    Verzetbeslissing. Verzet ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:193 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-685

    Ongegrond verzet.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:168 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-593/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:194 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-687

    Gedeeltelijk gegronde klacht over de eigen advocaat. Het valt verweerder tuchtrechtelijk te verwijten dat hij de afspraken over het inverdieneffect niet goed heeft vastgelegd. Waarschuwing en kostenveroordeling.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:169 Raad van Discipline 's-Gravenhage 20-592/DH/DH

    Voorzittersbeslissing. Klacht over de advocaat van de wederpartij kennelijk ongegrond. Geen sprake van onzorgvuldig of onrechtmatig handelen jegens klager.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:200 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-056

    Klacht heeft betrekking op advocaat van de wederpartij. Dagvaarding is rechtsgeldig aan klager uitgebracht. Er is geen rechtsregel die een advocaat verplicht een afschrift hiervan aan de advocaat van de wederpartij in een eerdere zaak toe te sturen. Advocaat heeft standpunt van zijn cliënte verwoord, waaronder de stelling dat de exploitatievergunningen door de gemeente zijn ingetrokken wegens het ernstige vermoeden van mensenhandel op de prostitutiezone. Hieruit valt niet af te leiden dat de advocaat zelf heeft beweerd dat klager zich heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel. Klacht kennelijk ongegrond

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:195 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 19-806 19-807

    Klacht tegen advocaat van wederpartij. Klachtonderdeel over schending Gedragsregel 26: het overgangsrecht bij Gedragsregel 26 was niet van toepassing, aangezien in april 2018 een cassatieadvocaat in verband met de aanhangig gemaakte cassatieprocedure de zaak van de vorige advocaat had overgenomen. Met de cassatieadvocaat waren geen afspraken gemaakt over vertrouwelijkheid van de communicatie. Gedragsregel 26 niet geschonden. Klachtonderdeel over schending Gedragsregel 27: in het midden kan worden gelaten of de mededeling strijdig zou zijn met Gedragsregel 27, nu een eventuele schending daarvan het oordeel dat een dergelijke summiere mededeling onder de bijzondere omstandigheden van dit geval niet onbetamelijk was, niet anders zou maken. Alle klachtonderdelen ongegrond.

  • ECLI:NL:TADRARL:2020:201 Raad van Discipline Arnhem-Leeuwarden 20-060

    Dekenbezwaar betreffende zich niet coöperatief gedragen tijdens de bespreking in het bemiddelingsdossier en de vorm en de wijze van communiceren van advocaat in het klachtdossier. De raad overweegt dat partijen waren uitgenodigd om op vrijwillige basis deel te nemen en dat dit impliceert dat iedere deelnemer op elk moment het bemiddelingstraject kan afbreken c.q. een bemiddelingsgesprek kan verlaten. Dat verweerder bij zijn vertrek geagiteerd was maakt dit niet anders. De vraag doet zich voor welk criterium voor het optreden van verweerder jegens de deken dient te gelden. Er zijn de algemene fatsoensnormen die ieder individu jegens de ander in acht heeft te nemen. Daaraan moet verweerder in ieder geval voldoen. In dit geval speelt bovendien dat verweerder deel uitmaakt van de NOVA en zich uit dien hoofde dient te onderwerpen aan de toezichthoudende taak van de deken. Dat geeft een verdergaande verplichting dan voor een willekeurig individu geldt om (op fatsoenlijke wijze) op verzoeken van de deken te antwoorden. Daar staat weer tegenover dat verweerder als advocaat een zekere vrijheid heeft om zich op de wijze die hem goed dunkt jegens een wederpartij uit te laten. De raad oordeelt dat advocaat zich jegens de deken onnodig grievend heeft uitgelaten.

  • ECLI:NL:TADRSGR:2020:170 Raad van Discipline 's-Gravenhage 19-527/DH/RO

    Verzet ongegrond. In verzet zijn wel de feiten aangevuld, omdat deze in de voorzittersbeslissing onvolledig waren. Verder is de onderbouwing van de beslissing aangevuld, omdat deze in de voorzittersbeslissing summier was.